Advertentie
misdaad

Ik werd beroofd in mijn eigen huis nadat ik een advertentie op Marktplaats had gezet

De dader werd gearresteerd, en ik zocht hem op in de gevangenis.

door Gwen van der Zwan
22 augustus 2019, 2:30pm

Illustratie: Elzeline Kooy

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Te lui om te lezen? Beluister dan hieronder de ingesproken versie.

Marktplaats-overvallen komen vaak voor. Vorig jaar kwamen er minstens vier meldingen per maand van binnen bij de politie. Ook dit jaar ging het mis: zo werden er in januari twee mensen in Rotterdam overvallen met een mes nadat ze een advertentie op Marktplaats hadden gezet, en werden er een telefoon en geld buitgemaakt. Niet lang daarna werd in Helmond een vrouw met drie jonge kinderen met een pistool beroofd van een Rolex, nadat-ie op Marktplaats was gezet.

Eind februari was ik aan de beurt. Ik verkocht een Macbook Pro op Marktplaats. Ik wist wat de risico’s waren, want ik had al eerder over internetfraude geschreven. Omdat de laptop behoorlijk wat geld waard was, trof ik voor de zekerheid de nodige voorzorgsmaatregelen: geïnteresseerde kopers die marktplaats-accounts zonder reviews hadden en accounts die nog maar kort bestonden liet ik links liggen. Ook kopers die zich op WhatsApp vreemd gedroegen, weigerde ik.

Na een tijdje diende zich op Marktplaats ene Jonathan Akajo aan, die zich voorstelde als John. Zijn account bestond al twaalf jaar en had een boel positieve reviews. De communicatie verliep keurig, dus ik besloot om met John in zee te gaan.

Op 26 februari spraken we om 11 uur ‘s ochtends bij mij thuis af in Amsterdam (iets wat de politie niet per se afraadt). John zou me 2.300 euro betalen voor de laptop. Het pand waarin ik woon is voorzien van portiekcamera's en er zit een klein politiebureau in gestationeerd. Het terras voor mijn huis zat vol en de buren waren thuis. Een overvaller moest wel erg veel lef hebben om me te overvallen, dacht ik nog.

Toen die ochtend de bel ging, zette ik de voordeur vast open (John moest van beneden komen) en bereidde de laptop voor. Ik draaide me om en zag dat John al binnen was. Ik keek hem aan en meteen gingen de alarmbellen af: John kon niet ouder zijn dan achttien. Dat strookte niet met hoe lang zijn account al bestond. Hij had een capuchon op, een petje ver over zijn gezicht getrokken en maakte een gespannen indruk. Daarnaast was hij zeker twee meter lang en had hij de grootste handen en voeten die ik ooit had gezien. Op dat moment dacht ik dat hij zou proberen om zonder te betalen weg te rennen met de laptop, of dat hij me vals geld zou geven. Ik pakte daarom de laptop van tafel en hield hem stevig vast. John vroeg of ik de laptop in een tas kon stoppen. Ik vroeg of hij het geld bij zich had, waarop hij een enorm mes tevoorschijn trok. Het lemmet was zeker 25 centimeter lang. Ik was sprakeloos.

“Luister,” zei John. “Ik ga je niet betalen.” Ik keek hem vol verbijstering aan. Ik dacht aan mijn nieuwe Ikea-kleed, en hoe het eruit zou zien nadat ik erop doodgebloed was. Ik dacht aan hoe ik naar mijn balkon zou kruipen met steekwonden, en hoe ik zou roepen naar de mensen op het terras. Ik vroeg me af hoeveel tijd ik zou hebben tussen neergestoken worden en doodgaan en wat mensen op een terras überhaupt voor me konden betekenen in zo’n situatie. Ik dacht aan de keukenla en wat er zou gebeuren als ik ook een mes zou pakken. Mijn brein maakte een afweging tussen al die scenario's en kwam tot de conclusie dat het overhandigen van de computer zonder tegenstribbelen waarschijnlijk de grootste kans op een goede afloop zou geven.

Hoewel dit alles niet meer dan een paar seconden duurde, werd John ongeduldig. Hij begon te schreeuwen: “Geef die laptop, ik steek je kapot! Als je de politie belt nadat ik weg ben, komen mijn vrienden en ik terug om je te liquideren. We weten waar je woont en we kunnen je makkelijk afmaken.” Ondertussen maakte hij steekbewegingen. Het mes raakte nog net niet mijn buik. Ik gaf John de laptop en beloofde de politie niet te bellen. Ook moest ik mijn telefoon afgeven. Hij commandeerde mij een hoek in en schreeuwde dat ik niet mocht bewegen of gillen, anders zou hij me neersteken. Hij bewoog zich naar achteren en trok de deur met een klap dicht.

Mijn hersenen registreerden de klap en hoewel ik de deur niet kon zien vanuit mijn hoek, besefte ik dat John de deur waarschijnlijk met zijn hand had dichtgegooid. Ik besefte ook dat John geen handschoenen droeg en dat zijn vingerafdrukken waarschijnlijk op mijn deur zaten. Zo zat ik een tijdje voor me uit te staren – ik was geloof ik in een soort shock – totdat het tot me doordrong dat er geen wachtwoord op mijn telefoon zat en de wachtwoorden van bijvoorbeeld mijn bank gewoon onder het kopje Notities stonden. Ik begon te huilen, en rende naar het café voor mijn huis.

Ik belde eerst mijn telefoonprovider om mijn telefoon te blokkeren en vervolgens de politie. Binnen vijf minuten was er een heel forensisch team ter plaatse, dat ik doorverwees naar mijn deur, waar tussen alle kleinere handafdrukken één enorme handafdruk op te vinden was.

Toen de politie in hun database zocht naar een match met de handafdruk, bleek dat de overvaller achttien jaar oud was en Max* heette. Hij stond al in het systeem voor winkeldiefstal. Niet veel later werd hij bij zijn moeder thuis gearresteerd en naar een jeugdgevangenis in Nijmegen gebracht. Hoewel ik af en toe bang was om ‘geliquideerd’ te worden door de vrienden van Max, pakte ik de draad weer op. En toen werd ik gebeld door iemand van Perspectief Herstelbemiddeling, een instantie die contact begeleidt tussen de betrokkenen van delicten. Het idee erachter is dat door dit contact de betrokkenen worden geholpen in hun herstel. De man van herstelbemiddeling vertelde me dat Max met me wilde praten en vroeg me of ik dat zag zitten.

Omdat ik benieuwd was wat Max te zeggen had, stapte ik op de trein naar Nijmegen. Via een speciale toegang en na de nodige controles en gevangenisdeuren werd ik achter een tafel in een klein kamertje gezet.

Zonder handboeien, maar wel onder begeleiding van een cipier, kwam hij uiteindelijk binnen. Hij werd tegenover me aan tafel gezet. “Hoi,” zei hij. “Hoi,” zei ik. Zijn enorme handen legde hij tussen ons in op tafel. Ik vroeg hem wat hij mij te vertellen had.

Dat bleek zijn kant van het verhaal te zijn. Hij had geld nodig omdat hij schulden had, en een kennis uit de buurt had gezegd dat er bij hem makkelijk geld te verdienen viel. “Je hoeft alleen maar iets op te halen op een adres dat ik je geef,” had hij gezegd. “Ik heb vaker Marktplaats-overvallen gedaan. Zo zat ik ook achter de Rolex-marktplaats-roof die laatst in de krant stond. Het gaat altijd goed, het is weinig werk en ik betaal je er 150 euro voor.” Max vond het een goede deal en wachtte het adres af waar hij ‘iets zou moeten ophalen.’ Al het voorbereidingswerk – het hacken van een Marktplaats-account en het contact met mij – deed de kennis van Max. Zijn naam zegt Max niet te kennen. Waar hij woont is hem ook nooit verteld. “We spraken af op openbare plekken. Maar ook al zou ik zijn naam kennen, dan nog zou ik het je niet vertellen. Het is echt zo’n gast die je koelbloedig vermoordt.”

Een dag van tevoren had Max mijn adres gekregen. Bij zijn opdrachtgever had hij het wapen opgehaald. “Hij gaf me eerst een pistool, maar omdat ik zei dat ik dat niet fijn vond, gaf hij me uiteindelijk het mes waarmee ik je overvallen heb.”

Max vertelt me dat hij zich achteraf schuldig voelde. “Ik wist niks van je. Ik had alleen je adres en de opdracht om een laptop en je telefoon op te halen. Ik dacht dat ik een oudere vrouw ging overvallen maar je bleek van mijn leeftijd te zijn. Dat vond ik moeilijk. De dagen erna had ik voortdurend pijn op mijn borst. Uiteindelijk ben ik naar de dokter gegaan, die zei dat het stress was.”

Terwijl ik naar Max luister, denk ik aan zijn opdrachtgever, die zonder genade een achttienjarige – en duidelijk niet mega-intelligente – jongen voor zijn karretje spant. Jongens als Max lopen alle risico’s die bij een gewelddadige roofoverval komen kijken. Dingen als een strafblad, een arrestatie, te maken krijgen met geweld en alle gevolgen vandien. En dat voor 150 euro. De opdrachtgever zelf is niet terug te vinden: als hij Max al niet eens zijn echte naam en adres vertelt, hoe komt de politie er dan ooit achter wie deze man is?

Max vertelt dat hij na het verlaten van mijn huis de telefoon en de laptop – met bij elkaar een waarde van 2.500 euro – direct naar een afgesproken plek bracht. Daar werden hem de vijftien tientjes overhandigd. Als ik hem vertel wat de spullen waard zijn, schrikt hij. “Ik dacht dat het niet meer dan 600 euro waard was,” zegt hij een beetje beteuterd. “Sinds ik in de gevangenis zit, heb ik niks meer gehoord van die opdrachtgever. Eigenlijk heeft nog niemand me iets laten horen, alleen mijn moeder, die natuurlijk erg teleurgesteld is.”

Uiteindelijk praten Max en ik ruim twee uur over onze levens en hoe die samengekomen zijn. We blijken bij elkaar om de hoek te wonen en Max drukt me op het hart dat hij me nooit echt zou liquideren. Voordat ik wegga besluit ik toch nog even te vragen wat zijn schoenmaat is. “48,” zegt hij, terwijl we samen teruglopen naar zijn cel. Ik heb met hem te doen. We schudden elkaar de hand en spreken af dat hij me altijd mag bellen, mocht hij nog eens willen kletsen. In de trein terug vraag ik me af of ik het enige slachtoffer in deze zaak ben, of dat Max er misschien ook een is.

De naam van Max is om privacyredenen gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.