Alle foto's door Roos Pierson

We spraken de Nederlandse reggae-artiest die vanaf zijn nek verlamd is

“Ik heb geleerd hoe je met je mind kan omgaan. Daar zit de echte power in het leven.”

|
02 februari 2018, 2:15pm

Alle foto's door Roos Pierson

Hij heeft een dreadlock van meer dan twee meter lang en een joint in zijn mond. Aart Timmermans, een 58-jarige man die van nek tot voeten verlamd is, ligt languit in zijn rolstoel. In zijn huiskamer is de rasta-spirit niet te missen. Foto’s van zijn helden Haile Selassie en Bob Marley hangen aan de muur, en boven Timmermans slingert een lampion met de kleuren van de Ethiopische vlag.

Als jochie zat hij al mee te zingen voor de transistorradio, terwijl de andere kinderen buiten gingen voetballen en klimmen. Twintig jaar, dat was wat de dokters hem gaven. Hij zou door zijn spierziekte niet ouder worden. Timmermans besloot daarom zijn leven om te gooien, en van alles te gaan genieten. Zo ontdekte hij reggae. Hij wilde muziek maken zoals Bob Marley en leven volgens de rastafari-filosofie.

Timmermans, oftewel Ras Fire, is nu reggaeproducer, zanger en songwriter, zonder dat hij fysiek ook maar een instrument kan bespelen. Elke week schrijft hij één nieuwe track, zegt hij trots. Vaak zelfs meerdere. Zijn inspiratie is niet te stoppen. “Voor mij zit overal muziek in. De gekste dingen kunnen mij triggeren: de secondewijzers van een klok of de ruitenwissers van een auto.”

Op zevenjarige leeftijd, toen hij zijn handen nog kon gebruiken, speelde hij al op de akoestische gitaar van zijn zus. De zeurderige tonen van zijn eigen blokfluit waren hem gaan vervelen. Hij genoot van het gitaarspel, tot op het moment dat zijn spieren niet meer functioneerden zoals het hoorde. “Ik kon niet meer spelen wat ik wilde spelen, en niet meer zo snel als ik wilde,” zucht hij. “Daardoor botste ik dagelijks tegen een muur van frustratie aan. Dat trok ik niet meer, dus toen heb ik mijn gitaar aan de kant gelegd.”

Pas na jaren pakte Ras het gitaarspelen weer op, maar wel op een andere manier dan je misschien gewend bent. “Als jij iets wil pakken en je kan er net niet bij, dan gebruik je een stok,” legt hij uit. “Je bedenkt een hulpmiddel waarmee je datgene kan verwezenlijken wat je wil bereiken. Omdat ik lichamelijk begrensd ben, heb ik leren ontwikkelen hoe je met je mind kan omgaan. Daar zit de echte power in het leven.”

Die kracht gebruikt hij om muziek te maken vanuit zijn gedachten. “Als ik met muziek aan de slag ga, heb ik een hele band ter beschikking. Ik speel zelf al die instrumenten. In mijn hoofd. Meestal begint het met een baslijntje. En dan zet je het dus in zo’n loopstation, die zit opgeslagen en loopt gewoon door. Terwijl ik die hoor, denk ik: wat voor drum moet ik hierbij doen? En wat voor akkoorden? Ik begin de akkoorden te horen, en dan hoor ik gelijk wat er aan blazerspartijen bij kunnen. Zo bouw ik heel de sequence op in mijn hoofd. Ik beschik eigenlijk over de meest uitgebreide band die je maar kan verzinnen. Iedereen speelt ook keurig in de maat, het is helemaal geweldig!”

Toch is het een wonder dat Ras hier nog is en dit nog kan doen. Op zijn elfde nam hij een heftig besluit. “Ik zat aan de keukentafel, met mijn rug naar mijn moeder die bij het aanrecht stond. Ze was het een en ander aan het schoonmaken. Ik zat daar, met een glas water en een rijtje medicijnen voor me. Ik keek ernaar en zei: ‘Mam, ik neem geen medicijnen meer. Ik hou ermee op.’ Mijn moeder besefte heel goed wat het betekende, maar dacht toen nog dat ik sowieso geen twintig jaar zou worden. Misschien zeventien of achttien. Het is onmenselijk om hem nu nog dingen te laten doen die hij niet wil, dacht ze waarschijnlijk bij zichzelf.”

Na het stoppen met zijn medicijnen voelde Ras zich steeds beter, tegen alle verwachtingen in. Hij had zelf een ademtechniek ontwikkeld. Hoe weet hij niet meer precies, maar het heeft waarschijnlijk geholpen dat hij mee wilde doen met ‘pijltjesschieten’ met jongens van zijn leeftijd. Dat waren handgedraaide papieren pijltjes die ze door een pvc-buis bliezen. “Als je mee wilde doen, moest je toch wel een beetje kunnen blazen,” zegt Aart lachend. “Anders konden de jongens jou wel schieten, maar jij hen niet. Ik ging toen allemaal dingen ontwikkelen om toch mee te kunnen doen.”

Ras, nu 58, is nog steeds blij met de beslissing om met zijn medicatie te stoppen. “Voor de meeste mensen in mijn situatie is het leven gewoon één groot medisch traject,” zegt hij. “Ik verzette me daar altijd tegen.” Op een vroeg moment in zijn leven kwam hij dan ook al op een soort van kantelpunt, waarop hij het heft in eigen handen ging nemen. “Mensen met een gezond lichaam zeggen me altijd: jij hebt 10 keer meer gedaan in je leven dan dat ik gedaan heb. Dan zeg ik ze dat ze dat zelf nagelaten hebben, niet ik.”

Ras leerde zeilen en vliegen, door zeer precieze instructies te geven. “Als er nu een piloot een hartaanval krijgt, kan ik iemand precies vertellen wat die moet doen om het toestel de lucht in te houden.” Ook reisde hij al erg jong de hele wereld rond. Op een van die reizen, toen hij 21 was, kwam hij in aanraking met reggae. Samen met de lokale dealer op Bonaire luisterde hij voor het eerst “écht” naar de muziek van Bob Marley. Hij kreeg een moment van openbaring. Hij ruilde alle dure en hippe cassettes die hij op dat moment bij zich had in voor het cassettebandje met de muziek van Marley erop. Daarna keerde hij terug naar Nederland om daar iedereen te overtuigen van de kracht van reggaemuziek.

Zijn thuiskomst was minder vrolijk dan verwacht. “Ik was nog maar net terug na vier maanden reizen, en toen is mijn jongste broer overleden aan dezelfde ziekte als die ik heb. Ik wist niet dat hij er zo slecht voor lag. Bij hem ging het altijd een beetje op en neer, maar we dachten nooit: dat wordt fataal. Ik ben zaterdag teruggekomen, en in de nacht van dinsdag op woensdag is hij overleden.” Het was moeilijk voor Ras om zijn broer op die manier te verliezen. Toch kwam de vraag ‘wanneer ben ik aan de beurt?’ nooit bij hem op. Zelfs niet toen hij bij een reünie van zijn vroegere school opnieuw op een harde manier geconfronteerd werd met de dood. “Van onze hele klas was ik de enige die nog in leven was. Tachtig procent had namelijk een aandoening van hetzelfde kaliber als ik. De vuistregel was dat je dan niet ouder dan twintig werd. Ik heb altijd meegekregen: je wordt niet oud, en ze vallen bij bosjes om je heen.”

Terwijl Ras zijn verhaal vertelt, zit zijn vrouw Snezana naast hem op de bank wiet te grinden voor hem. Die wiet groeien ze hier gewoon in hun tuintje. Het is het enige medicijn waar Ras zich nooit tegen verzet heeft. Hij vindt het zelfs crimineel dat er niet meer wordt ingezet op het gebruik van wiet, ook als geneesmiddel. Het is namelijk een plant die geen roofbouw pleegt op de aarde. Die harmonie met alles om zich heen is heel belangrijk in de rastafari-filosofie. Hij kwam daarmee in contact tijdens de jaren dat hij op Jamaica woonde. Ook zijn lange dreadlock is er onderdeel van, omdat je bij de rasta’s je haar niet mag afknippen.

Op de achtergrond speelt een van zijn eigen nummers. Dansen kan Ras alleen nog maar met zijn wenkbrauwen, maar dat hij ervan geniet, is duidelijk. De nummers die hij nu maakt, maakt hij naar eigen zeggen “met de beste mensen”. Hij heeft geleerd om met iedereen op zijn of haar niveau te kunnen communiceren. Ook zit hij regelmatig samen met een goede vriend en toetsenist nummers te maken in een ruimte die vroeger het washok was.

Het enige wat hij nog een beetje mist in zijn leven, is de erkenning voor zijn muziek. “Dat heeft eigenlijk niks te maken met geld. Het liefst zou ik met de band een wereldtournee doen, om mensen te inspireren en te laten zien dat iemand in mijn jasje en met mijn zeer beperkte lichamelijke mogelijkheden, toch heel goed kan functioneren. Om mensen een hart onder de riem te steken, waardoor ze een positieve boost krijgen en nog meer geïnspireerd raken en gemotiveerd om iets van hun leven te maken. Dat het ondanks bepaalde tegenslagen of beperkingen die op hun pad komen niet meteen betekent dat ze geen positieve bijdrage meer kunnen leveren. Ik probeer er het levende bewijs van te zijn dat dat wel kan. Dat maakt voor mij het leven nog een beetje meer zinvol. Als het alleen voor mezelf is, dan vind ik dat een beetje mager.”