The Borders Issue 2019

Waar moeten mensen heen als hun eiland door de oceaan wordt opgeslokt?

Onderzeese steden, drijvende huizen; er wordt druk nagedacht over oplossingen voor mensen die vanwege het stijgende zeeniveau van woonplek moeten veranderen.

door Sarah Hurtes
09 september 2019, 11:19am

Een impressie van het Green Float-project. Alle beelden met dank aan Shimizu

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Borders Issue van VICE Magazine, waarin we verhalen vertellen over zowel zichtbare als onzichtbare grenzen, en hoe deze scheidslijnen de levens beïnvloeden van mensen die er wonen. Bekijk ook onze special over de grenzen van Europa.

1564984992451-05_300
Het Green Float-project bestaat uit drijvende eilandjes die als een soort kolonie bij elkaar liggen. Op en rondom torens is ruimte voor landbouw, wat voor genoeg voedsel zou moeten zorgen voor de bewoners.

Anote Tong richt de camera van zijn telefoon bij zonsopkomst op de eroderende kustlijn. “Je hebt hier een schitterend uitzicht,” zegt hij. “De vraag is alleen: hoelang nog?”

Nadat hij in 2003 tot president werd verkozen van de eilandengroep Kiribati, kwamen er al snel alarmerende rapporten op zijn bureau van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Vanwege een combinatie van klimaatgerelateerde problemen – van kusterosie tot grondwatertekorten en toenemende knokkelkoorts – zouden de 117 duizend inwoners op een dag waarschijnlijk niet meer op de eilanden kunnen wonen. Daarmee zouden ze zich voegen bij de 25 miljoen mensen die wereldwijd van leefomgeving moet veranderen als gevolg van klimaatverandering. “Eerst probeerde ik het te ontkennen, en was ik vooral boos en verlamd,” zegt Tong, die in 2016 als president werd opgevolgd door Taaneti Mamau.

Het probleem voor Kiribati is vooral dat de inwoners geen plek zouden hebben om naartoe te gaan. In het rapport wordt gedetailleerd ingegaan op hoe klimaatverandering letterlijk de grenzen van Kiribati zou doen verdwijnen. Als het zeeniveau blijft stijgen zou dat betekenen dat alle 33 eilandjes van deze republiek nog deze eeuw door de Stille Oceaan worden opgeslokt. Tong zou “radicale oplossingen” moeten bedenken om de mensen van Kiribati te beschermen – drijvende eilanden opzetten, onderzeese steden bouwen, of stukken grond kopen van andere landen, bijvoorbeeld. “Maar als we ons moeten verplaatsen, dan moeten we wel een plek hebben waar we naartoe kunnen,” zegt Tong.

De wetenschap is duidelijk: veel mensen die in grote kuststeden wonen zijn al heel kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering. Veel van hen zullen de komende eeuw moeten verhuizen, met of zonder de hulp van hun overheid of hulporganisaties. Maar voor de bewoners van laaggelegen eilandjes zoals die van Kiribati, is het een ander verhaal. Aangezien hun hele thuisland zal verdwijnen, kunnen ze niet binnen hun eigen land verhuizen, maar moeten ze gelijk een stuk verder zoeken, en de vraag is of die plek er wel gaat zijn. Ook van andere laaggelegen eilanden in de Stille Oceaan – zoals Tuvalu of de Marshalleilanden – is de kans groot dat ze tegen 2030 niet bewoonbaar meer zijn voor mensen.

Dit is de realiteit voor bijna 200.000 mensen in de zuidelijke Stille Oceaan: hun landen worden waarschijnlijk van de wereldkaart geveegd, en niemand is het erover eens wat er precies met ze moet gebeuren.

In het verleden zijn veel landsgrenzen veranderd door oorlogen en politieke conflicten. Maar het is nog nooit voorgekomen dat landen de soevereiniteit over hun grond permanent verliezen vanwege klimaatverandering. Er wordt al sinds begin jaren negentig gediscussieerd wat er moet gebeuren met mensen die op plekken wonen die door de zee worden verzwolgen, maar er is nog altijd geen internationale consensus over wat er precies voor ze gedaan kan worden. Daarom is het aan individuele leiders als Tong om oplossingen te bedenken. En die kunnen niet anders dan behoorlijk radicaal zijn.

1564985036150-04_300
Een impressie van het Green Float-project

Een oplossing die Tong bijvoorbeeld serieus heeft overwogen, is om het land preventief onder water te zetten.

In 2014 presenteerde het Japanse ingenieursbureau Shimizu het ontwerp voor een onderwaterstad genaamd Ocean Spiral, waar zo’n vijfduizend mensen in konden wonen. Het zou een bolvormige stad zijn met een toren erin, waarin huizen en werkplekken zouden zitten. De bol zou door middel van een gigantische spiraal worden verbonden met de oceaanbodem, vier kilometer lager. Daarmee zou de stad worden voorzien kunnen worden van energie, water en voedsel. Volgens woordvoerder Hideo Imamura is de technologie achter Ocean Spiral nog steeds in ontwikkeling.

Sinds 2008 is Shimizu ook bezig geweest met een ander project, Green Float. Een drijvende stad, waar tien keer zoveel mensen zouden kunnen wonen als in Ocean Spiral, en zo ontworpen is, dat het bestand zou zijn tegen natuurrampen als cyclonen en tsunami’s. Het zou een agglomeratie van drijvende eilanden worden, allemaal minder dan drie kilometer breed, die samen een lelie-achtige kolonie vormen, en een toren van dertig verdiepingen hebben. Aan de buitenkant zou er een badplaats en een park met zeedieren moeten komen. Shimizu hoopt volgens de Franse krant Le Monde in 2030 een eerste unit af te ronden, genaamd Green Float II. De hoop is dat het project makkelijker op touwen te krijgen is doordat er ter plekke hele lichte metaallegeringen kunnen worden geproduceerd, die gemaakt kunnen worden van magnesium uit zeewater.

Het Seasteading Institute heeft soortgelijke voorstellen gedaan. Voor ‘seasteads’, om precies te zijn: autonome nederzettingen op internationale wateren waar ontheemde mensen kunnen wonen. Een homestead dus, maar dan op zee. Duncan Currie is milieuadvocaat en adviseur van de High Seas Alliance – een samenwerking van organisaties die zich richten op het behouden van stukken oceaan die buiten het rechtsgebied van overheden vallen. Hij zegt dat, omdat de internationale wateren buiten nationale jurisdictie vallen, “ze eigenlijk van niemand zijn, en daarom van iedereen.” In juridisch opzicht zouden drijvende natiestaten op internationale wateren dus wel haalbaar moeten zijn.

1564985083038-P3_300
De onderwaterstad van Shimizu, die energie en hulpbronnen uit de zee zou moeten putten om zichzelf te onderhouden

Dit soort plannen hebben tot nu toe vooral de interesse gewekt van libertarische bewegingen of vrijheidszoekers die hun leven willen beproeven op zee, zonder enige bemoeienis van de overheid. Maar aangezien meer dan de helft van de oceaan buiten nationale rechtsmacht valt, is het volgens Currie ook goed mogelijk dat het meer en meer verkend gaat worden door ontheemde bevolkingen.

Zonder nieuw oceaanverdrag blijft de wettigheid echter nog steeds wel een ding. Een Amerikaans-Thais stel probeerde onlangs nog voor de kust van Thailand een huis op zee te betrekken, maar de Thaise regering vatte dat op als ondermijning van de nationale soevereiniteit, waar in dat land in principe de doodstraf op staat.

In de praktijk zijn drijvende huizen en onderwatersteden voorlopig nog niet echt een realistische langetermijnoplossing, voor wat Alex Randall de “humanitaire crisis” in de Stille Oceaan noemt. Ook Randall, die een netwerk van ngo’s voor vluchtelingen en migranten runt, de Climate and Migration Coalition, is gefrustreerd over het feit dat niemand weet wat er gebeurt met mensen uit landen die mogelijk in de komende decennia van de kaart geveegd worden. “Het antwoord op die vraag is tragisch, omdat er potentieel miljoenen mensen zijn die in die situatie terecht zullen komen.”

Zoals Randall suggereert, is dit niet enkel een crisis die impact heeft op een aantal stipjes land in een grote oceaan, maar ook een de toekomst van 800 miljoen mensen in laaggelegen kuststeden over de hele wereld gaat bepalen. In meerdere landen in de Stille Oceaan zijn er inmiddels al dorpen verdwenen. Tong herinnert zich het welvarende dorp waar hij naar school ging, dat niet meer bestaat: “De gemeenschap is in z’n geheel verplaatst. Het gebeurt echt.” Hij maakt zich net zoveel zorgen over de omstandigheden waarin deze mensen zich opnieuw ergens vestigen. “Ik heb altijd het idee verworpen dat onze mensen vluchtelingen zouden worden,” zegt hij. “Daarom neem ik het nu op voor een beleid voor waardige migratie.”

Als deel daarvan kocht de eilandengroep in 2014 een stuk grond van bijna 25 vierkante kilometer van de Fiji-eilanden, die ruim tweeduizend kilometer verderop liggen. Daar konden inwoners van Kiribati dan naartoe verhuizen, als ze dat zouden willen – maar dan niet als “tweederangs-burgers”. Tot de dag van vandaag is het stuk land echter nog grotendeels onbewoond, en er lijkt ook niet animo voor de verhuizing te zijn vanuit de politiek, of het nou in Fiji of Kiribati is. Taaneti Mamau, die Tong twee jaar later opvolgde, staat bekend als iemand die de klimaatcrisis bagatelliseert en heeft niet bepaald voortgeborduurd op het waardige-migratieproject van zijn voorganger.

Volgens Alan Toth, een journalist die het gekochte stuk land in 2017 bezocht, heeft de regering van Kiribati boeren uit de Fiji-eilanden toestemming gegeven om taro en kokospalmen te verbouwen, zolang er geen mensen uit Kiribati komen. Claire Anterea, een voormalige non en medeoprichter van het Kiribati Climate Action Network, zegt dat er bijna niemand naartoe is verhuisd, en dat de aankoop vooral gezien wordt als manier om de nationale voedselvoorziening te beschermen, en niet zozeer als realistische optie voor een nieuw thuis.

1564985143273-P8_300
Een impressie van het project Ocean Spiral van Shimizu.

Een ander probleem is dat er nog geen internationaal aanvaard beschermingsplan is voor mensen die al uit hun huis zijn gedwongen. Klimaatverandering wordt ook nog niet als voornaamste oorzaak van deze geforceerde verhuizingen erkend in de huidige wetgeving rondom vluchtelingen en mensenrechten. Er is alleen al geen algemeen aanvaarde definitie van het woord ‘klimaatvluchteling’, en ook geen juridisch bindend verdrag dat garandeert dat deze mensen hulp krijgen.

Kara Vinke, van het instituut voor onderzoek naar klimaatverandering in Potsdam, is bezig met het voorstel voor een speciaal reisdocument – een zogeheten klimaatpaspoort – waarmee mensen die ontheemd zijn vanwege klimaatverandering makkelijker kunnen wonen en werken in landen die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de mondiale CO2-uitstoot. Het klimaatpaspoort zou het voor mensen mogelijk maken om aanspraak te maken op een nieuw thuis, in plaats dat ze het zelf maar mogen uitzoeken. Want aangezien het steeds minder haalbaar wordt om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, blijft migreren langzamerhand achter als enige optie.

“We hebben jarenlang geprobeerd om de wereldwijde uitstoot in toom te houden, maar we zijn nu op een punt beland waarop dat niet meer genoeg is,” zegt Kathy Jetñil-Kijner, VN-klimaatgezant voor de Marshalleilanden. “Maar ik zie vooralsnog niemand zijn deur opendoen om ons op te vangen.”

Er zijn al wel wat regelingen tussen eilanden die slachtoffer zijn van klimaatverandering en de landen die er juist voor een groot deel verantwoordelijk voor zijn. Het Compact of Free Association bijvoorbeeld, dat inwoners van de Marshalleilanden, Micronesië en Palau de mogelijkheid geeft om in de VS te wonen en te werken, onder andere omdat de Amerikanen er in het verleden 67 kernproeven hebben uitgevoerd. Australië en Nieuw-Zeeland hebben daarnaast meerdere afspraken gemaakt om jaarlijks een paar duizend migranten uit de Stille Oceaan op te nemen, meestal onder het mom van ‘arbeidshulp’. Deze lappendeken van bilaterale afspraken doet echter geen recht aan het stijgende aantal klimaatvluchtelingen die nieuwe woningen nodig hebben.

1564985166135-P7_300
Een impressie van het project Ocean Spiral van Shimizu

“Wereldleiders weten precies wat er met mensen als ons gebeurt,” zegt Anterea. “Ook onze grote buurman Australië heeft nauwelijks moeite gedaan om ons te helpen.”

Het lijkt een onmogelijke opgave om op een zinkend land te blijven wonen, maar helemaal onhaalbaar lijkt dit volgens Tong toch niet te zijn. Je zou de eilanden ook kunnen verhogen, door bestaande stukken grond omhoog te liften of kunstmatig land aan te brengen in de lagunes, door zand en grind te baggeren – een optie die serieus overwogen wordt door de Marshalleilanden en andere eilanden in de Stille Oceaan.

Tong ziet het voor de inwoners van Kiribati vooral als kortetermijnoplossing. “Misschien dat we er hiermee nog honderd jaar langer kunnen leven, maar uiteindelijk zullen de eilanden vergaan.”

Chip Fletcher, klimaatwetenschapper aan de Universiteit van Hawaii, is hoe dan ook een groot voorstander van dit idee. Hij wijst erop dat de Malediven er ook al mee begonnen zijn, door gebaggerd materiaal op het eilandoppervlak aan te brengen en de grond gemiddeld zo’n twee meter te verhogen. Dat is volgens hem nodig voor deze kleine landen om “in leven te blijven”.

De eilandjes doen wat binnen hun mogelijkheden liggen, en het laatste wat de inwoners willen is noodgedwongen verhuizen. Jetñil-Kijner is zelf opgegroeid in de diaspora, en weet hoe het is om van haar land en cultuur te worden gescheiden. “Het is voor nu de beste optie om in ons eigen land te blijven,” zegt ze. “Dat er hele nieuwe landschappen en steden ontstaan is voorlopig alleen een droom.”

1564985189333-P14_300
Een impressie van het project Ocean Spiral van Shimizu