Advertentie
Tech by VICE

​Een cultuurhistorische beschouwing van tuffen in je bek

Ik werd laatst in mijn bek gespuugd door een taxichauffeur, dus ik besloot de culturele historie hiervan uit te zoeken.

door Douwe Truijens
07 mei 2015, 9:56am

Ik was laatst aan het bekvechten met een taxichauffeur die me bijna van mijn fiets had gereden – iets wat vaker gebeurt. Maar na enkele (scheld)woorden over en weer (die overigens duidelijk maakten dat ik volkomen gelijk had), gooide deze taxichauffeur het over een andere boeg: hij spuugde op me. 'Wat. De. Fuck,' dacht ik toen, en fietste snel naar huis om het te googlen. Waarom deed hij dat? Wat betekent het? Betekent tuffen in iemands bek in een andere cultuur iets anders dan in de Amsterdamse verkeerscultuur? Ik ging op zoek naar de cultuurhistorische achtergrond van de fluim die zijn weg had gevonden naar mijn onschuldige bek.

Tuf in je bekken

Er is bijzonder weinig onderzoek gedaan naar de sociale betekenis van spugen in verschillende culturele contexten. Heel veel verder dan dat het vroeger, zo tot het einde van de negentiende eeuw, wel normaal was maar nu niet meer, kom je niet – tenzij je geïnteresseerd bent in de spuugrelikwieën die zijn voortgekomen uit de tufzindelijkheid. Toen men het 'een beetje vies' begon te vinden dat iedereen overal op de vloer rochelde, werden kwispedoors (een soort asbak voor je overtollige speeksel) ontwikkeld. Het spugen zelf was kennelijk nog niet zo vies, maar het gaf zo'n troep. Nu is tuffen niet zo raar als het je helpt om de gore smaak van pruimtabak uit je mond te krijgen. Dan heeft het verder ook geen betekenis. De taxichauffeur was echter geen pruimtabak aan het kauwen, dus moet er iets anders achter hebben gezeten.

Tuf love op Tanna

Voor de bewoners van Tanna, een eiland in Oceanië, is tuffen een middel om te communiceren met het bovennatuurlijke, aldus Monty Lindstrom van de Universiteit van Sydney, die in 1980 voor zijn onderzoek naar het eiland afreisde. De Tannezen tuffen daar lustig in het rond na het drinken van een naar aarde smakende drank (kava), omdat het geluk zou brengen. Ze doen dat bijvoorbeeld voor de oogst, maar ook bij geboorte, eerste tanden, eerste menstruatie en besnijdenissen. De Tannezen hebben in de vorige eeuw ook achtendertig jaar lang gespuugd in de hoop dat de Amerikanen naar het eiland zouden komen (tevergeefs). Overigens verbaast het me niet dat tuffen een gewoonte is als je een slok neemt van een drank die naar aarde smaakt.

Afbeelding via

Ook bij het genezen van ziekten wordt er flink op los gerocheld. Een nipje van een medicijn wordt in de mond met speeksel vermengd, waarna de dokter op het voorhoofd van de zieke spuugt om zodoende de kwade geesten te verzoeken de lijder te verlaten. De Tannezen kennen ook een merkwaardig spuugritueel, dat één enkel individu op het hele eiland kan ontketenen, omdat een tuf niet onbeantwoord kan blijven. Tijdens deze kettingreactie van fluimen mag niet gesproken worden. Spugen is dan het enige communicatiemiddel.

Maar ook op Tanna kunnen culturele verschillen soms lelijk uitpakken: ze spuugden een bezoeker (meneer Harris genaamd) in de achttiende eeuw recht in zijn mond toen hij aan land kwam en kennis wilde maken. Meneer Harris vond dit kennelijk niet zo senang, dus pakte hij direct zijn biezen en vertrok naar het naastgelegen eiland Erromango in de hoop op een warmer onthaal. Onbegrip aldaar had echter serieuzere gevolgen: na een miscommunicatie met de Erromangezen over vishaken en speren gleed Harris uit in een beekje, waarop de aanwezige eilandbewoners hem hebben doodgeknuppeld.

Gezien de nogal vijandige woordenwisseling die aan het spugen van de Amsterdamse taxichauffeur voorafging, kreeg ik niet de indruk dat mij op Tannese wijze mazzeltov werd toegewenst, en het voelde evenmin als een welkomstritueel. We kunnen er vrij zeker van zijn dat deze Amsterdamse toeristenkoerier geen Tannese wortels heeft gehad, dus zocht ik het iets dichter bij huis.

De Griekse paradox: tuffen zonder spuug

Bij de Grieken wordt er getuft om het kwaad af te wenden dat zich via het kwade oog (mati) naar de geadresseerde beweegt. Kwaad als gevolg van jaloezie is in het bijzonder een doelwit van de tuffers.

Zo is het op een Griekse bruiloft gebruikelijk om op de bruid te tuffen om de jaloezie te van de bruidsmeisjes te weren. Net als in de Tannese cultuur tuffen de Grieken dus op degene die ze willen beschermen tegen kwade geesten. Saillant detail is dat de Grieken het spugen zo hebben verfijnd dat het echt alleen nog maar om het ritueel gaat: naast het karakteristieke geluid en de mondbeweging is het niet de bedoeling dat er (al te veel) speeksel meekomt wanneer er op de bruid wordt getuft. Daar er wel degelijk klodders speeksel op mij werden getorpedeerd door de overigens in een ECO-busje rijdende taxichauffeur, lijkt ook van een Grieks ritueel om mij te beschermen tegen het kwade oog geen sprake te zijn geweest.

Afbeelding via afktravel

In verschillende culturen is iemand in het gezicht tuffen dus nauw verbonden met gelukwensen, genezing en gezondheid. Bij de Masai in Kenya wordt een aanstaande bruid kaalgeschoren, ingesmeerd met olie en op haar hoofd en borsten gespuugd door haar vader als gelukswens. Vaders in de Afrikaanse Wolof-stam spugen een zuigeling zelfs in het oor om het vervolgens over het hele gezicht uit te smeren: welkom in deze wereld!

Tuffen doet dus veelal dienst als communicatiemiddel, al dan niet met het bovennatuurlijke. Hoewel ook in onze situatie het speeksel als communicatiemiddel diende, leek het me eerder een enigszins wanhopige, en daarmee primitieve reactie op een situatie die hem akelig voorkwam. Ik moest denken aan Suarez, die zich ook beriep op een zeer primitief afweermechanisme en realiseerde me toen dat Frank Rijkaard zich jaren daarvoor op taxichauffeurachtige wijze had laten gaan.

Wie tuft op wie?

Er lijkt door de eeuwen heen dus een scheiding te hebben plaatsgevonden in het gebruik van tuffen, terwijl de achterliggende gedachte dezelfde blijft. In de hierboven besproken culturen spuugt men op de mensen die ze willen beschermen tegen het kwaad (direct kwaad van de geesten, of in het geval van het Griekse bruidje het kwaad dat via de evil eyes van de toeschouwers probeert los te komen). Maar de taxichauffeur, die dus ineens in het rijtje Suarez-Rijkaard is komen te staan, wilde zichzelf beschermen tegen mijn evil eye (want dat heb ik) en spuugt dus op het kwaad zelf.

Behalve een bovennatuurlijke benadering van het tuffen in iemands (mijn) bek, is het natuurlijk ook gewoon een uiting van pure minachting. Je hebt smerigheid, bacteriën, slijm en andere troep zoals tabaks- of etensresten in je mond. Je moet er vanaf, dus gun je het iemand anders: 'Hier, pak aan, ik lanceer mijn proto-ziektekiemen op je omdat ik hoop dat je doodgaat.' Lichaamssappen kunnen een heel erg teder en liefdevol karakter hebben, maar het ongevraagd uitwisselen ervan is vaak juist het tegenovergestelde van een liefdesuiting.

Sommige mensen denken trouwens dat speeksel je ziek maakt, maar dat is niet zo. Speeksel zelf is in medische termen 'onschuldig vehikel' voor ziekten en bacteriën die aan je slijm en snot ontspruiten. Maar het is wel degelijk een vehikel voor gore ziekten, dus die chauffeur probeerde me (al dan niet symbolisch) te vergiftigen. In die zin was het veel effectiever geweest als die ECO-tuffer me gewoon had aangereden met zijn busje (als 'onschuldig vehikel') dan dat hij me deze langzame dood probeerde te bezorgen.

Hoe dan ook: als ik Tannees, Griek of Wolof was geweest, had ik het speekselgebaar van de taxichauffeur wellicht als verontschuldiging opgevat. Hij had me immers net bijna verwond, dus een fluim voor geluk was wel op z'n plaats geweest.