De hersenwetenschap negeert linkshandigen

“Een van de ‘vuistregels’ die mensen leren als ze aan neurowetenschappen beginnen, is dat het slecht is om linkshandige personen bij hun onderzoek te betrekken.”
21 juli 2020, 9:00am
linkshandig hersenen onderzoek
Jolygon | Getty Images 

Linkshandige mensen worden voortdurend afgewezen voor hersenonderzoek. Daarom zijn ze ook vaak verbaasd als ze erachter komen dat Lyam Bailey, een phd-student in de psychologie en neurowetenschappen, hen wel accepteert. De meeste andere neurowetenschappers accepteren namelijk alleen rechtshandige deelnemers.

“Veel linkshandigen zijn gefrustreerd over het aantal onderzoeken waaraan ze mogen deelnemen,” zegt Bailey, die onderzoek doet aan de Dalhousie University in Canada.

Ongeveer 10 procent van alle mensen gebruikt het liefst hun linkerhand bij dagelijkse activiteiten, zoals schrijven. Dat percentage is al minstens tienduizenden jaren ongeveer hetzelfde. Dat weten we door wetenschappelijke analyses van prehistorische handafdrukkunst uit de ijstijd. Linkshandigen hebben zelfs hun eigen feestdag: 13 augustus is Internationale Linkshandigendag. Maar ondanks het feit dat linkshandige mensen overal zijn, worden ze vaak – zo niet bijna altijd – uitgesloten van neurowetenschappelijk onderzoek.

“Een van de ‘vuistregels’ die mensen leren als ze aan neurowetenschappen beginnen, is dat het slecht is om linkshandige personen bij hun onderzoek te betrekken,” zegt Emma Karlsson, postdoctoraal onderzoeker in de psychologie en cognitieve neurowetenschappen aan Bangor University in Wales.

Door linkshandigen uit te sluiten van onderzoeken willen wetenschappers variaties in hersengegevens verminderen. In onderzoeken die neuroimaging gebruiken, willen ze proefpersonen die met elkaar kunnen worden vergeleken. Een voorbeeld van neuroimaging is een hersenscan die aantoont waar de hersenen worden geactiveerd. En als de wetenschappers de proefpersonen met elkaar kunnen vergelijken, kunnen ze het groepsgemiddelde berekenen en conclusies trekken over de manier waarop de hersenen in het algemeen functioneren.

De hersenen van linkshandigen kunnen voor bepaalde taken, zoals taalverwerking en motorische vaardigheden, net iets anders werken dan die van rechtshandigen. Dat komt door iets wat ‘lateralisatie’ wordt genoemd.

Het brein bestaat uit twee hersenhelften, een linker en een rechter, en ze zijn anatomisch en functioneel gezien niet helemaal hetzelfde. Voor sommige dingen, zoals taal, doet een van de twee helften het grootste deel van het werk. Bij de meeste rechtshandige mensen vindt de meeste taalverwerking plaats in de linkerhersenhelft. Voor linkshandigen kan het zo zijn dat ze voor taal minder afhankelijk van hun linkerhersenhelft zijn: ze kunnen zowel de linker- als rechterhelft gebruiken, of zelfs overwegend de rechterhelft.

Linkshandigen worden niet alleen uitgesloten van onderzoeken waarin taal of beweging – de taken waarin linkshandigen naar verwachting atypisch zijn – wordt bestudeerd. Ze worden ook uitgesloten van andere onderzoeken die met neuroimaging te maken hebben. Uit een artikel waarvan Bailey vorig jaar coauteur was, blijkt dat in de meer dan duizend wetenschappelijke artikelen die in 2017 gepubliceerd werden, slechts 3,2 procent van de meer dan 30.000 proefpersonen niet rechtshandig was.

Wetenschappers proberen op dit moment een diversere groep proefpersonen voor hun onderzoeken te vinden, vooral als er grote datasets samengesteld moeten worden die representatief moeten zijn voor een hele bevolking. En daarom is er nu ook een groep wetenschappers die zichzelf afvraagt waarom en in welke gevallen linkshandigen worden genegeerd.

“Er werd altijd gedacht dat het slim was om voorzichtig te zijn en linkshandigen uit te sluiten,” zegt Bailey. “Die mentaliteit zit diep geworteld in de cognitieve wetenschappen.”

Maar als we proberen te achterhalen hoe de hersenen werken, moeten we rekening houden met alle manieren waarop een gezond brein kan werken, zegt Karlsson. Als je linkshandigen bij onderzoeken betrekt, kan dat ons juist helpen meer te leren over de hersenen – in plaats van het onderzoek te verpesten. We zouden erachter kunnen komen hoe de linker- en rechterkant van de hersenen het werk verdelen en hoe asymmetrie van de hersenen precies wordt aangedreven door genetica.

Linkshandigen hebben voor bepaalde taken niet eens zulke radicaal verschillende hersenen. En er zit misschien wel meer onderling verschil in de hersenen van zowel links- als rechtshandigen dan we ons realiseren. Het hele spectrum van laterale variatie zal niet blootgelegd worden totdat we linkshandigen bij hersenonderzoeken gaan betrekken.

Er bestaan al eeuwenlang geruchten en mythen over linkshandige mensen. In 1903 schreef de Italiaanse criminoloog en arts Cesare Lombroso dat “criminelen vaker linkshandig zijn dan eerlijke mannen, en gekken op hun beurt aan hun linkerzijde gevoeliger zijn dan elk van hen.”

Uit een inmiddels in diskrediet onderzoek uit de jaren negentig bleek dat linkshandige mensen niet zo lang leefden als rechtshandige mensen. Soichi Hakozaki, een Japanse psychiater, schreef in zijn boek The World of Left-Handers over de vrouwen die bang waren dat hun echtgenoot hen zou verlaten als ze linkshandig waren. En er zijn suggesties gedaan dat linkshandige mensen creatiever en intelligenter of juist depressiever en vatbaarder zouden zijn voor psychische aandoeningen als schizofrenie.

Maar het meetbaarste verschil bij linkshandige mensen is niet hun persoonlijkheid, maar hun hersenlateralisatie – en die is misschien minder drastisch dan eerder werd aangenomen. “Linkshandigen hebben een iets andere lateralisatie dan rechtshandigen, maar het is lang niet zo extreem als we ooit dachten,” zegt Roel Willems, een onderzoeker aan het Centre for Language Studies en het Donders Institute for Brain Cognition and Behaviour in Nijmegen. “Het is niet zo dat alles bij linkshandigen is omgedraaid.”

Willems zegt de grens die neurowetenschappers hebben gecreëerd tussen rechts- en linkshandigheid misschien wel makkelijker doordringbaar is dan we denken. Het is misschien niet goed om te denken dat iemand slechts rechts- of linkshandig is.

Als taalonderzoekers linkshandige mensen niet toelaten tot hun onderzoeken, doen ze dat om gevallen te voorkomen van mensen die taal in verschillende delen van de hersenen verwerken. Maar in feite is het zo dat de meeste rechts- en linkshandige mensen taal verwerken in hun linkerhersenhelft. Bij bijna alle linkshandigen zit hun taalvaardigheid ook aan de linkerkant van hun brein, net zoals dat bij rechtshandigen het geval is.

Het verschil zit ‘m in het percentage links- en rechtshandigen dat taal verwerkt in de rechterkant van de hersenen. Bij rechtshandige mensen gebruikt ongeveer 95 procent de linkerhersenhelft voor taal; bij linkshandigen is dat percentage ongeveer 70 procent. Van de resterende linkshandigen gebruikt 15 procent beide hersenhelften voor taal, en 15 procent alleen de rechterhelft.

Linkshandigen worden vaak voor onderzoeken uitgesloten op basis van een vragenlijst waarin je moet aangeven of je rechts- of linkshandig bent. De prestaties van je beide handen worden dus niet gemeten, en je wordt ook niet gevraagd welke hand je voor verschillende activiteiten als schrijven, tekenen, je haar kammen of eten gebruikt.

Als je zo’n vragenlijst gebruikt, kom je er misschien ook niet achter of iemand als kind gedwongen werd om van links- naar rechtshandigheid over te schakelen. Tot voor kort kwam het geregeld voor dat ouders of leraren linkshandige kinderen dwongen om hun rechterhand te gebruiken. Uit een Taiwanees onderzoek uit 2007 bleek dat 59 procent van een groep van meer dan 200 studenten gedwongen was om hun rechter- in plaats van hun linkerhand te gebruiken.

In een Duits onderzoek uit 2010 werden de hersenen van volwassenen gescand die gedwongen waren om met rechts in plaats van links te schrijven. Als je hun hersenactiviteit met linkshandigen vergeleek, leken ze meer op rechtshandige mensen. Maar als je hen met rechtshandigen vergeleek, leken ze meer op linkshandige mensen.

“Het is een heel interessant geval: training kan je natuurlijke neiging om meer te doen met je linkerhand niet volledig overstemmen,” zegt Willems. “We hebben hier te maken met een heel ingewikkelde mix van nature en nurture. Als je gewoon maar iedereen die met links schrijft in één groep gooit, meng je dus al die mensen.”

Willems vindt het logischer om te zeggen dat er groepen mensen zijn die rechts- of linkshandig geboren zijn. En er is ook nog een groep mensen die niet geboren worden met een voorkeur, maar die ervoor kiezen om hun rechter- of linkerhand te gebruiken. De rechterhand wordt dan waarschijnlijk vaker gekozen, omdat dat het meeste voorkomt en onze wereld is ingericht op rechtshandige mensen.

Linkshandigheid is slechts één voorbeeld van hoe de diversiteit van een groep de resultaten van een onderzoek kan veranderen. Het kan leiden tot verschillende conclusies over hoe de hersenen en het lichaam werken, en wat als ‘normaal’ of ‘typisch’ wordt beschouwd.

Als wetenschappers wel linkshandigen in hun onderzoeken opnemen, kunnen ze nieuwe dingen over de hersenen leren die we daarvoor niet wisten. Door opzettelijk linkshandige mensen bij hun onderzoek te betrekken, ontdekten Willems en zijn collega’s bijvoorbeeld dat links- en rechtshandige mensen een verschillende lateralisatie hebben in het gebied van hersenen dat reageert op gezichten.

Als we andere gezichten zien, wordt er een gebied aan de achterkant van de hersenen geactiveerd, dat ook wel het fusiforme aangezichtshersengebied wordt genoemd. Bij rechtshandige mensen is het meestal actief aan de rechterkant van de hersenen, maar de wetenschappers ontdekten in hun groep linkshandige mensen dat de hersenactiviteit gelijkmatiger verdeeld was over zowel de rechter- als de linkerkant.

Dat klinkt misschien pietluttig, maar in veel lesboeken werd de rechterlateralisatie van de gezichtsreactie als “aangeboren” beschouwd, zegt Willems. “Het verhaal was dat we evolutionair gezien een specifiek deel van hersenen voor gezichten hebben, omdat ze zo belangrijk voor ons voortbestaan zijn. Dat is misschien waar, maar wij hebben met ons onderzoek laten zien dat de hersenen dat ook heel goed kunnen als het werk over de twee hersenhelften wordt verdeeld. Ook als je een heel andere route volgt, kun je op een vergelijkbaar niveau van expertise komen.”

Linkshandigen verwerken mogelijk ook andere informatie anders. Dat kan andere ‘feiten’ over de hersenen, die we op dit moment voor waar houden, ontkrachten.

Bailey: “Het kan zijn dat linkshandigen verschillen vertonen in sommige gebieden, misschien met betrekking tot het geheugen, de aandacht of de hersenstructuur. Maar dat weten we niet, omdat ze niet bij onderzoeken worden betrokken.”

Bailey vindt ook dat er nog een ethische overweging is: linkshandige mensen kunnen op dit moment ook niet genieten van de voordelen die aan meedoen aan onderzoeken kleven. Proefpersonen zijn meestal studenten die voor hun tijd betaald krijgen of er studiepunten voor krijgen. En als ze een wetenschappelijke opleiding volgen, krijgen ze uit eerste hand te zien hoe een onderzoek wordt uitgevoerd – wat een educatieve kans is.

“Als je een heel onderzoeksgebied hebt dat linkshandigen uitsluit,” zegt Bailey, “ontneem je 10 procent van de bevolking op echte, tastbare voordelen waar rechtshandigen gratis toegang toe hebben.”

Nadenken over diversiteit in wetenschappelijk onderzoek houdt niet op bij linkshandigen; daar begint het pas. Psychologen en neurowetenschappers maken zich steeds meer zorgen dat hun typische proefpersonen westers, hoogopgeleid, geïndustrialiseerd, rijk en, in het geval van Amerikanen, gelieerd aan de Democratische partij zijn.

“Veel van de kennis die we hebben over hoe de hersenen of psychologische fenomenen werken, komt van een verrassend homogene groep mensen,” zegt Willems. “Eerlijk gezegd zijn dingen als sociaal-economische klasse en etniciteit waarschijnlijk belangrijker dan welke hand je voorkeur heeft.”

Onderzoeken naar hoe sociaal-economische factoren de taalverwerking beïnvloeden, hebben aangetoond dat die subtiel van invloed kunnen zijn op hoe gesproken zinnen worden waargenomen. Dat heeft er niet toe geleid dat mensen in een bepaalde sociaal-economische klasse nu worden uitgesloten van onderzoeken, maar heeft er juist voor gezorgd dat wetenschappers nieuwsgierig zijn geworden naar welke sociale factoren de hersenfunctie kunnen beïnvloeden.

“Ik zou willen zeggen dat handvoorkeur op dezelfde manier moet worden behandeld,” zegt Bailey. Linkshandigen zijn volgens hem het dringendst nodig in onderzoeken die grote databases samenstellen, die representatief moeten zijn voor de hele bevolking. “[Linkshandigheid] heeft impact op sommige hersenfuncties, niet op alle. Maar dat zou juist meer onderzoek moeten opleveren naar hoe het andere cognitieve functies beïnvloedt.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op VICE US