FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

De vreemde schoonheid van de Chinese man die door het lint ging op het vliegveld

Hij is een leeuw met afgestompte tanden, grommend naar de giechelende toeristen vanachter het verstevigde glas van zijn status.
13 maart 2013, 8:55am

Dit filmpje over een hooggeplaatste Chinese regeringsbeambte die een woedeaanval krijgt op vliegveld Changshui is fascinerend. In een notendop gaat het over een man die een nare ervaring heeft bij de gate. Hij heeft blijkbaar te lang zitten ontbijten, en daardoor z’n eerste vlucht gemist, en daarna de oproep voor z’n tweede vlucht niet gehoord. Maar het is meer dan een geinige beveiligingsvideo.

In het begin staat onze man (de linker, in het grijsblauwe pak) rechtop, met z’n handen respectvol achter zijn rug. Dit is niet de lichaamstaal van iemand die op het punt staat een zenuwinzinking te krijgen. Z’n houterige bewegingen en opgerolde krant geven een kleine indicatie van de existentiële storm die onder z’n kalme uiterlijk woedt.

 De bureaucraten die om hem heen staan lijken zich op dit moment nog niet al te veel zorgen te maken. Ik kan me voorstellen dat ze niet elke dag te maken krijgen met een ambtenaar die hun balie probeert te vernielen, dus hun zelfvoldane kalmte is op zich wel begrijpelijk.

Nadat hij het beveiligingsteam een vals gevoel van veiligheid heeft gegeven, besluit hij hen te laten zien waar een man van zijn rang mee weg kan komen, en begint hij te testen hoe sterk die communistische vliegvelddeuren eigenlijk zijn. Het antwoord, zo ontdekt hij, is: sterk genoeg om bestand te zijn tegen een paar duwtjes van een man van gemiddeld postuur. Wie had dat gedacht?

Hij blijft duwen, maar het haalt weinig uit. Een nieuwsgierige beveiliger komt dichterbij om te zien wat er aan de hand is.

Wanneer hij zich realiseert dat het niet de schuld van de deur is dat hij z’n vlucht heeft gemist, draait de man zich om en loopt hij dreigend af op de twee dingen die daar wel verantwoordelijk voor zijn: computers, en de ongelukkige mensen die ze gebruiken. Hij gooit het toetsenbord op de grond, smijt de zwaar verouderde monitor neer en wijst naar de doodsbange werknemer alsof hij wil zeggen: “Wat ga je nu beginnen zonder je dierbare Windows Vista?”

Je moet wel respect hebben voor z’n fysieke controle, de ongewone bewegingen en perfecte timing waarmee hij elke zwiep en mep uitvoert. Als je goed kijkt, zie je sporen van de grote slapstick-komieken van vroeger. Keaton, Arbuckle en Chaplin komen allemaal terug in de bewegingen van deze woedende man. Combineer dat met het schokkerige, iets te trage camerawerk, en het is net alsof je naar een heruitgave van een oude Chinese stille komedie kijkt. Het is een video die op de grens zit tussen mannelijkheid, komedie en kunst.

Hij gaat door met zijn technofobische uitbarsting tot een kleine groep van geüniformeerde beveiligers ten tonele verschijnt. Omdat dit China is, waar iedereen veel respect heeft voor z’n superieuren, kijken ze in een kringetje toe terwijl hij z’n eigen interpretatie van de film Falling Down weggeeft, in plaats van hem neer te slaan of met een tank te overrijden.

Terwijl het clubje hulpeloze beveiligers toekijkt verzamelt een groeiende menigte zich rond de commotie om zich te vergapen aan de zenuwinzinking van hun meerdere. Niemand lijkt in te grijpen.

Door het steeds groter wordende publiek verandert de oprechte demonstratie van hulpeloosgeid in een poppenkast, waarin onze Jan Klaassen de toeschouwers bij z’n chaotische theaterproductie probeert te betrekken door ze uit te dagen. Het rollenspel van de Chinese maatschappij wordt hier omgedraaid: het proletariaat kijkt toe hoe de hooggeplaatste man zichzelf vernedert in het openbaar.

 Met z’n vrouw aan de ene kant, de vliegtuigdeuren aan de andere, en de verzamelde toeschouwers voor hem, zit onze man metaforisch, emotioneel, politiek en fysiek gevangen. Het enige dat hij nu kan doen is ijsberen in de vernielde leeuwenkooi die hij voor zichzelf heeft gecreëerd. Hij is te machtig om door de beveiligers te worden afgevoerd en in elkaar te worden geslagen, maar te boos om zelf te vertrekken.

 Hij is een leeuw met afgestompte tanden, grommend naar de giechelende toeristen vanachter het verstevigde glas van zijn status.

China is een land van ijzersterke familiewaarden, dus blijven zijn vrouw en kinderen trots naast hem staan terwijl hij de balie (die eruitziet als een verouderde Kijkshop-etalage) met de grond gelijk maakt. Uiteindelijk kalmeert onze man en begint hij met z’n vliegticket te zwaaien. Z’n gespannen uitziende vrouw kiest juist dit moment om het enige nog ongebroken item op de balie op te pakken, en het in een laatste daad van geprivilegieerde humeurigheid kapot te gooien.

Zoals dat gaat in het leven, eindigt dit verhaal niet met een duidelijke conclusie, maar in een staat van langzaam verminderende chaos. De camera verliest z’n interesse, en in de laatste beelden zien we onze hoofdrolspelers verward verschillende kanten op wijzen als de verdwaalde toeristen die ze eigenlijk zijn.

In de laatste beelden worden ze zich opnieuw bewust van hun sociale positie, en stellen ze vragen aan elkaar op een manier die suggereert dat er niets is gebeurd—waarom staan al die mensen ze zo raar aan te kijken? Maar de menigte blijft staan om het slotakkoord van deze moderne nachtmerrie niet te missen.

Ik weet niet wat er met de man is gebeurd. Ik zou er vast wel achter kunnen komen als ik dat echt zou willen, maar eerlijk gezegd ben ik vrij tevreden met dit perfecte, prachtige kiekje van een man die zijn macht (en zijn verstand) even helemaal verliest.