Motherboard

We spraken KNAW-president José van Dijck over de digitalisering van onderwijs

​President KNAW Jose van Dijck: “Het is een mythe dat het onderwijs vanzelf democratiseert als we alles maar digitaliseren.”

door Joost Mollen
01 juni 2016, 8:42am

Een jaar geleden werd hoogleraar José van Dijck, voormalig decaan van de Universiteit van Amsterdam, benoemd tot de president van de Koninklijke Nederlandse Academie van de Wetenschap (KNAW). Hiermee is ze de eerste vrouw ooit die leidinggeeft aan het neusje van de Hollandse wetenschapszalm.

Van Dijck richt zich – door haar achtergrond als hoogleraar comparatieve mediawetenschappen – op de groeiende digitalisering van het onderwijs in Nederland. Vorig jaar publiceerde ze nog een artikel waarin ze zich kritisch opstelde tegenover de Massive Open Online Courses, gratis online hoorcolleges die ook wel MOOCs genoemd worden. Hoog tijd dus om het met haar over de groeiende digitalisering van het academische onderwijs te hebben.

Het gesprek vindt plaats in het Trippenhuis, het hoofdkwartier van de KNAW aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. In de balzaal praten we onder het genot van een kopje thee over de invloed van MOOCs op de educatie­kloof tussen armen en rijken en de onzin van een hoorcollege om negen uur 's ochtends.

MOTHERBOARD: Wat denkt u over de huidige digitalisering in het academisch onderwijs?

Jose van Dijck: Digitalisering in het universitair onderwijs is onvermijdelijk. Het is niet per se goed of slecht. Het gebeurt. Punt. Digitale technieken bevorderen een heleboel, maar het is een mythe dat studenten nu opeens door iPads en digitale platformen in het hoger onderwijs in staat zijn veel beter of zelfstandiger te leren dan vroeger. Daar moeten ze nog steeds bij geholpen worden. Het zijn niet opeens turbostudenten geworden.

Toen MOOC's rond 2012 opkwamen, claimden een aantal MOOC's dat universiteiten in de toekomst niet meer nodig waren. Wat vindt u van die claim?

Ik heb heel vaak gehoord dat digitalisering het universitair onderwijs zogenaamd overbodig zou maken. Dat is natuurlijk onzin. Universiteiten zijn nog steeds even belangrijk als vroeger Waar juist de denk­ en werkkracht in zit is het sociale contact met de student. Wat MOOCs hebben gedaan, is vooral het oude, klassikale onderwijs zoals hoorcolleges in digitale vormen verpakt. Een goed hoorcollege is leuk, maar dat is niet waar je leert. Je leert in werkcolleges, in werkgroepen, in sociale contacten, tijdens het schrijven van papers, in het leven buiten de universiteit, buiten de collegezalen. En wat deze grote platformen doen is hoorcolleges en multiple choice testen imiteren. Maar dat is maar een fractie van het academisch onderwijs. Daar vervang je niet het universitair onderwijs mee. Onderwijs is niet hoorcolleges kijken en toetsen afnemen. Dat is het minst interessante deel van onderwijs.

"Onderwijs is veel meer dan alleen de slimmeriken bedienen."

Digitale platformen nemen dus wel degelijk een stukje van het educatieve process over, maar ze doen vooral een heleboel niet. En ik denk eigenlijk dat je de twee niet met elkaar kan vergelijken. Ik zeg niet "MOOCs zijn slecht" ­ nee, ze zijn verschrikkelijk onderontwikkeld en focussen vooral op één manier van leren. De meest traditionele manier eigenlijk. Universiteiten hebben daarnaast los van een educatieve functie, ook een sociale functie – een Bildungsfunctie. Het is een plek voor studenten waar ze zich kunnen ontplooien, ontwikkelen en volwassen worden.

Er wordt gezegd over MOOC's dat ze het onderwijs democratiseren, door onderwijs en kennis wereldwijd toegankelijk te maken.

Wat uit recente eerste onderzoeken is gebleken, is dat MOOC s het al bestaande gat tussen rijke en slimme studenten en arme studenten en ook tussen slimme studenten en zij die meer moeite hebben met leren, alleen maar groter maken. De claim van veel MOOCs is dat als je in bijvoorbeeld Bangladesh of Senegal online cursussen kan volgen, we dan iets goeds doen voor een arme bevolkingsgroep. In principe is dat fantastisch. In de praktijk werkt het minder zoals gedacht. Het zijn vooral de toch al slimme studenten in de toch al rijke landen die het meest profijt van MOOC's hebben, also ok de hele slimme studenten in arme landen. En het is natuurlijk geweldig dat je die parels eruit kan pikken en meer kan bieden dan ze hebben, maar onderwijs is veel meer dan alleen de slimmeriken bedienen.

"Ik snap niet zo goed waarom ze er nog zijn – die hoorcolleges om negen uur 's ochtends."

De claim dat je met digitalisering veel meer groepen mensen kan bereiken, is nog lang niet bewezen. Want juist digitalisering veronderstelt dat je heel veel eigen initiatief neemt en zelfstandig werkt. Jezelf motiveert. Jezelf beweegt om meer te doen dan je hoeft te doen. En dat is bij uitstek iets wat slimmere studenten wel kunnen, maar voor sommige studenten heel moeilijk kan zijn.

Deze studenten hebben meer motivatie, aandacht en veel interactiviteit met de docent nodig. Kinderen die het moeilijk hebben, gaan niet opeens beter leren omdat er MOOCs zijn. Het helpt niet om tegen hen te zeggen: "je kan het daar online vinden, succes." Het is een mythe dat als we alles maar digitaliseren het onderwijs vanzelf democratiseert.

MOOCs missen volgens u dus het aspect van sociaal contact dat een hoop studenten nodig hebben om te leren. Digitalisering zou dus in universiteiten gebruikt moeten worden om decentralisatie te bevorderen?

Ik geloof heilig in kleinschalig onderwijs. Dat massale heeft nog nooit gewerkt en zal ook nooit gaan werken, niet in de collegezalen en niet online. Zeker niet voor de lager opgeleide klassen en lage economische groepen. MOOCs zijn nog onderontwikkeld. Wat mij betreft draait onderwijs ook het creëren van communities en digitale tools kunnen daar uitstekend bij helpen.

"Die algemene stelling 'daarmee verbeteren of veranderen we onderwijs,' dat is onzin."

Ik denk dat er ook een kritische discussie moet zijn binnen de universiteit. Wat doen we met het hoorcollege? Ik ben geneigd om te zeggen dat er niets zo mooi is als een goed hoorcollege, waar je gaat zitten en gewoon ademloos gaat luisteren naar een docent die dat kan performen. Maar ik denk wel dat in veel gevallen het hoorcollege heel goed vervangen kan worden door een opname die online staat. Want is het wel zo zinvol dat iedereen om negen uur 's ochtends naar een figuurtje op een podium gaat luisteren? Misschien niet. Misschien moeten we dat maar twee keer per semester doen, en dan vooral ook de gelegenheid geven voor discussie en vragen. Maar je kan dit niet als algemene regel laten gelden. Digitalisering in het onderwijs is niet per se goed of slecht. De vorm moet passend zijn bij wat je studenten wilt leren en hoe je dat wilt toetsen.

Het hoorcollege om negen uur 's ochtends afschaffen lijkt me een geweldig idee. Ik kan niet herinneren dat ik daar ooit iets van heb onthouden.

De hersenen van tieners en jonge adolescenten werken niet zo goed 's ochtends, dat zeggen neurowetenschappers. Dus ik snap niet zo goed waarom ze er nog zijn – die hoorcolleges om negen uur 's ochtends. Ik wil ook interactie met een publiek. Niks is zo saai als een hoorcollege waarin je niets met je publiek kan doen. Waarom sta ik daar dan? Dan kun je het net zo goed opnemen.

Veroorzaken MOOC's ook in de rijkere landen een grotere onderwijskloof?

Als MOOCs de hele 'educatiemarkt' zouden veranderen, dan wel, maar dat geloof ik niet. In Europa hebben we een heel sterk publiek systeem. Maar we moeten er mee uitkijken. Een probleem is bijvoorbeeld dat MOOCs in Amerika vooral ontwikkeld en gedragen worden door privé­universiteiten met veel steun van bedrijven. Zo groeit daar de kloof tussen privé en publieke universiteiten, die het al zo zwaar hebben. Als MOOC's zich vooral aansluiten bij privé­universiteiten, dan doen ze niks om de meestal veel armere publieke universiteiten te steunen. Juist die publieke colleges in de VS helpen van oudsher de lagere economische klassen te emanciperen.

In principe: elke stap die het moeilijker maakt om voor kinderen uit de lage klasse te gaan studeren helpt niet bij het dichten van die kloof. En als je dan hoort van 'ja maar iedereen kan het nu toch, met al die digitale dingen' dan zien die mensen iets over het hoofd. Namelijk dat het juist voor kinderen uit minderbedeelde milieus heel moeilijk is om gemotiveerd te blijven om een hele opleiding af te maken als je thuis niet gestimuleerd wordt.

Kleven er meer problemen aan de digitalisering?

We moeten blijven nadenken over hoe we controle houden over onze data. MOOCs zoals Coursera zijn commerciële datafabrieken. Hun verdienmodel, net als Facebook, is gericht op massa's studenten. Zij zijn hun product. Je moet je realiseren dat als je Amerikaanse bedrijven mondiale platformen laat bouwen voor het universitaire onderwijs, en je laat de content verzorgen door docenten van Nederlandse universiteiten, dat je daarmee een deel van de publieke investering weggeeft. Het is publiek geld dat wordt overgeheveld naar een commerciële partij. Je moet dus goed nadenken of je als onderwijsinstelling de data van je studenten wil weggeven aan een commercieel bedrijf dat van die data andere producten gaat maken om te verkopen. Die leerdata kunnen goed gebruikt worden door universiteiten en wetenschappers, maar wat doen MOOC-platformen er mee?

Waar zouden we MOOC's wel goed voor kunnen gebruiken?

MOOCs kunnen een hele goede aanvulling zijn bij basiscursussen, zoals statistiek of inleidende vakken. Vooral als je daarbij een docent hebt die de stof geweldig kan uitleggen. MOOCs zijn bijvoorbeeld ook heel erg bruikbaar voor bijscholing van professionals, die moeten leren over hele specifieke en toegepaste onderwerpen zoals bepaalde nieuwe software. MOOCs zijn daar heel geschikt voor. Maar die algemene stelling "daarmee verbeteren of veranderen we onderwijs," dat is onzin.

Bedankt, José.