FYI.

This story is over 5 years old.

Gaan 3D printers in scholen een derde industriële revolutie inluiden?

MakerBot wil met steun van de federale overheid in ieder Amerikaans klaslokaal een 3D-printer plaatsen.
13 november 2013, 11:50am

MakerBots komen naar klaslokalen bij jou in de buurt. Foto via Flickr

Aan het begin van dit jaar vatte president Obama de grandioze beloftes omtrent 3D-printen samen – of eigenlijk, de hype die er nu omheen hangt. In zijn State of the Union Address hintte de president dat de jonge technologie een nieuwe industriële revolutie zou kunnen inluiden die nieuw leven zou blazen in de ambacht en productie van het land.

Die uitspraak leidde tot een golf aan temperende blogposts die er terecht op wezen dat, ondanks de enorme potentie van de technologie, 3D-printen op het moment nog in haar kinderschoenen staat. Het is nou eenmaal niet het wondermiddel voor de haperende economie dat we zo graag willen dat het is. Tenminste, nog niet.

Het was niet genoeg om de 3D-droom de mond te snoeren. Gisteren maakte MakerBot, met steun van de federale overheid, het initiatief bekend in ieder klaslokaal een 3D-printer te willen plaatsen. De tech startup en de overheid zetten hoog in op het idee dat wanneer kinderen leren om te gaan met een 3D-printer hen dat de cruciale vaardigheden zal leren om later engineers, designers en uitvinders te worden.

“Het kan het hele denken veranderen over hoe onze kinderen innovatie en productie in Amerika zullen beschouwen,” zei MakerBot CEO Bre Pettis gisteren in een verklaring.

Die voorspelling is gebaseerd op een nogal grote aanname: namelijk dat het fenomeen van 3D-printen zal leiden tot echte banen voor toekomstige generaties. En in dit vroege stadium is dat makkelijker gezegd dan bewezen.

Voor de techno-utopisten is het een verleidelijke gedachte dat een nieuwe innovatie banen zou kunnen creëren in dezelfde technologie-industrie die er nu juist voor verantwoordelijk is dat banen verdwijnen. En voor de doe-het-zelvers onder ons betekent de trend de toekomst van gedecentraliseerde productie. Vanuit overheidsperspectief zijn de 3D-printers in scholen een poging om kinderen enthousiast te maken over zogeheten STEM-carrières – de vakgebieden waar de globale economie juist aantrekt en waar de VS op het moment haar competitieve voorsprong aan het verliezen is.

De realiteit is dat geen van die hoopvolle verwachtingen daadwerkelijk een derde industriële revolutie zal voortbrengen. De mogelijkheden van 3D-printen zijn tof, sciencefiction-spul zelf, en de markt van 3D-printen stijgt explosief. Dat is allemaal waar. Maar het is nog wel een nichemarkt die nog niet is doorgedrongen tot hobbyistenkringen, en het lijkt er ook niet op dat dat snel zal gebeuren. En hoewel sommige studenten straks industriële ontwerpers, designers en ondernemers zullen worden – en een handjevol kids straks onderdelen voor ruimteschepen mag maken in Space X’ _Iron Man_-geïnspireerde werkplaats – zal "additive manufacturing" voor het grootste deel van die studenten niet een groot deel uitmaken van hun werkende leven.

Waar 3D-printen op dit moment echt revolutionair is is in het maken van prototypes. Iets dat belangrijk is in zijn eigen recht, omdat het een omslag betekent in hoe daarover wordt gedacht. Als het sneller en makkelijker wordt om met nieuwe projecten of onderzoek te experimenteren, zal dat de creativiteit en nieuwe ideeën aanmoedigen, volgens velen de toekomst van de globale economie. In die zin zit MakerBot’s voorgestelde curriculum voor de toekomst vol met populaire concepten als ‘design thinking’ en ‘digital fabrication’.

Het bedrijf gebruikt crowdsourcing om voldoende geld in te zamelen om de kostbare machines straks in de klaslokalen te krijgen. Onderwijzers doen mee via DonorsChoose.org, een onderwijs crowdsourcing platform, waar ze tot $98 van de $2.550 van de kosten van de printer, materialen en service plan van MakerBot kunnen bijdragen. Scholen dienen de rest van het geld op te hoesten. Dit om ervoor te zorgen dat men niet meedoet met het plan om de dure printers uiteindelijk ergens in een hoekje te laten verstoffen. Pettis heeft verder aangegeven zelf ook “een hoop geld" uit zijn eigen zak te betalen om de eerste 3D-printers straks in scholen in Brooklyn te introduceren, de plaats waar de startup is gevestigd.

Al met al is de introductie van een opkomende technologie die nieuwe dimensies biedt aan een verouderd, op geheugen-gestoeld, leermodel natuurlijk een goed idee. Het geeft aan dat het onderwijssysteem zich omvormt ten gunste van een meer praktisch curriculum. Ook is het goed nieuws voor alle studenten ter wereld die ooit zeurden: “Waarom moet ik dit leren als ik het toch nooit zal gebruiken in het echte leven?”