FYI.

This story is over 5 years old.

Trouw was ondanks de discopolitiek en Berlijngeilerij de beste club van Nederland

Je kunt een plek teveel ophemelen, maar sommige superlatieven zijn terecht.

Foto: Raymond van Mil

Zo vlak voor de sluiting is het moeilijk om een afgewogen verhaal te schrijven over de nalatenschap van Trouw. In het heetst van de hype wordt er met zoveel superlatieven gesmeten dat de enige nuance irritatie en over-relativering lijkt. Zelf heb ik – net als zoveel Amsterdammers – een emotionele band met de club. Ik heb genoeg van mijn favoriete clubs zien sluiten om te weten dat 3 januari niet het einde van de Mayakalender is, maar ik weet ook dat dit een geval apart is. Of Trouw nu je tempel was of niet, je kunt er niet omheen dat de club iconisch is geweest voor Amsterdam en voor de dansmuziek.

Advertentie

De waanzin rond deze closing doet me erg denken aan het einde van Club 11, inmiddels zo'n zeven jaar geleden. Ook toen romantiseerden we het einde van een tijdperk en hielden we ons hart vast voor een 11-loos Amsterdam. Het voelde als een groot verlies. Voor mij was het de eerste club die ik van het begin tot het bittere eind had meegemaakt. Ik stond ermee op, ik haalde ermee door en ik ging er weer mee naar bed. Ik kon me geen nachtleven zonder voorstellen. Net als de meesten koesterde ik de valse hoop dat het einde van 11 nooit zou komen. Maar ik miste toen het besef dat iets tijdig moet stoppen om legendarisch te blijven. Je kunt een pak melk tot ver na de houdbaarheidsdatum drinken, maar met de tijd wordt de kans groter op een zure nasmaak.

De mensen van 11 en Trouw (voor een groot deel zijn beide clubs door dezelfde mensen opgezet) hebben dat mechanisme heel goed begrepen. Ze hebben er zelfs hun hele businessmodel op gebaseerd. 11 en Trouw hebben al vanaf het begin toe kunnen werken naar een knallend slotakkoord. En daar ligt de sleutel tot hun succes. De meeste clubs hebben een levensloop die je het best kunt vergelijken met een Berlijnse dj-set: door tot de allerlaatste kruimel, dus wie er nog staat als de lichten aangaan, had al lang in bed moeten liggen. Trouw en 11 wisten lang op voorhand wanneer de lichten aan zouden gaan, dus konden ze langer nadenken over de spanningsboog en de laatste plaat. De nadagen van 11 waren dan ook vele malen legendarischer dan bijvoorbeeld de nadagen van Mazzo (Amsterdams langstlopende technoclub, van 1983 tot 2005).

Advertentie

Laatste avond 11. Kippenvel, nog steeds. En dat met een Phil Collins-sample en een sitdown (ja hoor, dat kon gewoon nog in die tijd).

Blauwdruk

Met hun 'here today, gone tomorrow'-formule hebben 11 en Trouw niet alleen een blauwdruk geleverd voor wat een club in de eenentwintigste eeuw kan zijn. Ook hebben ze de Amsterdammers en het stadsbestuur laten zien dat in de lelijkste gebouwen iets wonderschoons kan ontstaan, als er maar genoeg ruimte wordt geboden. De eerste 24-uursvergunning in Trouw heeft de weg geplaveid voor vrijere openingstijden in de rest van Amsterdam. En frisse initiatieven als Radion en Volkshotel laten zien dat het concept 'club op tijdelijke plek' ook na Trouw bestaansrecht heeft.

Natuurlijk heeft Trouw ook iets toegevoegd aan de elektronische muziek, in binnen- en buitenland. Liep je de afgelopen vijf jaar op een willekeurig moment de club binnen, dan was je verzekerd van een soundtrack met het meest relevante dat er op dat moment speelde in de house, techno en andere genres. Dat trok al snel de aandacht van internationale media en buitenlandse bezoekers en heeft veel goeds gedaan voor de plaatselijke scene. Als Nederlandse artiest met Trouw Amsterdam achter je naam, kun je op heel veel plekken in de wereld aankomen. Dj's als Sandrien, Patrice Bäumel en Job Jobse hebben vanuit hun thuisbasis die Trouw was, gebouwd aan een internationaal profiel – iets wat ook de komende jaren alleen nog maar zal groeien. En ook van jongens als Elias Mazian, Tsepo en Tim Hoeben, die in Trouw voor het eerst een serieus podium kregen, gaan we de komende jaren veel horen.

Advertentie

Discopolitiek

De afgelopen jaren heeft Trouw ook kritiek gekregen – deels terecht, deels onterecht. Een veelgehoord sentiment was dat er altijd dezelfde artiesten stonden. Maar dat is nu juist een hele bewuste en slimme keuze geweest van creatief directeur Olaf Boswijk. Hij heeft vanaf dag één gebouwd aan langdurige internationale relaties met artiesten, gebaseerd op een gedeelde muzikale visie en wederzijdse loyaliteit. Tegenwoordig zou je met labels als Innervisions en Ostgut Ton de HMH vol kunnen trekken, maar Trouw boekte ze al toen haast niemand ze kende. Al deze artiesten zijn deel geworden van Trouws succesformule en het zou belachelijk zijn om ze niet meer te boeken, juist nu ze zo populair zijn geworden.

Die loyaliteit kwam trouwens niet altijd van harte; soms werd hij ook afgedwongen. Trouw was de eerste Amsterdamse club sinds de nineties die weer een hoge mate van exclusiviteit eiste van zowel gast-dj's als residents. Het is niet zo geweest dat de residents helemaal nergens anders mochten staan, maar er werden vaak beperkingen opgelegd. Zelfs als Trouw je boekte tijdens de jaarwisseling, de dag waarop dj's de meeste boekingen krijgen, was de eis dat je nergens anders in Amsterdam stond. Later hebben ook andere clubs en organisaties die exclusiviteitsdeals overgenomen – een ontwikkeling die niet bevorderlijk is voor de creativiteit. Dj's komen het beste tot hun recht als ze vrij zijn om overal hun platen op te zetten. Zodra ze zich moeten bezig houden met discopolitiek, gaat dat altijd ten koste van de muziek. Ik begrijp dat een club graag exclusiviteit uitstraalt, maar een gerenommeerd instituut als Trouw zou het goede voorbeeld moeten geven en uit moeten stijgen boven deze afterkamertjespolitiek.

Advertentie

Bergheijn aan de Amstel

Wat ik ook nooit heb begrepen is Trouws gedweep met Berghain/Panoramabar. Trouw is geen Berghain en had dat ook nooit kunnen worden. Alles begint - zoals de Berghain zelf ook al eens aanstipte - bij het ontbreken van een darkroom. Trouw is nu eenmaal niet die plek waar je op zondagmiddag de plee in loopt om met andermans vuist in je reet een pak keta weg te rammen. Daarvoor is de directie te burgerlijk en de beveiliging te streng. Toch heb ik het idee dat Trouw altijd de droom koesterde om een soort Bergheijn aan de Amstel te worden. Dat zou de vreemde keuzes verklaren zoals het houden van een jaarlijks soort-van-fetisjfeest, het invoeren van een fotoverbod en het tijdelijk afschaffen van de voorverkoop. Het voelde nooit helemaal oprecht. Je kunt wel van de ene op de andere dag een fotoverbod invoeren omdat je vindt dat er geen foto's in een club gemaakt mogen worden, maar als je een paar maanden tevoren nog je eigen partypics op Facebook hebt gepost, ondermijn je natuurlijk je eigen geloofwaardigheid. En als de darkroom op je fetisjfeest Ontrouw – met het veelzeggende motto 'step out of your comfortzone' – licht genoeg is om als chillout te dienen, probeer je dus iets te zijn wat je helemaal niet bent. Terwijl je ook zonder die Berlijngeilerei nog steeds de allerbeste club van Nederland bent.

Nu Trouw op het punt van sluiten staat zou het makkelijk zijn om de plek teveel op te hemelen, maar sommige superlatieven zijn volkomen terecht: Trouw is de allerbeste club van Nederland, hands down. Vraag maar aan Laurent Garnier, Marcel Dettmann, Dixon of Harvey waarom ze nergens anders in ons land zo graag staan. Het heeft niets met geld te maken en alles met liefde, sfeer en magie. Vraag maar aan alle mensen die je de komende week nog in je newsfeed ziet verschijnen, wanhopig op zoek naar Trouw-kaartjes, of het volk dat drie en een half uur in de rij staat te kleumen om binnen te komen; allemaal willen ze nog één keer deel uitmaken van die magie, voordat ergens op 4 januari de beat voorgoed stopt.

Wat blijft er van Trouw over als de laatste plaat is gedraaid? Na afloop van 11 kreeg Olaf een brief van een piepjonge bezoeker, die de club bedankte voor het veranderen van zijn leven. De afzender was Job Jobse, die later betrokken werd bij Trouws allereerste clubavond. Vanuit Trouw heeft Job weer een nieuwe generatie aangestoken met zijn muziek en vibe. Daar zit vast weer iemand tussen met genoeg vuur om de fakkel over te nemen. Amsterdamse clubs en festivals bulken van talent en expertise. Ergens in de stad ontstaat vanzelf weer een nieuwe positieve apenrots, waar die mensen elkaar kunnen vinden. Maar voordat we op zoek gaan naar de nieuwe tempel, moet Trouw eerst nog een waardige begrafenisceremonie krijgen. Tot in den dood.

Op 3 januari 2015 is de laatste clubavond van Trouw, 'Until the Music Stops'.