Advertentie
Noisey

George Michael liet zien dat gay best cool is

En vormde daarmee hoe onze generatie over mannelijkheid denkt.

door Noisey Redactie
29 december 2016, 12:24pm

Ik ben geboren in het jaar dat Club Tropicana van Wham! uitkwam (1983). Toen George Michael Freedom '90 uitbracht, was ik zeven. En op mijn vijftiende was ik zo onder de indruk van de videoclip van Outside, dat ik hem opnam en herhaaldelijk terugspoelde – zonder mijn ouders erbij. Op Eerste Kerstdag werd George Michael (53) veel te vroeg uit het leven gerukt. Het kwam als een shock, veel groter dan ik had verwacht. Terwijl ik zijn grootste hits beluisterde en iconische clips terugzag, besefte ik pas hoe belangrijk George is geweest voor mijn ontwikkeling, van onzeker jochie tot trotse homo.

Dat George 'pas' in 1998 uit de kast kwam, nadat een politieagent hem erin had geluisd in een openbare wc in Beverly Hills, heeft mij nooit gestoord. Lang voor zijn coming-out creëerde George (met en zonder Andrew Ridgeley) al een feestelijke en sensuele wereld waarin alles kon. Voor een jongen als ik, die liever tekende dan buitenspeelde en enthousiaster werd van de schoolmusical dan van sportdagen, was dit escapisme zeer welkom. En als ik erop terugblik, denk ik dat George mij heeft laten zien dat mannelijkheid vele uitvoeringen kent – en niet alleen de versie die ik op school zag.

Laten we die clips eens onder een loep leggen. Club Tropicana: gebruinde jongens in speedo's en zonnebrillen die naar elkaar liggen te lonken aan het zwembad (plus die intense, besnorde man die steeds een close-up krijgt). Freedom '90: dé supermodellen van toen (m/v) die 'alledaagse' dingen doen in huis, zoals een stomend bad nemen of sit-ups doen aan een stang. En natuurlijk Outside, waarin we niet alleen alle denkbare vormen van buitenseks zien, maar ook twee jongens die tekeer gaan bovenop een vrachtwagen en twee mannelijke politieagenten die elkaar op het einde zoenen.

Je kunt zijn oeuvre wegzetten als campy, iets waar je alleen op ironische wijze van mag genieten – op een jarentachtig-feest in neonkleding terwijl je Wake Me Up Before You Go-Go meekrijst met je jaarclub. Veel mensen vinden zijn nummers en clips ongetwijfeld heel... gay, terwijl het pas in retrospect dat label kreeg. George, die eerst dacht dat hij biseksueel was, zei namelijk ooit: "Ik creëerde een man, gemodelleerd naar een dierbare vriend, van wie de wereld zou houden. Iemand die mijn dromen kon verwezenlijken en die me een ster kon maken. Ik noemde hem George Michael."

Georgios Kyriacos Panagiotou bedacht dus het personage George Michael, zijn versie van de ultieme man. Die was een womanizer en droeg ook het uniform van de ruige man: stoppelbaardje, shirtje dat zijn borsthaar toonde, leren jasje, zonnebril. Maar hij was een estheet in de breedste zin, die zichzelf omringde met zoveel mogelijk schoonheid (m/v). Een hedonist die openstond voor al het genot op deze wereld (luister naar Fast Love, een ode aan de one night stand). En een rebel die vocht tegen dat zelf gecreëerde imago door in de clip van Freedom '90 zijn leren jasje en gitaar te verbranden.

Hij speelde dus met masculiniteit, maar dit jaar ontvielen ons nog twee excentrieke iconen die dat ook deden: David Bowie en Prince. Zij waren androgyn en toonden zowel hun mannelijke als vrouwelijke kant aan het publiek. Dat uitte zich vooral in hun looks, maar ook in hun muziek – denk aan het nummer If I Was Your Girlfriend van Prince. Er zat seksualiteit in hun songteksten, maar dan wel de veilige heteroseksuele variant. Prince was duidelijk van de vrouwen en hoewel lang werd gedacht dat Bowie biseksueel was, bleek dat later toch wat anders te zitten.

George was een man die geil werd van mannen en dat op den duur eruit moest gooien – en dat deed hij met verve. Ik zou hem daarom eerder typeren als een mannelijke Madonna, omdat zij beiden vrije seks ontdeden van schaamte. George was fierce, maar niet karikaturaal zoals zijn naamgenoot Boy George. Hij was mannelijk met een vrouwelijke twist, sexy én toegankelijk, en werd zo een sekssymbool voor de massa. Iedereen herinnert zich hoe hij in de clip van Faith in die strakke spijkerbroek met zijn kont staat te schudden. Zijn stijl uit de vorige eeuw – leer, denim en nét te bloot – zie je nog steeds terug.

George heeft de millennialmannen die met hem zijn opgegroeid geleerd dat ze ijdel mogen zijn, met hun lichaam mogen pronken – en dat ze best hun haar mogen blonderen. Dat ze sensueel mogen zijn en dat 'gay' eigenlijk best cool en bevrijdend kan zijn. Is dat wellicht de reden dat de grootstedelijke avant garde steeds vaker pocht dat ze 'seksueel fluïde' zijn en 'niet in hokjes willen denken'?

In dat opzicht had George eigenlijk alleen concurrentie van Freddie Mercury. Die was ook stoer, ook flamboyant, ook gay, maar hij stierf al in 1991, waardoor George meer en vooral langer indruk op mij heeft gemaakt. George Michael is de soundtrack van mijn roadtrip towards becoming a man. En ergens doe ik hem steeds nog na. Als ik uitga, dans ik alsof ik in Club Tropicana sta. Net als George omarm ik zowel mijn mannelijkheid als mijn vrouwelijke trekjes. Sommigen noemen mij daarom ook flamboyant. Dat zie ik als een compliment.  

Daarom hoop ik dat een nieuwe generatie mannelijke artiesten dit gedachtegoed voortzet, zodat de tienerjongens van de toekomst niet alleen comfortabel zijn met hun seksualiteit, maar er vooral ook plezier mee hebben. Natuurlijk zijn er homoseksuele artiesten die in George Michaels voetsporen willen treden. De engelachtige Troye Sivan en Olly Alexander (van Years & Years). Glamrocker Adam Lambert, al heeft die meer weg van Boy George. Sam Smith, maar die is meer Elton John. Frank Ocean dan? Die heeft evenveel sexappeal … maar vast niet zoveel lol als George vroeger had.  

Wanneer Haroon zich niet in Club Tropicana waant, is-ie vaak op Twitter te vinden. Volg hem @haroonwrites