Identiteit

Ik verloor de zaak tegen de docent die me aanrandde

Tom stelde zich op als een soort mentor. Hij zei dat ik het over alles kon hebben, dat hij mij als zijn zus zou behandelen. Door dat laatste ben ik hem echt gaan vertrouwen. Ik dacht dat ik veilig was.

door Gillian; zoals verteld aan Noor Spanjer; illustraties door Titia Hoogendoorn
19 juni 2018, 7:58am

Illustratie door Titia Hoogendoorn

Waarschuwing: dit artikel bevat beschrijvingen van seksueel geweld.

Het begon eigenlijk al in 2012, vlak voor ik op stage zou gaan. Door problemen thuis ging het niet goed met me, ik sliep slecht en kon mijn aandacht nergens goed bij houden. Op die bewuste dag zat ik wat voor me uit te staren toen Tom*, een docent van mij, vroeg of hij me na de les even kon spreken.

Toen het lokaal leeg was, vroeg hij of het wel goed met me ging. Ik zei dat ik vreselijk moe was, en toen hij doorvroeg over mijn thuissituatie, brak ik. Ik vertelde hem dat mijn ouders uit elkaar waren en er daardoor thuis veel problemen waren ontstaan – dat ik me eenzaam, machteloos en onbegrepen voelde, en tegelijkertijd enorm verantwoordelijk. En ook dat ik het gevoel had dat ik nergens terecht kon met mijn verdriet.

Tom luisterde en stelde zich direct op als een soort mentor, als iemand naar wie ik toe kon om te praten over mijn zorgen en onzekerheden. Ik stelde me open omdat ik hem vertrouwde. Ik had hem leren kennen als een amicale man, als iemand die vriendelijk was tegen iedereen. Hij kon het vooral goed vinden met studenten die gemotiveerd waren en ambitie toonden; daar was ik er eentje van.

Maar hij had ook een andere kant, had ik toen al eens gezien: hij was een trotse man, iemand die erg vasthield aan zijn eergevoel. Hij werd boos als hij kritiek kreeg en sprak negatief over collega’s die populairder waren dan hij. Eerder in ons studiejaar was hij een tijd ziek geweest, en ik en mijn klasgenoten vonden zijn vervanger een leuke docent van wie we veel leerden.

Tom was gepassioneerd over zijn lessen, maar zijn stijl was wat ouderwets. Dat was bij zijn vervanger heel anders. Toen Tom terugkeerde, mocht de vervangende docent nog een tijdje blijven om andere lessen te geven. Tom vond dat maar niks: hij vroeg ons om de lessen van de vervanger te boycotten. Hij liet duidelijk merken dat hij zich bedreigd voelde.

In 2014 keerde ik terug na een stageperiode van een jaar. Ik moest nog een half jaar lessen volgen, dan zou ik mijn diploma halen. Ik had net mijn relatie beëindigd en thuis ging het wederom niet goed. Ik woonde met mijn vader in een te kleine caravan, dus elke dag hing ik lang rond op school om te kunnen werken.

Ik voelde me die dagen heel alleen – er waren nauwelijks lessen om te volgen, dus zag ik mijn klasgenoten maar één keer per week. Ik had behoefte om met iemand te praten over hoe ik me voelde, dus liep ik naar Toms lokaal. Ik had geen les meer van hem, maar in het gesprek vlak voor mijn stage had hij me het gevoel gegeven dat ik bij hem terecht kon – het was fijn om gehoord te worden.

Tom bood wederom een luisterend oor, en ik vertelde hem dat ik thuis niet goed aan mijn opdrachten kon werken en daarom veel op school rondhing. Hij stelde toen voor dat ik het hokje dat aan zijn lokaal grensde zou gebruiken als werkplek – daar kwam verder niemand, en het was er rustiger dan in de gangen.

Tom wilde ook graag weten hoe het verder met me ging, dus deed hij de deur dicht voor wat meer privacy. Ik had het gevoel dat hij mijn situatie begreep, en hij bood zich zelfs aan als vertrouwenspersoon. Hij zei dat ik het over alles kon hebben, dat hij mij als zijn zus zou behandelen. Door dat laatste ben ik hem echt gaan vertrouwen. Ik dacht dat ik veilig was.

In de weken die volgden spraken we bijna als vrienden met elkaar, en hij zei dat hij me met van alles wilde helpen: geld, administratieve rompslomp, werk, en natuurlijk emotionele steun. Wel begon hij toen al steeds meer dubbelzinnige opmerkingen te maken. Op een gegeven moment vertelde hij dat hij een pornofilm wilde maken, en hij vroeg of ik daar niet in wilde acteren. Ook stopte hij ‘voor de grap’ geld in mijn bh, omdat ik dat niet van hem wilde aannemen.

Ik trok me door dit soort gedrag juist wat meer terug, en ik ging niet in op zijn seksuele opmerkingen. Als reactie daarop begon hij te dreigen: ik kon maar beter aan niemand vertellen over de dingen die hij tegen me zei, anders zou hij de geheimen over mijn persoonlijke situatie aan het licht brengen, en dat zou mijn toekomst en carrière kunnen verknallen, zei hij. Zo begon zijn chantage – in het begin nog onder het mom van een grapje, maar zijn toon werd steeds dreigender. Ik was bang, dus verzette ik me niet en ging er zelfs in mee. Waarom is achteraf moeilijk te begrijpen, maar op dat moment voelde het alsof ik verstrikt was geraakt in een situatie waar ik niet meer uit kon, alsof Tom de controle nam over beslissingen die ik niet wilde maken.

Zijn seksuele gedrag uitte zich in steeds meer vormen. Hij deed vaak de deur van het lokaal op slot en de gordijnen dicht als ik er was, en dan begon hij me fysiek aan te randen. Hij stopte zijn vingers in mijn broek en decolleté, sloeg op mijn kont en kuste in mijn nek.

Ik was in die tijd heel instabiel, zelfvertrouwen had ik nauwelijks en ik had behalve Tom geen vrienden of andere mensen om me heen die ik vertrouwde. Ook liep ik met veel schaamtegevoelens rond over Toms gedrag, dat steeds meer uit de hand liep, en het feit dat ik het niet kon stoppen.

Ik dacht dat ik het allemaal aan mezelf te danken had, dat ik waardeloos was – dat was voor mij de enige manier om ermee te dealen. Soms ging hij heel erg ver: dan zei hij hoe hij mij seksueel zou gebruiken, probeerde hij me te zoenen en stopte zijn handen onder mijn kleren. Hij dwong me mijn schaamhaar te laten groeien, en controleerde dat ook. Als hij vond dat mijn shirt te hoog zat, trok hij het naar beneden tot mijn decolleté te zien was.

Deze dingen gebeurden allemaal als we alleen in zijn lokaal waren, maar het bleef ook doorgaan als ik thuis was. Ik moest foto’s van mezelf sturen, vervolgens alle appjes verwijderen, en dit bewijzen door een screenshot te sturen van het lege chatgesprek. De volgende dag controleerde hij mijn telefoon nog een keer extra, of ik niks naar mezelf gemaild had. Op een gegeven moment werd dit zelfs een dagelijks ritueel. Natuurlijk denk ik nu: hoe kan het dat hij zo ver kon gaan, waarom ging ik daarin mee? Maar Tom wist mij precies zo onder druk te zetten dat hij mij het gevoel gaf dat ik er niet onderuit kon – en zelfs dat ik verraad zou plegen als ik niet met hem mee zou gaan.

Op een dag bood Tom mij een lift naar het station aan, omdat er niet genoeg geld op mijn OV-kaart stond voor de bus. Waarom ik überhaupt op zijn voorstel inging, snap ik nu nog steeds niet, maar voor mijn gevoel kon ik toen niet anders; ik was bang voor de gevolgen als ik nee zou zeggen. Een paar meter van elkaar vandaan liepen we naar zijn auto – niemand mocht ons samen zien.

Toen we eenmaal de parkeergarage uitreden, greep hij direct naar mijn kruis en trok mijn broek open. Op dat moment was ik ervan overtuigd dat hij me zou gaan verkrachten. Ik probeerde mezelf gerust te stellen door te denken dat ik het ritje gewoon even uit moest zitten – het station ligt op vijf minuten rijden van het schoolgebouw. Maar hij reed hij niet naar station, maar richting mijn huis. Dat is een rit van 45 minuten.

Ik kon letterlijk geen kant op – ik zat vast in zijn auto die met 120 km per uur over de snelweg sjeesde. Ik was zo bang voor wat er ging gebeuren dat ik bevroor. Ik weet nog dat ik in stilte aan mezelf beloofde dat ik dit nooit meer zou laten gebeuren. Gelukkig haalde hij zijn hand op een gegeven moment weg, en even had ik de hoop dat hij zich had bedacht.

Maar toen droeg hij me op om de locatievoorzieningen op mijn telefoon uit te zetten. We waren inmiddels in de buurt van mijn huis, maar hij sloeg af richting het bos, en daar stopte hij. Hij begon me te zoenen en uit te kleden. Ik was helemaal verstijfd, ik kon letterlijk niks bewegen. Hij ging met zijn hoofd naar beneden en verkrachtte me oraal. Hij was nog nooit zo ver gegaan. Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn en begon foto’s van me te maken, terwijl ik verstijfd in zijn auto lag. Ik kon alleen maar naar de klok staren. Bij elkaar duurde het een halfuur, maar het voelde oneindig. Plotseling raakte hij paranoïde door een vrouw die haar hond aan het uitlaten was en stopte met waar hij mee bezig was. Daarna reed hij alsnog naar mijn huis.

Die autorit zal ik nooit vergeten – het heeft een permanent litteken op mijn ziel gekerfd.

Toen we mijn straat inreden, eiste hij dat ik mezelf onderspoot met deodorant. Zelf spoot hij wat parfum op, en vervolgens begon hij zijn auto schoon te maken met een doekje – ik denk om sporen van mij te wissen. Juist door deze schoonmaakactie kreeg ik het idee dat hij zich hierop had voorbereid, en ook dat dit voor hem niet de eerste keer was.

Ik stapte uit de auto en liep huilend en met een omweg naar huis – ik wilde niet dat mijn vader iets zou merken. Toen ik thuiskwam stapte ik gelijk onder de douche en bleef er een uur onder staan: ik voelde me zo vies en gebruikt. Tegelijkertijd was ik verschrikkelijk opgelucht dat die vrouw met haar hond was langsgelopen – daardoor was Tom niet nóg verdergegaan.

Na die keer in de auto is het nooit meer zover gekomen – ik had mezelf dit beloofd, en zo ging het ook. Tom nam ook afstand; er was een jongen uit zijn klas met wie ik begon te daten, en ik vermoed dat hij bang was dat ik hem zou vertellen over zijn misbruik. Een paar maanden later haalde ik mijn diploma en ging ik van school af. Ik hoefde Tom nooit meer te zien.

Bijna een jaar later, in de lente van 2015, kreeg ik een tijdelijke baan aangeboden op mijn oude school. Ik kon op dat moment geen ander werk vinden, en ik wist dat ik op een andere locatie zou werken dan waar Tom lesgaf. Dus ik nam het baantje aan. De eerste maanden ging het goed, ik kwam Tom nooit tegen. Ook ontmoette ik een nieuwe liefde.

De zomervakantie stond voor de deur, en mijn nieuwe relatie werd steeds serieuzer. Ik wilde mijn vriend vertellen wat er was gebeurd, wat twee keer zo eng was omdat hij Tom ook kende. Hij reageerde gelukkig heel begripvol en liet mij inzien dat het niet mijn schuld was.

In september begon mijn baantje weer, en toen ging het mis. Ik kwam Tom onverwachts tegen met twee collega’s, toen ik thee aan het halen was in een keukentje. Ik wilde snel weer weg, maar Tom begon een gesprekje met me, alsof er nooit iets was gebeurd: “Alles goed meid?”

Dit was de eerste keer dat ik hem tegenkwam nadat ik alles in een ander daglicht was gaan zien – nadat ik me realiseerde dat hij misbruik van mij had gemaakt, en ik niet schuldig was aan zijn gedrag. Vanbinnen was ik extreem kwaad, maar ik hield me in. Hij wees naar een gaatje in mijn blouse en stopte plotseling zijn hand in mijn broek – natuurlijk buiten het gezichtsveld van zijn collega’s. Ik sloeg zijn hand weg en stormde de keuken uit. Ik appte mijn vriend over wat er net gebeurd was en besloot ook direct dat ik het er niet bij wilde laten zitten – ik deed de camera van mijn telefoon aan en liep naar het lokaal van Tom.

Daar filmde ik hem stiekem terwijl ik hem confronteerde. Ik zei tegen hem dat ik niet meer wilde dat hij aan me zat, waarop hij reageerde met: “Oh, sorry…”. Ondanks mijn woede en angst lukte het om mezelf te beheersen, maar meer dan zijn excuses kreeg ik er toen niet uit.

Na deze confrontatie begon mijn werk eronder te lijden. Met mijn vriend besprak ik wat ik met de situatie aan moest, en toen besloot ik om aan de schoolleiding te vertellen wat er was gebeurd. Ik maakte een afspraak met de bedrijfsarts, die mij na het verhaal doorverwees naar een vertrouwenspersoon.

Ongeveer op datzelfde moment vroeg mijn manager een gesprek met mij aan, omdat hij zag dat ik mijn werk niet goed meer deed. Het was eng om alles op tafel te gooien, maar ik wist dat het vroeg of laat moest gebeuren. Ik zat tegenover hem en zei: “Ik moet iets vertellen, maar ik wil er zeker van zijn dat ik veilig ben. Tom heeft mij maandenlang aangerand, en vorige week nog een keer.”

Het gezicht van mijn manager betrok helemaal. Hij zei direct dat hij dit gesprek niet verder met mij mocht voeren, en verwees me door naar een hogere manager. Ik had geen idee waar ik op dat moment aan begonnen was. Gesprek na gesprek volgde – met de manager, met HR, met de teamleider, en iedere keer moest ik mijn verhaal opnieuw vertellen. Na twee uur lang praten mocht ik naar huis, en ik werd vrijgesteld van mijn werkzaamheden. Tom werd diezelfde dag ook ondervraagd.

Een paar dagen later kreeg ik een brief: de hoogste directeur van de school wilde samen met zijn jurist in gesprek met mij. Opnieuw moest ik vertellen wat er was gebeurd. Zij vertelden mij dat Tom een advocaat had ingeschakeld, en toen raakte ik in paniek – alles ging ineens zo snel en zo officieel. Ik had me helemaal niet kunnen voorbereiden hierop. Ik vroeg om een time-out met mijn vertrouwenspersoon, zodat ik met haar de vervolgstappen kon doorspreken.

Zij verzekerde mij dat het heel normaal was dat iemand die aangeklaagd wordt, een advocaat inschakelt. Ik moest me vooral niet bang laten maken – ik was degene die nu een statement aan het maken was. Samen gingen we terug naar de directeur, en de jurist vertelde toen dat als ik besloot over te gaan tot een formele klacht, er door een onafhankelijke commissie besloten zou worden of de klacht gegrond was.

Dat zou middels een hoorzitting gebeuren. Na zowel Tom en mij verhoord te hebben, zou de commissie een advies voor de school opstellen: of mijn klacht gegrond was en Tom inderdaad ontslagen zou moeten worden, of dat hij bijvoorbeeld een waarschuwing zou krijgen of overgeplaatst zou moeten worden. Natuurlijk kon ik er ook voor kiezen om officieel aangifte te doen bij de politie, maar deze procedure was voor mij al zwaar genoeg.

Ik besprak dit met mijn vertrouwenspersoon, en zij vertelde dat ik inderdaad een klacht zou moeten indienen als ik wilde dat hij ontslagen zou worden – en dat wilde ik. Na kort twijfelen hakte ik de knoop door: ik schreef een verzoek tot een formele klacht, waarin ik Tom aanklaagde voor seksuele intimidatie, wangedrag en aanranding.

Als je 21 bent, hoor je je bezig te houden met dingen als uitgaan en plezier maken met je vrienden. Ik was 21 en onderweg naar een afspraak met mijn advocaat. Tijdens het gesprek puzzelden we samen de bewijslasten die ik had bij elkaar. Tom had telkens mijn telefoon gecontroleerd, maar ik had wel een paar dingen bewaard: berichtjes, een paar geheime screenshots en wat foto’s.

De hoorzitting was op vrijdag de dertiende. Ik had een ‘afzonderlijke zitting’ aangevraagd, waardoor Tom en ik niet in één ruimte hoefden te zitten tijdens het verhoor. Er zaten vier mensen tegenover me, rechts zat mijn advocaat, en links die van Tom. De hoorzitting begon en de voorzitter stelde mij een aantal vragen over hoe het aanranden ooit was begonnen en wat er precies was gebeurd. Ik had het gevoel dat mijn bewijzen heel overtuigend waren. Na drie uur lang vragen beantwoorden, waarin Tom en ik om en om werden verhoord – en ik niet kon horen wat hij allemaal zei – was het eindelijk klaar. Binnen twee weken zou ik het advies van de commissie te horen krijgen. Ik had er een goed gevoel over.

Alles was afgelopen – alle moeite die ik al die maanden had gestoken in het verzamelen van bewijs, in de gesprekken met de directie van de school, de advocaat, de therapeut en de vertrouwenspersoon, het telkens opnieuw moeten vertellen wat er was gebeurd, het was allemaal klaar. Ik kon naar huis en kon niks meer doen.

De dagen gingen langzaam voorbij, het wachten op de uitslag duurde oneindig lang. In mijn hoofd had ik mezelf al verteld dat ik had gewonnen – dat Tom ontslagen zou worden en dat ik daardoor gesterkt zou zijn om alsnog aangifte tegen hem te doen. Ik wist dat ik niet alles kon bewijzen, maar ik dacht: de commissieleden zien toch ook wel dat hij dingen deed die niet klopten?

Toen stond mijn advocaat op mijn voicemail: “Hai Gillian, ik heb de uitslag binnen. Het is niet positief, zou je mij terug willen bellen?” Hij stuurde de uitslag ook door, samen met de notulen van de hoorzitting, waarin ik dus kon lezen wat Tom die dag allemaal had gezegd. Ik kon het niet geloven toen ik het las, wat hij allemaal had beweerd – waarom draaide hij de rollen om en beweerde hij bijvoorbeeld dat ik hem zoende in de auto, en híj het niet wilde? Het was zijn woord tegen het mijne. Ik was zo gefrustreerd en verdrietig dat ik alleen maar kon schreeuwen.

De uitslag was onderverdeeld in een aantal kopjes. Overal stond dat mijn klacht ongegrond was verklaard wegens gebrek aan bewijs, en door het door mij onvoldoende kunnen onderbouwen van feitelijkheden.

Hoe had ik dat in hemelsnaam kunnen doen? Had ik een geluidsopname moeten maken? Had ik het koffiebekertje moeten bewaren waar hij in spuugde? Had ik direct zijn DNA van mijn huid af moeten schrapen? Hoe had ik dit kunnen onderbouwen met feitelijkheden als er niemand bij was als het gebeurde?

De commissie oordeelde dat ‘er geen sprake was van seksuele intimidatie of belaging, zoals bedoeld in de Klachtenregeling Sociale Veiligheid’. Wel waren ze van oordeel dat er sprake was van ‘ongewenst gedrag, zoals bedoeld in de integriteitscode’.

Er was geen sprake van seksuele intimidatie.

Het was een onwerkelijk gevoel dat een commissie oordeelde over gebeurtenissen die mijn leven zo hebben vormgegeven. Nog altijd zie ik de wereld als een wrede plek waarin mensen erop uit zijn om mij kwaad te doen, als een plek waarin ik niemand meer vertrouw.

Ik kwam voor mezelf op, ik koos ervoor om een moeilijk proces aan te gaan in de hoop op gerechtigheid, in de hoop dat Tom nooit meer de kans zou krijgen dit bij een ander te doen. Maar ik had verloren. De commissie gaf mij het gevoel alsof ik het allemaal verzonnen had.

Ik was verschrikkelijk moe en kapot van het slopende proces, maar ik was toch bereid om door te vechten. Ik vroeg aan mijn advocaat of er een mogelijkheid was om in hoger beroep te gaan, of dat ik alsnog aangifte zou kunnen doen bij de politie. Maar hij zei dat ik het beter af kon sluiten en verder kon gaan met mijn therapie om het te verwerken. Hij zei dat een strafrechtelijk proces niet vergoed zou worden door de school, en de juridische kosten voor mij zouden zijn. En ook dat de kans groot zou zijn dat ik zou verliezen, en dat Tom mij dan zou aanklagen om zijn imago te herstellen. Hij zei: “Ik denk dat je zoiets er niet bij wil hebben.”

Na die woorden had ik geen hoop meer, en ik had niet de energie om mezelf hier doorheen te slepen. Ik was maanden verder zonder iets te hebben bereikt. Mijn sociale leven was ik kwijt, ik had geen werk meer, en Tom liep gewoon nog rond op school.

Heel eerlijk gezegd vraag ik me weleens af of ik er goed aan heb gedaan om de aanklacht officieel in te dienen. Want zelfs nu, bijna drie jaar later, ben ik nog steeds bezig met de verwerking van mijn verlies. Aan de ene kant ben ik trots dat ik voor mezelf ben opgekomen – aan de andere kant zijn de effecten van de aanrandingen én van het verliezen van de hoorzitting nog duidelijk voelbaar. Ik vermijd sociale situaties, heb regelmatig paniekaanvallen, slaap slecht, vertrouw niemand en ben continu angstig – ik ben zelfs gestopt met mijn therapie omdat ik mijn psycholoog niet vertrouwde.

Iedere dag is voor mij een strijd om een normaal leven te leiden. Het voelt alsof ik mezelf opnieuw moet leren kennen.

Toch wil ik mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt op het hart drukken niet te zwijgen. Ook al is de kans klein dat je zonder getuigen of bewijs kan aantonen dat de dader schuldig is, niks doen is nog altijd een slechtere optie. Al doe je het maar om te laten zien dat je nu wel voor jezelf durft op te komen. Deze hoorzitting was een van de moeilijkste momenten uit mijn leven – telkens moest ik me verdedigen, telkens moest ik zijn leugens bestrijden met feitelijkheden, wat ervoor zorgde dat ik vaak opnieuw twijfelde aan mezelf. Door dit proces wel aan te gaan, heb ik de macht over mezelf weer teruggegrepen.

Er moet nog een hele hoop veranderen om seksueel geweld wettelijk en maatschappelijk gezien ‘erkend’ te krijgen. Het misbruik, de aanklacht en het verliezen van de hoorzitting speelden zich allemaal af voor #metoo, en het is idioot hoe er is gehandeld in mijn situatie. Maar sinds deze beweging wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag in ieder geval serieus genomen, al is het maar uit angst dat het imago van een persoon, school of bedrijf wordt geschonden.

Dankzij #metoo heb ik de moed gevonden om mijn verhaal alsnog te vertellen. Ik wil mezelf kenbaar maken en me aansluiten bij de duizenden andere vrouwen – en mannen – die te maken hebben gehad met seksueel misbruik, en die met hun verhalen pogingen blijven wagen om dit geweld te stoppen.

* Tom is een gefingeerde naam