FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

House of the setting sun - een Mexicaans bejaardenbordeel

We ontmoeten een paar inwoners van Xochiquetzal, een verzorgingstehuis voor senioren uit de seksindustrie.
29.5.12

Tepito is een van de armste en gevaarlijkste buurten van Mexico City. De zwarte markt daar bestaat al sinds mensenheugenis en—origineel of namaak—je vindt er alles wat je wil. Seks is er te koop vanaf vijf pesos—van mensen van meer dan tachtig jaar oud.

Xochiquetzal is een verzorgingstehuis voor senioren uit de seksindustrie. De minimumleeftijd is zestig jaar en er is plaats voor zo’n 45 vrouwen. Momenteel wonen er maar 23 gepensioneerde meisjes van plezier. De meesten van hen gaan echter door met werken omdat er nog steeds mensen zijn die willen betalen om met hen naar bed te gaan. Volgens de directrice van het tehuis moet deze vraag niet worden verklaard door gerontofilie, maar door de schrijnende armoede rond het tehuis. “Als je vijf pesos hebt,” zegt zij, “koop je iets dat vijf pesos kost.”

Maar de inwoners zelf geloven iets anders. Zij geloven dat, net als bij wijn, hun vagina’s met de tijd beter zijn geworden—en ze beweren ook veel meer te krijgen dan vijf pesos.  Laten we een paar van die oude hoeren ontmoeten! (Dat is geen belediging. Het is gewoon letterlijk wat ze zijn!) CANELA 
“Toen ik begon, waren er geen condooms en was er niet zoveel informatie over ziektes,” zegt Canela. Haar stem is schor en ze is soms moeilijk te verstaan wegens haar ontbrekende tanden. Ze gaat verder: “Maar we wisten hoe we voor onszelf zorg moesten dragen. Een vriendin had mij uitgelegd hoe een besmette penis eruit ziet. Op een dag kwam er een klant naar mij toe, we hadden een afspraak, gingen naar het hotel, en hij knipte het licht uit. Ik zei hem dat ik er niet van hield dat de lichten uit gingen maar hij hield voet bij stuk. Hij trok zijn kleren uit en ik deed het licht weer aan. Zijn lul zat onder de etter. Ik zei dat ik niet ziek wilde worden en onze afspraak dus niet doorging. Hij antwoordde dat het een ander soort sperma was en er mij niets zou gebeuren. Ik zei hem dat dat gezeik was en liep de kamer uit.”

Nadat ze zich uit de voeten had gemaakt, zegt Canela, kwam de besmette man terug met een flik, die haar verhoorde. “Hij klaagde dat ik de afspraak met die man niet had nageleefd. Ik zei tegen de flik dat we dan maar naar de kamer moesten gaan zodat hij kon zien wat ik gezien had. Hij ging akkoord. We gingen naar de kamer en de man trok zijn onderbroek uit zodat we zijn lul konden zien. De flik trok een vies gezicht en arresteerde de klant. En ik bleef gezond.”  Canela verblijft al langer dan de meesten in het tehuis. “Toen ik in de stad aankwam, sliep ik op straat, in om het even welk park, op om het even welke bank. Je kan je dat soort eenzaamheid zelfs niet inbeelden. Toen ik naar Xochiquetzal kwam vond ik eten en een dak boven mijn hoofd.”  Haar ogen dwalen af en ze begint te huilen. Ze voelt zich goed nu, vertelt ze ons, maar de werkdagen zijn hard. Nu moet ze 200 stukken kauwgom verkopen per dag om te verdienen wat ze vroeger in vijftien minuten bij elkaar had, toen ze haar lichaam verkocht. Het werk is anders, maar haar route door Tepito is dezelfde als jaren geleden.

REYNA
“Iedereen hield van mij, moet je nu eens kijken…” vertelt ons de 86-jarige Reyna. Ze vermijdt gesprekken over haar leven als sekswerker; ze wil liever iets kwijt over haar familie. Zij is één van de vijf kinderen die haar moeder gehad heeft: “Twee daarvan zijn al dood: de ene—mijn tweelingbroer—door een hartaanval, en de andere na een ongeval waarvan hij bijna was hersteld.” Van haar vaders “andere vrouw” heeft ze nog acht broers en zussen waarmee ze het goed kan vinden. Over haar leeftijd wil ze ook niet spreken: “Ik ben de tel kwijt geraakt toen mijn tweelingbroer stierf. Ze hebben mij om zijn papieren gevraagd zodat ze hem konden begraven, en de mijne zaten daar ook tussen. Ze hebben mij die papieren nooit teruggegeven.” Ze is bang voor wat er misschien zal gebeuren als ze doodgaat: “Ik heb mijn documenten niet en ik weet niet wat ik moet doen opdat ze mij zullen begraven. Ik wil worden begraven, niet gecremeerd. Ik wil dat de wormen me opeten zodat ik terug kan keren naar waar ik vandaan kom.”  Reyna beweert dat ze nog maar drie maanden in het tehuis is, maar haar seniliteit doet haar vergeten dat ze er al bijna een jaar verblijft. Ze vindt het niet fijn in Xochiquetzal. Ze zegt dat ze zich “rot” voelt, en dat ze liever bij haar familie zou zijn: “Hoe slecht het ook met hen gaat, ze zouden voor mij moeten zorgen, ik was altijd goed voor hen.”  Over haar volwassen leven vertelt ze enkel het volgende: “Ik was ooit getrouwd—het huwelijk duurde drie dagen—maar mijn man kwam om in een ongeval. Hij was brandweerman. Mijn enige zoon is ook gestorven.” Dan gaat ze terug naar haar jeugd: “Toen ik klein was kreeg ik veel van mijn grootouders. Ze hadden een goed hart. Toen ze bezoek kregen van arme mensen gaven ze hen altijd iets. Ze gaven het graan liever weg dan dat het vol beestjes kwam te zitten.” Gevraagd of ze nog iets wil zeggen antwoordt ze: “Nee, het is allemaal voorbij.” Alles is voorbij en ze herinnert zich alleen wat ze zelf wil. Na het interview zingt ze een traditionele Mexicaanse son huasteco; het lied vertelt het verhaal van een bloem die iedereen wil hebben.

LOURDES
Lourdes verblijft hier al sinds december 2007 en doet nog steeds de straat. Ze leefde ook op straat tot een vriendin haar uitnodigde om in het tehuis te komen wonen. Eerst wil ze niets vertellen over haar leven maar na zachtjes aandringen gaat ze akkoord, zeker als het gaat over de vorige directrice van Xochiquetzal: “De oude directrice liet ons niet gaan werken, ze zei dat het haar niets kon schelen dat we geld nodig hadden. Om de vijftien dagen moesten we honderd pesos geven voor gas en nog eens honderd voor de kachel en als we niet betaalden, liet ze ons geen bad nemen. Ze intimideerde ons. Een keer heb ik haar bedreigd. Ik heb haar gezegd dat ik een aanklacht zou indienen dat ze mij gevangen hield.” “Met Rosalba, de nieuwe directrice, is het anders. We werken allemaal samen. We zijn gelukkig, ook al verloren we wat middelen toen de oude directrice vertrok. Vroeger kregen we onze levensmiddelen van buitenaf, maar nu niet meer. Soms zijn er geen uien of tomaten, maar Rosalba trekt haar plan zonder ons ooit iets te vragen. Ik weet niet hoe ze het doet.” Voor Lourdes is het beter om ’s morgens te werken. Hoewel ze zich hetzelfde kleedt als iedereen weten de mensen in Tepito haar te herkennen: “De mannen weten wie de straat doet en wie niet. Soms ga ik naar de winkel voor boodschappen, en plots word ik door iemand verrast die vraagt of ik meega naar een hotel. Ik weiger en dan smeken ze, zelfs als het maar voor even is in het park. Ik zeg nee, omdat ik niet werk als ik boodschappen aan het doen ben.” Volgens Lourdes gaat het niet om de tijd maar om de plicht: “Klanten doen er meestal niet zo lang over, vijf of tien minuten. Ze zijn ‘binnen en buiten’,” maar de plicht (zoals boodschappen doen voor het tehuis) komt eerst.  Als kinderloze weduwe zag Lourdes haar lichaam verkopen als het enige overlevingsmiddel. Ze klaagt erover dat mensen prostitutie beschouwen als de gemakkelijke uitweg, zonder de problemen ervan te zien—vooral als die met leeftijd te maken hebben: “Je moet alles kunnen verdragen, zoals respectloze klanten die dingen vragen op een onbeleefde manier. Ik ben wel oud, maar komaan, zo moeilijk is dat niet.” Toen ze ermee begon, tien jaar geleden, had Lourdes drie of vier klanten per werkdag. Nu heeft ze er, als ze geluk heeft, ééntje: “Ik denk niet dat ik dit nog veel langer blijf doen. Ik doe wel iets anders, zelfs al is het gewoon borden wassen. Ik denk ook niet dat ik veel langer in het tehuis blijf. Ik voel de nood alleen te zijn.”

PAOLA
Paola woont al in het tehuis sinds augustus 2007. Ondanks haar gevorderde leeftijd vond ze niet dat het al tijd was om naar een verzorgingstehuis te gaan. Ze zegt dat ze al 80-jaar oude vrouwen gezien heeft die de straat doen en dus voelt ze zich, met haar 61 jaar, ook niet echt oud. Ze houdt ook niet van het idee bevelen te moeten gehoorzamen. Ze heeft al altijd geleefd hoe ze zelf wilde. Ze is oneerbiedig en opgewekt. “Ik ben begonnen in een cabaret toen ik13 was. Ik moest valse tieten dragen en veel make-up. Als je slecht begint, eindig je ongetwijfeld ook slecht. Ik hield in die dagen niet van drinken maar ik werd toch een alcoholiste. Ik kreeg commissies van mijn bazen als ik samen met de klanten dronk. Voor mij was dat het leven: de sekshandel, drugs en alcohol. Ik zag geen andere opties en verwachtte ook niets anders van het leven.” In Paola’s geval waren het de klanten die haar uiteindelijk te veel werden: “Het stoorde mij niet op die manier te leven, maar de jaren eisen hun tol en de klanten veranderen. Vroeger stonden ze erom te smeken en nu moet ik hen achterna lopen.” “Er zijn bepaalde klanten die er lief uitzien maar van zodra ze in het hotel zijn worden ze gemeen: ze zeggen dat ze je in elkaar willen slaan, of ze beledigen je, kleineren je. Sommigen zeggen dingen in de trant van ‘Goed, en nu, kleine teef, ga je m’n lul afzuigen.’ Nu, ik doe om het even wat, maar de manier waarop je het vraagt is de manier waarop je het krijgt. Ik denk dat die mensen gek zijn. Ze zijn boos op een of andere vrouw en ze komen naar het hotel om zich af te reageren, slechte dingen uit te vreten, ons te gebruiken als hun toilet.”  Maar ze zegt ook dat ze van haar werk geniet. Wanneer ze het tehuis beu wordt, gaat ze op zoek naar avontuur: “Ik krijg nog altijd voorstellen van jonge mannen, 25 of 30 jaar oud, echt lieve jonge gasten. Zij zijn degenen die goed betalen. Soms denk ik nog dat ik ze iets ga leren, maar dat is niet waar, zij zijn het die mij les geven. Zij weten beter hoe het moet dan oudere mannen. Laatst nog kwam er zo’n jonge gast me vragen hoeveel ik vroeg. Ik zei 200 en hij stelde 150 voor, voor iets lichts. Eenmaal in de kamer wilde die eikel me slaan, maar dat ging ik dus niet toelaten. Uiteindelijk ben ik er voor hem wel volledig voor gegaan. Hij was mager, maatje 28, en goed voorzien. Een heel degelijke vent. Ik ben denk ik wat ze een masochist noemen.” Hoewel ze zegt dat ze een ongeremd leven heeft geleid, is Paola toch van de oude school, misschien zelfs conservatief: “Toen ik eens onder een vent lag vroeg hij me ‘Komaan, doe niet zo gemeen, steek je vinger in mijn reet.’ Ik was verbaasd en ik wilde het niet doen. Het zou vies aanvoelen. Zelfs met een condoom zou het nog vuil worden. Van zulke dingen moet ik niets weten.” Lachend voegt ze dan toe, “Maar ieder diertje zijn pleziertje. Er zijn dingen aan mijn baan waar ik niet van hou maar het heeft ook goede kanten. Je kan dit werk niet van de ene dag op de andere de rug toe keren.” Volgens Paola zijn dronkaards de meest verantwoordelijke klanten. “Soms doen de wietrokers, de dronkaards of de gasten die cocaïne nemen er een half uur over, maar ze betalen me dubbel om een beetje langer op hen te wachten. Ze zijn toegeeflijker.” Voor 200 pesos doet Paola het allemaal: “Tongzoenen, doggy style, wat ze maar willen. Een blowjob kost je twintig pesos. Mijn prijzen zijn niet veranderd sinds ik twintig jaar geleden naar Mexico City kwam, maar vroeger werd er niet onderhandeld. Nu verdienen de fucking nichten nog het meest.” Paola wijst naar twee kwabben rond haar onderbuik en zegt: “Maar vroeger had ik dit ook niet.” Ze heeft een tatoeage van de Santa Muerte (Sint Dood, een vrouwelijke Mexicaanse versie van Magere Hein) en bevestigt dat die haar beschermt. “In de straat zijn er allerlei problemen, maar mijn engel zorgt voor mij.” Voor Paola zijn de ergste klanten degenen die willen neuken zonder condoom. “Ze bieden tot 1.000 pesos, maar ik doe het niet. Dat geld is niets waard als je AIDS hebt. Er is veel hepatitis, AIDS en gonorroe in de straten. Sommige van de andere vrouwen doen het zonder condoom. Ze zeggen dat ze het wel doen met een klant die er netjes uitziet.” Na veertig jaar dienst bezoekt Paola geregeld haar gynaecoloog. Haar engel houdt haar gezond. Hoewel Paola’s kinderen volwassen zijn, weten ze niet wat ze doet voor de kost. Morgen is het moederdag maar Paola verwacht geen telefoontje. Ze vindt het maar beter zo. Ze schaamt zich voor wat ze doet en voor de dingen die ze gedaan heeft, zoals haar lesbische periode met Rosalía. “Ze was mijn vriendin, lang geleden, ik kan het mij eigenlijk niet zo goed meer herinneren. Het is een lelijk verhaal. Ik dacht dat dat meisje de liefde van mijn leven was, maar het ging nergens naartoe. Zij ging uiteindelijk haar weg en ik de mijne. In het begin was ik samen met haar omdat ik high was, van chemicaliën te snuiven. Maar ik hield van haar. Ze leek weerloos, net als ik, alsof ze affectie nodig had. Het was echt een slechte relatie.” Paola heeft een tatoeage van Rosalía’s naam, dichtbij haar hart. Er staat “Love” in het Engels. Vierentwintig uur na onze gesprekken met de vrouwen van Xochiquetzal zijn ze aan het dansen, eten, vieren terwijl ze zelf ook gevierd worden. Ze huilen ook. Het is moederdag. De sociale werksters geven een tangovoorstelling voor de sekswerkers. Het is een vreemde omgeving. Er is geen één kind aanwezig. Bijna allemaal zijn of waren ze moeders, en hun kinderen weten niets over hen. Niet lang geleden kwam er een televisiereporter langs in het Xochiquetzal tehuis en interviewde een paar vrouwen; de reporter beloofde hen dat hun gezichten wazig zouden gemaakt worden, maar dat gebeurde niet. Toen het programma die namiddag werd uitgezonden, zat een van de vrouwen bij haar zoon thuis. Hij sloeg haar, net als haar nicht en haar dochter. Ze sneden haar haar af. Fijne moederdag!

FOTO’S DOOR RAMIRO CHAVES