Het boek ‘Heavy Metal Africa’ vertelt over de duistere kant van het zonnige continent

Het verhaal begint op Madagaskar, waar jongeren die letterlijk niets hebben bands beginnen door een drumstel te maken van karton.

|
27 september 2016, 9:42am

Als je metalfans vraagt wat de aantrekkingskracht van hun scene precies is, zal een groot deel zeggen dat ze zich waar dan ook ter wereld verbonden voelen met andere fans. Het is alsof ze overal dezelfde taal spreken. Ondanks dat er in veel literatuur over de scene uitgebreid wordt gesproken over metalcultuur buiten de Westerse wereld, lijkt het erop dat Afrika vooralsnog compleet genegeerd wordt. In Heavy Metal Africa gaat schrijver Edward Banchs dieper in op wat Afrikaanse metalbands uniek maakt, maar hij gaat ook op zoek naar de overeenkomsten tussen headbangers in andere delen van de wereld. 

In het boek, dat eind september uitkomt bij Word Association Publisher, volg je de schrijver op zijn reizen door Afrika. Banchs heeft vijf jaar rondgetrokken over het continent op zoek naar muzikanten en de plekken die hen inspireren. Hierdoor behandelt het boek aan de ene kant het ontstaan van de muziekstroom in Afrika, en aan de andere kant het verhaal over reizen die verder gaan dan de standaard safari's. 

Hoewel metal enorm verspreid is over het continent, blijft het een underground subcultuur. De Afrikaanse fans neigen meer naar metalcore en thrash, volgens de schrijver bij uitstek subgenres voor mensen die hun hart willen luchten. Zoals bij veel metalbands gaan de teksten van Afrikaanse bands over onrecht, gedreven door een drang om te ontsnappen aan de mainstream. "Metal vertegenwoordigt alles wat de Afrikaanse jeugd wil: een identiteit die ze zelf hebben ontdekt, die ze liefhebben, in plaats van eentje die ze is opgedrongen," zegt Banchs. Volgens hem wordt de metalscene in Afrika zo omarmt omdat het een manier is om in opstand te komen tegen een cultuur die de jeugd niet vertegenwoordigt.

Banks groeide op als kind van Puerto Ricaanse ouders in North Carolina en ontdekte metal als tiener. Als jongvolwassene raakte hij geobsedeerd door Afrika. Uiteindelijk behaalde hij zijn masterdiploma in African Studies aan de Universiteit van Londen en liep hij stage als lobbyist voor Afrikaanse zaken in Washington. Maar de interesse voor de Afrikaanse metalscene werd pas echt aangewakkerd na een gesprek met een vriend.

"Ik wist al wel iets over metal in een paar Afrikaanse landen die ik had bezocht, maar ik wilde weten of er echt sprake was van een scene," vertelt Banchs. Terug in Afrika werd hij overdonderd door de levendige metalgemeenschap.  ​

Zijn boek Heavy Metal Africa beschrijft hoe toegewijd Afrikaanse metalheads zijn. Het verhaal begint op Madagaskar, waar jongeren die letterlijk niets hebben bands beginnen. Drummer Lallar van de band Kazar bouwde een drumstel van karton, Balafomanga's Newton maakte er eentje van plastic. 

Ragasy, gitarist van de band INOX uit Madagaskar, vertelt Banchs dat ze ergens in de jaren zeventig gitaar leerden spelen, door mee te spelen met liedjes van Deep Purple en Black Sabbath, maar dat het tot halverwege de jaren tachtig lastig was om aan gitaren te komen. 

Hetzelfde gold voor metalshirts. In het boek schrijft Banchs: "De meeste shirts waren zelfbedrukt of het waren bootlegversies die op straat werden verkocht. Maar al te vaak waren de bandnamen verkeerd gespeld, of de albumcovers op de achterkant van het shirt hadden niets te maken met het album op de voorkant. Het kon de meeste mensen niks schelen, ze waren al blij dat ze iets hadden."

Afrikaanse metalbands worden nog weleens beticht van satanisme en hekserij, waarschijnlijk deels door de manier waarop ze zich kleden – zwarte T-shirts en broeken, of leer met studs. Zuid-Afrika was net als Amerika in de jaren tachtig in de ban van satanisme, met verdenkingen van rituele verkrachtingen en moorden. De politie ondervroeg opvallend vaak jonge metalheads. Iets soortgelijks overkwam de schrijver zelf tijdens zijn laatste bezoek aan Kenia. Hij werd in Kenia een winkel uitgeschopt en werd lastig gevallen door een vijandige groep tieners op Madagaskar omdat hij een hoodie van Darkest Hour droeg, met op de achterkant een grimmige demonische geit.

Toch heeft de angst voor satanisme in Zuid-Afrika er onbedoeld voor gezorgd dat metal zich verder door het land verspreidde. John Seal, een voormalige politieagent, liet de jeugd naar metal luisteren, ter waarschuwing. "Hij heeft ons daar zo'n enorm plezier mee gedaan. Hij heeft echt zijn best gedaan om metalbands te vinden!" vertelt Chriso Bester van Groinchum tegen Banchs.

Maar voor metalfans lagen er ook andere gevaren op de loer. In Madagaskar bracht Black Wizard een video uit voor hun liedje Land of Doom, dat gaat over de extreme armoede in de wijk van een van de bandleden. Nadat de video op televisie was te zien, stond de politie voor de deur. Ze beschuldigden hem ervan dat hij het land te schande maakte. 

In de loop der tijd hebben verschillende Afrikaanse landen aan hun eigen geschiedenis gewerkt, met bands die voor een regionale scene zorgden en nieuwe generaties die daar op voortbouwen. Op sommige plekken is heavy metal zelfs doorgestoten naar de mainstream. De single Apokolipsy van de band Apost uit Madagaskar is veelvuldig gecoverd, en zelfs favoriet op bruiloften. Maar in landen als Zuid-Afrika is metal nog voornamelijk een underground aangelegenheid, en metalfans waarmee Banchs sprak vinden dat eigenlijk wel prima.

"Na apartheid waren er veel sancties van kracht. Veel dingen waren moeilijk te vinden in Zuid-Afrika en door al die sancties is er een heuse DIY-cultuur ontstaan. De subcultuur voelde als broederschap," vertelt Jay R van Total Chaos.

Voor metalfans die opgegroeiden met Westerse metal zal het idee van Afrikaanse metal misschien wat vreemd klinken, maar Balafomanga's Newton wijst er graag op dat metal in wezen Afrikaans is. "Rockmuziek heeft hier zijn wortels," zegt hij. "Het is geen Westerse cultuur, of Europese cultuur. Het is onze cultuur."