FYI.

This story is over 5 years old.

nieuws

Philip Seymour Hoffman was net zo eenzaam als jij

Deze man kon acteren.
04 februari 2014, 3:00pm

Foto door Marta Parszeniew.

In de theaterwereld markeren de rollen die een acteur speelt zijn leven. Philip Seymour Hoffman, die zondag – na waarschijnlijk een overdosis heroïne – dood in zijn huis in New York werd aangetroffen, was een echte acteur. Een man die het publiek kon ontroeren. Een acteur die een boodschap kon overbrengen.

Seymour Hoffman werd bekend in een tijd waar het voor een veelbelovend acteur met karakter bijna verplicht leek om drie namen te hebben. Hij speelde in 1997 samen met John C. Reilly en William H. Macy in Paul Thomas Ansderson’s film Boogie Nights. Hij had de rol van Scotty J. – een onhippe jongen die ongelukkig verliefd was op Dirk Diggler, de pythonpik-pornoster gespeeld door Mark Wahlberg. Het was een vroege indicatie dat hier een acteur stond die ons kon laten zien – en voelen – hoe het is om menselijk te zijn. Een outsider te zijn. Hoe het was om te worstelen met communicatieproblemen en het onvermogen om geluk te vinden. In deze scène neemt Scotty Dirk mee naar buiten om hem zijn nieuwe auto te laten zien. Een auto die hij alleen maar heeft gekocht om hem te imponeren. Hij laat hem de auto zien en gooit zichzelf er dan voor.

Als hij te snel spreekt, als hij over zijn woorden struikelt, het moment voordat hij beleefd wordt afgewezen – dat zijn die momenten waarop hij iedereen belichaamt die ooit onbeantwoord verliefd is geweest. Hij is dronken en wanhopig en wijt het voorval vervolgens aan het feit dat hij dronken en wanhopig is. Alsof het niets is, maar in feite betekent het alles voor hem. Nog een voorbeeld: De seksualiteit van zijn karakter – een moeilijk en eenzaam geheim – en de angst en fantasie die daaruit voort komt en welke duidelijk te zien is wanneer Seymour Hoffman met trillende kin alleen in zijn auto zit en steeds weer opnieuw roept dat hij een idioot is. We zijn allemaal idioten. Idioten die de mensen om ons heen proberen te laten zien hoe we ons voelen. En niemand kon ons dat beter laten zien dan Philip Seymour Hoffman.

Een jaar later speelde hij in Todd Solondz’s Happiness de rol van Allen. Allen leek op een smerige versie van Hoffmans karakter uit Boogie Nights. Allen belt obsessief vrouwen terwijl hij zich in een eenzame bui vol zelfhaat aftrekt. Zijn karakter is een mislukking en net als Scotty J. afgesloten van geluk. Hij is even eng en sinister als wanhopig. Ze zeggen dat acteurs gebruik moeten maken van de gereedschappen die ze meekrijgen, en Seymour Hoffman had met zijn bleke huid, puppyvet en lichtrood haar in een zijscheiding een aantal prachtige gereedschappen ter beschikking. Hij leek haast permanent te zweten en ademt in Happiness alsof hij een een pak Javaanse Jongens per dag wegvlamt. In deze scène test de vrouw die hij lastig valt of hij bluft en nodigt hem uit om naar haar appartement te komen, met als enig resultaat dat zij hem vertelt dat hij haar type niet is – precies op het moment dat zijn hand in pijnlijk tempo over de bank naar haar toe beweegt.

Seymour Hoffman wisselt de bijna onvoorstelbare frustratie die hij belichaamde in Happiness moeiteloos in met zijn vertolking van de correcte persoonlijk assistent Brandt, in The Big Lebowski. Hier leidt hij de Dude rond in Big Lebowski’s huis, in een tour waar hij zinnen als “zonder de nodige middelen voor een noodzakelijk middel” tussen zijn samengeknepen billen uit perst alsof het niets is. In The Talented Mister Ripley geeft hij een louche draai aan de partysnob Freddie Miles. Hier betrapt bij Matt Damon die Jude Law en Gwyneth Paltrow bespioneert als zij met de boot naar de stad gaan. Het briljante aan deze rol is dat hij een halve seconde een zorgelijke blik heeft, dan gaat hij ervandoor, bijna als iemand van Harvard die een sukkel van de community college plaagt en hij produceert nog een ijzige lach voordat hij ‘Tommy, hoe gaat het gluren?’ grapt. Dat herhaalt hij dan nog een keer terwijl hij zijn glas heft als laatste vernedering naar Damon, de gedwarsboomde buitenstaander. Het zijn dit soort dingen die je laten rillen van vreugde.

Philip Seymour Hoffman kon vanaf het begin even vrolijk als indrukwekkend zijn. Zeg wat je wilt over de grote acteurs van onze tijd, maar kan ook maar één van hen je hardop laten lachen als de Marlon Brando van de eenzame mens? Robert de Niro komt goed in de buurt maar er is geen enkele Meet the Parents, Fockers, My Enormous Pay Cheque film waarin hij je zo kan vermaken terwijl Ben Stiller op de voorgrond staat. Daar is hij dan in Along Came Polly. Hij schreeuwt ‘regendans’ en ‘witte chocolade’ en ‘laat het regenen’ voordat hij heftig hijgend om een time-out in één van de beste basketbalscènes ooit in de filmgeschiedenis roept. Along Came Polly is natuurlijk geen zwaargewicht op Seymour Hoffman’s briljante en gevarieerde cv, maar het is het bewijs dat elke film sterk zal verbeteren – en in dit geval, wordt meegesleurd in het rijk van entertainment – door de grote baas Hoffman.

Naarmate hij ouder werd kreeg hij steeds grotere rollen waarin hij meer van zijn talent kon laten zien. In The Master bracht hij het theater naar het grote scherm als de op L. Ron Hubbard geïnspireerde Lancaster Dodd. In deze scène verwerkt hij wat Kubrick-vibes terwijl hij Go No More A-Roving opvoert in een gebiedende, legerachtige manier als dat van een oude musicalster. Diezelfde indrukwekkende theatraliteit is ook hier in Charlie Wilson’s War te zien, waar hij zijn baas vertelt dat hij weet dat hij iemands verloofde in de kont heeft ‘gedefinieerd’ voordat hij zijn kantoorraam breekt en naar buiten stormt. In Synecdoche, New York draagt Seymour Hoffman een lange, op momenten briljante en vaak verbijsterende film van voor tot eind. Hij draagt de film zoals Atlas de wereld draagt.

Hoewel hij bekend stond om zijn overgewicht, had Seymour Hoffman een gave die slechts een paar acteurs bezitten. Hij kon zijn lichaam haast magisch veranderen om een rol passend te maken. Niet door Oscarwinnende crashdiëten, maar door te acteren.

Zo was het ook toen de grote Seymour Hoffman een Oscar won voor zijn rol als de kleine, schriele Truman Capote met zoveel emotionele en fysieke vaardigheden dat je zou denken dat hij een kleine huppelende nicht was, in plaats van een beer.

In zijn rol van de grote rockjournalist Lester Bangs in Almost Famous zei Seymour Hoffman: “Grote kunst gaat over schuld en verlangen.” En dat was vaak precies waar zijn acteren om draaide. ‘Echt’ is een woord dat veel wordt gebruikt in het theater. Het is een vaag begrip dat een heleboel dingen omvat – zoals niet overdrijven, aanstellen of zelfbewust zijn. Het is vaak lastig ergens aan op te hangen, maar makkelijker te zien wanneer het recht voor je neus gebeurt. Als je Philip Seymour Hoffman ziet acteren dan kijk je naar iets echts. Hij zei ooit over zijn carrière: “Ik dacht dat ik gewoon met de fiets het theater binnen kon rijden. Dat leek me romantisch.” Het is een uitspraak die de mogelijkheden opsomt van de creatie, en het optimisme dat komt kijken bij het neerzetten van iets artistieks. De gedachte dat hij dat nooit meer zal doen is bijna te triest.

Philip Seymour Hoffman laat zijn vriendin Mimi O’Donnel en hun drie kinderen Tallulah, Willa en Cooper achter. Hij was 46.