FYI.

This story is over 5 years old.

nieuws

Oké, het systeem is dus kut

Maar zijn de oplossingen van Occupy beter dan?
21.12.11

Het is even voorspelbaar als verrassend dat Occupy Wall Street transformeerde van een paar linkse, krakende protestanten in Zuccotti Park tot een wereldwijde beweging. Voorspelbaar omdat de combinatie van a) wereldwijde financiële crisis, b) het redden van de banken door de belastingbetalers en c) de strenge bezuinigingsmaatregelen die daarop volgden, politiek gezien hetzelfde is als de hele Westerse wereld met benzine overgieten. Verrassend omdat niemand had verwacht dat een demonstratie in tentjes—opgezet door het tijdschrift Adbusters en de Anonymous-beweging—hetgene zou zijn dat de boel in de fik zou steken. Occupy, een beweging zonder leiders, verspreidde zich wereldwijd over 2.400 steden. Het wordt langzaamaan wat georganiseerder en de Occupy’ers proberen het eens te worden over wat de beweging nou eigenlijk wil bereiken met die oeverloze, door trommels ondersteunde vergaderingen van ze. Zolang er geen goed verwoord statement naar buiten komt dat geschikt is voor de buitenwereld, zullen we het moeten stellen met de ontelbare hervormingsvoorstellen die ze uiten op Occupy-forums, livestreams en Twitter-feeds. Hieronder hebben we een aantal suggesties van de Occupy-beweging samengebracht; zowel slimme oplossingen als belachelijke voorstellen. We hebben per suggestie om commentaar gevraagd bij Richard Beardsworth, professor in politieke filosofie en buitenlandse betrekkingen aan de American University van Parijs en Martin Kragh, universitair hoofddocent aan de Stockholm School of Economics. EEN WERELD ZONDER GELD Veel betogers geloven dat een wereld zonder geld een betere plaats is voor iedereen. Alle problemen kunnen dan immers worden opgelost zonder dat iemand roept: “Nee, dat is te duur!” Ook denkt men dat de criminaliteit ‘enorm zal afnemen’ in een wereld gebaseerd op ruilhandel, waarin iedereen gratis kennis en vaardigheden uitwisselt. Richard Beardsworth: Zonder geld als ruilmiddel en waardemeter zouden er geen internationale handel en investeringen meer zijn en dus ook geen groei. Een wereld zonder geld zou simpelweg geen wereld zijn. Zoals meer voorstellen die worden gedaan tijdens de moderne crises, is dit voorstel historisch gezien onzinnig en slechts metafysisch. Martin Kragh: Het idee van een wereld zonder geld is er al eeuwen. Archeologisch en antropologisch onderzoek wijst echter uit dat alle grotere samenlevingen een of andere vorm van betaalmiddel gebruikten. Al duizenden jaren geleden gebruikte men bijvoorbeeld schelpen, cacaobonen en verschillende soorten metaal als vroege vorm van geld. Tegenwoordig worden de meeste transacties elektronisch gedaan, maar het is nog steeds geld. Je kunt het huidige monetaire systeem wel beetje voor beetje veranderen, maar zolang er handel en interactie tussen mensen bestaat, zal er altijd geld zijn. VOER DE GLASS-STEAGALL ACT WEER IN De Glass-Steagall Act van 1933 maakte een scheiding tussen investeringsbanken en commerciële banken. Zo hoefden de banken waar de meeste mensen hun geld hadden ondergebracht, niet meer te speculeren op riskante effecten. Veel onderdelen van de Glass-Steagall Act werden teruggedraaid in 1999, toen de Gramm-Leach-Bliley Act werd aangenomen. Sommige aanhangers van de Occupy-beweging denken dat het herinvoeren van de Glass-Steagall Act helpt bij het controleren van speculatie op complexe en riskante financiële producten zoals derivaten, die volgens hen de financiële ineenstorting hebben veroorzaakt. Richard Beardsworth: De Gramm-Leach-Bliley Act doorbrak het verschil tussen investeringsstrategieën en deposito’s. Zo konden bankiers hun verantwoordelijkheden bewust of onbewust negeren en excessieve risico’s nemen met het spaargeld en de schulden van andere mensen. In deze context lijkt het me politiek verstandig om de scheiding tussen investerings- en commerciële banken weer in te voeren (de financiële argumenten ken ik niet). Zonder die scheiding wordt de daadwerkelijk verantwoordelijke voor de crisis politiek niet aangesproken. Dat is dus een vorm van slechte politiek. Martin Kragh: In het Verenigd Koninkrijk wordt op dit moment al gesproken over het herinvoeren van een wet die de commerciële banken weer scheidt van de investeringsbanken. Dit is een politiek proces en is dus nogal lastig te voorspellen. Wel is het duidelijk dat alle Westerse economieën uit deze crisis zullen komen met een nieuwe set voorschriften. We weten alleen nog niet welke. VERANTWOORDELIJK GEDRAG Sommige Occupy-mensen vinden dat er een plafond moet zijn voor de hoeveelheid geld die je mag hebben—laten we zeggen, 1 miljard euro per persoon—en voor hoe groot het wereldwijde marktaandeel van een bedrijf mag zijn—laten we zeggen: 10%. Zoals een van de forumbezoekers (met de naam ‘apacheman’) op occupywallstreet.com het verwoordt: “Er is geen morele, ethische of juridische grond om toe te laten dat een individu of corporatie ongelimiteerde rijkdom kan vergaren. Een plafond instellen voor rijkdom en marktaandeel is het beste voor iedereen.” Richard Beardsworth: De ongelijkheid tussen rijk en arm is de afgelopen twintig jaar behoorlijk toegenomen, maar we moeten niet vergeten dat de relatieve armoede in diezelfde periode is afgenomen (vooral door de enorme groei van opkomende economieën). Een antwoord op deze groeiende ongelijkheid is om vele morele redenen noodzakelijk. Toch denk ik dat we niet per se een limiet moeten stellen aan individuele rijkdom, maar over deze rijkdom belasting moeten heffen; geleidelijk en door institutionele mechanismen. Met andere woorden: laten we niet moraliserend doen over het vergaren van rijkdom, maar de grenzen ervan institutionaliseren. Martin Kragh: Hoe weet je ooit dat 1 miljard het magische getal is? Ik snap het niet. En wordt dit getal aangepast in geval van inflatie en bewegingen van de wisselkoers? En als een bedrijf een gigantisch marktaandeel heeft, is dat dan niet omdat mensen van hun producten houden? Regeringen zouden niet moeten reguleren of mensen iPhones of Samsungs kopen. Ik ben een voorstander van progressieve belasting, maar we moeten ondernemerschap en investeringen óók aanmoedigen. Dit betekent dat we moeten accepteren dat sommige succesvolle mensen nu eenmaal meer geld verdienen. WERELDWIJDE AANSPRAKELIJKHEID Sommige Occupy-lieden willen dat de wereldwijde energie- en financiële sectoren constant en grondig worden onderzocht op fraude, omkoping, handel met voorkennis, overtreding van milieuwetten en belangenverstrengeling. Na publicatie van deze onderzoeken worden alle overtreders (inclusief politici) vervolgd. Uit deze suggestie spreekt een bepaald gevoel dat onder de betogers leeft, namelijk dat wijdverbreide corruptie en illegale activiteiten de economie om zeep hebben geholpen. Richard Beardsworth: Dingen zijn nooit zwart-wit. De pretenties achter dit voorstel zijn utopisch en moralistisch. Een universele instantie die de wereldwijd voorkomende bankfraudes onderzoekt, is echter wel een redelijke suggestie. Wat als eerste moet gebeuren (het meest uitvoerbare en effectieve), is de vernietiging van belastingparadijzen. Martin Kragh: Dit klinkt mij wel goed in de oren. Toch ben ik bang dat de huidige financiële ramp is veroorzaakt door mensen die volledig volgens de bestaande regelgeving handelden. Eerst moeten we dus zorgen voor goed bestuur en degelijke reguleringen. CONTROLE OVER ONS EIGEN GELD Een ander idee dat wordt opgeworpen in online Occupy-discussiegroepen, is dat belastingbetalers meer te zeggen moeten krijgen over hoe hun geld wordt besteed. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van veilige belastingbetalingspunten, waar burgers kunnen kiezen welke regeringsafdelingen en -programma’s ze willen ondersteunen. De regering kan dan bepaalde voorstellen aan stemmers presenteren, maar uiteindelijk bepalen de burgers welke programma’s geld krijgen en hoeveel. Richard Beardsworth: Lokaal gezien is een sterke participatiedemocratie ten aanzien van fiscaal beleid een goed idee. Nationaal gezien is het echter onzinnig, gegeven de technische complexiteit van de vraagstukken. Dit is geen excuus voor een technocratie (Obama kon Wall Street mede niet hervormen omdat hij het technische advies van insiders nodig had), maar je moet in gedachten houden dat het politiseren van technische vraagstukken als proces al lastig genoeg is. Directe beslissingsbevoegdheid voor burgers is niet het antwoord op dit probleem. We moeten het republikanisme heruitvinden voor dit tijdperk en dus niet complexe vraagstukken simpelweg terugbrengen tot het stadstaatmodel van democratische participatie. Martin Kragh: Dit idee klinkt mij extreem gevaarlijk in de oren. We willen niet dat mensen gaan overleggen wie er wel of geen medische behandeling of educatie krijgt. We kiezen regeringen op lokaal en parlementair niveau; als je het niet eens bent met hun uitgaven, stem dan op iemand anders. DE ROBIN HOOD-TAKS De zogeheten Robin Hood-taks is een voorstel voor belasting op financiële transacties zoals de handel in aandelen en obligaties en wisselkoersen. Het belastingtarief zou weliswaar slechts op 0,05% liggen, maar volgens de voorstanders brengt het honderden miljarden per jaar op. Dit plan wordt ondersteund door gerenommeerde economen, politici en zelfs het Vaticaan. Richard Beardsworth: Dit is een heel aantrekkelijk idee dat teruggaat tot de jaren zeventig en—zoals hierboven staat—veel aanhang heeft. De vraag is hoe je het aanpakt (haalbaarheid en effectiviteit). Sommigen suggereren dat het IMF de juiste instantie zou zijn om de belastingen te heffen en te innen, maar veel zuidelijke landen geloven niet dat het IMF onpartijdig genoeg is. Vanwege de recente beleidsveranderingen en de nieuwe koers denk ik dat het IMF de goede instantie is om de boel te coördineren en te innen. Het is namelijk de enige financiële instantie die universeel genoeg is om de belasting effectief door te voeren. In deze financieel en ideologisch gezien onzekere tijden is het de moeite waard om serieus te kijken naar dit voorstel. Martin Kragh: Economen geloven dat belasting op zo’n manier kan worden gebruikt dat het de drijfveren van huishoudens en bedrijven stuurt. Het idee van een heffing op financiële transacties (ook wel bekend als de Tobin-taks) klinkt redelijk, maar is in de praktijk waarschijnlijk lastig te handhaven. Tegenwoordig financieren banken hun activiteiten voor een groot gedeelte met kortetermijngeldmarkten, wat betekent dat ze afhankelijk zijn van leningen van andere banken. Dan bestaat er ook nog het risico dat de EU de taks zal gebruiken om hun enorme tekorten te financieren, waardoor meer federalisme op de loer ligt—iets wat de meeste Europeanen niet willen.