Foto: Getty / Brasil2

Mensen zullen door klimaatverandering waarschijnlijk juist meer kinderen krijgen

De effecten van klimaatverandering zullen wereldwijd verschillen, waardoor de ongelijkheid tussen landen nog veel groter wordt.

|
16 mei 2019, 9:02am

Foto: Getty / Brasil2

Klimaatverandering dreigt elke centimeter van het leven zoals we dat kennen te veranderen. Sommige rampen liggen voor de hand: stijgende zeespiegels zullen overstromingen veroorzaken, droogte zal de toegang tot drinkwater beperken en gigantische stormen zullen onze huizen en eigendommen vernietigen.

Maar er zijn ook minder bekende gevolgen, zoals de impact van klimaatverandering op ons gedrag. Een nieuw onderzoek dat onlangs in Environmental Research Letters werd gepubliceerd, richt zich op een aspect hiervan, namelijk hoe de opwarming van de aarde onze vruchtbaarheid zal beïnvloeden.

De onderzoekers kwamen tot enkele verrassende en verontrustende conclusies. Ze ontdekten dat het broeikaseffect het aantal kinderen zal laten stijgen, terwijl het onderwijsniveau juist zal dalen. Dit zal echter alleen gebeuren in bepaalde kwetsbare delen van de wereld. Hierdoor zou de reeds bestaande ongelijkheid tussen rijke en arme landen en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in die gemeenschappen vergroot worden.

VICE sprak met twee co-auteurs van het artikel: Gregory Casey, een assistent-professor Economie aan het Williams College, en Juan Moreno-Cruz, hoogleraar op het gebied van energietransities aan de University of Waterloo. Zij leggen ons uit hoe klimaatverandering precies van invloed kan zijn op het aantal kinderen dat mensen krijgen, en wat daar de gevolgen van zouden kunnen zijn.

VICE: Het kan behoorlijk overweldigend zijn om over klimaatverandering na te denken – de negatieve effecten zijn moeilijk te bevatten. Door je op slechts een van de mogelijke gevolgen te richten, maak je het een stuk beter behapbaar. Jullie kozen ervoor om te kijken wat de invloed van klimaatverandering is op de vruchtbaarheid van de mens. Wat was de reden om enkel hiernaar te kijken, in plaats van naar de vele andere dingen die beïnvloed zullen worden door de opwarming van de aarde?
Gregory Casey: Zowel onderwijs als vruchtbaarheid zijn erg belangrijke bepalende factoren als het aankomt op de langetermijnsituatie van de economie. Toen ik afstudeerde, lag mijn focus vooral op economische groei. Naarmate ik meer over klimaatverandering begon te leren, vond ik relatief weinig informatie over de manier waarop klimaatverandering deze twee factoren zou beïnvloeden. Toch zijn juist die twee factoren volgens economische onderzoeken van groot belang bij het bepalen van ons welzijn op de lange termijn.
Juan Moreno-Cruz: Het gaat niet alleen om vruchtbaarheid, ook al is dat wel het uiteindelijke resultaat van ons onderzoek. Het gaat vooral over onderwijs. En wat mij betreft, gaat het ook over empowerment van vrouwen. Dat vloeit ook voort uit het onderwijs.

Wat zijn, in grote lijnen, de manieren waarop economische factoren vruchtbaarheid beïnvloeden? Kunnen jullie dat verband uitleggen en vertellen wat er bedoeld wordt met de 'kwantiteit-/kwaliteitverhouding'?
Gregory: De kwantiteit-/kwaliteitverhouding is een economische term. Het algemene idee erachter is dat iedereen, inclusief ouders, beperkte middelen heeft wat betreft tijd en geld. Ze moeten keuzes maken: hoeveel kinderen ze willen, en hoeveel tijd en geld ze kunnen investeren in de gezondheid of opleiding van ieder kind. Dat is een standaard economische kwestie. Wanneer de voordelen en kosten van investeren in onderwijs veranderen, hebben ouders de neiging om hun gedrag te veranderen. Op basis daarvan passen ze ook hun ideeën aan over hoeveel kinderen ze willen en over hoeveel ze in ieder kind kunnen investeren.

Als je het zo bekijkt, hebben veranderingen die van invloed zijn op het onderwijs van een kind dus ook effect op beslissingen rondom vruchtbaarheid. Simpel gezegd ziet dat er zo uit: Woon je in een maatschappij waarin naar school gaan een hoog economisch rendement heeft? Dat zet ouders ertoe om minder kinderen te krijgen en hun schaarse middelen te investeren in onderwijs. In een tegenovergestelde situatie zullen ouders hun middelen waarschijnlijk gebruiken om andere dingen te doen, waaronder het krijgen van meer kinderen.

Jullie beschrijven in het artikel dat dit samenhangt met klimaatverandering, omdat klimaatverandering verschuivingen veroorzaakt binnen de economie. Op sommige plaatsen zal de economie zich meer op landbouw gaan richten, wat ook de waarde van het onderwijs verlaagt. Kunnen jullie daar iets meer over vertellen? Waarom leidt klimaatverandering tot een economie waarin landbouw centraal staat? En waarom zou dat ervoor zorgen dat men anders naar onderwijs begint te kijken?
Gregory: Het algemene uitgangspunt is dat klimaatverandering, met name in de buurt van de evenaar, een grote impact zal hebben op de economie. Dat geldt vooral voor de landbouw, omdat deze natuurlijke systemen enorm afhankelijk zijn van het klimaat. Wanneer de landbouwsector moeite heeft met productie en voedsel daardoor schaars wordt, zullen de prijzen en lonen stijgen, wat mensen stimuleert om hun huidige sector te verlaten en ook in de landbouw te gaan werken. Op die manier kunnen ze de voedselschaarste namelijk tegengaan.

Daarnaast is het bekend dat er in de agrarische sector minder nadruk wordt gelegd op onderwijs dan in andere sectoren. Als de voordelen van een baan in de landbouw stijgen, neemt het voordeel van een opleiding af. Deze kwantiteit-/kwaliteitverhouding creëert dus prikkels voor ouders om minder tijd en geld in de opleiding van hun kinderen te investeren en in plaats daarvan nog meer kinderen te krijgen.

Juan, kun je iets meer vertellen over hoe dit de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt verandert?
Juan: Dat is lastiger te kwantificeren. Zoals Greg zei, draait het er bij deze kwestie ook om dat je keuzes moet maken op basis van de middelen die je hebt. Je hebt een bepaald inkomen en moet dat verdelen onder al je gezinsleden. Als je in een maatschappij leeft waar jongens meer voorrechten hebben dan meisjes, bestaat er een kans dat je eerder geneigd bent om de opleiding van je dochters op te offeren dan die van je zoons.

Het is op dit moment allemaal nog vrij speculatief. Maar in landen waar mannen op cultureel vlak momenteel al boven vrouwen worden verkozen, wordt de verdeling van middelen door klimaatverandering mogelijk nog ongelijker gemaakt.

Als je door de decennia heen naar de economische vooruitgang van verschillende landen kijkt, merk je dat de participatie van vrouwen als onderdeel van de beroepsbevolking een belangrijke indicator voor vooruitgang is. Dat wordt [door klimaatverandering] in gevaar gebracht.

De participatie van vrouwen is erg belangrijk, maar in moeilijke tijden kan dit er snel op achteruitgaan. We weten al dat klimaatverandering de armere mensen het hardst zal treffen. Nu denken we ook na over hoe cultuur een rol zal gaan spelen in de manier waarop klimaatverandering de economie zal beïnvloeden.

Laten we het hebben over het model dat jullie voor het onderzoek hebben opgezet. Jullie gaan namelijk verder dan abstracte speculaties en hebben deze theorieën volledig gekwantificeerd.
Gregory: Wat de modellering betreft, hebben we in principe twee gevestigde verzamelingen aan feiten en theorieën samengevoegd. De eerste theorie die we hiervoor gebruikten, is gebaseerd op de enorme hoeveelheid onderzoek die al is gedaan naar het verband tussen de economische situatie en vruchtbaarheid.

We hebben geprobeerd om het besluit van ouders over de investering in onderwijs tegenover de investering in meer kinderen wiskundig te kwantificeren. Daarnaast maakten we gebruik van een theorie die stelt dat de grootte van landbouwsectoren hier een belangrijke rol in spelen. Dat voegden we samen, in combinatie met een aantal bestaande schattingen over de gevolgen van klimaatverandering, waarin wordt aangegeven dat de landbouw hier negatief door zal worden beïnvloed.

Uit jullie onderzoek blijkt dat de invloed van klimaatverandering op vruchtbaarheid per gebied verschilt. Dat hangt volgens jullie af van de band die de samenleving met landbouw heeft en hoe dominant de landbouw in hun economie is.
Gregory: Jazeker. Klimaatverandering zal het voor mensen in agrarische samenlevingen moeilijker maken om voedsel te produceren. Dit betekent dat er meer mensen in de landbouw moeten gaan werken om genoeg voedsel voor de hele bevolking te produceren. Dit verlaagt het opleidingsniveau en verhoogt de drang om meer kinderen te krijgen. Dat verergert de negatieve economische effecten van klimaatverandering alleen maar, met name in zulke kwetsbare gemeenschappen.
Juan: Op de korte termijn heb je nu meer mensen die gevoed moeten worden. Maar deze mensen zijn ook minder goed opgeleid, wat op de lange termijn gevolgen heeft voor de economie. Zelfs als een gemeenschap zich probeert te herstellen van klimaatverandering, zal dat hierdoor lastiger worden. Onze vruchtbaarheid veroorzaakt zo een negatieve vicieuze cirkel, waardoor de effecten van klimaatverandering een stuk blijvender worden.

Een veelbesproken gevolg van klimaatverandering is migratie. We hebben nu vooral de neiging om klimaatvluchtelingen als een dreigende ramp te zien. Maar het klinkt alsof migratie een manier zou kunnen zijn om aan de vicieuze cirkel te ontsnappen. Klopt dat?
Gregory: Dat zijn de twee kanten van migratie. Het feit dat de klimaatverandering zo extreem is dat er mensen door op de vlucht slaan, is ongetwijfeld negatief. Maar het is wel een manier om bepaalde specifieke negatieve gevolgen een beetje te verminderen. Toch zou het natuurlijk beter zijn als het überhaupt niet nodig was om te migreren.

In jullie model maken jullie gebruik van een hypothetische economie, gebaseerd op Colombia. Dit vergelijken jullie met een land als Zwitserland. Waarom hebben jullie daarvoor gekozen en wat kwam er uit die vergelijking voort?
Gregory: Ons doel was om te kijken hoe het effect zou variëren op verschillende locaties, waaronder gebieden met verschillende inkomensniveaus. Een van de meest schokkende resultaten uit ons onderzoek, is het feit dat er veel negatieve gevolgen zullen zijn voor gebieden die rond de evenaar liggen. Dit zijn vaak armere gebieden die in de eerste plaats ook nog eens veel minder hebben bijgedragen aan de totale CO2-uitstoot. Als je naar gebieden in het rijkere noorden kijkt, kom je tegenovergestelde patronen tegen.

We verwachten dat klimaatverandering op sommige plaatsen de landbouwproductiviteit juist zal verbeteren. In verhouding met de armere landen kom je hier exact tegenovergestelde resultaten tegen, die in het voordeel zullen zijn van de rijkere landen in het noorden. De bestaande ongelijkheid zal daardoor worden verergerd. Daarnaast worden de gebieden die minder hebben bijgedragen aan het probleem nu harder gestraft door de negatieve gevolgen van klimaatverandering.

Als ik het goed begrijp, zijn er dus gebieden die minder mankracht richting de landbouw hoeven te sturen op het moment dat de gevolgen van klimaatverandering eenmaal merkbaar zijn. Voor hen is het niet nodig om afstand te nemen van het onderwijs en meer mensen in de agrarische sector te laten werken. Zij worden juist aangemoedigd om het tegenovergestelde te doen, wat betekent dat ze zich meer met onderwijs bezig kunnen houden en minder kinderen zullen krijgen.
Gregory: Precies.
Juan: We hebben ook onderzocht wat er gebeurt als je het land naar een andere locatie verplaatst. Wat als Colombia in het noorden lag? Op het klimaat na, behielden we de kenmerken van Colombia als land zijnde. Vervolgens verplaatsten we het land naar het noorden en keken we wat er gebeurde. Wat zou er gebeuren als je Zwitserland naar het zuiden zou verplaatsen? Op die manier behoud je een land met een sterke economie, maar geef je het een tropisch klimaat en kijk je wat er vervolgens gebeurt.

Jullie verplaatsten Zwitserland naar Colombia en zeiden: “Nu is alles hetzelfde, alleen wordt het meer beïnvloed door het klimaat.” Wat leverde dat op?
Gregory: Als je Zwitserland op de plek van Colombia neerzet, lijken de gevolgen van klimaatverandering in Zwitserland ineens ook een stuk meer op die van Colombia. Dat droeg bij aan een van onze belangrijkste conclusies, namelijk dat er een groot verschil is tussen rijkere plekken in het noorden en de armere meer centraal gelegen gebieden: het lijkt erop dat geografie meer bepaalt wat de impact van klimaatverandering is dan de mate waarin een land ontwikkeld is.

Dat lijkt me behoorlijk belangrijk, zeker als je denkt aan de onvermijdelijke ongelijkheden en vooroordelen die rond ontwikkelde en minder ontwikkelde landen zullen ontstaan. We zijn snel geneigd om de problemen van een land te wijten aan hun ontwikkelingsniveau, terwijl het in feite meer te maken heeft met hun geografische locatie. Als een ander – meer ontwikkeld – land zich op die plek zou bevinden, zouden ze met dezelfde problemen kampen.
Gregory: Als je het vanuit het perspectief van ons onderzoek bekijkt, klopt dat inderdaad. Toch denk ik dat er wel andere manieren zijn waarop de economie van een land kan bijdragen aan hoe een land omgaat met klimaatverandering, maar dat was geen onderdeel van ons onderzoek.

Al deze veronderstellingen gaan ervan uit dat landbouwarbeiders laagopgeleid zijn of dat onderwijs minder belangrijk is in een economie gericht op agricultuur. Maar wat als we ons een toekomst voorstellen waarin de landbouwsector een grote technologische ontwikkeling doormaakt? In dat geval zouden de mensen die in deze sector werken namelijk een hoger opleidingsniveau nodig hebben.
Juan: Je zou kunnen zeggen dat Colombia sterker getroffen wordt omdat hun machines en technologie minder goed zijn en het land minder ontwikkeld is. Maar zoals Greg al aangaf, was de situatie in Zwitserland hetzelfde toen we het naar het zuiden verplaatsten – en dat terwijl zij een beter ontwikkelde landbouwtechnologie hebben. Stel je voor dat de gehele agrarische sector in de toekomst wordt gedreven door kunstmatige intelligentie en je weinig arbeiders nodig hebt, zoals nu al het geval is in sterk ontwikkelde landen. Je zou dan denken dat ontwikkelde landen rond de evenaar ook geen problemen meer ervaren. Toch bewijzen onze resultaten het tegendeel.
Gregory: Als we in een wereld leefden waar onderwijs centraal stond in het landbouwproductieproces, zouden de resultaten naar mijn idee anders zijn. Andere voor de hand liggende manieren om de gevolgen van klimaatverandering op macro-economische schaal te verminderen, zijn handel en migratie.

Daarnaast hebben we het in ons onderzoek kort over internationale hulp die de agrarische sector zou kunnen ondersteunen. In plaats van het tekort aan landbouwproductie te compenseren door de arbeid in armere landen te herverdelen, kunnen rijkere landen ook ontwikkelingshulp inzetten die gericht is op het stimuleren van de agrarische sector. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat er minder mensen nodig zijn in de landbouw, wat de negatieve gevolgen vermindert.

Jullie hebben je specifiek gericht op het verband tussen twee domeinen die in eerste instantie weinig met elkaar te maken lijken te hebben, zoals het aantal kinderen dat mensen krijgen en de economie. Welke andere disciplines zouden volgens jullie met elkaar in verband moeten worden gebracht, om inzicht te geven in de gevolgen van klimaatverandering?
Gregory: Het eerste wat in je opkomt, is waarschijnlijk gezondheid. We weten dat klimaatverandering veel verschillende gevolgen zal hebben voor de gezondheid. En we weten ook dat gezondheid van grote invloed is op de economie en demografie. Door de gezondheidsgevolgen van klimaatverandering op een genuanceerde manier in verband te brengen met andere disciplines, kunnen we naar mijn idee een stuk meer te weten komen over deze belangrijke vragen.
Juan: Wat ik het leukst vind aan dit onderzoek, is het feit dat we een vraag stellen die niet puur op economie gericht is. Daar heb je dus verschillende disciplines bij nodig. Naarmate vragen ingewikkelder worden, heb je ook meerdere disciplines nodig om er een antwoord op te kunnen vinden. Ik merk dat er een grote behoefte is aan een combinatie van culturele antropologie en economie, of sociologie en economie. Klimaatverandering kan namelijk een behoorlijke impact hebben op de manier waarop we als maatschappij met elkaar omgaan.

Nog een laatste vraag. Eerder had ik het over het overweldigende gevoel dat je krijgt als je denkt aan de opeenstapeling van problemen die klimaatverandering veroorzaakt. Is er binnen jullie modellering ook nog ruimte voor een beetje optimisme? Geeft het voorspellen van de problemen jullie een gevoel van controle, of maakt het jullie vooral bang?
Gregory: Dat is een interessante vraag. Wat ik leuk vind aan economie, is dat er in zekere zin altijd sprake is van controle. We kunnen nadenken over wat mensen kunnen of zouden doen, zoals we net deden toen we het over migratie hadden. Dat is niet altijd positief, maar we kunnen wel denken over hoe we er het beste van kunnen maken, bijvoorbeeld door ons aan te passen of door de negatieve gevolgen van klimaatverandering te verminderen.

Toch zou ik in het algemeen zeggen dat de resultaten van ons onderzoek niet erg optimistisch zijn. Na het onderzoek was ik zelfs nog pessimistischer over de effecten van klimaatverandering dan toen ik eraan begon.

Juan: Het model laat veel negatieve gevolgen van klimaatverandering zien. Maar wat ik als een positief resultaat zie, is dat mensen ook goed weten hoe ze weer uit de problemen kunnen komen. We zijn erg goed in het gebruiken van onze intelligentie om manieren te bedenken waarmee we onze problemen kunnen oplossen. Dat doen we al millennia.

Als ik naar mijn studenten en jongere generaties kijk, merk ik dat die innovaties nu al op meer sociaal-structureel niveau plaats lijken te vinden. We beginnen de waarde van sociaal kapitaal te begrijpen, hebben een beter besef van onze relaties met elkaar en hechten meer waarde aan die dingen dan vroeger. Klimaatverandering zou de samenleving ertoe kunnen zetten om meer met elkaar samen te werken aan het oplossen van problemen. Het helpt ons inzien dat we allemaal voor hetzelfde probleem staan.