Mijn bijbaan als escort

Waarom ik als escort soms ook mosselen eet met een bevriend oud dametje

Escort Olga ontmoet via een website waar sekswerkers hun diensten aanbieden Charlotte, een vrouw op leeftijd, met wie ze uiteindelijk bevriend raakt.
20 september 2017, 1:57pm
Illustratie door Krister Lima

Olga* is 25 jaar, studeert, en is escort. Niet alleen kan ze hiermee een beetje bijverdienen, er komen ook een hoop bijzondere verhalen opdoemen die ze voor ons opschrijft. Lees hier Olga's andere VICE-columns.

Op een van mijn oudere profielfoto's, op een website waar sekswerkers hun diensten aan kunnen bieden, heb ik rood haar en draag ik een bloemenkrans om mijn hoofd: het resultaat van een uit de hand gelopen haarexperiment. Toch vind ik de foto nog steeds leuk, omdat-ie me herinnert aan een tijd waarin ik meer met mijn uiterlijk experimenteerde. Charlotte*, op dat moment nog een vreemde, laat me in een berichtje weten dat ze die foto het leukste vindt, dat ik haar met die bloemenkrans aan haar zusje doe denken.

Op haar profiel lees ik dat Charlotte 67 jaar oud is. Haar foto is wat onscherp, maar ze poseert breed lachend met een dunne, witte sjaal om haar nek, en een zonnig terras op de achtergrond. Haar manier van schrijven spreekt me aan en ik ben benieuwd waar ze naar op zoek is. Ze vertelt dat ze "net iets meer uit het leven wil halen." De mensen in haar omgeving kent ze al tientallen jaren, en ze heeft het idee dat ze geen nieuwe mensen meer ontmoet. Steeds meer van haar vrienden en kennissen komen te overlijden. Sowieso heeft ze geen contact met "jongeren", zo schrijft ze. Ze vraagt me of ik het fijn vind om een keertje samen te eten, en of ze een keer voor me mag koken. Ik voel me nogal bezwaard: koken is wel meteen veel werk voor iemand die je niet kent, en ik stel haar voor om misschien eerst wat bij haar thuis te drinken. Kunnen we altijd nog kijken of we daarna wat gaan eten. Ze komt stoer en assertief op me over, en ik denk dat we het goed met elkaar zullen kunnen vinden.

Charlotte woont in een rijke stadsbuurt. Ik bel aan en word hartelijk ontvangen. Zowel Charlotte als haar huis ruikt naar rozen en andere frisse bloemengeuren, die ik niet helemaal thuis kan brengen. We gaan aan een klein koffietafeltje zitten, met uitzicht op haar tuin. Ik geef haar complimenten over hoe de tuin erbij ligt.

We drinken eerst koffie, dan thee, dan weer koffie en eten kleine, kruimelige koekjes die naar citroen smaken. Terwijl we praten bedenk ik me dat ik me niet kan herinneren wanneer de laatste keer was dat ik zo'n gezellig gesprek had met een wat oudere dame. Ze lijkt wel twee keer zoveel energie als ik te hebben. Ik denk aan mijn oma, met wie ik niet zulk goed contact had; ze begon te dementeren toen ik nog heel jong was, en gaf me – omdat ze mijn naam vergat – steeds een andere bijnaam. Ik herinner me vooral de lange, stille wandelingen in het park.

Charlotte is geen oma. Ze vertelt me dat ze trouwde toen ze een dertiger was, maar erg ongelukkig werd van haar huwelijk. Kinderen kwamen er niet. Ze maakt me impliciet duidelijk dat ze na haar huwelijk nooit veel heeft moeten werken, dat "daar allemaal voor gezorgd werd." Ze zegt er wel bij dat ze heel zuinig leeft: "Ik ga niet op vakantie, je kunt de zon ook in Nederland vinden – je moet er alleen snel bijzijn." Haar oneliners, die balanceren op de grens tussen boerenwijsheid en korte gedichtjes, charmeren me.

Ik vraag haar naar haar zus, aangezien ze vond dat ik op haar leek. Charlotte nestelt zich in haar stoel voor ze me een antwoord geeft. Ze bestudeert mijn gezicht en kijkt naar mijn handen. Ze bevestigt dat ze inderdaad vindt dat ik op haar lijk. Graag had ze ons aan elkaar voorgesteld, vertelt Charlotte, maar haar zusje overleed tijdens een vakantie door een auto-ongeluk. Tijdens haar huwelijk was het contact met haar zusje wat verwaterd, maar voor die tijd waren ze onafscheidelijk. "Ik had haar graag dichtbij me gehouden," zegt Charlotte, "ik ken nog steeds niemand die zo stoer was als zij." Ik weet niet helemaal hoe ik daar op moet reageren, zeker omdat Charlotte me aankijkt alsof ze door mij weer een stukje van haar zus voor zich ziet zitten. Ik bedank haar voor het feit dat ze dit met mij wilde delen.

Soms voel ik wel duidelijk dat er veertig jaar leeftijdsverschil tussen ons inzit. "Mensen worden er niet leuker op naarmate ze ouder worden," verzekert ze me. Ik zeg lachend dat ik haar niet wil geloven. Charlotte vindt het vreselijk als mensen haar behandelen alsof ze oud is; alsof ze het nodig heeft dat mensen voor haar opstaan in de tram, luider en trager praten wanneer ze om informatie vraagt, alsof ze niet zou weten hoe haar iPhone werkt. Ik vraag haar waar ze precies naar op zoek is in ons contact. "Ik weet dat het idioot klinkt, maar ja – een gezelschapsdame." Ze verbetert zichzelf: "Een gezelschapsmeisje, of -jongedame." Ze legt uit dat ze wat meer afwisseling wil in haar leven, dat ze het leuk zou vinden als ik zo nu en dan meega naar de opera, een tentoonstelling of een goed restaurant. Ik zeg dat het me leuk lijkt, dat ik zelf nooit naar de opera ga en ik het gezellig zou vinden om soms wat te gaan eten. Het klikt goed tussen ons, lijkt me. Ik vind haar aardig en ze kan onvoorspelbaar uit de hoek komen.

Ik vraag of iedereen haar Charlotte noemt, en of ze misschien voorkeur geeft aan een bijnaam. Ik stel voor om haar Charlie te noemen. Zo heten alle hippe 16-jarigen, vertel ik haar. "Het is zowel een mannen- als vrouwennaam, en het past bij je." Charlie spreekt haar nieuwe bijnaam op verschillende toonhoogtes uit – vragend, bevestigend, luid, zachter – en gaat dan akkoord. "Zo Amerikaans ook!", zegt ze nog. Ondertussen hebben we zoveel koekjes gegeten dat we allebei geen honger meer hebben. We spreken af dat ze een opera voor ons uit mag kiezen, waar we dan samen naartoe zullen gaan. Twee weken later belt ze me op en stelt ze een datum voor. Een paar dagen later treffen we elkaar, en drinken we eerst wat in een café naast het Museumplein. Charlie ziet er prachtig uit, en ik vraag me af of ze er ooit minder opgemaakt en geparfumeerd bijloopt.

Sindsdien zien Charlie en ik elkaar zo nu en dan. Wanneer er een bijzondere balletvoorstelling is die ze al eens bezocht in 1982, en nu voor het eerst in Nederland vertoond wordt, of wanneer ze me uitnodigt om mosselen te gaan eten bij haar favoriete restaurant. Of wanneer ik haar vertel dat ik zenuwachtig ben voor een sollicitatie en ze me de avond ervoor thee en een klein glaasje Amaretto serveert, en me een nette, zwarte blazer leent voor mijn sollicitatiegesprek. Ik vind Charlie enorm onbevreesd, en kijk naar haar op. Een paar maanden geleden stelde ze zich heel kwetsbaar op door mij een berichtje te sturen, en daar is inmiddels een bijzondere vriendschap uit voortgekomen.

* De namen Olga en Charlotte zijn gefingeerd.

Lees hier Olga's andere VICE-columns.