Al het beeld door Sasha Box, met dank aan Summer Dance Forever.

Choreograaf Dalton Jansen over de vastgeroeste danswereld

“Zwarte dansers krijgen te weinig kansen om in het theater te staan.”

|
16 oktober 2017, 3:26pm

Al het beeld door Sasha Box, met dank aan Summer Dance Forever.

Iedereen danst weleens, maar toch klinkt een dansvoorstelling ontzettend elitair. Het is vooral iets waar de koningin naartoe zou gaan – en laat onze vorige koningin nou een ontzettende liefhebber van dans zijn. Voor de 24-jarige choreograaf Dalton Jansen mag de dans best uit dat elitaire sfeertje worden getrokken. Niet zozeer omdat hij het vervelend vindt als de koningin naar zijn voorstelling komt kijken, maar omdat de wereld van dans veel groter is dan wat je over het algemeen in theaters ziet.

Afgelopen zomer zag ik Jansens voorstelling The Double in de Melkweg in Amsterdam. Het was een verwarrende dans waarin twee haast identieke dansers, Terencio Douw en Gihan Koster, uitdagend en strijdbaar bewegen in een mix van moderne dans, breakdance en martial arts. Ze leken elkaar tot het uiterste te drijven en te worstelen met hun eigen individualiteit.

Dalton Jansen is pas 24 en studeert nog aan de Academie voor Dans en Theater in Amsterdam, maar werkt al als docent, choreograaf, uitvoerend danser en programmeur. Danslegende Conny Janssen prees zijn werk aan als "een nieuwe taal in hedendaagse dans".

Ik sprak de jonge choreograaf en maker van The Double over zijn torenhoge ambities: het opschudden van de gevestigde orde in een vastgeroeste danswereld.

Creators: Hoi Dalton. Eerder vertelde je me dat je geen hiphopchoreograaf bent. Waarom is dat voor jou belangrijk om te benoemen?
Dalton Jansen: Hiphop is een hokje, een bepaalde stijl. Wanneer ik mezelf zo zou profileren gaat men ervan uit dat ik getraind ben in popping, locking, breaking. Maar ik ben daar niet in getraind, en ik wil dat stempel niet, het is beperkend. Ik wil niet dat van mij verwacht wordt dat ik alleen met urbandansers of -bewegingen werk. Ik wil ook met moderne dansers werken.

Op Summer Dance Forever en bij The Double viel me op dat het publiek veel diverser was dan normaal in de theaters. Zijn urbandansstijlen daar ondervertegenwoordigd?
De huidige danswereld vraagt een specifieke technische achtergrond van dansers, namelijk modern-klassiek. Op audities wordt vaak uitgegaan van moderne en klassieke techniek, maar breaking en locking zijn ook technieken. Dansers met een andere culturele achtergrond krijgen maar weinig kansen om in het theater te staan. Ze dansen op straat, op festivals of in battles. Modern en klassiek geschoolde dansers die de top bereiken trainen vanaf hun tienerjaren keihard op exclusieve opleidingen. Dit is maar voor een bepaalde groep in de maatschappij weggelegd.

Wat vind je mooi aan urbanstijlen?
De hiphopcultuur heeft zich snel ontwikkeld afgelopen decennia, door YouTube en het internet. Deze rijke cultuur moeten we koesteren en verdient een plek in het theater. Hiphopbattles zijn explosief, hoog in energie en er is veel ruimte voor improvisatie en experiment. Het relationele aspect – samen dansen – zit diep verankerd in de hiphopcultuur. Dit biedt nieuwe mogelijkheden om een dansvoorstelling theatraler of emotioneler te maken. Het is een toevoeging aan het establishment.

Je had het eerder over culturele achtergrond. Wat is volgens jou de rol van huidskleur in de danswereld?
Ik werk nu als stagiair dansprogrammering bij Theater Rotterdam. Daar kregen we het advies van de gemeente om op culturele diversiteit te letten, want volgens hen is de danswereld te wit. Ik ben hier nooit zo mee bezig geweest, maar het heeft me aan het denken gezet. Ik ben in een cultureel diverse buurt opgegroeid, Spangen in Rotterdam. Hierdoor heb ik Nederland altijd als een multicultureel land gezien. De laatste tijd valt me op de dans- en theaterwereld een witte wereld is. Zelfs degene die je jas aanneemt in het theater is meestal wit.

Waarom is dat problematisch?
Het doet ertoe omdat alle details van een omgeving bijdragen aan of iemand zich er thuis voelt. Ik ken zo veel mensen, ook dansers van mijn opleiding, die kansen met beide handen zouden grijpen als die er waren. In onze grondwet staat dat iedereen gelijk is, maar de realiteit is dat een Nederlandse achternaam of een witte huidskleur je verder brengt. Theater zou er voor iedereen moeten zijn, zeker omdat het gefinancierd wordt vanuit de overheid. Ik denk dat mensen van diverse culturele achtergronden zich minder verbonden voelen met de programmering van Nederlandse theaters omdat er overwegend witte makers geboekt worden.

Naar aanleiding van Black Achievement Month was er afgelopen weekend een conferentie over 'zwarte esthetiek' in dans. Wat vind je daarvan?
Ik vind het een belangrijk thema, daarom ga ik ook naar de conferentie, maar het is vermoeiend dat het op deze manier moet. Daarnaast heb ik dubbele gevoelens over het frame 'black achievement'. Gaan we het dan niet hebben over makers met een Marokkaanse of Turkse achtergrond? Dat zijn ingewikkelde discussies. Romana Vrede heeft onlangs de Theo d'Or gewonnen, de belangrijkste prijs voor beste actrice in Nederland. Ik vind het sterk dat zij liever niet over kleur praat. Ze is actrice, geen activist. Het zou daar niet om moeten gaan. Ik hou me liever met mijn beroep zelf bezig, ik verwerk mijn eigen ervaring in mijn werk.

Welke persoonlijke ervaringen komen terug in je werk?
Machtsrelaties bijvoorbeeld. Die zie je terug in lichaamstaal. Als ik Humberto Tan op tv zie valt me op hoe je in zijn houding terugziet dat hij succesvol is. Ik merk dat ik mezelf met hem vergelijk en me afvraag: zou ik ook dat succes ook willen? Ik ben opgegroeid in kindertehuizen. De relatie met mijn opvoeders was ingewikkeld. Ik heb me vaak minderwaardig gevoeld, in de tehuizen hing een hiërarchische sfeer. Ik ben blij met waar ik nu sta, mijn jeugd heeft me tot de persoon gemaakt die ik ben. Ik gebruik die ervaringen nu op een positieve manier in mijn werk.

Geldt dit ook voor The Double ? Waar gaat dat stuk over?
In het geval van The Double gaat het vooral om de ervaringen van de dansers, Terencio Douw en Gihan Koster. Terencio en ik kennen elkaar al lang, we dansten ooit samen voor dezelfde choreograaf. Bij Gihan kwam ik een paar jaar geleden in de klas te zitten. Vanaf het eerste moment dat ik hem zag vond ik hem op Terencio lijken. Toen wilde ik al met hen samen de studio in. In de loop der jaren repeteerden en maakten we veel samen voor de opleiding en andere projecten. Terencio en Gihan vertelden me over hoe ze constant met elkaar vergeleken werden, op audities en door docenten. Dat was frustrerend voor ze, omdat ze niet als individuen werden gezien, als mensen met hun eigen zwaktes en sterke kanten. Er werd aangenomen dat als de één iets kon, de ander dat ook wel zou kunnen. Deze worsteling werd het uitgangspunt van The Double.

Hoe ging je te werk bij het maken van de voorstelling?
Ik liet ze improviseren, om elkaar te leren kennen. Beide dansers hebben een achtergrond in breakdance, waardoor ze sneller een draai op hun hoofd of op de grond maken dan dat ze een pirouette zouden draaien. Ook de manier waarop ze dansen heeft veel gelijkenissen, ze hebben dezelfde timing en ritme in hun bewegingen. Maar ik zag ook verschillen. Gihan is sterker met moderne technieken, Terencio is sterker met urbantechnieken.
We hebben veel moeten repeteren om de gelijkenissen van hun bewegingen te verfijnen. Het was een intensief proces, waarbij ik als maker soms vergat hoe zwaar de repetities voor Terencio en Gihan waren. Het zijn boefjes, soms spraken ze onderling af om bij mij aan de bel te trekken, over dat we rustiger aan moesten doen.
We hebben het stuk echt met z'n drieën gemaakt, ik voelde me soms meer regisseur dan choreograaf. Dans is een verhaal vertellen, ik vind het belangrijk dat de dansers hun eigen verhaal vertellen. We praten veel tijdens de repetities over persoonlijke ervaringen, worstelingen en relaties.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
Ik ben nu bezig met het opzetten van mijn eigen gezelschap, DDJ Dance, en ik ga daarover vloggen. Hopelijk inspireert dit jongeren om zelf te ondernemen. Het is voor mij ook een onderzoek naar hoe je zoiets doet en de worstelingen eromheen. Je moet bijvoorbeeld dansers benaderen, terwijl de financiering is nog niet rond is. Verder gaan we in mei 2018 een vernieuwde versie van The Double opvoeren. De belangrijkste verandering is dat Terencio en Gihan onder begeleiding van live contrabas gaan dansen. In de eerdere versie hoor je een dikke beat, dat is een kenmerk van urban dance. Maar wat gebeurt er als je andere muziek gebruikt? Dat wil ik uitzoeken.
Tenslotte heb ik in juni 2018 een solovoorstelling in Theater Zuidplein in Rotterdam. In het stuk wil ik vertellen over mijn ervaringen met de jeugdhulpverlening. Krijgt het individu in dit systeem een eerlijke kans, en wat zegt het antwoord op deze vraag over ons als samenleving?

Dankjewel!

The Double was te zien tijdens het dansfestival Summer Dance Forever. Op hun website lees je daar mee over.

Meer VICE
VICE-kanalen