Sport

Lofogo Sarour stopte met werken in een tbs-kliniek om kickbokser te worden

“Ik word nu door VICE Sports geïnterviewd, dan doe ik het best goed.”

door Kris Dekker
14 augustus 2018, 12:29pm

Foto's door Rebecca Camphens. 

Lofogo Sarour omhelst me vriendelijk bij onze kennismaking in Healthclub 17 in Schiedam. “Hey bro, alles lekker?”, vraagt hij. Het is benauwd binnen, maar desondanks is hij gehuld in een zwart trainingspak, met logo’s van zijn hoofd in een cartoonvorm die doet denken aan de Looney Tunes. Op zijn rechterslipper staat ‘King’ en op de linker ‘Shaka’, naar zijn bijnaam.

Het is moeilijk voor te stellen dat Lofogo deel uitmaakt van de harde vechtsportwereld, want daar is hij eigenlijk veel te vriendelijk en vrolijk voor. “Ik was achttien toen ik mijn eerste partij vocht. Ik veegde mijn tegenstander onderuit en wilde hem overeind helpen. Kreeg ik gelijk een spons naar m’n hoofd gegooid uit de hoek!”, zegt hij lachend. Lofogo werkte ook twee jaar als begeleider in een tbs-kliniek, voordat hij besloot zich vol te focussen op zijn kickbokscarrière.

Nu vecht Lofogo over de hele wereld in landen als de Verenigde Staten, Rusland en China. Zijn volgende partij is dichter bij huis. Op 15 september kickbokst hij bij Enfusion in Antwerpen tegen Wail Karroumi. Een maand daarna vecht hij in Alphen aan den Rijn op het eerste MMA-gala van Enfusion, ook tegen Karroumi. VICE Sports sprak Lofogo over MMA met speciale regels, werken in een tbs-kliniek en zijn deelname aan Puberruil.

VICE Sports: Ha Lofogo, hoe komt het dat je twee keer in vier weken tegen dezelfde tegenstander moet?
Lofogo Sarour: Geen idee, volgens mij is er wat misgegaan met de communicatie. Een half uur nadat die kickbokspartij rond was, kreeg ik een telefoontje dat mijn MMA-partij ook tegen Wail zou zijn. Ik ben dus van plan om hem eerst in elkaar te slaan in Antwerpen, en als hij daarna nog komt opdagen in Alphen aan den Rijn, doe ik het nog eens, haha! Hij is een goede jongen met een harde stoot, maar ik ben beter en vele malen knapper.

Wordt dit je eerste MMA-partij?
Ja, maar dit is niet MMA zoals je gewend bent van de UFC of Bellator. Enfusion wil MMA-gevechten die voor iedereen aantrekkelijk en toegankelijk zijn, dus vechten we met een regel waarbij we maximaal een minuut lang op de grond mogen vechten. Na een minuut op de grond wordt de partij onderbroken en moeten we opstaan en doorvechten. Iedereen die op dit evenement vecht is een A-klasse kickbokser zonder MMA-ervaring, of een zwarte band in Braziliaans jiujitsu of zo.

Dat kan je toch eigenlijk niet echt MMA noemen?
Klopt, dat is het ook niet. Maar het idee vind ik wel strak en ik maak me er niet druk om of mensen dit MMA noemen of niet. Een MMA-partij waarbij ze drie keer vijf minuten achter elkaar op de grond liggen zonder actie is niks. Hiermee word je juist gedwongen tot actie, dat is wat de mensen willen zien.

Toen je negentien was zat je in een aflevering van Puberruil . Word je daar nog weleens aan herinnerd?
Alleen door m’n trainingspartners, die pesten me daar af en toe nog mee. Shit man… heb je dat echt gekeken?

Baal je daarvan?
Nee, dat niet. Ik kwam bij toffe mensen en had het naar m’n zin. Maar ik werd door de makers gevraagd om heel veel dingen aan te dikken en in scène te zetten. Ik was negentien, dus dacht daar niet zo heel erg over na. Ik deed dus gewoon alles wat ze me vroegen, zoals het beeld schetsen dat de Delftse wijk waar ik vandaan kwam onveilig was. Volgens mij zei ik dat je daar niet zonder wapen over straat kon. Onzin. Daar had ik wel spijt van toen ik het terugkeek.

Degene die met jou ruilde kreeg er trouwens goed van langs op jouw kickbokstraining.
Die had het wel moeilijk. Arme jongen. Ik trainde toen nog bij Thaiboxing Den Haag met Tarik Khbabez en die heeft hem klappen verkocht zeg. Dan houd je jezelf toch in. Die jongen ging toen trouwens ook meiden versieren met m’n vrienden vanuit de auto, maar dat heb ik zelf helemaal nog nooit gedaan. Ik had twee bijbanen naast het trainen, daar had ik helemaal geen tijd voor. Maar dat hoorde blijkbaar bij het stereotype dat ze wilden neerzetten.

Later ben je in een Belgische tbs-kliniek gaan werken. Hoe kwam je daar terecht?
Ik zat negen jaar in de horeca, maar toen dat m’n neus uitkwam zocht ik naar een nieuwe uitdaging. Toen kwam de tbs-kliniek op m’n pad. Mijn kapper werkte bij De Kijvelanden, een forensisch psychiatrisch centrum in Poortugaal, en kreeg op een gegeven moment een fulltime baan aangeboden in de eerste kliniek van België, die werd in 2014 geopend in Gent. Hij vertelde me dat ze daar dringend personeel zochten en dat ook ik daar aan de slag kon. Ik kwam toen moeilijk aan partijen, dus mijn loopbaan stond een beetje stil. Ik besloot er dus voor te gaan. Ik vertrok naar België, waar ik kon werken als therapeutisch begeleider. Ik had eigenlijk geen idee waar ik aan begon: de term tbs kende ik alleen van de televisie en mijn kennis van medicijnen kwam niet verder dan paracetamol en vitamine D.

Hoe verliepen die eerste maanden daar?
Ik kreeg drie maanden proeftijd en kwam op de afdeling ‘observatie en oriëntatie’ terecht, waar elke gevangene begint om te acclimatiseren aan de kliniek. Ik was 22 en begeleidde vijftigjarige zedendelinquenten en mannen met bipolariteit door de dag heen, door met ze mee te lopen tijdens het ontbijt, lunch en groepsgesprekken. Je bent dan een soort vader voor ze, wat heel vreemd was. Qua levenservaring zou het andersom moeten zijn en zouden ze mij wegwijs moeten maken, maar ik moest hun vertellen wat ze wel en niet mochten doen. Daar moest ik aan wennen.

Een tbs-kliniek staat niet bekend als een vrolijke omgeving. Hoe vond je het om te doen?
Er zaten dagen tussen waarop dingen gebeurden die je verder alleen op televisie ziet, zoals dat een patiënt door drie man in een houdgreep werd gehouden tot hij zijn medicatie had genomen. Maar het was vooral uitdagend en het gaf me heel erg veel voldoening. Als je die jongens vooruitgang zag boeken en ze op verlof mochten, gaf dat een enorme kick. Ik zal nooit vergeten dat een jongen die ik onder mijn hoede had op begeleidend verlof mocht om kleren te kopen in de stad. De dag erna liet hij apetrots laten zien wat voor kleren hij gekocht. “Hey Fo, check dit man. Kijk eens wat ik gekocht heb mattie!” Heel normaal dat jij en ik de stad ingaan om kleren te halen, maar als iemand zoals hij dat kon doen gaf dat een fantastisch gevoel.

Klinkt alsof je het er dus wel naar je zin had. Waarom besloot je er twee jaar later mee te stoppen?
In het begin kwamen er alleen mannen binnen die makkelijk door hun traject te motiveren waren. Normale, aanspreekbare jongens die wisten dat ze hier niet voor jou zaten, maar voor zichzelf. Maar toen de kliniek langer open was, kwamen er zwaardere jongens terecht die levenslang hadden. Jongens met uitzichtloze situaties die niet alleen bipolair waren, maar meerdere trekjes hebben en ook zelfmoordneigingen.

Die moest je dan ook door het traject helpen, maar het was al zwaar genoeg om die naar de volgende dag te helpen zonder dat ze zichzelf van het leven beroofden. Hierdoor vond ik de sfeer in de kliniek heel grimmig. Ik moest mezelf hierdoor ook elke dag opladen om naar werk te gaan. Ik was 24, jong genoeg om nog wat anders te kunnen doen. Ik besloot dus te stoppen en gaf mezelf twee jaar om het te maken met kickboksen.

En hoe gaat dat?
De stijgende lijn zit erin. Ik krijg maandelijks uitnodigingen om in het buitenland te vechten en word nu door VICE Sports geïnterviewd, dus dan doe ik het best goed. Qua loon verdien ik iets minder dan in de kliniek, maar dat heb ik ervoor over.

Waar vecht je liever: in Nederland of het buitenland?
Het liefst vecht ik natuurlijk voor m’n eigen entourage op de tribunes die me vuur geven. Ik hou wel van een showtje, dat kun je wel zien aan m’n entrees. Als je dat kan doen met je eigen mensen, geeft dat altijd net een extra zetje om goed te presteren. Maar ja, in het buitenland verdien je meer. Ik ben een dief van m’n eigen portemonnee als ik een partij bij ACB in Rusland of Los Angeles afzeg voor een gevecht in Nederland.

Hier in Nederland en België heb je de druk om tafels en kaarten te verkopen en dat je een spectaculaire pot moet neerzetten, want de fans die je meebrengt moeten de volgende keer ook weer komen kijken. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Een kaartje voor mijn aanstaande gevecht in Antwerpen kost al gauw 60 euro. Als ik 200 man mee heb, levert dat de promoter toch 12.000 euro op. Maar die betalen en rijden niet allemaal honderd kilometer voor een saaie pot.

Stoort het je dat het zo moet in Nederland?
Volgens mij heb ik minder last van dit betaalmodel dan anderen omdat ik meer in het buitenland vecht. In Rusland krijg ik een vaste gage om te vechten en kan ik prestatiebonussen bovenop krijgen als ik win en een mooie knock-out scoor. Dus daar heb ik ook geen druk om te verkopen.

De persoon die dit Nederlandse model heeft verzonnen is trouwens wel een genie. Iedereen moet eten en promoters kunnen vechters op deze manier voor ze laten vechten voor een appel en een ei. Maar de keerzijde is dat niet iedereen goed tot zijn recht komt. Promoters willen spectaculaire vechters hebben die veel tafels verkopen, maar die zijn niet altijd de beste. Uitstekende vechters die niets opleveren komen daardoor op een zijspoor. Vakkenvullen bij de Albert Heijn levert dan meer geld op. Hierdoor gaat het niveau omlaag, dat is jammer.

Nu vecht je dus vooral bij ACB, dat voornamelijk evenementen in Rusland organiseert. Hoe is het om daar te vechten?
Het is altijd feest. De Russen houden echt van me. Afgelopen maart vocht ik op ACB Kickboxing 14 in Orjol, en vanaf het moment dat ik op het vliegveld aankwam voelde ik me een superster. Als je daar komt met een kleurtje als de mijne, kan dat maar twee dingen betekenen: je bent acteur of topsporter. Ik moest dus heel vaak op de foto.

Ik moest daar tegen een Rus vechten, maar vanaf mijn entree had ik het publiek achter mij. Het Russische publiek juichte dus voor de buitenlander in plaats van de Rus. Dat vergeet ik nooit meer. Ik won en gaf achteraf een toespraakje in gebrekkig Russisch, waarmee ik nog meer harten won. Dat is mij ook heel veel waard naast het geld: de connectie met het publiek.

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.