FOETUS2kopie
Afbeelding door Djanlissa Pringels
Identiteit

Hoe de foetus het boegbeeld van de anti-abortusbeweging werd

Op echo-scans lijkt de foetus eenzaam in de leegte te zweven, de moeder ontbreekt. “Dezelfde technologie die de foetus zichtbaar maakte, heeft ervoor gezorgd dat de moeder onzichtbaar werd.”
10.11.20

Als je in een beeldbank zoekt op het woord ‘abortus’, krijg je grofweg drie verschillende soorten beelden. 1: stockfoto’s van droevige vrouwen, al dan niet met een zwangerschapstest in de hand. 2: nieuwsfoto’s van mensen over de hele wereld die met spandoeken voor het recht op een toegankelijke en veilige abortus demonstreren. 3: foetussen, heel veel foetussen, in allerlei soorten en maten. 

Die foetus-afbeeldingen worden in de meeste gevallen, direct of met een omweg, gebruikt om het standpunt over te brengen dat abortus een slechte zaak is. De afgebeelde foetussen zijn vaak al aardig gevorderd in hun ontwikkeling, met een duidelijk herkenbaar gezicht, stemmig gesloten oogjes en een duimpje in de mond. Het is niet moeilijk om te zien waarom zo’n afbeelding effectief is: de foetus is zo eigenlijk al een baby, een weerloos wezentje dat onze bescherming nodig heeft. 

In een aflevering van het tv-programma Medialogica (december 2019) wordt uitgelegd hoe de anti-abortusbeweging succesvol gebruikt maakt van kleine plastic foetusjes om tot het grote publiek door te dringen. “Dit wil je koesteren, hier houd je van,” zegt voormalig kamerlid Lea Bouwmeester over het poppetje, terwijl ze het in haar hand houdt. In 2011 kreeg ze tot haar afschuw ongevraagd een exemplaar toegestuurd door anti-abortusstichting Schreeuw om Leven. 

De foetus was niet altijd al zo zichtbaar. Lange tijd wisten de meeste mensen niet precies hoe het prenatale groeiproces van een mens eruitzag. Er waren wel tekeningen en modelletjes van wax, gebaseerd op de dode embryo’s en foetussen die in medische collecties in potten sterk water dreven, maar daadwerkelijk zien wat zich in je eigen baarmoeder afspeelde was simpelweg niet mogelijk. Als je zwanger was, wist je pas zeker dat er iets leefde in je buik op het moment dat je het voelde bewegen (meestal gebeurt dat vanaf vier maanden).

Advertentie

Dat veranderde in de jaren zestig. De fotoserie A Child is Born van de Zweedse fotograaf Lennart Nilsson maakte wereldwijd een overweldigende indruk, toen die in 1965 verscheen in Life Magazine. Nilsson maakte extreme close-ups van embryo’s en foetussen in verschillende staten van ontwikkeling, in kleur, van garnaalvormig aanhangsel tot een bijna volgroeid kind. Op de foto’s lijkt het net of je rechtstreeks de baarmoeder in staart, waarin de foetus kalmpjes rondzweeft als een eenzaam austronautje. In werkelijkheid werkte Nilsson met dode embryo’s en foetussen, zodat hij alles kunstig kon belichten en hij zijn onderwerpen in de meest effectieve houdingen kon manoeuvreren. 

Ook werd het in die tijd met de hulp van echografie voor het eerst mogelijk om werkelijk naar een groeiende embryo te kijken – al is er meestal wel een specialist nodig om te vertellen wat er precies te zien is op zo’n scan. Niet alleen kon de vrucht zo beter gecontroleerd worden op mogelijke gezondheidsproblemen, psychologen in de jaren zeventig suggereerden dat de scans het voor aanstaande moeders makkelijker maken om alvast aan het ongeboren leven in hun buik te hechten. Voor aanstaande ouders is het ondergaan van een echografie een vast onderdeel van de zwangerschap geworden, en het delen van de eerste scans met vrienden en familie ook. “Het venster op de baarmoeder, eens het privé-domein van de vrouw, lijkt voor het publiek geopend. Iedereen mag meekijken naar wat daarbinnen gebeurt”, schrijft mediawetenschapper José van Dijck in 2001. 

In de jaren tachtig wezen verschillende feministische schrijvers erop dat deze nieuwe visuele aanwezigheid van de foetus niet alleen maar voordelen heeft. Vóór de echografie bestond, was het vooral aan de vrouw geweest om te voelen hoe haar zwangerschap verliep – zij en de vrucht in haar buik waren een geheel, zij voelde de eerste tekenen van leven. Nu kon een medisch specialist zich als het ware rechtstreeks tot het embryo richten, terwijl de zwangere persoon stilletjes op de behandeltafel ligt, als een levende incubator. 

Advertentie

Op zowel Nilssons kleurenfoto’s als op echo-scans lijkt de foetus eenzaam in de leegte te zweven, de moeder ontbreekt. “Dezelfde technologie die de foetus zichtbaar maakte, heeft ervoor gezorgd dat de moeder onzichtbaar werd,” schreef politicoloog Rosalind Pollack Petchesky in 1987 in haar invloedrijke essay ‘Fetal Images: the Power of Visual Culture in Reproductive Politics’. Door de zichtbaarheid werd de foetus een individu, dat al losgemaakt is van de moeder en soms zelfs tegenovergestelde belangen heeft. Zo werd het ook makkelijker om de gevoelens en menselijkheid van de zwangere vrouw in het abortusdebat te negeren – iets wat nu nog steeds gebeurt. “Wat ik vaak mis, als mensen het hebben over abortus, is het perspectief van de vrouw,” zei arts en activist Rebecca Gomperts onlangs in Volkskrant, nadat haar in een uitzending van De Vooravond was gevraagd of ze een zwangerschap van negen maanden zou afbreken. “Er is geen inlevingsvermogen.”  

Natuurlijk dook de anti-abortusbeweging gretig op deze toegenomen foetus-zichtbaarheid. Voordat echo-scans beschikbaar waren, waren ze aangewezen op religieuze (‘het mag niet van God’) en morele (‘alleen slechte vrouwen worden ongewenst zwanger’) argumenten. Met de foetus als zichtbaar individu was het mogelijk om een veel aangrijpender bezwaar te gebruiken: de foetus als zielig mensje dat beschermd moet worden. De aandacht werd zo succesvol verlegd van de onmogelijke pijn die vrouwen riskeren bij een illegale abortus, naar de ingebeelde pijn van de foetus.

Petchesky noemt in haar essay het huiveringwekkende voorbeeld van The Silent Scream, een nog altijd veelbekeken ‘documentaire’ uit 1984 waarin een anti-abortusarts echografische beelden laat zien van een abortus, waarbij te zien zou zijn dat de twaalf weken oude foetus schreeuwt van ellende. Het was de eerste keer dat een abortus op zo’n elektronische manier verbeeld werd – ook al zijn de beelden gemanipuleerd en misleidend, door de wetenschappelijke presentatie raakten toch veel mensen overtuigd. Volgens Petchesky slaagden anti-abortusactivisten er met dit soort echobeelden in om hun argumenten uit het religieuze-mystieke domein naar het medisch-technologische te verplaatsen. “Visuele representaties van de foetus zijn van vitaal belang voor de anti-abortusbeweging,” schrijft ze. 

Petchesky stelt dat de feministische beweging er daarentegen niet in geslaagd is om een symbool te bedenken dat vrije toegang tot abortus ondersteund. Christa Compas, directeur van het Humanistisch Verbond, vertelt 33 jaar later in de aflevering van Medialogica dat zo’n beeld nog steeds niet gevonden is. “Ik zou het mooi vinden als er een beeld gevonden wordt voor het leven dat je zelf mag inrichten, maar dat is er nu nog niet. Het is lastig,” aldus Compas. 

Maar wat moeten we dan? In de recent verschenen bundel Representing Abortion (2020) wordt een antwoord gezocht op Petchesky’s vraag. Abortus is er in de afgelopen 35 jaar niet veel minder controversieel op geworden, en de anti-abortusbeweging gaat steeds gewiekster te werk, merkt professor in genderstudies Rachel Alpha Johnston Hurst  in het voorwoord op. Ze presenteren zich niet meer als streng-religieuze mannen die bloederige plaatjes van geaborteerde foetussen onder je neus duwen, maar als een warmhartige organisatie die pretendeert ongewenst zwangere mensen te willen beschermen en ondersteunen. De site van de Nederlandse stichting Stirezo lijkt bijvoorbeeld op het eerste gezicht een plek met informatie voor ongewenst zwangeren, maar tussen de regels staat er dat een abortus op hetzelfde neerkomt als het doden van een kind.

In Representing Abortion wordt een aantal voorbeelden genoemd van omgaan met abortus die daar een tegenwicht aan bieden: Japanse religieuze rituelen, zwarte humor, tienerseries en het Museum voor Abortus en Contraceptie in Wenen, waar een sobere tentoonstelling van objecten als zeep, puntige stokken en keukentafels een verontrustend beeld geven van een werkelijkheid waarin er geen vrije toegang tot een behoorlijke abortuskliniek is. Er is vooral veel aandacht voor mensen die over hun eigen ervaring met abortus schrijven, en op hoeveel uiteenlopende wijzen dat gebeurt. 

Ook het feministisch collectief De Bovengrondse vindt het zorgelijk dat er een steeds conservatiever en luider geluid te horen is tegen abortus, en pleit voor een ‘ander verhaal’ over abortus: niet alleen verhalen over schuld, spijt en schaamte, maar ook een positiever en liefdevoller geluid over opluchting en kwaliteit van leven. Om die boodschap kracht bij te zetten, lanceerden ze vandaag de campagne #abortusredtlevens

Een visuele tegenhanger van de zielige foetus lijkt niet voorhanden te zijn – ook omdat de daadwerkelijke ervaring van het ondergaan van een abortus veel te complex en divers is voor één enkel beeld. De voornaamste manier om daar recht aan te doen, is het openlijk delen van de verhalen van mensen die er een ondergingen.