FYI.

This story is over 5 years old.

Bekentenissen van een Facebook-liefhebber

Ik hou gewoon van Facebook, nou en?
14.2.14

Openlijk toegeven dat je op een gemiddeld interessante dag een uur of twee op Facebook doorbrengt is niet oké. Los van dat het overkomt alsof je niets beters te doen hebt, klinkt het minstens zo 2010 als zeggen dat je ‘gereisd’ hebt wanneer je de zomer op Koh Phi Phi doorbracht. Artikelen die de ondergang van Facebook aanduiden worden veelvuldiger gedeeld dan vallende pinguïns en die foto van mijn biertje bij Pllek doet het inderdaad stukken beter op Instagram. Steevast giechel ik het daarom weg als iemand me weer eens ingelogd op zijn of haar laptop aantreft. “Nee joh, gewoon even mijn berichten checken!” En doe ik op elke eerste date weer alsof ik geen flauw benul had. “Oh echt! Werk je daar?” Ik ben namelijk zo’n idioot die mezelf op gemiddeld interessante dagen een muisarm scrollt. Waarom? Omdat ik Facebook leuk vind. Nou en?

Advertentie

Toegegeven: dat moment waarop mijn ex een weekend zonder mij naar Lowlands vertrok, bij thuiskomst vrienden werd met het meisje waar ik al mijn jaloerse visioenen van een romantisch weekend op projecteerde, ik koortsachtig ben gaan vissen bij alle gemeenschappelijke vrienden die we hadden en er toen achter kwam dat er niets gebeurd was, vervloekte ik Facebook. Toch deed en doe ik dat elke keer weer, helemaal zelf. Facebook haten voor de nieuwsgierige stalker die het in mij naar boven brengt, zou net zoiets zijn als alcohol vervloeken voor de manier waarop ik mezelf wel eens belachelijk maak. Volkomen terecht, maar hypocriet. Niemand dwong mij dat twaalfde glas te bestellen en daarna diegene te bellen die in mijn telefoonboek als ‘niet bellen’ opgeslagen staat. Precies zo zit er in de rechterbovenhoek van je scherm een kruisje. Links, voor Apple-gebruikers.

Daar komt bij dat wát je op Facebook doet, je net zo goed zelf in de hand hebt. Toen ik in 2007 een Facebook-profiel aanmaakte was het volstrekt normaal je 83 vrienden te melden dat je een rotdag had gehad en het bovendien regende. Als een bezetene heb ik al die loze statusupdates zitten verwijderen toen de tijdlijn ingevoerd werd. Eén klik was de wereld ineens verwijderd van een compleet niet imagematige versie van mijzelf. Een image, een interessante versie van mijzelf, dat ik nu tot in de puntjes beheers. Op Facebook kom ik op de goede feestjes, lees de goede artikelen en ben vanzelfsprekend gelukkig. Kom dus niet aan met dat iedereen tegenwoordig maar alles van je weet. Mensen weten precies even veel als dat jij ze vertelt.

Maar er is iets dat voor stiekeme Facebookers nog veel erger is dan gezeur over privacy of tijdverspilling. Facebook leuk vinden is gewoon niet oké. Het is de X-Ray op Lowlands binnen rennen en schreeuwen dat je DJ Tiësto echt te gek vindt. Het is een gemiddelde Russische dorpskroeg uitzoeken als locatie voor je coming-out party. Misschien is Facebook daarom ook wel niet meer het sociale netwerk dat het ooit was. Roepen dat Facebook op zijn retour is, klinkt daarom best logisch. Maar het is ook onterecht. Oké, om er achter te komen waar mijn vrienden uithingen toen ze mij niet belden, zal ik steeds vaker Instagram moeten checken. En toch denk ik niet dat Facebook zijn belangrijkste functie verloren is. Er is namelijk niets ‘cool’ of ‘niet cool’ aan Facebook, Facebook heeft een functie. Het is gewoon gereedschap.

Instagram maakt me knap, Twitter maakt me interessant, Linked-in maakt me professioneel en Facebook biedt me nog steeds de gemakkelijkste weg naar ongegeneerde zelfexposure. Want dat ik af en toe een artikel schrijf en bedoeld of onbedoeld best grappig kan zijn, dat weet jij niet. Dus als ik wil dat mijn blog gevonden wordt in de hooiberg die internet heet, dan zet ik hem op Facebook. Als ik al een uur over de grond rol van het lachen, dan zet ik de oorzaak daarvan op Facebook. En als ik wil dat mensen de winkel vinden waar ik werk (die ene in die steeg rechts en dan links van de Albert Heijn), dan deel ik updates van de Facebook-pagina. Stiekem doe jij dat ook, want ik lees dat met plezier. Jouw bedrijf doet het, want ik like jouw bedrijf. En precies al die andere bedrijven, plaatsen, mensen, artiesten, media en feestjes waarvan ik het nuttig vind dat ze mij dingen vertellen. Dit maakt mij een interessanter persoon en geeft jou extra exposure omdat ik je content af en toe deel. Best wel handig, toch?

Dan kan ik dus sociaal wenselijk gaan zitten zeuren dat Facebook tegenwoordig niet meer is dan een voor 85% commercieel geworden deel-machine met af en toe een verdwaalde vakantiefoto, maar ik kan er ook gewoon mijn voordeel mee doen. Oké, misschien was het niet helemaal nodig iedere Tinder-match bij wijze van ‘safety check’ volledig na te trekken. En misschien is het ook best wel raar dat ik je achternaam ken, maar jou niet. Om nog maar te zwijgen van het moment dat ik mezelf er op betrap op zoek te zijn naar zwembroekfoto’s in het album ‘Zuid Amerika 2013’ van iemand die ik niet ken. Maar dat doen we allemaal wel eens. Je liegt als je dit ontkent.

Facebook is mijn ideale nieuwsbrief op de wereld. De wereld waar ik onderdeel van wil zijn, althans. En daarom houd ik van Facebook. Omdat mijn kleine ego een stukje boven mezelf uitstijgt wanneer iemand me vertelt dat Facebook-vrienden zijn met mij een verrijking is voor zijn of haar newsfeed. Omdat ik me door het liken van pagina’s als NRC, Vrij Nederland en De Correspondent een iets minder slechte journalist voel als mijn papieren NRC in de prullenbak verdwijnt. Omdat ik de wereld weer een leuke plek vind als ik lees dat Wibi Soerjadi zichzelf Wibi G noemt. En omdat ik een gelukkig mens ben als ik kan solliciteren op een baan die alleen via Facebook gedeeld werd. Dus fuck me, right? Nee. Ik denk dat meer mensen zich herkennen in mijn verhaal dan in de trend om Facebook te haten. Kom gewoon uit de kast en heb Facebook lief. Of kap met zeuren en stop met Facebook.