Advertentie
Creators

Op bezoek bij de puinhopen van de Nederlandse kunstenaar Zoro Feigl

We namen een kijkje in de studio waar Zoro aan zijn kinetische sculpturen werkt.

door Joost Mollen
27 juli 2015, 7:00am

Het is een warme vrijdagmiddag als ik onder de brandende zon voor een grote zwarte garagedeur in Amsterdam Noord sta. Onder het genot van een blaffende hond en een luchtdek vol wapperende plastic vlaggetjes van de aangrenzende autodealership, bel ik een telefoonnummer. Niet veel later schuift de zwarte garagedeur langzaam omhoog. Het onthult een paar stevige laarzen, een broek die omhoog wordt gehouden door een vliegtuiggordel en een vriendelijk gezicht met lang bruin haar: kunstenaar Zoro Feigl. Ik schud zijn roetzwarte hand en loop achter hem aan naar zijn werkplek. 

Ik ontdekte het werk van Zoro een week eerder. "Hij maakt vette shit, check het,” raadde een collega mij aan. En Zoro maakt inderdaad vette shit. In de acht jaar nadat hij aan de Gerrit Rietveld Academie is afgestudeerd, heeft hij met zijn kinetische kunstwerken een indrukwekkend internationaal oeuvre opgebouwd, waarmee hij meerdere nominaties en prijzen heeft verzameld. 

Zijn constructies zijn combinaties van materiaal en machines, die samenkomen om een sierlijke beweging in de ruimte mee te creëren. Zoro gebruikt stug, koppig materiaal, waar hijzelf weinig controle over heeft en niet altijd doet wat hij wil. Het werk van Zoro is daarnaast moeilijk onder woorden te brengen, maar dat is juist een goed teken. Want zoals Zoro op zijn website schrijft: “Documentation will hopefully never do justice to the work. An honest anecdote of the experience will give more credit than any registration of it can do.” 

Wat willekeurige grepen uit het arsenaal van Zoro bevatten bijvoorbeeld een groot rood stuk zeil dat langzaam ronddraaiend tot leven komt en in de lucht begint te dansen als een enorme pizza. Of een machine die langs een enorm lange groene plastic band rijdt en zo de vorm van het gehele werk verandert. Of een lang geel plastic lint dat lijkt alsof het wordt vastgehouden door een hyperactief kind bij windkracht 12 en dus net iets te agressief door de ruimte raast. Geen van deze beschrijvingen doen Zoro’s werk eer aan. De spanning die je voelt wanneer zo’n lint langs je raast en je het probeert te ontwijken, is ook vrij moeilijk te beschrijven. 

Binnen loodst Zoro mij langs enorme stapels spullen. Het kan ook rotzooi zijn, het is soms moeilijk te zeggen, maar met het werk van Zoro in mijn achterhoofd lijkt alles bruikbaar. “Eén keer in de drie, vier maanden moeten we echt dingen weggooien, anders kom je hier gewoon echt niet meer doorheen,” antwoordt Zoro als ik vraag of ze ooit iets weggooien. Onderweg komen langs een enorme berg lege wijnflessen. “Ongeveer anderhalve week aan creativiteit,” grapt Zoro. “Dit komt toch niet op VICE hé?”

Aangekomen bij zijn werkplek, stelt hij mij voor aan zijn collega Oscar Peters, met wie hij ook zijn afstudeerproject aan de Rietveld heeft gemaakt: een zelfgemaakte suikerspinmachine die een storm van suikerspinnen de kamer inflikkerde.

Zoro en Oscar zijn aan het spelen met drie elektromagneten die Zoro gisteren op Marktplaats heeft gekocht. Ze hebben er wat kettingen en een veer aan gehangen en kijken aandachtig naar de beweging die het franje maakte als het omhoog tegen de magneet aanschoot. "We proberen te kijken wat werkt en wat we er allemaal mee kunnen," zegt Zoro, terwijl Oscar hoopvol een ander kunstwerk-prototype onder de magneten houdt en grijnst zodra het hopeloos op de grond flikkert. “Dit is een beetje wat wij de hele dag doen. Allemaal supermoeilijke wetenschappelijke formules uittekenen, enzo.”

De dagen van Zoro en Oscar zijn gevarieerd. Er wordt wat afgespeeld met nieuw materiaal, er worden wat kunstwerken in elkaar gezet en er wordt veel gereisd door Nederland en daarbuiten - voor shows, onderdelen en reparaties. “Mijn kunstwerken gaan af en toe kapot en dat moet dan gerepareerd worden. Dat is niet erg. Dat hoort er gewoon bij. Als je nooit olie in je auto gooit, gaat ‘ie er op een gegeven moment ook aan.”

Oscar laat mij een kunstwerk van hemzelf zien. Het is een pers met een scheetkussen ertussen die door de constante druk verandert in een soort schetenmachine. De schetensymfonie is vrij hilarisch. Ineens zegt Zoro: "Ik had je vorige week een biertje beloofd," en we vertrekken naar boven. 

Sinds een half jaar woont Zoro boven zijn werkplek, in een ruime studio. De vloer bestaat uit gymzaalplaten, de tafelpoten zijn Amsterdammertjes en er staat badkuip tegen zijn eettafel: alles in de ruimte lijkt door Zoro in elkaar geknutseld, en dat is waarschijnlijk ook zo. Aan een aparte slaapkamer is hij samen met zijn huisgenoot Sajoscha pas net begonnen.

“Ik koop veel en nam vroeger soms dingen mee die op straat stonden, maar je zult verrast staan hoeveel spullen je meekrijgt als je er gewoon om vraagt,” antwoordt Zoro als ik vraag waar hij in godsnaam al die spullen vandaan heeft. “Ik zag een keer op straat dat bouwvakkers liepen te kloten met een soort lange plastic buis. Het zag er echt enorm onpraktisch uit, dus ben ik op ze afgelopen om te vragen of ik wat van dat spul mocht hebben. Toen de baas niet keek, gaven ze me een paar meter mee. Daar heb ik lekker mee lopen spelen. Ik heb laatst zelfs een hijskraan gekregen van Geert Verbeke, van de Verbeke Foundation - echt een topgast met een heel bijzonder museum."

Het belangrijkste, volgens Zoro, is dat hij verrast wordt door zijn eigen werk. “Ik vind het spannend als zelfs ik nog niet precies weet hoe de machine gaat bewegen: een zekere mate van onvoorspelbaarheid is belangrijk. De techniek en esthetiek van de machine is daarbij ondergeschikt, uiteindelijk gaat het me om de beweging die in de ruimte ontstaat. Ik denk dat een werk voor mij pas echt leuk en spannend wordt als ik zelf ook denk: O, dit is interessant, ik wil er dichterbij komen, maar toch niet te dichtbij, anders wordt het een beetje eng.”

“Dat is nou een typische Feigl,” zegt Oscar, en hij wijst naar de overkant van het water, naar een hijskraan waarvan de rubberen banden sierlijk in de wind dansen.

Eén van Zoro’s kunstwerken: een brandweerslang waar onder water lucht doorheen wordt gepompt. Daardoor lijkt het alsof een groot beest door de vijver zwemt. “Mensen dachten dat het een enorme vis was en begonnen hun hengels al uit te gooien.”

Het meeste werk van Zoro krijgt geen titel. Hij beschrijft ze gewoon. 'Die machine met het groene band'. 'Die hoepels die heen en weer bewegen'. 'Die dikke kabel op de grond'. Zoiets. Zoro raakt duidelijk een beetje geïrriteerd wanneer ik zeg dat het toch leuk is om je werk een titel te geven. “Kijk, het is niet nodig. Ik kan mijn werk wel een hele pretentieuze naam gaan geven, maar dat is niet waar het om draait. Het gaat om de beweging. De meeste werken hebben wel een titel, maar die gebruik ik zelf maar zelden, zoals Poppy, maar dat had ik ter plekke verzonnen toen de curator naar de naam van het werk vroeg en mijn moeder naast me stond."

Poppy, vernoemd naar de moeder van Zoro en de Engelse benaming van de klaproos.

Een tekort aan creativiteit en ideeën ziet Zoro zichzelf niet snel overkomen: Ik heb nog ideeën genoeg. Ideeën zijn het probleem niet. Wel zijn spullen soms gewoon te duur en er is altijd een gebrek aan tijd en ruimte. Ik hoop steeds meer de ruimte en de financiering te krijgen voor projecten waarover ik al lang nadenk. Het lijkt mij bijvoorbeeld geweldig om windtunnel in een zaal in het Tate Modern te krijgen waar dan alle kunst in zweeft. Ik heb dat een keer uitgetekend en het leek vrij onmogelijk, maar ik kan natuurlijk dromen.”

Na een paar blikjes bier krijg ik van Zoro en Oscar nog een soort MTV Cribs-tour door het gebouw. Van Zoro’s puinhoop lopen we naar een stapel plastic, elektrische rolstoelen en industriële afstandsbedieningen, langs een paspop zonder armen, naar het terras aan het water en uiteindelijk weer door de zwarte garagedeur naar buiten. De hond houdt zich stil wanneer ik wegfiets, maar de plastic vlaggetjes wapperen nog even sierlijk als bij aankomst.