Portretten van de laatste Holocaust-overlevenden
Een portret van Nina Weil. Alle foto's door Beat Mumenthaler, eigendom van de Gamaraal Foundation
Fotos

Portretten van de laatste Holocaust-overlevenden

“Mijn neef, tante en oom zijn allemaal vermoord. Ik verdiende het niet om te overleven. Ik verdiende het niet om zoveel geluk te hebben.”
7.11.17

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vluchtten duizenden joden naar Zwitserland, dat neutraal wist te blijven gedurende de gehele oorlog. Vandaag de dag wonen er nog zo'n vierhonderd geregistreerde Holocaust-overlevenden — hoewel heel veel van hen na de oorlog hun joodse identiteit verborgen hebben gehouden omdat ze bang waren voor nog meer mishandeling.

Anna Winter — de dochter van twee Duitse overlevenden — richtte in 2014 de Gamaraal stichting op in Zürich. Het goede doel probeert de overlevenden emotionele en financiële steun te bieden en tegelijkertijd hun ervaringen te gebruiken om jongeren te onderwijzen over de oorlog. Het laatste project van de stichting, De Laatste Zwitserse Holocaust Overlevenden, voegt persoonlijke verhalen samen met portretten, gemaakt door fotograaf Beat Mumenthaler.

Advertentie

"De overlevenden bleven me vertellen dat zoiets als de Holocaust nog eens zou kunnen gebeuren," legt Anita Winter uit. "Het is iedereens verantwoordelijkheid om het motto 'Nie Wieder' in stand te houden." Anita hoopt dat de tentoonstelling, die op universiteiten en in galeries in Zwitserland wordt vertoond, het belang van tolerantie benadrukt aan de jongere generatie.

Hieronder zijn enkele portretten en persoonlijke verhalen verzameld van enkele laatste Zwitserse Holocaust-overlevenden.

Eduard Kornfeld

Eduard Kornfeld werd geboren in de buurt van het Slowaakse Bratislava in 1929. Hij werd naar Auschwitz en enkele andere concentratiekampen gedeporteerd. Op 29 april 1945 werd hij door Amerikaanse troepen bevrijd uit kamp Dachau in Duitsland. Hij woog toen nog maar 27 kilo. Zijn moeder Rosa, zijn vader Simon en zijn broers en zussen Hilda, Josef, Alexander en Rachel zijn allemaal in concentratiekampen vermoord. Kornfeld kwam in 1949 in Zwitserland aan en werd vier jaar lang verzorgd in Davos. Daar herstelde hij van een heftige tuberculose. Daarna heeft hij een opleiding gevolgd tot juwelier. Hij heeft twee zonen, een dochter en zeven kleinkinderen.

"We werden in een veewagon afgevoerd. De reis duurde drie dagen. Toen de trein plotseling stopte, hoorde ik iemand buiten in het Duits schreeuwen 'Aufmachen!' Ik keek naar buiten en zag hoe SS'ers mensen in elkaar sloegen omdat ze vonden dat ze te langzaam liepen. Een moeder ging niet snel genoeg, omdat ze haar kind probeerde te helpen, dus pakten de SS'ers haar zoon en gooiden hem in een wagen waar ook de ouderen en zieken in waren gestopt. Die mensen werden meteen naar de gaskamers gestuurd."

Advertentie

Nina Weil

Nina Weil is geboren in 1932 in Klatovy, een dorpje dat in het huidige Tsjechië ligt. Ze woonde in Praag toen ze in 1942 werd gearresteerd en gedeporteerd naar het kamp Theresienstadt. Niet lang daarna werd ze met haar moeder Amalie naar Auschwitz gestuurd. Ze was twaalf jaar oud toen haar moeder stierf vanwege uitputting. Na de oorlog vertrok ze met haar man naar Zwitserland, waar ze als laboratoriumassistente werkte in het Universiteitsziekenhuis van Zürich.

"Ik heb zo hard gehuild toen ze het nummer '71978' op mijn arm tatoeëerden. Niet omdat het zoveel pijn deed, maar om wat het betekende. Ik was mijn identiteit volledig kwijt en was een nummer geworden. Mijn moeder probeerde me te kalmeren door te zeggen dat wanneer we thuis zouden komen, ik naar de dansschool zou gaan en een grote armband zou krijgen zodat niemand de tatoeage zou zien. Ik ben nooit naar de dansschool gegaan en ik heb ook nooit een armband gehad die groot genoeg was om 'm te verbergen."

Klaus Appel

Klaus Appel is geboren in Berlijn in 1925. Nadat zijn vader, Paul, en zijn oudere broer, Willi-Wolf, gearresteerd werden en naar Auschwitz werden gestuurd, gingen hij en zijn zus naar Engeland via een van de laatste Kindertransporten . Na de oorlog trouwde Klaus met een Zwitserse vrouw en verhuisde naar Zwitserland om als horlogemaker te werken. Hij stief in april van dit jaar. Hij laat twee kinderen en drie kleinkinderen achter.

"We waren thuis toen de deurbel ging. Ze kwamen mijn vader arresteren. 'Ben jij meneer Appel?', vroegen ze aan hem. 'Kom dan met ons mee.' Mijn vader draaide zich alleen rustig naar me om en zei: 'Jij moet naar school.' Dat waren de laatste woorden die hij tegen me zei. Ik heb hem nooit meer teruggezien."

Advertentie

Christa Markovits

Christa Markovits is geboren in 1936 als Krisztina Barabás in Boedapest. De hele familie had zich al voor de oorlog bekeerd tot het christendom, maar ze werden nog steeds als joods gezien onder het Nazi-regime. Tijdens de oorlog zat ze met haar zus ondergedoken in een klooster in de stad. In 1956 verhuisde ze naar Zwitserland waar ze scheikunde studeerde en werkte in het Paul Scherrer Instituut — een onderzoekscentrum ten noorden van Zürich.

"Het was dom geluk dat ik de kans had om onder te duiken in dat klooster. Mijn neef, tante en oom zijn allemaal vermoord. Ik verdiende het niet om te overleven. Ik verdiende het niet om zoveel geluk te hebben."

Egon Holländer

Robert Collis was erbij toen het concentratiekamp van Bergen-Belsen in 1945 werd bevrijd en hij schreef over Egon Hollander in zijn memoires. Collis omschreef de jongen Egon als 'een klein blank Slavisch kind van zo'n zes jaar oud dat elke dag erg stil in zijn kooi lag. Hij bewoog en sprak nooit. Hij had de tyfus — hij was extreem mager.' Elisabeth, Egons moeder, stierf door die ziekte in het kamp. In 1968 verhuisde Egon, een gediplomeerd ingenieur, naar Zürich en werkte daar in een hoge functie bij een technologisch bedrijf. He is getrouwd en heeft twee dochters en drie kleinkinderen.

"Toen de Britse troepen ons kwamen bevrijden, was ik praktisch dood. Wat ik me het meest herinner van het kamp waren de stapels lijken. Dat is iets wat je nooit meer vergeet."

Advertentie

Eva Koralnik-Rottenberg

Eva Koralnik is in 1936 geboren in Boedapest. Haar moeder, Berta, was haar Zwitsers burgerschap verloren toen ze met de joodse Hongaar Willi Rottenberg trouwde. Eva wist, samen met haar moeder en haar zusje Vera van zes weken oud, uit Hongarije naar Zwitserland te ontsnappen in oktober 1944. Daar runde ze jarenlang het literaire bureau Liepman in Zürich. Ze is getrouwd, heeft een zoon, een dochter en vier kleinkinderen.

"Toen we in Wenen aankwamen, werden we bij een treinstation opgepikt door de Gestapo om een nacht in het beroemde Métropole Hotel, dat was het hoofdkwartier van de geheime dienst, door te brengen. Harald Feller — een Zwitsers diplomaat die veel Hongaarse joden heeft gered — had voor ons geregeld dat we daar konden verblijven, recht onder het neus van de Duitsers. Mijn moeder heeft die nacht vol angst en paniek doorgebracht. Ik herinner me de gepoetste laarzen, de Duitse herdershonden op de gang en de grote swastika boven de ingang naar de marmeren hal."

Bronislaw Erich

Bronislaw Erich is in 1923 geboren in Warschau. Hij overleefde de oorlog onder een valse naam als een arbeider op een Duitse boerderij. Zijn vader Nachum, zijn moeder Brandl en zijn broertje Jacob zijn vermoord — waarschijnlijk in 1942 in een getto in Warschau of in het vernietigingskamp Treblinka. Bronislaw verhuisde later naar Zwitserland. Daar werd hij in 1961 ingehuurd om te werken voor een drukkerij en daarna werd hij een leverancier van leugendetectors. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen en twee achterkleinkinderen.

"Als ik naar bed ga en het licht uit doe, denk ik aan mijn ouders en mijn broertje die alledrie zijn vermoord. Ik heb slapeloze nachten. Een vriend van me stelde eens voor om slaappillen te gebruiken. Ik kocht een doosje, maar het werkte totaal niet."