Advertentie
menselijke geest

Waarom hoogsensitiviteit nu eindelijk eens erkend moet worden

“Sinds ik weet dat ik hoogsensitief ben, heb ik een gebruiksaanwijzing om mijzelf beter te begrijpen.”

door Suze Dijkstra
16 oktober 2018, 12:20pm

Foto door iStock

Ik was altijd anders. In groep drie kopte mijn rapport: “Suze wat ben je lief, maar je lijkt wel van een andere planeet.” Leraren konden mij niet peilen.

Jaren later liep ik op mijn opleiding ook steeds achter. Het leek onmogelijk een balans te vinden tussen privéleven en studeren. Op mijn twintigste kreeg ik uit drie verschillende hoeken het stempel AD(H)D. Ik herkende mezelf er totaal niet in. Wat een bevrijding had moeten zijn, zorgde er juist voor dat ik nog veel verder van mezelf verwijderd raakte.

Op mijn 22e kwam ik in aanraking met het begrip hoogsensitiviteit. Alles viel op zijn plek. Ik herkende mezelf in elke eigenschap die bij een hoogsensitief persoon hoort: veel inlevingsvermogen, een grote fantasie, overgevoelige zintuigen, gevoelig voor prikkels, je snel afgewezen voelen, gevoelig voor sferen, een erg idealistische instelling, grote hang naar rechtvaardigheid, snel overlopen van enthousiasme: dat was ik.

"Het brein van een HSP’er functioneert anders dan dat van een niet-HSP’er."

Dat ik mij zo in het begrip herkende, voelde voor mij als een opluchting. Echter was er één maar: het merendeel van de medische wereld en maatschappij gelooft niet in hoogsensitiviteit.

Het begrip highly sensitive person, ofwel HSP, is een term uit de psychologie die in 1996 werd geïntroduceerd door dr. Elaine Aron. De Amerikaanse psycholoog beschreef een HSP’er als iemand met een bepaalde karaktereigenschap. Hoogsensitief zijn is geen stoornis, ziekte of syndroom. Het is net zoiets als ‘introvert’ of ‘extravert’ zijn.

“Je bent een HSP, je kunt het niet hebben,” legt klinisch psycholoog Elke van Hoof mij uit. Ze onderzocht de afgelopen jaren hoogsensitiviteit bij meer dan vijftienhonderd volwassenen, en toonde met hersenscans specifieke patronen van hoogsensitiviteit in de hersenen aan. “Het brein van een HSP’er functioneert anders dan dat van een niet-HSP’er. Daardoor krijgen hoogsensitieve mensen vaak te horen dat ze situaties te complex maken en dat ze veel te ver gaan met hun interpretaties. Omdat ze op die manier tot een minderheidsgroep behoren, worden ze vaak bestempeld als anders en raar."

Ook ik voelde me altijd de ‘rare’. Maar sinds ik weet dat ik hoogsensitief ben, is het gelukt om mijzelf te accepteren. Ik heb nu een gebruiksaanwijzing om mezelf te begrijpen. Sinds hoogsensitiviteit een gangbaar begrip in de media lijkt te zijn geworden, lijken steeds meer mensen zich ook te herkennen in de definitie.

Dat komt volgens Van Hoof doordat hooggevoeligheid eerder opgemerkt wordt. “Ja, het is een modetrend. De maatschappij is steeds gehaaster geworden en mensen ervaren steeds meer prestatiedruk. HSP’ers krijgen eerder te maken met burn-outs, depressies en angst, want zij zijn niet ‘gemaakt’ voor die prestatiemaatschappij. Doordat er nu meer kennis en informatie is, kunnen mensen zich sneller identificeren als HSP. Dat is precies wat nu gebeurt.”

"[HSP'ers] lopen meer risico op een burn-out en andere geestelijke en lichamelijke klachten."

Het is goed nieuws voor hoogsensitieve mensen dat het begrip steeds bekender wordt, zou je zeggen. Toch wordt het nog te vaak in het verdomhoekje geplaatst. Dat er geen diagnose voor de term is, lijkt de reden te zijn dat veel mensen er niet in geloven. Ook psychiater Bram Bakker is sceptisch. Dat mensen zichzelf diagnosticeren als hooggevoelig is “per definitie flauwekul”, schrijft hij mij in een mail. “Een diagnose past bij een ziekte, met alle voor- en nadelen. De diagnose HSP bestaat in essentie niet.”

Als hoogsensitiviteit een karaktertrek is en geen ziekte, dan kan het dus ook niet worden vastgesteld door artsen. Daar zit wat mij betreft nu juist het addertje. Zo werd ik door drie zorgprofessionals gezien als iemand met ADHD, maar ik heb me nooit kunnen vinden in die diagnose. HSP-coach Maaike Kruijsen heeft met regelmaat cliënten in haar praktijk, die net als ik een label krijgen waar ze zich niet in herkennen en er dus ook niets mee kunnen. “Een verkeerde diagnose is vaak zelfs het begin van nog meer problemen,” vertelt zij aan mij. “Ik zie nu geregeld mensen in mijn praktijk die al een hele voorgeschiedenis in de hulpverlening hebben gehad. Ze kregen geen duidelijke diagnose, of zelfs een verkeerde. Omdat HSP’ers vaak niet begrepen worden, zijn ze niet alleen meer van zichzelf verwijderd, maar is hun vertrouwen in hulpverlening ook niet groot meer.” Erkenning dat hoogsensitiviteit geen ziekte maar een levensbepalende karaktereigenschap is, zou al een hoop schelen, denkt Kruijsen. “Als meer mensen het begrip erkennen, kan deze groep doorgestuurd worden naar de juiste HSP-begeleiders.”

Of de medische wereld nu wel of niet gelooft in hoogsensitiviteit, er zijn dus genoeg mensen die zichzelf duidelijk herkennen in het begrip. Erkenning is ook nodig volgens Van Hoof, “zodat mensen er rekening mee kunnen houden en hun grenzen leren bewaken in deze drukke en veeleisende maatschappij. HSP’ers zijn namelijk gevoeliger voor stress dan niet-HSP’ers. Ze lopen daardoor meer risico op een burn-out en andere geestelijke en lichamelijke klachten, wanneer ze niet voldoende hersteltijd nemen. Wie echter wel voldoende hersteltijd weet te nemen, kan ook profiteren van die sensitiviteit. HSP’ers zijn als kanariepietjes in de mijn. In een slechte omgeving zullen ze de eersten zijn die problemen ondervinden, maar in een goede omgeving zullen ze meer dan wie dan ook opbloeien.”

"Ik neem verantwoordelijkheid voor wat ik doe, wie ik ben."

Nu ik sinds een aantal jaar weet dat ik hoogsensitief ben, zit ik beter in mijn vel dan ooit. Ik kan goed reflecteren op mijn gedrag en dat van anderen. Ik neem verantwoordelijkheid voor wat ik doe, wie ik ben en ik voel mij geen slachtoffer meer. Ook help ik andere HSP’ers om hun kracht te vinden. Ik twijfel eraan of ik dit pad had gevolgd, als ik enkel het stempel ADHD nog op mijn voorhoofd had staan.

Ik hoop dat deze maatschappij en de medische wereld hoogsensitiviteit meer gaan erkennen, ook al is er geen diagnose. Dat kan alleen als we er meer over te weten komen. Van Hoof weet dat dit geen gemakkelijke weg is. “Al het onderzoek naar hoogsensitiviteit gebeurt zonder extra budget. In de wetenschap wordt namelijk verwacht dat je bewijzen levert voordat je in aanmerking komt voor onderzoeksgeld. Ik hoop dat de resultaten van bestaande onderzoeken het begin zijn van een groot en breed onderzoek naar hoogsensitiviteit.”