Advertentie
Ziek van seks

Het wordt tijd dat soa's onder lesbiennes worden onderzocht

Je hebt meer risico op een soa als er een piemel in het spel is, maar er is weinig bekend over gezondheidsrisico's voor lesbiennes.

door Roos Wiegerinck
15 februari 2018, 2:31pm

Foto door Guille Faingold via Stocksy

In mijn omgeving hoor ik weinig over lesbische vrouwen en soa’s. Wanneer ik aan vriendinnen vraag wanneer ze voor het laatst een soa hebben gekregen van een vrouw krijg ik geen reactie. Dat niemand er antwoord op heeft, komt voor een deel omdat ze zich nog nooit hebben laten testen. Ze maken zich er geen zorgen om. Daardoor doemt bij mij een aantal vragen op, want ik weet dat het risico niet nihil is. Ik wil weten hoe het precies zit.

Daarom bel ik een een paar GGD’s op om erachter te komen of er vaak lesbische vrouwen in hun praktijk te vinden zijn. Bij allemaal is het antwoord duidelijk: nee, er komen nauwelijks lesbiennes langs. Zelfs de GGD in Amsterdam, de grootste in Nederland, ziet VSV’s (vrouwen die seks hebben met vrouwen) bijna nooit aan de balie. Toch durft niemand een antwoord te geven op de vraag, of queervrouwen minder bang voor een soa hoeven te zijn. "Er is altijd een risico", zeggen ze bij de Amsterdamse GGD.

Waarom lesbische vrouwen nauwelijks in de dokterskamer te vinden zijn, is snel duidelijk: een piemel is de grootste risicofactor voor het overdragen van een soa. Gerrie Aalfs van de GGD Groningen legt uit dat bij een soa de bacteriën zich nestelen in de slijmvliescellen. Soa's zijn makkelijker over te dragen door penis-vaginacontact of anale seks dan door te vingeren. "Bij lesbische seks raken de slijmvliezen elkaar niet direct", zegt Gerrie. "De kans dat de slijmvliezen elkaar raken is groter bij het gebruik van speeltjes of wanneer je je vingers gebruikt in haar vagina en in je eigen, of van anus naar vagina, maar de kans op overdracht is nog steeds minder groot dan bij geslachtspenetratie."

Veel meisjes tussen de 14 en 18 jaar weten niet dat je een soa kan krijgen van seks tussen vrouwen, concludeerde een onderzoek onder 160 queertieners in het Journal of Adolescent Health. Op scholen wordt namelijk geen aandacht besteed aan voorlichting over soa’s onder lesbische vrouwen; ook niet in Nederland. Misschien dat ze daarom zo weinig te vinden zijn bij de GGD: waarschijnlijk weten ze niets af van eventuele overdraagbare ziektes onder vrouwen.

In Nederland is er nauwelijks onderzoek gedaan naar soa’s onder lesbische vrouwen. In 2016/2017 heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een rapport uitgebracht over seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland, maar daar worden lesbiennes niet genoemd.

Toch wil ik graag cijfers zien, dus ik bel Karolien Maris van Soa Aids Nederland om te vragen hoe het zit met lesbische seks. Soa Aids Nederland heeft een grootschalig onderzoek gedaan onder 20.000 jongeren (17 t/m 24 jaar) en hun seksuele ervaringen. Karolien bevestigt dat de risico’s op soa’s onder lesbische vrouwen relatief laag zijn in vergelijking met homoseksuele jongens of heteroseksuele jongeren. Ze kan me geen antwoord geven op wat ‘relatief laag’ is, want daar zijn wederom geen cijfers over bekend.

Ik krijg het onderzoek per mail. Daarin staat dat vrouwen, met welke seksualiteit dan ook, überhaupt geen vragen zijn gesteld over dit onderwerp.


In deze tabel is te zien dat lesbiennes niet zijn ondervraagd.

Het is op zijn zachtst gezegd merkwaardig dat vrouwen niet zijn gevraagd of ze weleens positief zijn getest. Hoe komen onderzoekers erachter of het risico laag is als er niet naar wordt gevraagd? Ik vraag aan Karolien waarom de vrouwen niet onderzocht zijn. Alle seksueel actieve jongeren hebben deze vragen gehad, maar “het heeft helaas geen voorrang ten opzichte van andere verdiepende analyses, dus op korte termijn kunnen wij er geen antwoord op geven,” zegt Karolien. In andere woorden: soa's onder vrouwen hebben geen prioriteit.

Gelukkig kan Sylvia Bruisten, medisch moleculair microbioloog, me iets meer vertellen over soa’s onder lesbiennes. Zij doet onderzoek naar verschillende infectieziekten in Nederland.

Alhoewel chlamydia de meest voorkomende soa is onder homoseksuele mannen en heteroseksuele mannen en vrouwen in Nederland, is dit bij VSV niet het geval. "Lesbiennes hebben waarschijnlijk schonere seks. Ze zitten minder in de kringen waar homo- of heteroseks plaatsvindt, tenzij ze ook seks hebben met mannen: dan is de kans op een overdraagbare aandoening groter."

Trichomonas vaginalis is de enige soa die wél veel voorkomt onder lesbische vrouwen, vertelt Sylvia. Het is een parasiet, geen bacterie of virus zoals meestal het geval is. "Biologisch gezien zou het kunnen dat bepaalde bacteriën eerder overspringen tussen mannen en mannen of tussen mannen en vrouwen," zegt Sylvia, "misschien dat een parasiet op de penis kan zitten maar daar geen houvast heeft, terwijl die zich bij een vrouw binnen kan nestelen en vermenigvuldigen." Toch is het onduidelijk waar de parasiet vandaan komt, want ook vrouwen die maagd zijn kunnen hem onder de leden hebben. "Als de gevraagde meisjes echt maagd zijn, dan is het eigenlijk geen soa," zegt Sylvia, "maar er is te weinig onderzoek gedaan om dat te zeggen."

Lesbiennes zijn misschien niet direct vatbaar voor soa’s in de heteronormatieve betekenis van het woord, maar er zijn wel degelijk gezondheidsrisico’s die bij VSV’s meer aanwezig zijn dan bij heteroseksuelen, bijvoorbeeld bacteriële vaginose (wanneer de natuurlijke balans tussen de bacteriën in je vagina is verstoord). Amerikaans onderzoek laat namelijk zien dat lesbische vrouwen twee keer zo vaak last hebben van een bacteriële vaginose als heteroseksuele vrouwen. Maar omdat het een overdaad aan bacteriën betreft, wordt het niet gezien als een soa. Daarom word je er niet op getest bij de GGD. Hoewel bacteriële vaginose onder vrouwen wél overdraagbaar is door seks, volgens een onderzoek uit 2004. Het is een bacterie die bij 30 procent van de vrouwen terugkomt na een antibioticakuur en kan bovendien gevolgen hebben voor je gezondheid. Volgens dit onderzoek in het tijdschrift Frontiers in Microbiology worden een bekkenontsteking, een vroegtijdige bevalling of endometriose geassocieerd met bacteriële vaginose, of een hoger risico op een soa. Maar ook hierbij geldt: er is geen eenduidig antwoord.

Kortom, er is behoorlijk weinig onderzoek gedaan naar de risico’s en overdraagbaarheid van officiële soa’s en overdraagbare virussen en bacteriën bij lesbiennes. Dat is kwalijk, want óók deze bevolkingsgroep heeft te maken met alle gezondheidsrisico’s die bij seks komen kijken, en dat zou niet zomaar genegeerd mogen worden.

Op lesbisch.nl vind je meer tips over veilige seks.

-

Laten we wat schaamtelozer over soa's praten, en vooral: meer. Tijdens onze soa-week Ziek van Seks brengt Tonic je verhalen, interviews, video's en de resultaten van onze grote soa-enquête onder 3000 jongeren. Kijk ook vooral naar onze soapedia: cijfers, uitleg én oplossingen per soa.