Advertentie
Drugs

Waarom drugs verbieden in Belgische clubs en festivals niet werkt

Ingangscontroles en nultolerantie hebben een averechts effect: mensen nemen hun drugs op voorhand, wat voor gevaarlijke situaties zorgt. Wat is dan wel een goede oplossing?

door Brecht Neven
14 augustus 2019, 1:00pm

‘Zero drug tolerance’ staat er vaak onderaan Facebook-events van festivals en technofeestjes te lezen. Dat nultolerantie weinig zin heeft, werd onlangs nog maar eens aangetoond op Tomorrowland.

Om je geheugen even op te frissen: dit jaar stierf er een 27-jarige festivalganger tijdens het eerste weekend van Tomorrowland, naar alle waarschijnlijkheid door een overdosis drugs. Ook vorig jaar overleden twee vrouwen kort na Tomorrowland. Hun overlijden was het gevolg van overmatig watergebruik na de inname van xtc.

"We geloven echt in nultolerantie, samen met de politie. Als je betrapt wordt met drugs, gaat je bandje uit en word je buitengezet", zei Tomorrowland-woordvoerster Debby Wilmsen dit jaar aan VRT NWS. Ook tijdens het tweede festivalweekend bleef het drugsbeleid van het festival ongewijzigd.

Toen er afgelopen januari een 31-jarige medewerker van Kompass aan ‘een bijzonder hoge dosis mdma’ overleed, iets wat de familie van het slachtoffer later betwistte, besloot de Gentse burgemeester Mathias De Clercq de club vier maanden te sluiten. Twee weken later maakte de Raad van State die beslissing ongedaan en mocht de Gentse club weer open, onder andere omdat de Raad verklaarde dat Kompass “altijd alles heeft gedaan om de drugs buiten te houden."

Hadden we deze doden kunnen voorkomen? En wat zijn de alternatieven voor nultolerantie?

Zero-harm vs. zero-tolerance

Tot 2017 ging Tomorrowland anders te werk op vlak van drugs. Toen waren het Belgian Early Warning System on Drugs en het Vlaams expertisecentrum voor alcohol en drugs (VAD) aanwezig op het festival. “Ik stel vast dat er in de periode wanneer wij aan harm reduction deden op het terrein geen overlijdens waren. Vorig jaar heb ik verschillende keren benadrukt dat er iets moest veranderen, zelfs bij het Antwerpse parket, maar dat is helaas niet gebeurd”, vertelt Peter Blanckaert, hoofd van het Early Warning System, een Belgische drugsmonitoring- en onderzoeksdienst verbonden aan Sciensano, het vroegere Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.

Tom Evenepoel van het VAD nuanceert: “Tomorrowland is zo groot dat het er sindsdien voor kiest om de preventie op het festivalterrein zelf in handen te nemen.” Zo had de organisatie dit jaar bijvoorbeeld zwarte banners voorzien op het festival, met de boodschap: ‘Dear friend, it's not safe to take drugs. Take care of yourself and each other.’ De vraag blijft echter of het afschrikken van (buitenlandse) bezoekers geen omgekeerd effect heeft.

Sinds de jaren 80 zijn mdma en xtc praktisch onlosmakelijk verbonden met de house-cultuur en elektronische muziek.

In de jaren 80 nam mdma, de actieve stof in xtc, razendsnel toe aan populariteit op acid- en raveparties. Sindsdien is de drug praktisch onlosmakelijk verbonden met de house-cultuur en elektronische muziek. En al jaren zijn xtc-pillen in ons land erg hoog gedoseerd.

"Het is dan ook niet verbazend dat hier ongelukken van komen. Buitenlanders die niet goed op de hoogte zijn nemen een volledige of soms zelfs meerdere pillen, dat kan gevaarlijk zijn", stelt Blanckaert. Xtc-pillen bevatten tegenwoordig tot soms wel meer dan 250 mg mdma, dat is een pak meer dan een ‘normale’ dosis van zo’n 100 tot 150 mg. Begin daarom altijd met een kwartje of een halfje [door bijvoorbeeld een pillensplitter te gebruiken, red.] en drink voldoende, zonder te overdrijven.

Festivals kiezen er bewust voor om geen sensibiliserende adviezen rond drugs aan feestvierders te tonen, maar dat zou juist heel wat gevaren kunnen voorkomen.

Maar de drugs zelf zijn niet het probleem, verklaart Blanckaert: “Wel de afwezigheid van enige gerichte informatie aan het festivalpubliek. ‘Harm reduction’, valt moeilijk te combineren met een organisatie die nultolerantie blijft promoten als enige mogelijke ‘oplossing’, om maar geen verkeerde indruk te wekken bij de publieke opinie", zegt Blanckaert. Festivals kiezen er dus bewust voor om geen sensibiliserende adviezen rond drugs aan feestvierders te tonen, maar dat zou juist heel wat gevaren kunnen voorkomen.

Deze doden hadden voorkomen kunnen worden. Door drugs in het verdomhoekje te duwen, breng je mensen niet op andere gedachten. Repressie zorgt ervoor dat het openlijke druggebruik afneemt, terwijl het overgrote deel van de gebruikers lustig stiekem verder snuift of slikt op de festivalcamping of op een hotelkamer. Weg van elk toezicht, met alle gevolgen van dien. “We pleiten ervoor om alles in de juiste context te bekijken, en met een gezondheidsbril te benaderen. Preventie is veel meer dan enkel ontrading. Onze visie in het nachtleven is er één van zero-harm in plaats van zero-tolerance. Met ons project Safe ‘n Sound zijn we op tal van festivals aanwezig, en dat past in die visie”, klinkt het bij Evenepoel.

Door een aantal eenvoudige principes te omarmen, kan je de risico's zo klein mogelijk houden. Ook organisatoren en politici dragen hierin een verantwoordelijkheid. Volgens Evenepoel zijn de gevaren van drugsconsumptie onder andere afhankelijk van welke drugs je neemt, je persoonlijke eigenschappen (zoals gewicht en gender), je gezondheid, maar ook de setting waarin je gebruikt.

De Belgische politiek lust geen pill-testing

Het is te kort door de bocht om de verantwoordelijkheid voor al de problemen rond drugs volledig in de schoenen van de festivalorganisatoren en clubeigenaars te schuiven. Clubuitbaters doen er vaak alles aan om een zo veilig mogelijke omgeving te creëren en werken bij problemen nauw samen met het stadsbestuur. “In Brussel kunnen gebruikers gratis hun drugs op zuiverheid laten testen bij Modus Vivendi. In Vlaanderen houdt de politiek het been stijf”, zegt Blanckaert van het Early Warning System.

Zoals zo typisch is voor ons land, gebeurt pill-testing [waarbij je illegale middelen gratis en anoniem kunt laten analyseren op de aanwezigheid van onveilige stoffen, red.] in een wettelijke schemerzone en is er onenigheid tussen de regio’s. “Modus Vivendi handelt onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Maar voor een uitbreiding naar Vlaanderen was er blijkbaar politiek ‘geen draagvlak,’ zoals dat dan heet", zegt Blanckaert. De toenmalig bevoegde minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen (CD&V), was sterk tegen het uitbreiden van het project naar Vlaanderen.

“De mogelijkheid voorzien om je drugs te laten testen heeft zeker zin. Maar het is ook niet de bedoeling om 14-jarigen de boodschap te geven dat hun pil veilig is.”

Het is een groot verschil met de situatie in bijvoorbeeld Nederland, waar pill-testing officieel deel uitmaakt van het drugbeleid en is goedgekeurd door het Parlement. In Nederland zijn er zo’n 30 centra waar je je pillen kunt laten testen. En een grootschalige studie uit Portugal, waarbij gebruikers op Boom Festival hun drugs ter plaatse konden laten testen, laat erg positieve resultaten zien. In 94% procent van de gevallen waarbij de test een ongewenst resultaat gaf, lieten de festivalgangers hun pillen of poeders links liggen. De onderzoekers concludeerden dat pill-testing zeer effectief is om druggebruik op evenementen beter in de hand te houden en te controleren.

In een rapport uit 2007 stelt het VAD dat de ministeries van Justitie en Volksgezondheid tegenstrijdige doelstellingen hebben. Terwijl Volksgezondheid de risico’s wil verminderen, wilt Justitie extra inzetten op repressie. Wat is de visie van het VAD vandaag? “Nogmaals,” benadrukt Evenepoel, “wij vinden dat je dit onderwerp moet aanpakken met het gezondheidsperspectief in gedachten. Dus ja, de mogelijkheid voorzien om je drugs te laten testen heeft zeker zin. Maar het is ook niet de bedoeling om 14-jarigen de boodschap te geven dat hun pil veilig is. Voor sommige doelgroepen blijft de boodschap afraden”, zegt Evenepoel.

Jonge onervaren gebruikers waarschuwen wanneer ze op het punt staan te sterke of vervuilde drugs te nemen, kan heel wat ellende voorkomen.

Het Waalse festival Esperanzah! is deze zomer het enige Belgische festival waar bezoekers ook ter plaatse door Modus Vivendi hun drugs kunnen laten testen. Uit gegevens van vorig jaar blijkt dat de bezoekers van het testpunt op de festivalweide een heel ander profiel hadden dan de bezoekers van het testcentrum in Brussel. Zo was de meerderheid vrouw, gebruikte die drugs voor het eerst en kocht die de drugs op het festival zelf. De bezoekers van het centrum in Brussel zijn vooral mannen, wat ouder en hebben meer ervaring met drugs. Jonge onervaren gebruikers waarschuwen wanneer ze op het punt staan te sterke of vervuilde drugs te nemen, kan heel wat ellende voorkomen. Zoals we al zagen op Tomorrowland, laten festivalgangers zich niet afschrikken door nultolerantie. Doen alsof je de situatie onder controle hebt door drugs enkel af te raden is niet alleen naïef, maar ook gevaarlijk.

De catch-22 van repressie

Meer controles aan de ingang van clubs heeft een pervers gevolg: feestgangers nemen hun drugs al vóór ze naar binnen gaan, wat gevaarlijke gevolgen kan hebben. "Dat is een bekend neveneffect, niemand gooit graag zijn spul weg. We raden het af om grote hoeveelheden in één keer te nemen", zegt Blanckaert. Uit een recente enquête van het VAD blijkt overigens dat een derde van de respondenten wel eens illegale drugs mee naar clubs of festivals neemt. Meer controles schrikken hen niet af, enkel drugshonden doen dat wel in sommige gevallen. Dat laat opnieuw zien dat nultolerantie een totaal voorbijgestreefd idee is dat in feite zelfs een omgekeerd effect heeft.

In 2017 ging er een nieuwe wet van kracht die in één slag een heleboel nieuwe designer drugs illegaal maakte. Probleem opgelost, zou je denken. 2-CB, 4-FA en 6-APB zijn maar enkele van de populairdere designer drugs die afgelopen jaren opmars maakten. Blanckaert, die heeft meegeschreven aan die wet, vindt dat de war on drugs een eindeloos gevecht is: “De catch-22 van dit soort generieke wetten is dat fabrikanten vervolgens op zoek gaan naar nieuwe stoffen, die misschien nog gevaarlijker zijn”, stelt hij.

Hoeveel middelen gaan we nog verkwisten aan the war on drugs, een straat zonder einde? Dat zelfs experts binnen Volksgezondheid hun eigen werk in vraag stellen, toont aan hoe ver onze beleidsmakers zijn afgedwaald van de realiteit. Druggebruik valt niet zo maar uit te bannen met wetten, daarom moeten we meer en actiever aan preventie doen, ook in clubs en op festivals, voordat er nog meer slachtoffers vallen.

“Door de huidige repressie verder te zetten, gaan we niks oplossen.”

Het cannabisbeleid is wereldwijd aan het versoepelen en de decriminalisering van zowel soft- als harddrugs in Portugal, dat twintig jaar geleden kampte met de grootste heroïne-epidemie van Europa, laat positieve resultaten zien. Tot voor kort opereerden CBD-shops in België nog in een grijze zone, maar ondertussen valt CBD-wiet in België onder hetzelfde acijnzentarief als tabak. Blijkbaar zitten er binnen de Belgische overheid dan toch enkelen die begrepen hebben dat regulering ook voor de staatskas een zeer positief scenario is.

Maar België zou België niet zijn als niet alles aan een slakkengangetje gebeurt. Brengt een volgende regering daar verandering in? “We moeten ernstig overwegen om stoffen waarvan aangetoond is dat ze niet heel erg schadelijk zijn, te decriminaliseren of zelfs te reguleren. Door de huidige repressie verder te zetten, gaan we niks oplossen”, besluit Blanckaert.

Wil je elk weekend een overzicht van onze beste verhalen toegestuurd krijgen? Schrijf je dan nu in voor onze newsletter.

Volg VICE België ook op Instagram.