Identiteit

De vrouw die #MeToo in een stroomversnelling bracht is nog lang niet klaar

Moira Donegan zette een lijst vol foute mannen uit de mediawereld online, vlak nadat het nieuws over Harvey Weinstein naar buiten kwam. Het leverde haar veel bedreigingen op, maar bracht haar ook succes.

door Nona Willis Aronowitz; foto's door Caroline Tompkins
21 november 2019, 2:52pm

Dit artikel staat ook in het Profiles Issue van VICE Magazine. Deze speciale editie werpt een blik op de toekomst, door in te zoomen op onderbelichte schrijvers, wetenschappers, muzikanten, critici en andere mensen die onze wereld vormen, en dat volgend jaar nog veel meer gaan doen. Het zijn de mensen om in 2020 in de gaten te houden. Je kunt je hier abonneren op de printeditie.

“Ik wilde niet zo iemand zijn die met haar verhaal in de New York Times zou komen,” zegt Moira Donegan in een video voor de New York Times. Haar stem trilt, haar gezicht is bleek en er zitten diepe wallen onder haar ogen. Op een gegeven moment richt de camera zich op haar handen, die ook trillen. “Ben je zenuwachtig?” vraagt iemand buiten beeld. “Ja!” antwoordt Donegan fronsend, alsof het een nogal domme vraag was.

De video werd opgenomen in de winter van 2018, vlak nadat Donegan in een groot essay voor The Cut onthulde dat zij achter Shitty Media Men zat, een openbare Google-spreadsheet waar namen van mannen op stonden die zich op verschillende manieren hadden misdragen – van “rare lunchdates” tot “verkrachting”. Het ging om mannen die in de media werkzaam waren, en was bedoeld als waarschuwing voor andere vrouwen. Het zou een grote rol spelen in de #MeToo-beweging, dus wat dat betreft is het gek om te bedenken dat de lijst nog geen twaalf uur online heeft gestaan. Het was op 11 oktober 2017, een paar dagen nadat het verhaal van Harvey Weinstein naar buiten was gekomen.

In de twee weken nadat het essay op The Cut was gepubliceerd en de video was opgenomen, kwam Donegan nauwelijks meer haar huis uit – alleen om boodschappen te doen en naar het huis van een vriendin te gaan. Haar inbox stroomde vol met mailtjes van mensen “van wie ik de motieven niet snapte, en vaak nogal wreed waren”. Ze had geen baan meer, sliep nauwelijks en ze was angstig.

“Op dat moment was mijn toekomst erg onzeker, en ik had veel redenen om aan te nemen dat die weinig voor zou stellen en vooral somber zou zijn,” vertelt ze me twee jaar later.

In de tussentijd zijn er zeker wat sombere dingen gebeurd, maar haar toekomst bleek toch een stuk rooskleuriger dan ze zich had voorgesteld. Ze is 29, werkt als columnist voor de Guardian US en schrijft een boek over seksueel geweld, dat uit zal komen in 2020. Ze heeft meer dan 42.000 volgers op Twitter, waar ze haar mening verkondigt over feminisme, media en Elizabeth Warren, haar gedroomde volgende president van Amerika. Een van de mannen op haar lijst klaagde haar aan voor laster en eist 1,5 miljoen dollar schadevergoeding, maar gelukkig heeft ze een goede advocaat.

Dankzij haar werk kon ze samenwonen met haar partner Kat, in een klein appartement in Bedford-Stuyvesant, een wijk in Brooklyn. De eerste keer dat ik haar sprak voor dit stuk, hadden ze me uitgenodigd om te komen eten: er stond gebraden kip, groente en mousserende wijn op tafel. Op de boekenplank staan titels als Backlash van Susan Faludi, The New Jim Crow van Michelle Alexander en The White Album van Joan Didion. De storm is duidelijk weer wat gaan liggen. Maar tijdens de ophef van twee jaar geleden was het moeilijk voor te stellen dat ze zo’n leven zou leiden als nu.

“Ik denk nog steeds dat wat ik deed het beste was om te doen,” zegt ze. “Maar ik had nooit voorzien dat het zulke vergaande gevolgen zou hebben.”

Begin 2017, maanden voor de #MeToo-beweging en de aardverschuiving in haar leven, besprak Donegan in de New Yorker het boek The Mother of All Questions van Rebecca Solnit. Daarin schreef ze over groepen uit de tweede feministische golf, zoals de New York Radical Women en Chicago Women’s Liberation Union. Deze organiseerden bijeenkomsten waar alleen vrouwen mochten komen en bespraken hoe hun dagelijks leven door seksisme werd beïnvloed. Hoewel Donegan er veel respect voor had, zette ze haar vraagtekens bij de mate waarin dit soort groepen daadwerkelijk het bewustzijn van mensen vergroten. “Als alle verhalen die daarbij verteld worden de kracht hebben om te veranderen hoe vrouwen worden behandeld, waarom moeten we ze dan nog steeds zo vaak vertellen?” schreef ze. “Dat je het erover kunt hebben, wil nog niet zeggen dat er automatisch naar je geluisterd wordt.”

Het stuk verraadt iets van haar professionele ambities van toen – “Ik heb altijd al gedacht dat ik een boekrecensent zou worden,” vertelde ze me – maar wat je er ook in kon terugzien was de verslagenheid die ze had na de presidentsverkiezingen. Er kwamen meer en meer verhalen naar buiten over vrouwen die slachtoffer waren van seksuele intimidatie of geweld, maar er werd niet harder tegen opgetreden. Sterker nog: een man die zich misdragen zou hebben richting tientallen vrouwen, en van wie op band was vastgelegd hoe hij opschepte over vrouwen tussen hun benen graaien was nu ineens een van de machtigste mensen ter wereld geworden.

Donegan is al jaren bezig met onderwerpen als gender en feminisme. Als tiener in het dorpje Redding in Connecticut, luisterde ze riot grrrl en las ze feministische tijdschriften die ze kocht bij de lokale boekhandel. Ze ging naar Bard College en volgde een major creatief schrijven, en schreef haar scriptie over Clovis Pierce, een verloskundige die in de jaren zeventig vrouwen dwong om zich te steriliseren – vooral zwarte en arme vrouwen. Na een Americorps-fellowship in New Orleans ging Donegan naar New York om voor tijdschriften te schrijven.

Ze liep een onbetaalde stage bij het literaire tijdschrift n+1, en om toch geld te verdienen werkte ze eerst bij een kledingwinkel en later als eindredacteur bij Us Weekly. Haar feminisme werd nog meer gevoed, en ze begon zich steeds meer bezig te houden met het helpen van andere vrouwen. Ze werd, zo herinnert ze zich, direct geconfronteerd met de “bijna universele overtuiging van vrouwen dat ze allemaal morele mislukkingen waren”.

Vlak voor dit moment, in 2012, overleed de radicale feminist Shulamith Firestone. Donegan zag zichzelf inmiddels ook als feminist, maar op een “jaren negentig-manier, zonder echt te weten wat het precies betekende”. Ze realiseerde zich nu pas dat de feministen van de tweede golf nog steeds actief waren. Ze las The Dialect of Sex, het manifest van Firestone dat ook vandaag nog steeds radicaal zou zijn. “Het is best een gestoord boek, en je kunt zien dat ze het vanuit haar opwinding heeft geschreven,” zegt Donegan. “Sommige delen vond ik zelfs wat racistisch, en andere waren vrij trippy, alsof ze uit de jaren zestig kwamen – het techno-futuristische manifest aan het einde, bijvoorbeeld. Zo ver ging ze dus.” Tussen de hoofdstukken over kunstmatige baarmoeders en het traditionele kerngezin, zag Donegan iets wat haar enorm aansprak: vrouwen die hun individuele gevoelens met grote theorieën verweefden.

In 2014 hielp ze bijeenkomsten voor vrouwen te organiseren, wat begon als een soort feministisch boekenclubje met andere vrouwen die ze vooral van n+1 kende. Het waren vooral witte vrouwen, die gefrustreerd waren door het ‘tandeloze’ feminisme dat in opkomst was. Ze begonnen met de marxisten – Fortunes of Feminism van Nancy Fraser, Revolution at Point Zero van Silvia Federici – en gingen langzamerhand over op Angela Davis en Kate Millett. Het vergrootte het bewustzijn, volgens Donegan, omdat “dat bij iedere sessie gebeurde, of we nou wilden of niet. De vrouwen vonden wat we lazen herkenbaar, en begonnen te praten over frustraties uit hun eigen leven.” Uiteindelijk gingen ze het tweede deel van hun sessies hier zelfs speciaal aan wijden.

In datzelfde jaar vonden de Isla Vista-moorden plaats – de 22-jarige Elliot Rodger opende het vuur als “vergeldingsactie” voor het feit vrouwen niet met hem naar bed wilden. Voor Donegan en haar vriendinnen “rechtvaardigde” dit hun gevoel dat er een verband was tussen seksuele afwijzingen en geweld tegen vrouwen. “Ik begon te begrijpen dat de ervaringen die we hadden doordat we vrouwen zijn, ook politiek waren,” zegt ze. “En dus ook zo behandeld zouden moeten worden.”

Donegan was inmiddels als redacteur bij n+1 gaan werken en was aan een vervolgopleiding begonnen. Na een tijd werd ze fulltime assistent-redacteur bij New Republic. Rond deze tijd had ik haar kort ontmoet; het was de zomer voor de presidentsverkiezingen van 2016 en ze leefde in een grote, gezellige maar gammele woongroep in Crown Heights, in Brooklyn. Ik was op Facebook uitgenodigd voor een panelgesprek over ambities met drie schrijvers – Arabelle Sicardi, Jenna Wortham en Ana Cecilia Alvarez – en aangezien het toch om de hoek was, besloot ik erheen te gaan. Wat me vooral opviel was een totaal gebrek aan ego of politieke angst. Het was de periode tussen het veelbesproken artikel van Rolling Stone over een groepsverkrachting bij de Universiteit van Virginia – dat later teruggetrokken werd omdat het waarschijnlijk verzonnen was – en de vloedgolf van #MeToo.

In oktober 2017 las Donegan het onderzoek naar Harvey Weinstein in de New York Times. Ze was er “totaal niet door verrast”, zegt ze. Hoewel ze Weinstein niet kende, dacht ze: ja, natúúrlijk bestaan dat soort gasten. Een paar dagen later werd ook het stuk van Ronan Farrow in New Yorker gepubliceerd, en dit keer raakte het Donegan meer. “We vroegen ons af: hoeveel Harvey Weinsteins zijn er eigenlijk in dit land?”

Deze discussies, en het “gewicht van alle geheimen die we vanwege deze mannen bij ons dragen” waren voor Donegan de druppel. Na een onrustige nacht maakte ze een openbaar Google-document aan, voegde wat kolommen toe, schreef een disclaimer en stuurde ze het naar acht vrouwen die ze goed kende. Donegan wist dat er van de meeste verkrachtingen geen melding wordt gedaan, en dat de vrouwen die dat wel doen vaak nauwelijks serieus genomen worden. “Ik maakte dat document met goede bedoelingen,” zegt ze. “De anonimiteit was niet bedoeld om valse beschuldigingen in de hand te werken, maar om de slachtoffers te beschermen.”

Diezelfde avond stonden er meer dan zeventig mannen op de lijst, maar dat was nog niet eens het engste. Dat was toen ze naar haar werk nog eens naar het document keek, en zag dat er honderden mensen naar aan het gluren waren. Wie het precies waren kon ze niet zien, omdat ze van die geanonimiseerde dierennamen hadden die je altijd krijgt bij Google-bestanden, zoals anonymous armadillo of anonymous capybara. “Ik was bang dat ik mijn baan zou verliezen, nooit meer iets zou kunnen schrijven en ik me zou moeten verstoppen.” Ze ging er ook vanuit dat ze zou worden aangeklaagd.

Ik denk nog steeds dat wat ik deed het beste was om te doen,” zegt ze. “Maar ik had nooit voorzien dat het zulke vergaande gevolgen zou hebben.”

Aan de ene kant wilde ze het document online laten, omdat het voor veel mensen betekende dat ze iets konden zeggen wat ze altijd hadden moeten verzwijgen. Maar ze was tegelijkertijd bang, omdat ze zich realiseerde dat ze de controle kwijt was – de lijst was in handen van mensen die ze niet kon vertrouwen. Ze haalde het offline, maar het was al te laat: BuzzFeed had er al over bericht, en andere media volgden snel. Haar naam was niet openbaar gemaakt, ondanks dat veel mensen uit de media wisten dat zij het had gemaakt. Donegan weet nog dat de reacties “erg veroordelend” waren, al was dat niet het hele verhaal. Anderen erkenden dat de lijst weliswaar niet de perfecte oplossing was, maar wel “uit frustratie was geboren”, zoals Stassa Edwards het omschreef in een stuk op Jezebel.

Donegan maakte hierna een “zware tijd” door, en ze stopte met haar baan bij het magazine TNR, waar ze net een half jaar in dienst was. (Zelf zegt ze dat ze niet kan zeggen waarom ze hier wegging; volgens TNR zelf had het in ieder geval niet met de lijst te maken.) Ze kon haar kamer in de groepswoning niet meer betalen, dus ging ze naar een krakkemikkig kamertje in een huis waar de oven het niet deed. Kat, met wie ze toen net samen was, had medische problemen, waardoor ze de hele stad af moest gaan voor doktersafspraken. Veel mensen uit de media waar Donegan eerst goed contact mee had begonnen haar te ontwijken – misschien wel omdat er iemand op de lijst stond waar ze van hielden, speculeert ze. “Ik wist vrijwel zeker dat mijn naam op een gegeven moment zou worden onthuld.”

Dat gebeurde ook. Ze kreeg een wat vreemd en vaag verzoek van schrijver Katie Roiphe om commentaar te geven op dit “feministische moment,” en nadat ze daarvoor bedankte vroeg een factchecker van Harper’s of ze kon bevestigen dat zij achter de lijst zat. “De rest van de dag lag ik in een foetushouding op bed te huilen,” zegt ze. Ze zocht steun bij een vriendin, en hoopte dat ze zou vertellen dat alles goed zou komen. “Maar ze werd gek. Ze vond dat ik in gevaar was.”

Donegan besloot dat er niets anders op zat dan zelf naar buiten te komen. Ze schreef midden in de nacht een essay – op basis van wat losse stukken tekst die ze al eerder had geschreven. De New Yorker wilde het niet publiceren, maar Stella Bugbee van The Cut wel. Het ging online op 10 januari. Donegan was bang en hield zich stil. Voor veel mensen, die haar kwade en zelfs bedreigende mailtjes stuurden, was ze een “afschuwelijk monster” dat ervoor had gezorgd dat mensen vals werden beschuldigd.

1573178197201-VICE_MOIRA_TOMPKINS_03

Voor vele anderen was ze juist een feministische held. Haar stuk leidde tot “een ontroerende hoeveelheid liefde en steun”, zegt ze. Tegelijkertijd had haar coming-out en de nasleep ervan veel weg van de manier waarop slachtoffers van seksueel misbruik vaak publiekelijk door het slijk worden gehaald – precies datgene waar ze vrouwen met die lijst voor wilde beschermen. Haar ervaring maakte de noodzaak van zulke lijsten eigenlijk alleen nog maar veel duidelijker, en veel mensen vonden het dapper en verlichtend dat ze haar verhaal wilde vertellen. Ze was een doelwit geworden, maar wel een doelwit dat op veel steun kon rekenen.

Ze wilde proberen om het moment te gebruiken, er iets uit te halen. Al was het maar omdat ze nogal verlegen zat om werk. “Als je je midden in een hevige, feministische internetstorm bevindt, staan mensen niet per se in de rij om je aan te nemen,” zegt ze. “Het sluit een hoop deuren. Dus ik dacht: hoe zou ik deze gelegenheid en dit platform kunnen gebruiken om voor vrouwenrechten te strijden, en er tegelijkertijd van kunnen leven?”

“Ik ben zo blij dat er zoveel mensen zijn!” stuurt Donegan me terwijl we foto’s heen en weer aan het sturen zijn van Washington Square Park op een vochtige septemberdag, en elkaars exacte locatie proberen te vinden. De toespraak van Elizabeth Warren is drukker bezocht dan we hadden verwacht, en dus volgen we het vanaf twee verschillende uiteinden van het park. Warren vertelt over Frances Perkins, die tussen 1933 en 1946 minister van Arbeid was en daarmee de eerste vrouwelijke Amerikaanse minister ooit.

Na de toespraak spreken Donegan en ik af bij het Washington Square Hotel. “Het is bijna beangstigend hoe graag ik wil dat zij president wordt,” zegt ze. “En misschien is het ook wel naïef. Ze gaat mijn hart misschien breken. Maar voor nu is het erg fijn om tussen al die mensen te staan, en al die blijdschap.” Ze was onder de indruk van de toespraak, waarin Warren sprak over de federale, rechterlijke macht. “Ze herinnerde ons eraan dat er meer vrouwen aan de macht zijn geweest, en Perkins is daar een heel inspirerend voorbeeld van.”

Een paar dagen later spreken we af bij Bluestockings, een feministische boekwinkel in Lower East Side Manhattan – haar idee. Ik was wat aan de vroege kant, dus ik kocht The Testaments van Margaret Atwood. Donegan was laat – ze hikte tegen een deadline aan, toevallig genoeg voor The Cut.

Het afgelopen jaar heeft Donegan zich nog meer verdiept in ons collectieve feministische erfgoed. Zodra haar essay in The Cut was gepubliceerd, werd ze benaderd door meerdere uitgevers. Maar ze had er al een, waarmee ze al langer bezig was voor een boek waarvoor ze onderzoek deed naar vrouwelijke heiligen. Op een gegeven moment leek het haar urgenter om er een politiek boek van te maken – en ook praktischer, gezien haar baankansen destijds. Ze zwoegde tot mei op haar voorstel en verkocht het in de zomer. Het wordt “een feministische analyse van seksuele intimidatie en mishandeling, vanuit het perspectief van de slachtoffers”.

Tijdens de research voor haar boek is ze op veel feministen gestuit die zijn afgeschreven door de jongste generatie. Aan de ene kant begrijpt ze dat, maar ze heeft ook hun positieve kanten van ontdekt. “Susan Brownmiller heeft bijvoorbeeld best wat onvergeeflijke dingen gezegd over Emmett Till, maar haar historische onderzoek naar verkrachtingen is ongeëvenaard,” zegt ze. Ze zou zich niet zo snel zoals Andrea Dworkin of Catharine MacKinnon tegen sekswerk afzetten, of in zee gaan met religieus rechts, maar zegt wel dat ze “bewondert hoe compromisloos zij waren. Ze stonden achter hun overtuigingen.”

Als brein achter de lijst begint ze steeds meer een soortgelijke status te krijgen, ondanks (of misschien soms wel juist dankzij) dat het ten koste ging van haarzelf. Donegan zegt dat ze niet kan praten over de rechtszaak die vorig jaar tegen haar is aangespannen door Stephen Elliott, een van de mannen op de lijst. Hij deed dat een dag voordat de wettelijke termijn om haar aan te klagen was afgelopen. Wat eerst een existentiële bedreiging leek te zijn voor slachtoffers van mishandeling – de advocaten van Elliot hebben geprobeerd om Google te dagvaarden voor de namen van alle mensen die aan het document hebben bijgedragen, met de intentie om ze allemaal aan te klagen – heeft nu een triomfantelijke wending gekregen. Kort nadat de rechtszaak was aangekondigd, bood een iconische feministische advocaat haar diensten pro bono aan: Robbie Kaplan. Zij is mede-oprichter van Time’s Up, en stond Edith Windsor bij toen ze een zaak aanspande in 2013, die het gevolg had dat mensen van hetzelfde geslacht in alle Amerikaanse staten mogen trouwen. Tot dusver heeft Google geweigerd om gegevens over de lijst vrij te geven, en in maart werd de zaak van Elliott nog eens verder een kopje kleiner gemaakt door een federale rechter. In mei dienden de advocaten van Donegan een motie in tegen de aanklacht, vanwege een gebrek aan opzet.

Je zou je kunnen voorstellen dat je wat teruggetrokken raakt van dit alles, maar Donegan is dankzij de #MeToo-beweging vastberadener dan ooit om het bewustzijn te vergroten. Het vertellen van verhalen ziet ze als het verzamelen van data, “waarin we patronen kunnen herkennen en theorieën kunnen opstellen”. Dat is vooral belangrijk als je bedenkt dat feministische geschiedenis al vaker is gewist. “Het is alsof we het wiel opnieuw uitvinden, omdat onze geschiedenis ons is afgepakt,” zegt Donegan. “Bewustzijn is een stuk moeilijker om af te pakken. Een verhaal kan vervaagd raken, maar iemands mening niet.”

Tagged:
PROFILES
VICE Magazine
#metoo