Hoe het is om een rampjournalist te zijn

Hoe het is om een rampjournalist te zijn

Gruwelijke ongelukken, lange uren en weinig slaap - maar weinig fotojournalisten willen doen wat nightcrawler Victor Biro doet.
26.11.15

Victor Biro. Foto's van Jake Kivanc

Zware regen valt op de voorruit van het busje van Victor Spiro. We staan op een parkeerplaats vlakbij Yonge-Dundas Square in Toronto. De LED-reclameborden in de verte kleuren de druppels water op het raam in verschillende kleuren. Zijn politieradioscanner prikt gaten in ons gesprek.

"Aangekomen op de plaats van het ongeluk en er ligt één vrouw," roept een ambulancebroeder over de radio. "Ze is VSA."

"VSA betekent 'vitale functies afwezig'," zegt Biro terwijl hij snel zijn gordel om doet en de motor start. "Misschien is het wat, misschien is het niets. Je weet het nooit."

Biro is wat veel mensen een 'nightcrawler' noemen. Nightcrawlers zijn journalisten die 's nachts door de stad rijden terwijl ze via de radio luisteren naar de nooddiensten. Ze proberen zo snel mogelijk op plaats delicten en bij ongelukken komen om foto's of film te schieten voor het nieuws. De geuzennaam werd populair door de gelijknamige film met Jake Gyllenhaal, maar volgens Biro komt het totaal niet in de buurt van hoe het echt gaat.

"Ik ben geen sociopaat. Het draait niet om een soort ijdelheid of sensatie," vertelt hij als hij een sigaret uit het raam gooit. "Dit gaat om problemen die invloed hebben op het sociale beleid en de publieke beeldvorming. Er zijn gasten die het alleen doen voor de rush, maar voor veel mensen gaat het daar niet om."

De foto's van Biro staan al meer dan vijf jaar op de voorpagina's van Toronto's grootste kranten en websites. Op sommige foto's staan de verwrongen restanten van auto's na dodelijke ongelukken, op anderen alleen de politietape die verlicht wordt door het rood en blauw van sirenelampen na een schietpartij.

Tot 2008 werkte Biro in de telecomindustrie. Ondanks zijn liefde voor camera's zette Biro zijn passie voor fotografie op een laag pitje toen hij in de lucratieve telecomsales stapte. Op zijn hoogtepunt verdiende Biro uitstekend. "Tonnen," zegt hij. Maar hij werd niet gelukkig van het werk.

"Het was niet wat ik moest doen," zegt hij. "Ik droeg niets bij aan de maatschappij en ik werd niet blij van wat ik deed. Het geld was natuurlijk fijn, maar ik was niet eerlijk naar mezelf."

Voor zijn werk in de telecommunicatie, knoeide Biro jaren met radioscanners. Toen hij hoorde dat fotojournalisten 's nachts probeerden hulpverleners bij te houden met de apparaten die hij zo goed kende, moest hij een poging wagen. De eerste paar maanden kwam hij met zijn camera opdagen bij willekeurige taferelen. Daarna begon hij contact te leggen met journalisten ter plekke. Hij leerde van de pro's de kneepjes van het vak, bijvoorbeeld hoe je de ernst van een ongeluk kunt bepalen aan de hand van de stemtoon van een hulpverlener. Of dat je niet te lang bij een plek moet blijven als het niets oplevert, anders verdoe je je tijd. In 2010 besloot hij zich er volledig op te werpen.

Biro is nu vijftig en is zich er volledig van bewust dat hij zijn goedbetaalde kantoorbaan omruilde voor de brute kunst van het freelancen als nachtfotograaf. Hij accepteert dat hij zijn grote huis en dikke auto op offerde voor lange uren en weinig geld. Gemiddeld verdient Biro 35 tot 140 euro per foto. Dat hangt er vanaf welk medium hem koopt, hoeveel media hem kopen en of hij ook in de krant komt of dat het alleen bij online blijft. Er zijn ook (veel) nachten bij dat er niets gebeurt en geen enkele foto gekocht wordt.

"Door alle benzine, de tijd die het kost en alle spullen die je nodig hebt, heb je elke nacht geluk als je quitte speelt, tenzij je iets heel groots vindt," zegt hij. "Maar niemand begint hieraan voor het geld. Je moet wel heel dom zijn om dat wel te doen."

Biro pikt me rond tien uur op. Meestal stopt hij pas rond een of 3 of 4 's nachts, afhankelijk van hoe druk het op de radio is. Als hij wacht tot zijn scanner weer iets interessants roept, zet hij zijn auto meestal op makkelijk bereikbare plekken. Het liefst in de buurt van plekken waar vaak iets gebeurt of waar hij snel de grotere wegen op kan.

Soms staat hij hierdoor uren stil met niets anders te doen dan koffie drinken, roken en zoeken naar tweets over interessante gebeurtenissen. Andere keren moet hij twee, drie of zelfs vier plekken per nacht bezoeken. Hij racet dan van tafereel naar tafereel, samen met ongeveer zes concurrerende journalisten en camerateams.

Als we ongeveer halverwege zijn op weg naar het ongeluk, zegt Biro dat we het opgeven. Er wordt niets meer over gezegd via de scanner. Volgens hem is het dus waarschijnlijk niets meer dan rugletsel of een hartaanval. Na een snelle check van zijn dode hoek en een ruk aan zijn stuur, draait Biro's busje weer om naar het centrum.

Dit is al eerder gebeurd en het zal niet de laatste keer zijn. Het is zinloos om af te gaan op valse alarmen, non-fatale ongelukken en alles wat niet in het nieuws komt. Biro zou graag alles op foto zetten, maar hij zegt ook dat er wel een verhaal moet zijn.

"Je moet denken aan het grotere plaatje. Aan het verhaal dat je wil vertellen. Ik schrijf het artikel dan niet, maar deze foto's moeten wel ergens bij komen. Als het nergens bij past, zullen media het niet kopen."

Een van de grootste uitdagingen waar Biro het afgelopen jaar tegenaan liep, is dat politiescanners stiller worden. Sinds 2014 ruilt de politie van Toronto en omliggende gemeentes hun radiocommunicatie om voor versleutelde, digitale communicatie. De politie doet dat om twee redenen. Ten eerste willen ze niet dat criminelen meeluisteren en acties voorziet. Daarnaast vinden ze niet dat journalisten net zo veel mogen weten als de politie. Dat zegt Mark Pugash, hoofd communicatie van de Toronto Police Service.

"Op de scanners hoor je informatie over arrestaties. Er is informatie over arrestatiebevelen die uitgevoerd gaan worden. Er is persoonlijke informatie te horen en we vinden het belangrijk dat die informatie vertrouwelijk blijft. We hebben meegemaakt dat de media eerder ter plaatse was dan de politie. Dat levert gevaarlijke situaties op voor de politie, maar ook voor burgers."

Biro heeft geen betrouwbare contacten in de nooddiensten – de meesten houden hun lippen stijf op elkaar om hun baan niet te verliezen. Daarom moet hij informatie verzamelen uit vage tweets van de politie, incomplete radioberichten van de brandweer en ambulance en van wat zijn concurrenten vertellen. Het betekent dat Biro nu bij minder gebeurtenissen kan komen dan eerder en het duurt ook langer voor hij er is.

Als Biro wel genoeg informatie verzamelt om een locatie te kunnen bezoeken, is het ook niet zeker dat er genoeg is gebeurd voor een publicatie. In het geval van schietpartijen met de politie, heeft de overheid het recht de politie te verbieden details te delen over de misdaad. Hierdoor komen er dus niet alleen geen tweets meer tot het al veel te laat is, het zorgt ook dat Biro geen goede foto's kan maken. Biro vertelt dat het een zware praktijk is waar veel geduld, tijd en geluk voor nodig is.

Soms heeft Biro inderdaad geluk. In augustus hoorde hij via de radio dat er een spookrijder op de snelweg reed. "In dit geval waren er meerdere bellers, bij verschillende kruispunten," zegt Biro. "Toen wist ik dat het menens was."

De bestuurder botste frontaal op een auto die de snelweg net op kwam. In het busje zaten een moeder, vader en hun zestienjarige dochter. De moeder en de spookrijder waren zwaargewond en werden naar het ziekenhuis gebracht. De vader en de dochter stierven ter plekke.

Biro en een paar andere journalisten bereikten de plek van het ongeluk toen de vader en dochter uit de puinhoop werden getrokken door hulpdiensten. Hij nam foto's van de lichamen die uit het wrak werden gehaald, de omgeving van het ongeluk en van de forensische dienst die aan kwam rijden. Biro zegt het al vaker meegemaakt te hebben, maar hij raakt er nooit aan gewend.

"Ik was heel, heel verdrietig," zegt hij. "Je wist dat het niet goed zou aflopen, de ravage was enorm. Het was echt gruwelijk… Ik heb gehuild tijdens die klus."

Vanwege de onregelmatige uren, het slechte loon en de gruwelijke ongelukken weet Biro niet hoe lang hij het nog kan blijven doen. Hij zou het graag volhouden, maar het wordt lastig te verantwoorden.

"Ik denk niet dat dit nog lang een beroep blijft, voor wie dan ook, niet alleen voor mij. Het wordt te veel beperkt: er is te weinig informatie en te weinig vraag naar de beelden. Het is belangrijk werk en ik wens dat het niet zo hoeft te eindigen. Zo lang er nog telefoontjes blijven komen, zal ik er zo veel mogelijk zijn. Hoeveel langer ik het nog kan blijven doen, dat weet ik niet."