Advertentie
Tech by VICE

Bedrijven hebben compleet gefaald de vrije meningsuiting te beschermen

Het is duidelijk dat we een groot probleem hebben.

door Jordan Pearson
13 oktober 2017, 2:25pm

Beeld: Flickr/TechCrunch

Laten we even een kijkje nemen hoe Facebook en Twitter de afgelopen week aan de vrijheid van meningsuiting hebben bijgedragen.

Rapper Lil B werd tijdelijk van Facebook gegooid toen hij in de nasleep van de aanslag in Las Vegas blanke mensen met geweren 'gewelddadig' noemde actrice Rose McGowan werd kort van Twitter verwijderd toen ze zich uitsprak over de mensen die het mogelijk maakten voor Harvey Weinstein om haar te misbruiken; en Twitter blokkeerde eerst een advertentie van congreslid Marsha Blackburn van de VS om deze vervolgens wel toe te laten. Haar advertentie promootte een extreemrechtse complottheorie over dat Planned Parenthood lichaamsdelen van dode baby's verkoopt (deze theorie is uitgebreid ontkracht).

En natuurlijk het gigantische fiasco dat Rusland de verkiezingen in de VS heeft proberen te manipuleren op Facebook (een logisch gevolg als een bedrijf iedereen met genoeg geld advertenties laat inkopen en als enige veiligheidsmechanisme de gebruikers zijn, die zelf moeten rapporteren als iets niet door de beugel kan). Dit maakt het allemaal heel duidelijk dat we een groot probleem hebben met hoe deze bedrijven vrijheid van meningsuiting behandelen. De grootste communicatieplatformen hebben compleet gefaald in de waarborging van de vrije meningsuiting, en ze lijken nauwelijks in staat om dit op orde te krijgen.

Facebook en Twitter spelen politie, maar ze hebben geen enkel moreel kompas. Hun acties zijn buitenproportioneel en lijken soms compleet willekeurig. In geval van de ban van Lil B vertelde een woordvoerder van Facebook aan Motherboard dat als je zijn comment omdraaide en hij had gezegd dat zwarte mensen gewelddadig zijn dat dat ook haatzaaien zou zijn: "Ons beleid voor haatzaaien is het zelfde voor alle rassen," zei de woordvoerder. Alsof deze platforms niet vol zitten met witte mensen die ongestraft racisme en haat kunnen spuwen.

De acties van deze bedrijven zijn vaak willekeurig en gevoelloos; kijk bijvoorbeeld eens naar hoe Facebook transgenders dwingt om de naam waar ze mee geboren zijn te gebruiken. Dit beleid is ook gevaarlijk voor sekswerkers en slachtoffers van misbruik die liever niet willen gevonden worden.

Het beleid tegen haatzaaien van deze bedrijven werd eerst ontwikkeld om gemarginaliseerde groepen te helpen, maar doet nu juist meer kwaad dan goed. Mensen van kleur, transgenders, vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen worden nog steeds lastig gevallen en er is nu zelfs de kans dat ze gecensureerd worden als zij zich hier over uitspreken.

Facebook en Twitter zijn niet in staat om ze te helpen en ze komen alleen met marketingclichés zodat het lijkt alsof ze deze groepen echt helpen. De COO van Facebook, Sheryl Sandberg zei dinsdag het volgende tegen Axio: "Het belangrijkste aan vrijheid van meningsuiting is dat als je mensen zich vrij laat uiten, je ze vrij laat om zich uit te drukken." En de medeoprichter van Twitter Biz Stone reageerde op kritiek over hoe tolerant de site voor belediging en haat was door in discussie met slachtoffers te gaan en vervolgens af te sluiten met "We zijn samen één als Twitter-gebruikers."

Facebook en Twitter zijn bedrijven die winst willen maken. Met elk stukje content op hun platforms is geld te verdienen. Ze zijn er niet om burgers te helpen, maar om geld te verdienen aan hun klanten. De golf van haat, nepnieuws en politieke reclames, en het constante lastigvallen van gemarginaliseerde groepen waar de platforms last van hebben, zijn allemaal bijwerkingen van hoe die twee bedrijven Monopoly aan het spelen zijn met onze data.

Ook al probeert Facebook onder druk van de overheid iets te doen aan Russische ads, toch zijn zij het als een functie is, niet als een bug. Het is een debat beïnvloed door marktwerking. Wat er gezegd wordt, maakt alleen uit als er een financiële waarde is. En Facebook en Twitter hebben beiden een vrijstelling door de overheid van regels waar adverteerders zich normaal aan moeten houden. Ze hoeven niet te melden wie een post sponsort. Waarom? Zodat ze zoveel mogelijk kunnen verdienen.

Een van de naarste voorbeelden hiervan over Facebook werd in juni door ProPublica blootgelegd. In dit rapport stond dat het bedrijf tijdens de Arabische Lente posts van activisten blokkeerde en de kant van de overheid koos in het modereren van content. "Hierdoor werd het zakelijke belang van het bedrijf – dat overheden Facebook niet blokkeren – vooropgesteld," stelt ProPublica. Facebook heeft ook honderden uitvoerige regels over haatzaaien die aan het eind van de dag vooral de witte man beschermen.

Door zijn klanten in duizenden kleine categorieën op te delen, maakt Facebook adverteren voor klanten veel goedkoper. Omdat mensen voor wie een reclameboodschap niet interessant is deze toch niet te zien krijgen. Als gevolg hiervan verdienen Facebook en Google 85 cent van elke reclame-euro die op internet wordt uitgegeven, en dat wordt alleen maar meer. Hatelijke mensen krijgen advertenties vol haat, maar de rest krijgt er niks van mee.

Hoe vaak Silicon Valley ook zegt hoe belangrijk ze vrijheid van meningsuiting vinden, toch zijn ze niet in staat om het publiek discours in goede banen te leiden. Want moeilijke beslissingen zijn helaas niet altijd goed voor de zaken.