Advertentie
Tech by VICE

De beste manier om een leugen te ontmaskeren, aldus de wetenschap

We vroegen een leugenonderzoeker naar de staat van leugendetectie.

door Alejandro Tauber
20 juli 2015, 9:03am

Wanneer is de laatste keer dat jij gelogen hebt? Of belangrijker: wanneer was de laatste keer dat jij betrapt bent op een leugen?

Technieken om erachter te komen of iemand liegt over een bepaald feit zijn de laatste decennia steeds beter geworden. Nog altijd niet waterdicht, maar wel significant beter dan de polygraaftests die je nu nog ziet op tv. De gevolgen hiervan voor de toekomst zijn even angstaanjagend als hoopgevend, wat reden genoeg was om eens te gaan praten met Bruno Verschuere, psycholoog en leugenonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Want wat nou als het mogelijk wordt dat je baas je via een app vraagt een testje te doen of je echt ziek bent? Of dat je aan een leugendetectortest wordt onderworpen als je een avond laat thuiskomt?

Mensen willen kennelijk op dinsdag- en woensdagnacht graag weten of iemand liegt

Dat is een minder gek idee dan het klinkt. Onderzoek naar leugendetectie is de afgelopen honderd jaar gefocust geweest op het registreren van fysiologische uitschieters – meer zweten, hogere hartslag, etc – tijdens het gebruiken van een bepaalde vraagtechniek. Lange tijd was het nodig om 'goed' te zijn in het toedienen van polygraaftests. De nieuwste technieken, die gebruikmaken van meer lichamelijke vormen van input – zoals nieuwe manieren van vraagstelling, reactiesnelheid en reflexive hersenimpulsen – maken de mens langzaamaan overbodig. En nu smartphones en wearables uitgerust worden met dezelfde sensoren als polygrafen, komt een toekomst van goedkope, accurate leugendetectie steeds dichterbij.

Aan de ene kant is dat een hoopvol vooruitzicht voor het recht en justitie. Valse veroordelingen zullen minder vaak voorkomen en de waarheid zal vaker zegevieren. Maar aan de andere kant zorgt de toegankelijkheid van technologie ervoor dat het toegepast kan worden voor minder zware delicten – zoals op je werk of thuis.

Laat me beginnen met wat fabeltjes over leugendetectie je brein uit helpen.

Alles wat je ooit hebt gelezen of gezien over leugens zien aan iemands gezicht of lichaamshouding is onwaar. "Er is heel lang ingezet op lichaamstaal, er zijn honderden studies naar gedaan, of je op basis van lichaamstaal kan zien of iemand liegt of niet. Daar zijn alle 153 'lichaamscues' bij bestudeerd: kijk je een beetje naar links of naar boven, of krul je je lippen of beweeg je vingers – elke mogelijke cue is bekeken en dat was gewoon één grote teleurstelling. Er komt gewoon niks uit," aldus Verschuere.

Zelfs de juiste training of ervaring of kennis helpt de mens niet verder bij het spotten van leugens op basis van cues. "De afgelopen tien jaar is alles systematisch onderzocht en steevast blijkt eigenlijk dat mensen dat gewoon niet kunnen." Uit al die onderzoeken blijkt dat passieve observatie blijft hangen op rond de 50% nauwkeurigheid. Je zou dus net zo goed een muntje kunnen opgooien.

Leonarde Keeler, uitvinder van de polygraaf

Ook de methode die je vaak op tv ziet, waarbij een polygraaf steevast wordt bijgestaan door twee politieagenten met dikke nekken, die om de beurt vragen schreeuwen, is de afgelopen jaren ontkracht. Desondanks wordt deze methode, Control Question Technique (CQT), nog altijd in veel landen toegepast in rechtspraak. Voor de meeste wetenschappers is het echter al lang duidelijk dat deze aanpak te wensen overlaat.

"De meest gebruikte techniek is ook meteen de meest controversiële techniek. Het werkt door afwisselend directe vragen, zoals 'Heb jij de moord gepleegd?' en controlevragen zoals 'Heb je wel eens een grote leugen verteld?' te stellen en te kijken naar de respons op de polygraaf."

De polygraaf is hierin slechts een dom apparaat. De naam zegt al wat het apparaat doet: het zet meerdere (poly) fysiologische parameters – zoals hartslag, zweet en spierbeweging – op een grafiek (graaf, duh). Het idee is dat als jij liegt, je lichaam daar op reageert: je hart gaat sneller kloppen, je temperatuur wordt hoger en je handen gaan zweten. Dat pikt het apparaat op en je gaat de bak in, want wetenschap liegt nooit.

Het probleem is echter dat wetenschap in dit geval wel loog, omdat het best wel slechte wetenschap was. Mensen worden nerveus van politieondervragingen, ook als ze onschuldig zijn, en dat leidt weer tot vals-positieve uitslagen en onterechte gevangenisstraffen. Honderd jaar na de uitvinding van de polygraaf wordt deze methode van leugendetectie dan ook door de meeste academici gezien als pseudowetenschap.

"Hetzelfde apparaat, maar een andere ondervragingstechniek"

Dat betekent echter niet dat de polygraaf nutteloos is, want mensen vertonen wel degelijk lichamelijke responsen als ze ergens meer over weten. Er is echter een andere manier van ondervraging nodig, die kennis in plaats van stress meet. De techniek heet geheugendetectie en wordt nu gezien als één van de de wegen vooruit voor leugendetectie.

In plaats van iemand nerveus te maken en daaruit schuld te concluderen, proberen psychologen te testen of jij als dader kennis hebt van dingen die alleen de dader kan weten. "Je wordt als dader bijvoorbeeld geconfronteerd met multiple choice vragen zonder expliciete emotionele lading mee te geven in de vraag. Het lijkt meer op Cluedo. Was de moord gepleegd met een mes of was het een geweer of was het misschien een kandelaar? Als je het niet weet vertoont je lichaam geen reactie."

Maar als je het wel weet, dan herken je het plaatje, de plaats delict of het moordwapen en reageert je lichaam, wat weer wordt opgepikt door de polygraaf. "Hetzelfde apparaat, maar een andere ondervragingstechniek," zoals Verschuere het samenvat.

In Japan wordt deze techniek al toegestaan in de rechtbank. "Maar niemand zegt op basis van deze test dat je schuldig bent of niet. Je zegt alleen dat de verdachte een kennisreactie vertoont op de locatie en het moordwapen. Dan is het aan de rechter om iemand al dan niet schuldig te verklaren."

Geheugendetectie is in deze vorm gewoon een aanvulling op het groeiende arsenaal forensische tests die uitsluitsel kunnen geven over droge feiten: is het DNA van een verdachte gevonden op de plaats delict? Geeft de GPS van zijn of haar telefoon aan dat ze daar in de buurt waren? Weet een verdachte meer dan hij of zij loslaat? Allemaal geen direct bewijs van schuld, maar droge feiten die bij elkaar opgeteld kunnen leiden tot minder valse veroordelingen.

Naast deze vorm van geheugendetectie zijn er ook andere wetenschappelijk getoetste methodes die veelbelovend lijken.

Het is vastgesteld dat leugens verzinnen en ze vervolgens uiten, het brein meer moeite kost dan de waarheid vertellen. Er is simpelweg meer tijd en moeite nodig om de leugen te verzinnen en te onderbouwen. "We zijn dus bezig met methodes om dat uit te vergroten, zoals iemand over hun avond te laten vertellen, maar dan in omgekeerde volgorde."

Verschuere en co-auteur Bennett Kleinenberg konden aan de hand van de reactietijden bij ongeveer 90% van de proefpersonen vaststellen wat hun ware identiteit was

Zo zou de politie kunnen weten dat er rond zes uur een misdrijf is gepleegd, en de verdachte kunnen vragen om zijn avond van vier uur 's middags tot 10 uur 's avonds te vertellen. Maar dan andersom. "Om zes gebeurt er iets en dan kom je in de problemen. Je lichaam gaat cues vertonen omdat je brein druk bezig is met het verhaal kloppend maken. Dan weet je nog steeds niet zeker of iemand liegt of niet, maar het is wel opmerkelijk dat iemand daar moeite mee heeft. Het is een aanknopingspunt voor verder onderzoek." Nu weet je dus ook wat je moet vragen als je vriend of vriendin weer eens 'moest overwerken.'

Verschuere legt het principe zelf uit aan de hand van een hometrainer. Als je twee mensen op twee hometrainers zet, en bij de één het verzet zwaarder zet, dan zal je geen verschil zien als ze langzaam fietsen, maar als je ze vraagt om sneller te trappen, dan verraadt degene met het zwaardere verzet zich door meer te zweten. "Wat het specifieke trucje is, maakt niet uit, we zoeken gewoon manieren om het moeilijker te maken."

In het dagelijks leven ben je natuurlijk beperkt door het niet hebben van multiple choice-vragen en een polygraaf, maar er zijn wel dingen die je kan doen om een leugenaar te betrappen. Het is vooral belangrijk om iemand zich op hun gemak te laten voelen. Stel open vragen, waarin details voorkomen die verifieerbaar zijn, zoals met wie iemand was of welke route ze fietsten. Stel onverwachte vragen, zoals hun avond in omgekeerd chronologische volgorde vertellen. Dit verhoogt de cognitieve load en maakt het makkelijker om inconsistenties te vinden. Het belangrijkste blijft om niet te snel conclusies te trekken; als iemand nerveus is, betekent het niet dat ze liegen. Het gaat er vooral om om globale inconsistenties in verhalen op te sporen.

En ondertussen werken Verschueren en zijn collega's door aan nieuwe manieren om objectiever leugens te kunnen detecteren. Zo hebben ze een experiment waarbij in plaats van de chronologie, de snelheid waarmee je moet antwoorden verandert. In een testje dat je ook zelf online kan uitvoeren (waar Verschuere je erg dankbaar voor zou zijn), wordt je gevraagd om te doen alsof je iemand anders bent en binnen hele korte tijd aan te geven of woorden van toepassing zijn op jouw fictieve personage.

Het is wederom een test die gebaseerd is op geheugendetectie, en specifieker, op de bewezen hypothese dat je langzamer blijkt te reageren op informatie die relevant voor jou is, maar dat probeert te verhullen. De resultaten van deze test waren uitermate nauwkeurig. Verschuere en co-auteur Bennett Kleinenberg konden aan de hand van de reactietijden bij ongeveer 90% van de proefpersonen vaststellen wat hun ware identiteit was. En dus ook dat ze logen over wie ze waren.

Het experiment is natuurlijk een zeer specifieke toepassing van leugendetectie, maar het baarde me toch zorgen. De enige parameter waar ze conclusies aan verbonden was reactiesnelheid, maar als daar ook nog hartslagmeters of EEG aan worden gekoppeld, zou dat ongetwijfeld leiden tot nog betere resultaten.

Nu nog bullshit, maar hoe lang nog?

En dat is waar het (in mijn ogen) eng begint te worden. Het is namelijk prima mogelijk om een zelfde soort test te verpakken in een app. Koppel daar een Apple Watch aan die je hartslag meet, of een goedkope EEG-sensor, en je kan dit soort testen thuis uitvoeren. En als dat ook nog eens met net zo veel nauwkeurigheid kan, dan kom je in de buurt van de toepassingen die ik in de inleiding omschreef – dat je baas je vraagt om even een testje te doen of je echt ziek bent of was. Of om na te gaan of je drugs gebruikt of weleens pennen steelt.

Dit is minder ver-van-je-bed dan je denkt. Tot de jaren tachtig was het doodnormaal in de VS om werknemers tijdens of vlak na hun sollicitatiegesprek te vragen om een leugendetectortest te ondergaan. Dit ging door tot president Reagan in 1988 besloot dit soort praktijken te verbieden.

Ik vroeg Verschuere of hij wel eens nadenkt over de maatschappelijke consequenties van het doel van zijn onderzoek, namelijk een methode verzinnen die in 100 procent van de gevallen een leugen detecteert. Hij stond hier pragmatisch tegenover. "Het zou flauw zijn om, als je als wetenschapper een hele mooie techniek vindt, vervolgens in je ivoren toren blijft en zegt dat we die techniek vooral niet moeten gaan toepassen. Je moet weten dat rechters anders toch wel beslissingen maken, en dan kunnen ze maar beter gebruik maken van een goede techniek in plaats van wankele ooggetuigenverklaringen. De winst die te halen is, is zo groot, dat ik de andere gevolgen voor lief neem."

Daarnaast zijn alle leugendetectietests nog altijd te faken. Ze hangen namelijk allemaal af van medewerking van de ondervraagde. Als jij de test niet invult of expres gaat lopen verzieken, dan kan zegt zo'n test niks. Zonder medewerking werkt geen enkele leugendetectie. En dat is best prettig om te weten.

Tagged:
tech
Motherboard
lichaamstaal
motherboard show
deceptie
Leugens herkennen
Liegt hij
Liegt zij
geheugendetectie
micro-expressies
polygraaf