Een kunstenaar verzamelde vijftien jaar lang vorken van de wereldelite

Het speeksel van Hillary Clinton of Prins Harry zit nog aan de vorken.
18.5.16
vork

Afbeeldingen met dank aan de kunstenaar.

De uit Melbourne afkomstige kunstenaar Van T. Rudd is de afgelopen vijftien jaar bezig geweest met het verzamelen van vorken van de wereldelite. Dit deed hij vanuit een vijfsterrenhotel in Melbourne, waar hij in deze periode werkte. In de uiteindelijke collectie The Rich Forks presenteert hij veertig vorken, die soms nog onder de speeksel en de voedselresten zitten – echte readymades dus, die hij tentoonstelt alsof het wetenschappelijke objecten of museale relikwieën zijn. Binnen de collectie zijn er vorken die gebruikt zijn door Prins Harry, Rupert Murdoch en Richard Branson, en als neusje van de zalm is Rudd er zelfs in geslaagd een vork te bemachtigen waar Hillary Clinton van gegeten heeft.

Het verzamelproject begon tegen het einde van de jaren negentig, toen Rudd zijn eerste werkdagen draaide in het vijfsterrenhotel hotel. (Rudd wilde niet onthullen welk hotel het precies was, en ook niet of er andere kunstenaars meegewerkt hebben aan het project.)

“De lange dagen, de onregelmatige diensten en het lage loon begonnen mijn collega’s en mij nogal tegen te staan,” legt Rudd uit. “We serveerden het beste eten en de duurste drank, en dat aan enorm rijke mensen. We waren altijd beschikbaar, maar tegelijkertijd onzichtbaar, als je begrijpt wat ik bedoel.”

“Ik kan niet te veel verklappen, maar al het bestek dat gebruikt werd door de gasten – en dus ook de elite – is door mijn handen gegaan. Het persoonlijk en dichtbij serveren van eten aan welvarende en rijke gasten is totaal normaal voor mij. Het is een dagelijkse routine waar niemand echt bij stil staat.”

Rudd beschrijft het werken in de horeca als een mechanisch proces, waarbij hij vaak goede ideeën krijgt. Het was nooit zijn idee om een vorkenverzameling te exposeren, maar dat veranderde naarmate Rudds onvrede groeide: hoewel hij keihard werkte lukte het hem nauwelijks om rond te komen, en dan serveerde hij ook nog eens uit aan de elite van de wereld.

Op een gegeven moment kreeg Rudd een idee. Hij noemt het ‘di-luting’, een soort legitieme manier van stelen. Want voor hem voelde het meer als terugnemen. “De meerderheid van de mensen heeft sinds de financiële crisis ontzettend veel ingeleverd bij de rijkste 1% van de wereld, en dat rechtvaardigt dit project. Ik bedoel, werp één blik op de Panama papers en je krijgt gelijk een beeld van hoeveel geld er wordt weggesluisd. Dus wat maken die paar vorken dan nog uit?”

Het verzamelen kostte Rudd vijftien jaar, en het opzetten van de expositie twee. In die tijd heeft hij zich geregeld afgevraagd of hij dit soort spullen wel moet exposeren, en of mensen het überhaupt wel zouden willen zien. Bovendien heeft hij ook juridische afwegingen moeten maken.

Als hij de vorken tentoon zou stellen, wilde hij er wel iets mee vertellen. Het mocht geen oppervlakkige tentoonstelling van memorabilia zijn, maar een kritiek op de klassenscheiding in de maatschappij. Voordat hij zijn voorstel naar verschillende potentiële locaties verstuurde, sprak hij met mensen in de creatieve industrie en met mensenrechtenactivisten. Het werd Rudd al vrij snel duidelijk dat de tentoonstelling plaats moest vinden in een maatschappelijk gefinancierde of een gemeenschapsruimte. De vorken moesten een publiek bezit worden en niet het eigendom van een galerie. Op deze manier kwam The Rich Forks terecht in het Footscray Community Arts Centre in Melbourne.

Dit centrum beschrijft Rudd als een economisch en politiek protest. Met de tentoonstelling wil hij een wig drijven tussen deze rijke, exclusieve club waarvan veel mensen het bestaan niet eens afweten.

“Het speeksel en de kruimeltjes wilde ik behouden, dat was cruciaal. We eigenen ons op die manier een hapje uit hun leven toe. Normaal gesproken is het altijd andersom. Ze vliegen in privévliegtuigen de wereld over, dineren altijd met vijf gangen alsof de stroom eten nooit stopt, zich niet eens bewust van het feit dat het voedsel eerst een weg heeft afgelegd langs veel hardwerkende mensen.”

“Ik wil ermee duidelijk maken dat er levende, ademende mensen in de horeca werken die het op financieel gebied vaak moeilijk hebben en soms de huur niet eens kunnen ophoesten. Ik wil laten zien dat het deel van onze toekomst dat wordt bepaald door de elite ontzettend groot is, en dat we daar helemaal niets over te zeggen hebben.”

Toch begrijpt Rudd ook dat sommigen de vorken toch als memorabilia zien, een aspect dat hij juist probeerde te vermijden. Hij hoop dat mensen in staat zijn verder te kijken, en de tentoonstelling te zien als een creatief protest.

“Hopelijk zullen mensen hierdoor vragen stellen over de werking van het systeem en zien welke beslissingen er worden gemaakt die aan de basis staan van de ongelijkheid. Het zou kunnen dat niet iedereen het kunst vindt, maar dat maakt me eigenlijk niets uit. Ik hoop dat áls mensen het als kunst beschouwen, dat ze zich dan ook beseffen dat het niet uitmaakt dat het ‘gestolen’ is. De meest welvarende wereldmachten zijn volledig gebaseerd op het roven van andermans eigendommen. Musea staan vol met gestolen kunstwerken en artefacten. Ik hoop dat mijn tentoonstelling hier een klein beetje tegenwicht aan kan bieden.”

Rudd stelt momenteel twee vorken tentoon – een van casinomiljardair James Packer en een van Prins Harry – in het Footscray Community Arts Center. Kijk hier voor meer informatie.