Fotos

Ik woonde een jaar lang vlakbij de Noord-Koreaanse grens

De Australische fotograaf Ashley Crowther bracht 2017 door op steenworpafstand van de schurkenstaat van Kim Jong-un.

door David Allegretti
07 januari 2018, 6:00am

Alle foto's door Ashley Crowther

Het is een intens jaar geweest op het Koreaanse schiereiland, waar Noord-Korea weer eens flink aan z’n nucleaire programma heeft lopen schroeven, en niet van plan lijkt om op dat vlak gas terug te nemen. De schurkenstaat lanceerde afgelopen jaar twintig raketten, voerde z’n zesde en krachtigste kernproef uit en testte een intercontinentale ballistische raket die de VS kan bereiken. Al deze dingen hebben gezorgd voor flink wat paniek en debat over hoe om te gaan met Noord-Korea, en diens onvoorspelbare dictator.

De Australische fotograaf Ashley Crowter woont op slechts 60 kilometer afstand van de 38e breedtegraad die de twee Korea’s van elkaar scheidt. Hij zegt dat het leven daar lang niet zo gespannen is als de meeste media beweren. “Sommige dingen die ik lees zijn zwaar overdreven en schetsen een situatie alsof er iedere seconde oorlog kan uitbreken,” vertelt hij. “Maar hier, op de grond in Zuid-Korea, is geen spoortje van oorlog te bekennen. Het leven gaat gewoon z’n gangetje.”

Ik vroeg Ashley te reflecteren op het jaar waarin hij vlakbij het wapengekletter van Noord-Korea woonde, en te vertellen over de foto's die hij daar schoot.

Ashley Crowther: Hierboven zien we een man met een vlag die een protest leidt, buiten voor het paleiscomplex Gyeongbukgung in het noorden van Seoel. De foto is een paar dagen na een van de vele nucleaire tests ten noorden van de grens genomen. De man deed mee aan een nationalistische, rechtse demonstratie waarbij werd opgeroepen om Noord-Korea aan te vallen als ze door zouden gaan met het testen van nucleaire wapens. In feite werd er dus gepleit voor een tweede Koreaanse Oorlog. Het protest kwam op mij over als een scheiding tussen oude en jonge Koreanen; ik zag er geen enkele jonge Koreaan tussen lopen.

Dit is Seong-yoel Lee, die handgemaakte noodles staat te draaien in zijn zijn restaurant in de Koreaanse provincie Gangwon-do. Hij gebaarde me om naar binnen te komen in zijn verder lege restaurant en was ontzettend gastvrij. Terwijl we soep met zijn noodles aten, uitte Lee zijn zorgen over de stijgende kosten in Korea. "Ik heb geen rooie cent, kijk naar mijn restaurant," zei hij. Zuid-Korea is een van de welvarendste landen in de wereld, maar tegelijkertijd is meneer Lee een van de vele Koreanen die amper rond kunnen komen.

Jonge mannen in militaire dienst in Zuid-Korea

In Zuid-Korea is het voor jonge mannen verplicht om twee jaar in militaire dienst te gaan. Ze komen dan bijvoorbeeld terecht op een post bij de grens tussen Noord- en Zuid-Korea, of worden ingezet als beveiligingsmedewerker. De officiële reden voor de verplichte dienst is dat jonge mannen getraind moeten worden voor een eventuele aanval van Noord-Korea, maar volgens veel mannen liggen er andere redenen aan ten grondslag. Velen zien het als een soort slavernij, een soort bijna-gratis werk voor de overheid (sommigen verdienen niet meer dan 45 cent per uur). Ook wordt gedacht dat de militaire dienst vooral is bedoeld om jonge Koreanen zo te conditioneren dat ze gewend raken aan een strikt hiërarchisch systeem en het opvolgen van bevelen. Dat idee is de fundering van de Confuciaanse cultuur, die diep in Zuid-Korea verweven zit.

Luchtfoto van Seoel, waarop de stad zo ver reikt als met het oog te zien is.

Bijna de helft van alle 50 miljoen Koreanen woont in Seoel of één van de voorsteden. Het is een van de dichtstbevolkte gebieden van de wereld. Een ware megalopool, die je alleen van bovenaf kunt bevatten. De aantrekkingskracht van de stad is groot en veel mensen – vooral jongeren – trekken er vanaf het platteland naartoe voor een carrière of goed onderwijs, of gewoon om in de grote stad te wonen. De concurrentie is er moordend. Door de aantrekkende kracht van Seoel raakt het platteland van Korea steeds verder in verval.

VICE: Zijn de normale Zuid-Koreanen die je spreekt als je foto's maakt op straat bang voor de dreiging vanuit het noorden?
Blaffende honden bijten niet. Dat is een omschrijving die ik vaak hoor van veel, voornamelijk jonge, Koreanen als ze praten over het noorden. Die uitleg is volgens mij gebaseerd op het verleden. De meeste Koreanen die na de oorlog zijn geboren zijn opgegroeid met constante dreiging vanuit Noord-Korea, maar het is altijd bij dreigen gebleven. Het is bijna normaal geworden. Over het algemeen zijn mensen meer bezig met hun carrière, relaties, hoge cijfers halen, en proberen iets van het leven te maken. Net als in de meeste andere geïndustrialiseerde landen.

Nou is het zeker niet zo dat de Noord-Koreaanse dreiging de Zuid-Koreanen niets doet. Een jonge student, Earl Ha, die ik heb gefotografeerd, legde bijvoorbeeld uit dat hij voor de huidige president Moon Jae-In heeft gestemd om één reden – zijn anti-conflicthouding ten opzichte van Noord-Korea. Hij zei dat het de taak van elke president is om er alles aan te doen om oorlog te voorkomen. Aan de andere kant van het spectrum, zijn er ook veel oudere mensen die ervan overtuigd zijn dat er direct actie moet worden ondernomen. Ik heb met oudere Koreanen gesproken tijdens recente demonstraties, die openlijk pleiten voor een nucleaire aanval door de VS. Dat is zorgwekkend, als je bedenkt hoeveel slachtoffers dat zou veroorzaken, en welke geopolitieke gevolgen het zou hebben. Noord-Korea is daarnaast vrijwel constant een belangrijk onderwerp in de nationale media, en de binnenlandse politiek draait voor een aanzienlijk deel om de vraag hoe er met Noord-Korea moet worden omgegaan.

Een oudere vrouw in de metro in Seoel.

Net als in veel andere Oost-Aziatische landen, is je leeftijd heel belangrijk in Zuid-Korea. Dat zie je terug in de taal, en ook in de manier waarop mensen elkaar aanspreken afhankelijk van hun leeftijd. In het Koreaans gebruik je Joendet mal (eervol) om oudere mensen aan te spreken en Ban Mal (normaal) om te praten met jongere mensen en goede vrienden. Het kan zelfs als onbeleefd worden ervaren om het oneens te zijn met een oudere persoon, ook als die het mis heeft of zelf onbeleefd is. Die ideeën leven nog steeds sterk in de hedendaagse Koreaanse cultuur, zowel bij volwassenen als bij kinderen.

Heeja Choi

Heeja Choi (72) smeert make-up op in haar kleine appartement, terwijl er een documentaire over Noord-Korea aan staat op haar oude Samsung-tv. Heeja, die deel uitmaakt van de generatie van na de Korea-oorlog, had geen mening over een oplossing van het conflict tussen Noord- en Zuid-Korea. Vlak nadat ik deze foto nam, draaide ze zich naar me om en zei ze: "Nu is Korea misschien gevaarlijk, maar het is altijd... het is te ingewikkeld."

Een liftmeisje fatsoeneert haar haar terwijl ze mensen assisteert die naar boven en beneden gaan.

Werk en de kantoorcultuur in Korea kunnen wreed zijn. Zuid-Korea staat derde op de wereldranglijst van landen waar de meeste uren gewerkt worden. Gemiddeld werkt een Zuid-Koreaan tweeduizend uur per jaar, bijna twee keer zoveel als de gemiddelde Duitser. Het is niet ongewoon voor arbeiders in Zuid-Korea om enorm over te werken voor een kleine vergoeding, of voor niets. Die overuren worden soms niet eens meegenomen in de statistieken. Ook is het in veel kantoren in Zuid-Korea nog gewoonlijk dat lagere werknemers niet naar huis mogen zolang hun meerderen nog aan het werk zijn, hoe laat het ook is.

De wijk Chojidong in Seoel

Gentrificatie in Seoel is overal. Deze wijk, Chojidong, in de metropool Seoel, is onderdeel van een grootschalig herontwikkelingsplan vlakbij een nieuw treinstation dat de wijk aansluit op het landelijke spoornet. De oude zaakjes worden uitgebaat door mensen uit lagere socio-economische klassen. Binnenkort zullen ze verdwijnen om plaats te maken voor luxeappartementen, zoals je die overal in de wijk ziet. De armen worden steeds verder naar buiten de stad gedrukt, uit het zicht. Waar ze naartoe gaan en wat ze verder met hun leven aanmoeten, zullen de mensen die hier komen te wonen waarschijnlijk nooit zien.

Het straatbeeld in een relatief onveranderde buurt in Seoel. Een groot deel van de stad werd verwoest tijdens de Korea-oorlog, en het grootste deel van de stad is daarna weer opgebouwd. Oude wijken doen denken aan doolhoven, ze zijn druk en ongeorganiseerd. De oorlog is al meer dan vijftig jaar geleden, en Korea ondergaat constant moderniseringen. Maar er zijn nog steeds een paar mooie rafelrandjes. Veel eettentjes en winkels, zoals die op de foto, verdwijnen. In hun plaats komen chique gebouwen en dure restaurants.


Een rouwende man. Hij dwaalde door een metrostation in het centrum van Seoel, en vroeg vreemdelingen of iemand zijn vrouw had gezien. "Dit is mijn vrouw! Heb je haar gezien? Dit is mijn vrouw." Dat was het enige dat hij zei, steeds weer. Het was vreselijk om zo'n oude man in zo'n hulpeloze staat te zien. Het leek erop dat hij al jarenlang rondliep met dit portret van z'n verloren vrouw in z'n hand.

Meer van Ashley's werk zie je op op Instagram