De opkomst en ondergang van een Limburgs feestdorp

De opkomst en ondergang van een Limburgs feestdorp

In de Madeira en de Santo Domingo kwamen boeren om te zuipen, werd er gevochten met Hells Angels en draaide de dj in een lift.

Dit artikel werd eerder op THUMP gepubliceerd.

Op zondagavonden in de jaren tachtig staat de tweehonderd meter lange Brugstraat in Nederweert vol taxibusjes, waar tien tot vijftien man per voertuig in- en uitstappen. Geen auto kan er meer door. In en om de straat liggen meerdere discotheken en cafés die dankzij het succes van de twee grootste – de Madeira en de Santo Domingo – als paddenstoelen uit de grond schieten. Op goede avonden komen er in totaal zo'n vier à vijfduizend mensen naar het Limburgse dorp. Dat gaat in de jaren negentig nog even door, maar na de eeuwwisseling verdwijnen de discotheken één voor één.

Advertentie

Als je nu door de Brugstraat loopt is het moeilijk voor te stellen dat het ooit een uitgaansstraat was. De stoepen zijn breder en schoner geworden, de straat eenrichtingsverkeer. Er zitten winkels die je in elk dorp zou verwachten. Maar Jan Duijts, in de jaren zeventig en tachtig samen met zijn vrouw Mien eigenaar van de Madeira, kan de uitgaansgelegenheden nog één voor één aanwijzen. Daar waar nu appartementen zijn zat De Schuur. De Wolk is nog een tijdje een uitzendbureau geweest. Op de plek van de ijssalon zat een bruin café. De Santo Domingo en de Madeira gingen als laatste dicht, en staan allebei nog steeds leeg. De namen staan nog op de gevels.

De langstlopende discotheek in Nederweert was de Santo Domingo. Hiervan worden de deuren in 1965 geopend, om in de jaren zeventig en tachtig vooral bekend te staan als rockcafé. Johnny Hoes heeft er een nummer over gemaakt, over de blonde fee achter de bar die alleen met eigenaar Cor het nest induikt. De Santo Domingo heeft destijds twee verdiepingen, met een dj die in een lift staat, en dan weer op de ene, dan weer op de andere etage staat te draaien. "Dat was uniek voor Nederland," zegt Jan erbij. Maar ik geloof dat het ook wereldwijd wel redelijk zeldzaam is.

Rondjes van vijftien à twintig bier
De Madeira opent in 1974. In het eerste jaar spelen er allerlei bands, maar die blijken te duur; de concurrentie van andere zalen laat de zaak bijna failliet gaan. Jan en Mien besluiten daarom het roer om te gooien. De Madeira wordt een discotheek en met de hulp van lokale discjockeys wordt het pand verbouwd. Mien gaat ondertussen elke week naar de platenzaak om singles uit de Top 40 te luisteren en de beste te selecteren voor de discotheekcollectie. Eerst staan er nog tafeltjes met kleedjes om de dansvloer heen, maar die worden later vervangen door grote tonnen. "Ik waste en streek al die kleedjes elke week, en op een dag kwam er iemand naar me toe en zei: 'die kleedjes, die drijven in de vaart.' Toen dacht ik: voor wie doe ik al die moeite eigenlijk?" vertelt Mien.

Advertentie

"Het was vooral een boerendiscotheek," vertelt Jan. "Je had bijvoorbeeld van die laadploegen, die kuikens of kalkoenen inlaadden. De voorman betaalde dan op zondag bij ons in de zaak uit, gaf iedereen in het bijzaaltje een envelop, en een deel daarvan werd dan weer bij ons uitgegeven." In het begin komen er in de discotheek nog veel Brabanders, later vooral Limburgers uit omliggende dorpen. De zaken gaan goed. Na zes jaar verruilen Jan en Mien hun woning naast de Madeira voor een vrijstaand huis. De rest van het dorp gaat er ook op vooruit. Nederweert krijgt een reputatie, zonder echt aan promotie te hoeven doen. Op het hoogtepunt, in de jaren tachtig, heb je rondom de Brugstraat zeven discotheken.

In de Madeira kunnen achthonderd mensen uit hun plaat gaan. "Het publiek kwam bij ons altijd in grote groepen," zegt Mien. "Je had er wel stelletjes bij, maar daar merkte je niks van, want iedereen was met elkaar." Jan vertelt dat er vooral vaste gasten komen en dat iedereen elkaar kent. "Op zaterdag ging je naar Weert, maar daar was op zondag niks te doen, dus kwam iedereen hierheen," zegt hij. "Er werden steeds rondjes van vijftien, twintig bier gehaald – elke groep had een glas vol geld op de tafel of de bar staan waarin iedereen inlegde. Die boeren konden flink zuipen."

Hells Angels
Van uitsmijters of beveiliging moeten ze niets weten: lastige klanten worden door het personeel de tent uitgezet en krijgen daarbij soms een tijdelijk verbod. Mien, met heimelijk genoegen: "Voor vrouwen hadden ze toch wel ontzag. Ik ging er graag tussen, het liefst had ik dat ze een beetje lang haar hadden. Dan pakte ik ze vanachteren vast en sleepte ik ze naar buiten. Ik was al niet zo groot en je moest wat." Jan: "Trammelant ging meestal om een meisje. Als het uit was, kwam er een andere jongen die dan sjanste met zo'n meisje. De ex kon dat niet verkroppen en dan ging het fout. Maar altijd als er ruzie was, ging dat met vuisten. Tegenwoordig trekken ze messen."

Advertentie

Toch gaat het er in de Madeira soms ruig aan toe, wanneer de Hells Angels langskomen bijvoorbeeld. "Ze hadden altijd een auto bij zich, waar ze hun helmen in bewaarden," legt Mien uit. "Want als er poep aan de knikker was, moesten ze zo snel mogelijk weg, de garderobe duurde dan te lang. Dat is weleens goed misgegaan. Toen ze aan dames zaten, echt heel handtastelijk, pikte het vaste publiek dat niet." Jan kan zich zo'n situatie nog goed herinneren. "Ik heb ze een keer via de nooduitgang naar buiten gewerkt, zo kwamen ze in het steegje achter de Madeira uit. Maar sommige jongens van ons hadden daar erg in gekregen en gingen ook achterom. Die Angels hadden daar niet op gerekend, dat daar ineens twintig man stond, en hebben gerend voor hun leven. Een paar kregen ze te pakken en sommigen zijn met ziekenwagens afgevoerd. De weken daarna deed ik met schrik de deur open: wat als de Hells Angels weer voor de deur zouden staan, maar dan met een veel grotere groep?"

Van Top-40 naar happy hardcore
In 1989 neemt een van de personeelsleden, Pierre Coenen, de zaak over. Jan en Mien runnen daarna een bouwmarkt tot ze op hun zestigste met pensioen gaan. Coenen houdt de formule vast: Top 40-muziek en geen entree. Wel verbouwt en heropent hij de discotheek en noemt het Grand Madeira. "Pierre heeft wel een paar mooie jaren gedraaid, hij kon op z'n 52e de zaak van de hand doen en is daarna in Benidorm gaan wonen." De muziek in de uitgaansgelegenheid verandert langzaam: waar bezoekers eerst nog een broertje dood hebben aan dance, wordt elektronische muziek uiteindelijk steeds populairder.

Als je naar de flyers kijkt, zie je dat vanaf de late jaren negentig hardstyle en (happy) hardcore de boventoon voeren. Dat zie je ook in de andere tenten in de straat: namen als Darkraver, Neophyte en Mental Theo staan allemaal op de affiches. De derde eigenaar van de Madeira focust zich daar dan ook een stuk meer op, maar bekendere dj's betekent ook meer entreegeld. Daarbij komt ook nog de professionelere beveiliging die je nodig hebt en de poortjes die bij de ingang scannen op wapens. Toch neemt het aantal bezoekers af. Een voor een sluiten de discotheken hun deuren. De Grand Madeira gaat in 2012 dicht, de Santo Domingo al eerder, hoewel een nieuwe eigenaar in 2016 nog tevergeefs probeert een doorstart te maken. Jan stelt dat dit misschien komt door het afnemende persoonlijke contact in de tenten. "Als er een nieuwe eigenaar komt, met andere ideeën, dan voelen klanten zich niet meer thuis."

Dat zal niet de enige reden zijn achter de sluiting van de discotheken in Nederweert. Boerderijen, waar al die feestbeesten destijds werken, zijn er nauwelijks meer. Bovendien is Midden-Limburg één van de snelst vergrijzende delen van Nederland: het percentage 65-plussers stijgt hier bijna dubbel zo hard als in de rest van Nederland. Van 13 procent in 1995 naar 22 procent in 2016. In Nederweert zijn 15- tot 24-jarigen de kleinste bevolkingsgroep, en in Amsterdam is het juist de grootste. Kortom: de belangrijkste uitgaansdoelgroep neemt af. Dat verklaart waarom in er grotere gemeentes als Weert ook geen discotheken meer zijn.

Elk verhaal dat Jan en Mien vertellen over het runnen van de Madeira en de gloriejaren van het feestdorp Nederweert barst van de warme nostalgische gevoelens, maar rouwig dat het voorbij is zijn ze geen moment. "Alles verandert," zeggen beiden meerdere keren, alsof de transformatie van het dorp ze niet erg verrast. Bovendien praten ze met net zoveel passie over de bouwmarkt en tuinieren als over de discotheek, om er vervolgens aan toe te voegen dat dat natuurlijk niet relevant is voor dit stuk. Het belangrijkste is dat ze alles samen hebben gedaan en nog steeds samen doen. Later, als Jan me met de auto naar de bushalte brengt, zegt hij: "Ik denk weleens: als een van ons iets overkomt, hoe moet het dan verder?"