We moeten de zeebodem reguleren voordat de mijnbouwindustrie hem kapotmaakt

Commerciële activiteiten op de bodem van de oceaan kunnen ecosystemen vernietigen waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden.
7.2.17

Een groep internationale mariene wetenschappers publiceerde afgelopen donderdag een artikel in Science waarin ze de noodzaak van een internationale wet om de oceaanbodem te beschermen benadrukken. Op die manier kunnen unieke en grotendeels niet in kaart gebrachte ecosystemen uit de diepe zee gered worden. Het artikel kwam als een antwoord op de groeiende bedreiging van deze ecosystemen door commerciële diepzee-activiteiten, en dan vooral diepzeemijnbouw.

Advertentie

De diepe oceaan (praktisch alles dat dieper is dan 200 meter) beslaat ongeveer 65 procent van het aardoppervlak, maar we weten er eigenlijk verrassend weinig over. We hebben zelfs betere kaarten van het oppervlak van Mars, dan van onze eigen oceaanbodem. Dan hebben we het nog niet eens over onze kennis van alle levensvormen die honderden meters onder het oppervlak leven. Het ontdekken van nieuwe soorten is een groot ding in de zeebodem-ecologie, volgens ecoloog Andrew Thurber van Oregon State University. Dat is leuk voor de wetenschap, maar tegelijkertijd verontrustend, aangezien het onze onwetendheid over de diepe oceaan aantoont.

"De diepe oceaan is interessant omdat het zo'n onbekend gebied is, maar het is ook een gebied dat erg belangrijk is voor ons," vertelt Thuber. "Dus het is een gebied dat onbekend is, maar tegelijkertijd wordt gebruikt voor allerlei verschillende soorten grondstoffen."

Dit probleem wordt versterkt door het feit dat diepzee-onderzoekers eigenlijk in een race zijn verwikkeld om deze gebieden te ontdekken en documenteren voordat ze worden vernietigd voor commerciële belangen. De diepe oceaan is het thuis van een heleboel waardevolle natuurlijke grondstoffen, van potentieel levensreddende moleculen tot olie en edele delfstoffen, die samen voor een soort goudkoorts hebben gezorgd.

Het schrikbeeld van diepzeemijnbouw teistert de oceaanbodem al decennia, maar pas sinds kort zijn de technologie en de economische stimulans op een punt waar onderwatermijnbouw een realistische mogelijkheid is. De eerste plek waar aan diepzeemijnbouw wordt gedaan, Solwara-1, ligt voor de kust van Papoea-Nieuw-Guinea. De operatie om goud, zink, zilver, en koper uit de oceaanbodem te halen, zal waarschijnlijk eind 2017 of begin 2018 starten.

Advertentie

Solwara is slechts het topje van de ijsberg – het afgelopen decennium zijn meer dan een miljoen vierkante kilometers zeebodem gemarkeerd voor mijnbouwoperaties.

Hoewel onderzoekers weten dat mijnbouw niet goed is voor deze ecosystemen, is het probleem dat ze niet genoeg basale data hebben om de echte impact van deze operaties vast te stellen. Dit gebrek aan data maakt het ontwerpen van een effectieve regulatie lastig, wat, volgens de mariene bioloog Douglas McCauley van UC Santa Barbara, ervoor zorgt dat de diepzee in een soort "wilde westen" verandert met weinig toezicht.

"Op dit moment zijn er maar weinig regels voor de diepe oceaan, en een heleboel groepen doen wat ze willen," vertelt McCauley. "Maar aan de andere kant, dat betekent ook dat er een politieke schone lei is, en daarom kunnen we bedenken hoe we dit op een goede manier willen doen."

Zoals de auteurs van het artikel in Science schrijven, zijn op dit moment "de internationale regels en landelijke wetgeving grotendeels niet gericht op de essentiële rol van de diepzee bij het reguleren en functioneren van aardse systemen." Hoewel zowel de Verenigde Naties als de Internationale Zeebodemautoriteit werken aan regels voor regulering van de diepzee, is dit tot nu toe een traag proces.

De voornaamste oorzaak is het gebrek aan communicatie tussen de agentschappen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende internationale delen van de zeebodem, ook wel bekend als 'gebieden buiten nationale jurisdictie'. De ISA bijvoorbeeld is grotendeels verantwoordelijk voor de regulering van de opkomende zeebodem-mijnindustrie, terwijl de Regional Fisheries Management Organization zicht richt op de visserij. Maar zoals de auteurs van het artikel in Science benadrukken, is effectieve regulatie alleen mogelijk als deze organisaties samenwerken, en er onder toezicht van de VN een overkoepelend orgaan wordt opgericht (ze noemen de International Deep-Sea Organization als voorbeeld).

"De discussie over mijnbouw op de bodem van de oceaan kruist zeker met die over de toekomst van biodiversiteit, aangezien het allemaal een ecosysteem is," zegt McCauley. "We moeten deze conversaties samenvoegen tot een overheidsstructuur die minder gefragmenteerd is."

Enkel samenwerken is niet genoeg. Het Science-artikel roept ook om op meer onderzoek te doen naar de ecosystemen op de zeebodem voordat er commerciële activiteiten plaatsvinden, en het inzetten van toezichtsmiddelen zoals boeien en apparaten op de zeebodem die de gezondheid van ecosystemen kunnen analyseren. Helaas is zo'n toezichtsnetwerk erg duur – de auteurs schatten dat het tussen de 2 en 3 miljard euro kost om zo'n netwerk op te zetten, en jaarlijks circa 300 miljoen euro voor het onderhoud.

Advertentie

Met andere woorden, de auteurs zijn zich ervan bewust dat "diepzee-ecologie minder wordt beperkt door de capaciteiten van de huidige oceaantechnologie, maar vooral door de hoge kosten."

Voor het effectief beheren van de zeebodem zullen nieuwe en verbeterde middelen voor toezicht en handhaving nodig zijn. Hiervoor is waarschijnlijk een soort combinatie nodig van tracking-apparatuur zoals Deep Sea Mining Watch, dat wereldwijd mijnbouwschepen volgt, energiezuinige drones om commerciële activiteit te monitoren en big data-analyse van satellietbeelden die nu in staat zijn om schepen op de oceaanbodem te identificeren met een resolutie van een halve meter.

Of deze verbeteringen op tijd komen om de zeebodem te behouden voordat het kapotgemaakt wordt door commerciële activiteiten, blijft de vraag. De wetenschappers zeggen dat de VN momenteel met een voorbereidend comité een internationale overeenkomst probeert te ontwerpen die zal worden gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering van de VN eind dit jaar. In 2018 zal de Algemene Vergadering van de VN op basis van die aanbevelingen beslissen of ze een definitief verdrag willen. Maar op dat moment is de diepzee-goudkoorts misschien al begonnen.

"Als we de toekomst van de zeebodem op een slimme manier willen plannen, op een manier die onze impact en onbedoelde consequenties minimaliseert, moeten we snel iets doen," zegt McCauley. Anders dan bij de ontwikkeling van land, "hebben we de unieke kans om ons verstand van de diepe oceaan niet te verliezen voordat we deze veranderen. Zo'n tweede kans is zeldzaam in de natuur en we willen deze niet laten schieten."