Met vluchtelingen mee door de benarde Balkan

Fotograaf Geronimo Matulessy uit Apeldoorn reisde naar Servië, om aan te haken bij de vluchtelingenstroom richting Kroatië. Hij werd op een haar na ontvoerd.

|
sep. 23 2015, 4:21pm

Op 15 september vertrok fotograaf Geronimo Matulessy – die eerder foto's vanuit de Vluchtflat en van de rellen in de Schilderswijk voor ons maakte – naar Belgrado. Hij wilde vastleggen hoe de vluchtelingenproblematiek zich in Servië manifesteert. Afgelopen zomer stonden vooral plekken als Calais, Kos en Lesbos in de belangstelling, maar Servië is ook een belangrijk knelpunt op de route tussen Syrië en Duitsland – zeker sinds de grens tussen Servië en Hongarije gesloten is. Geronimo besloot zich in zijn eentje bij de vluchtelingen aan te sluiten, om te zien wat ze meemaken. Praktisch alle vluchtelingen die Geronimo sprak, zagen Duitsland als eindbestemming. Hier lees je zijn verslag van zijn reis.

"Ik vertrok naar Belgrado, samen met mijn vriendin. Die wilde, net als ik, met eigen ogen zien wat er daar speelde en vrijwilligerswerk doen waar nodig. Belgrado is vrij rustig; de situatie er is nog vrij goed te overzien, in vergelijking met drukkere, noordelijker gelegen steden. Al gauw kwam ik er in contact met een groep Syrische jongens. Het was een groep van achttien toffe gasten, die allemaal goed opgeleid waren en uitstekend Engels spraken. Het leek me een goed idee om me bij hen aan te sluiten – ze wisten hoe ze via Hongarije naar Duitsland wilden reizen, en, niet onbelangrijk, ze vertrouwden me.

Mijn vriendin was inmiddels weer terug naar Nederland gegaan, en ik besloot met deze groep jongens mee naar het noorden te reizen, richting de Hongaarse grens. Vanuit Kanjiža zouden we via Horgos uiteindelijk naar Hongarije kunnen. Ik zei dat die grens inmiddels al gesloten kon zijn, maar ze wilden per se via die route gaan.

In Kanjiža was het één grote chaos. Alles zat potdicht en tegelijkertijd wilde iedereen weg. Er waren te weinig politieagenten – een stuk of zes maar – en te weinig bussen. Al snel werd het menens: vluchtelingen verdrongen elkaar. Ik zag vrouwen met kleine kinderen op de arm, mensen die elkaar sloegen, mensen werden onder de voet gelopen. Het harde gekrijs en wanhoop van kleine kinderen ging door merg en been.

De beloofde bussen kwamen heel laat, en we moesten geld betalen om in de rij voor de bus te kunnen staan: zo'n vijftig euro in totaal. Na uren in de rij verscheen er eindelijk een bus die naar Zagreb zou gaan – waar zo'n zestig man inpasten. In de bus moest iedereen nog eens 35 euro betalen. Daar kreeg je een bonnetje voor, maar er was geen enkele controle op waar het geld terecht zou komen.

In de bus werden er licht spottende liedjes over de geldzucht van de politie gezongen; een manier om na dagenlang onder de duim gezeten te hebben, toch een soort protest te kunnen laten horen.

's Nachts, vlak voor de Servisch-Kroatische grens, stopte de bus ineens, hoewel ons was verteld dat we naar Zagreb gebracht zouden worden. Op het station van Tovarnik werd iedereen de bus uitgezet, en er zaten nogal wat mensen in die slecht ter been waren: oudere mensen met een wandelstok, kleine kinderen en een jongen met een prothese. Het was flink afgekoeld en iedereen had honger. De Kroatische politie was gelukkig vrij relaxed en vertelde dat de trein naar Zagreb de volgende morgen om negen uur zou vertrekken.

Om negen uur was er geen trein. Het aantal vluchtelingen groeide snel omdat de grens tussen Servië en Hongarije nog steeds dicht was, en het werd ook steeds warmer. Er kwam één watertank, voor duizenden vluchtelingen. Die was heel snel leeg. Er was ook een uitgiftepunt van ngo's, die blikken sardientjes, blikken leverpastij en babypoeder uitdeelde. De babypoeder moest aangelengd worden met water uit de kraan van de openbare toiletten. Omdat Tovarnik een trechter was van alle routes die eerst naar Hongarije liepen, werd de stad uitgeroepen tot crisisgebied.

Om 11 uur was er nog steeds geen trein. Omdat de toestand door de drukte, de gore omstandigheden en de hitte niet meer houdbaar werd, wilden veel van de vluchtelingen weg. De autoriteiten beloofden dat het snel beter zou worden – ik denk dat ze het goed bedoelden, maar gewoon totaal niet op de situatie voorbereid waren. De omstandigheden werden er totaal niet beter op.

Rond half vier brak de groep uit het station van Tovarnik en verplaaste zich richting een grote open parkeerplek waar bussen zouden gaan. Ik zag een oude man bezwijken, en vervolgens onder de voet gelopen worden. Ik weet niet of hij het heeft overleefd.


Op de parkeerplek kregen we appels, hoewel er grote behoefte was aan water en voedsel. Om onze kansen op vervoer te vergroten, splitsten we op. Met een groep van zeven wachtten we op de bus. Vrouwen en kinderen werden als eerste op de bussen gezet, de mannen moesten opnieuw wachten. Men wilde gaan lopen, ondanks dat dat minstens zes uur zou gaan duren.

Met een groepje van drie liepen we naar een café in Tovarnik, waar we een man troffen die Engels sprak en zei dat hij ingenieur was. Hij stelde dat hij ons met een taxi naar Vinkovci kon brengen. Dat zou tachtig euro kosten voor drie personen. Voor honderd euro per persoon wilde hij doorrijden naar Zagreb. Er werd getwijfeld, en besloten om eerst te overleggen met de rest van de zeven. Tot er opeens de politie verscheen. We schrokken, maar de politie was rustig en praatte bovendien vrij amicaal met de smokkelaars. Dat voelde niet goed.

Aan één kant van de langste straat in Tovarnik stonden politiemensen, journalisten en vluchtelingen, aan de andere kant stonden mensen om op eigen initiatief de vluchtelingen tegen betaling weg te brengen. Voor mijn gevoel wist de politie wat zich hier afspeelde, maar werd het oogluikend toegestaan.

Toen ik terugkwam waren de achttien jongens waar ik aanvankelijk mee was vertrokken verdwenen. Er was blijkbaar een bus gekomen. Ik zag een paar Irakese vluchtelingen staan en vroeg wat voor plannen zij hadden om weg te komen uit het plaatsje. Ze vroegen of ik niet iets kon bedenken, maar ik wilde hun reis niet van mijn beslissingen af laten hangen. Desalniettemin liep ik met twee van de Irakezen naar de "boss" van die smokkelaars in Tovarnik. Hij zei dat hij ook fotograaf was, en dat hij allemaal foto-apparatuur in zijn kofferbak had liggen. Mijn inschattingsvermogen had wat te verduren gehad door de honger en uitputting, en uit pure naïviteit liep ik mee naar zijn auto. De twee Irakezen die met me mee waren gelopen vertrouwden het al gelijk niet erg, en vroegen mompelend of ik een mes bij me had, terwijl we naar zijn auto liepen. De auto stond uit het zicht, ver van de mensen vandaan, en het was inmiddels donker. Hij deed zijn kofferbak open en keek vrij paranoide om zich heen.

Vanaf toen ging het heel snel. Er kwam een bestelbus aangesneld met een open achterklep, en ik dacht dat we ontvoerd zouden worden. Al de hele tijd waren er kleine groepjes Kroaten te zien, die mensen paaiden, om ze vervolgens af te persen of te beroven. Er kwamen nog meer mensen aangelopen. De bus reed achteruit en wilde ons klemrijden. De bijrijder sprong eruit. Er was nog maar één uitweg: sprinten. Ik durfde niet de duisternis in te vluchten, want dan was ik sowieso verloren. Ik rende een greppel in, samen met de twee Irakese jongens. Plotseling stond er een hele groep; het was echt een scenario uit een slechte film. Ik zei tegen de jongens dat ze terug naar de andere vluchtelingen moesten, want daar waren ze tenminste veilig.

Uiteindelijk bereikte ik een groep Duitse vrijwilligers, bij wie ik veilig de nacht kon doorbrengen. Ik sliep op straat, in een steegje, en kon moeilijk in slaap komen door alle adrenaline. Vanuit de steeg kon ik zien hoe op het plein diezelfde louche figuren aan het ouwehoeren waren met de politie.

De situatie was duidelijk te onveilig en ik besloot om met de lokale bus richting Vinkovci te reizen. De bus kwam alleen niet. Ik zocht verder, maar de lokale bewoners wilden me niet helpen. Oostelijke grensdorpen staan in de Balkan bekend als racistisch, gezien hun oorlogsverleden en economische achterstand. Via een facebookgroep voor journalisten in de Balkan kwam ik uiteindelijk aan een lift naar Zagreb.

Tot die tijd moest ik het uitzingen op een gevaarlijke plek. Overdag was ik nog wel veilig, maar zodra de nacht in zou vallen zou ik een makkelijk doelwit zijn. Ik had mijn kruit verschoten bij de lokale politie, toen ik tegen ze was uitgevallen nadat ze me voor de zoveelste keer op keer om mijn papieren hadden gevraagd en me maar bleven aanzien voor vluchteling. Ze wilden niets voor me betekenen.

Onder begeleiding ging ik terug naar de grote groep vluchtelingen, waar ik met de politie sprak om te kijken wat ze voor me konden betekenen. Opeens kwam die louche vent met zijn camera-apparatuur weer opdagen. Hij dacht dat ik hem aan het verlinken was bij de politie. Hij hield me steeds in de gaten, met een kwade blik in zijn ogen, en bleef me maar volgen. Op een gegeven moment volgde er opnieuw een korte achtervolging, toen ik richting een plek rende waar ambulances stonden.

Ik wist dat zij mijn laatste hoop waren, want doorgaans waren ze te vertrouwen. Ze spraken slecht Engels en dachten dat ik mot had met de politie, maar ik kon ze uitleggen wat er gebeurd was. Ze bevestigden dat het inderdaad fout volk was en dat ik een groot risico liep om ergens zonder spullen en na een paar klappen op mijn hoofd in de middle of nowhere gedropt te worden.

Uiteindelijk sprak ik een Nederlandse ambassadeur, met wie ik aanvankelijk een beetje mot kreeg. Hij vond dat ik geen prioriteit had, maar de vluchtelingen. Toch werd ik uiteindelijk opgepikt door de ambassade, die me naar Zagreb gebracht. Daar pakte ik het vliegtuig naar Nederland.

De onveilige situatie waar ik in belandde was waarschijnlijk slechts een topje van de ijsberg. Voor vluchtelingen, die uitgehongerd en oververmoeid aankomen op dit soort gevaarlijke plekken, waar louche mensen een slaatje willen slaan uit hun toch al zo ellendige situatie, is het allemaal nog honderd keer heftiger. Mensen die denken dat vluchtelingen een simpele tocht maken op weg naar geluk, zouden zich moeten realiseren dat het in werkelijkheid totaal anders is.

Meer VICE
VICE-kanalen