FYI.

This story is over 5 years old.

Waarom klimaatverandering geen plaats heeft in onze verhalen

Global warming is een te langzaam fenomeen om de aandacht van het maatschappelijke debat te vangen. De enige manier om het toch aan te kaarten is misschien wel door fictie.
25 februari 2015, 11:30am

Onlangs stuitte ik op het uitstekende woord "hyperobject," een filosofisch concept geïntroduceerd door de ecotheoreticus Timothy Morton. Hyperobjecten zijn gebeurtenissen, systemen of processen die te complex zijn, te groot en te verspreid over tijd en ruimte voor mensen om te begrijpen:

"Black holes are hyperobjects; nuclear materials such as uranium and plutonium, with their deep-time half-lives, are hyperobjects; global warming and mass species extinction are hyperobjects. We know, we live with, the local effects of these phenomena, but mostly they are quite literally beyond our ken. In one sense they are abstractions; in another they are ferociously, catastrophically real."

Klimaatverandering als hyperobject. De gevolgen ervan staan dagelijks in de krant, maar een intelligente maatschappijbrede discussie lijkt verder dan ooit. Er heerst een collectieve blinde vlek. Ondanks dat de rampen die in verband worden gebracht met klimaatverandering in 2014 bijvoorbeeld een recordbedrag van 500 miljard hebben gekost, kwam bij maar 6% van aanwezigen van het World Economic Forum in Davos het klimaat voor in de top 20 van prioriteiten. Klimaatverandering is een dooddoener op feestjes, kranten verkopen er niet beter door, politici winnen er geen stemmen mee, wetenschappers maken er geen vrienden mee bij hun machtige geldschieters en kunstenaars, schrijvers en filmmakers weten niet hoe het in een vorm te gieten.

Klimaatverandering leeft niet, omdat het te complex is om te 'vertellen.'

Een verhaal uit 2393

Toen wetenschapshistorica en klimaatactiviste Naomi Oreskes bij haar kapster zat en vroeg of zij zich zorgen maakte over het klimaat, antwoordde de kapster: "nee, want wetenschappers weten toch niet precies hoe het zit." Naomi's pony moest een eindje omhoog zijn gesprongen toen ze dat hoorde, want ze had net de resultaten van 1000 willekeurige klimaatonderzoeken (zo'n 10% van het totaal) met elkaar vergeleken, en allemaal waren ze het er over eens dat de aarde opwarmt en dat de mens de oorzaak is. Zelden is er meer overeenstemming bereikt in een onderzoeksveld, en toch speelt klimaatverandering nauwelijks een rol van betekenis in de populaire cultuur.

Het zette haar ertoe aan The Collapse of Western Civilization: a view from the future , te schrijven. Het is een ijzingwekkend essay uit de toekomst, geschreven door een Chinese wetenschapper in het jaar 2393. We komen weinig van hem te weten, behalve dat hij in een wereld woont waar nog maar 500 miljoen mensen wonen, in nieuwe staatkundige entiteiten als De VS van Noord-Amerika of de Nordo-Scandinavische Unie. We leren dat de periode 1988-2093 de geschiedenis in is gegaan als De Periode van Penumbra, de tijd dat er een schaduw over ons heen viel, 'a second dark age.'

In ongeveer zestig pagina's beschrijft de fictieve wetenschapper het wanstaltige beleid van onze tijd en de gevolgen van dien: in de verleden tijd. De politieke besluiten zijn echt, en de gevolgen daarvan zijn volgens de laatste modellen accuraat. We weten bijvoorbeeld heel goed dat als de West-antarctische en Groenlandse ijskappen inklappen, het water abrupt acht meter stijgt en dat dan de kans groot is dat 1,5 miljard mensen ontheemd raken.

Het belangrijkste argument van onze Chinese historicus is dat de wetenschap zich te makkelijk aan de kant heeft laten schuiven door het "carbon combustion complex," een mooie benaming voor iedereen die belangen had bij het op grote schaal verbranden van fossiele brandstoffen; zowat iedereen dus. De wetenschap was volgens de historicus te versnipperd en te specialistisch om het overzicht te behouden. Een tweede hindernis was de al te strenge naleving van het consensusprincipe. Over elk wissewasje moest 95% van de wetenschappers het eens zijn, waardoor men verstrikt raakte in nuances en niet eensgezind kon optreden vóór verandering. Op pagina één , schrijft de fictieve wetenschapper ademloos:

"Even today, two millennia after the collapse of the Roman and Mayan empires and one millennium after the end of the Byzantine and Inca empires, historians, archaeologists, and synthetic-failure paleoanalysts have been unable to agree on the primary causes of those societies' loss of population, power, stability, and identity.
The case of Western civilization is different because the consequences of its actions were not only predictable, but predicted."

Tijdens het lezen denk je continu: "waarom deden die eikels niets?" Maar natuurlijk zijn wij het, die niets doen. Terugkijkend heb je overzicht, en is er volgens Oreskes geen ruimte meer voor ons grootste talent, dat nu blijkt ook een gevaar te kunnen zijn: optimisme; de gedachte dat alles wel goed komt, ook al wijst alles op het tegendeel.

Maar Collapse is meer dan een nuttig denkspel. Het is een poging om klimaatverandering inzichtelijk te maken door het in een menselijk verhaal te plaatsen.

O my god, Cli-fi!

"De klimaatbeweging heeft alles, ze hebben wetenschappers, lobbyisten en beleidsmakers – ze hebben alleen niet de steun van de massa," zei Bill McGibben, een vooraanstaand klimaatactivist, tegen The New Yorker.

Het probleem waar klimaatactivisten mee worstelen is: hoe bereik je de massa? Niemand heeft er een goed antwoord op. Marcel van Dam zei in 2014 dat er een grote ramp nodig was voordat we iets aan het klimaatprobleem zouden doen. Ook Naomi Klein (andere Naomi!) strooit in haar laatste boek This Changes Everything rijkelijk met rampen, duidelijk in de hoop een 'actie van onderop' te ontketenen. "It takes everyone!!"

Rampen worden ingezet als 'bewijs' voor klimaatverandering, maar de vraag is of dat mensen ook echt aanspoort met z'n allen de barricades op te gaan. Non-fictie zoals wij die nu bedrijven is maar beperkt geschikt om een complex proces als klimaatverandering op 'de massa' over te brengen. De realiteit die de wetenschap en journalistiek ons geeft, is versnipperd, omdat de regels die ervoor moeten zorgen dat we geen onzin uitkramen (denk aan hoor en wederhoor en een al te streng consensusprincipe) een eenduidig verhaal in de weg zitten.

Klimaatverandering is net als de kosmos een hyperobject. Het is niet voor niets dat Carl Sagan en Neil Degrasse Tyson in een Ship of the Imagination door het universum zoeven, anders zouden zij nooit op een begrijpelijke manier hun verhaal kunnen vertellen. Ze zouden er uren en uren over doen om uit te leggen hoe ver de zon is, of hoe klein een proton is. De werkelijkheid is te groot (of te klein) om te begrijpen, en je moet afstand nemen van de dagelijkse realiteit wil een mens er iets van begrijpen.

In Collapse neemt Oreskes ons als het ware mee in haar Ship of the Imagination, naar het jaar 2393, en onderweg vermengt ze wetenschap met de kracht van het verhaal. In de kosmologie is het een beproefde methode, in de klimaatwetenschappen is het nog helemaal nieuw. Althans, bijna nieuw. In Amerika hebben ze er al een woord voor: Cli-fi, oftewel Climate Fiction.

Een nieuwe wereld moet je bouwen.

De vraag of je met fictie wel de massa bereikt, daarover verschillen de meningen. Ik heb in elk geval niet het doorslaggevende bewijs. In zijn paper The Future of the mass Audience berekende sociaal wetenschapper Russel Neumann dat maar 10% van de samenleving fictie krijgt te verteren.

Maar als je even nadenkt, is het logisch dat in de verspreiding van kennis verschillende media aan bod komen. Kennis is een osmotisch proces. Het kruipt door de wanden van wetenschap naar filosofie en literatuur en stroomt over van de beeldende kunsten in film en televisie, en vloeit weer terug, en dat alles veel minder overzichtelijk dan dit. Elke 'actie van onderop' begint bij de verhalenvertellers.

Hoewel fictie ook het rijk van escapisme is (The Lord of the Rings was ooit een reactie op de verschrikkingen van de eerste wereldoorlog, maar geldt nu als ideaal vakantieland voor de ontheemden van de prestatiemaatschappij) is er een groep schrijvers opgestaan die onze omgang met de wereld centraal stelt. En cli-fi is niet allemaal 'genre'-pulp die achteloos tussen de boeketreeksen en de kast met fantasy staan gepropt. Margeret Atwood's The Year of the Flood en Peter Heller's _The Dog Stars_zijn rijkelijk geprezen. In Nederland is de autobiografische roman nog altijd alleenheerser, dus er is helaas nog geen cli-fi van achter de dijken, maar we kunnen ons ermee troosten dat er iemand als Jeff VanderMeer bestaat.

VanderMeer schreef de trilogie The Southern Reach. De drie romans Annihilation Authority en Acceptance spelen zich af in de nabije toekomst, en hoewel die toekomst niet echt gezellig is, is het ook geen apocalyptisch schrikbeeld. Het gaat even kort gezegd over een groep wetenschappers die een mysterieuze wildernis verkennen, 'Area-X', dat nog geen dertig jaar eerder voor de kust van Florida spontaan is ontstaan. Zijn voornaamste doel is "laten zien hoe mensen met hun omgeving omgaan."

Alles in Area-X is anders. Het leven is er te uitbundig, de lucht is te vol vogels en het gras groeit er te dicht op elkaar. Steeds als iemand iets denkt te begrijpen, glibbert de logica ze weer door de vingers. Area-X is een Hyperobject, totaal buiten elk menselijk referentiepunt. De 'wetenschappers' zijn totaal niet in staat om het gebeid te begrijpen, en gaan zich steeds minder als zichzelf gedragen, en, tsja: steeds meer als mensen. Ze bakenen gebied af, willen PER SE weten 'hoe het zit,' falen, sterven of worden gek. Het leven in Area-X is een quixotisch gevecht. Het beste dat je kunt doen is je maar 'aanpassen.'

En hiermee zijn we aanbeland op het slotakkoord van vandaag.

Inmiddels heeft Paramount Pictures de filmrechten gekocht van VanderMeers trilogie. Te zien aan de hoeveelheid cli-fi bestsellers die de laatste tijd op de markt komen, zullen we dit soort verhalen, met enige vertraging, vaker zien op het grote scherm. En dat biedt hoop dat biedt hoop dat de ideeën waar Oreskes, Klein, VanderMeer en van Dam mee rondlopen, een breder publiek kunnen vinden.

Want ook al lezen maar weinig mensen, fictie is de brug die we nodig hebben om een hyperobject als de klimaatverandering te begrijpen. Zonder verhalen is klimaatverandering niet meer dan een vervelend riedeltje, dat je zachter kunt zetten als het geluid je niet bevalt. Dat er in Nederland voor zover ik weet geen enkele auteur of filmmaker het belangrijkste verhaal van onze tijd probeert te vertellen, uit overtuiging dat ze toch geen impact hebben, of gewoon uit desinteresse, is een van de grotere flaters van de artistieke wereld op dit moment. Of zoals Henry Miller het ooit zei (en ik parafraseer): "get your head out of your ass because the world is rich in treasures."

Advertentie