Advertentie
Stuff

Zijn vrouwen van nature angstiger dan mannen?

Vrouwen lopen twee keer zoveel kans om een angststoornis te ontwikkelen, maar de oorzaak daarvan is gecompliceerder dan je denkt.

door Eleanor Morgan
18 juni 2016, 5:00am



Illustratie door
Ella Strickland de Sousa, via

Vrouwen lopen twee keer meer kans om te maken te krijgen met angstgevoelens dan mannen.

Dat zeg ik niet, dat blijkt uit een onderzoek door de universiteit van Cambridge. Het onderzoek dat gepubliceerd werd in het tijdschrift Brain and Behaviourcombineerde bewijs van 48 eerdere onderzoeken naar angststoornissen. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie noemt geslacht als een "doorslaggevende factor bij psychische gezondheid en mentale stoornissen," en geeft aan dat veelvoorkomende psychische problemen zoals angststoornissen en depressies, waar ongeveer één op drie mensen last van heeft, "vaker voorkomen bij vrouwen".

Maar betekent dit dan ook dat vrouwen van nature angstiger zijn dan mannen? Niet per se: het ligt allemaal iets ingewikkelder dan dat.

In 2016 kunnen we ons tot de wetenschap richten voor aanwijzingen waarom sommige mensen wel last krijgen van psychische problemen en anderen niet — zoals genetische aanleg of trauma —maar uiteindelijk, in de kern van al deze onderzoeken en discussies, gaat het altijd over het brein: het orgaan dat ons maakt wie we zijn als individuen, en dat nog steeds grotendeels een mysterie is. We weten niet precies hoe het brein werkt, zelfs niet met alle nieuwe technologie die we nu tot onze beschikking hebben.

We hebben geavanceerde medische scanners en snel ontwikkelende technologie tot onze beschikking waardoor we meer over ons bewustzijn weten dan ooit tevoren, maar iedere psychiater of neurowetenschapper zal je vertellen dat het menselijk brein een enigma is. Wanneer we het hebben over geestelijke gezondheid, gebruiken veel clinici het woord 'multicausaal'. Dit houdt in dat er meerdere factoren meespelen wanneer iemand een angststoornis ontwikkelt, zoals genetische factoren en invloeden vanuit iemands omgeving. Onze hersenen zijn net sponzen, en nemen dingen uit de wereld om ons heen op. Wat verschilt van persoon tot persoon is onze veerkracht – hoe robuust onze spons is. Daarom is het belangrijk dat we niet gewoon roepen dat vrouwen van nature angstiger zijn dan mannen. Dat is misleidend, en er zijn meer factoren waarmee we rekening mee moeten houden.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn gender gerelateerd geweld, nadelige sociaaleconomische omstandigheden, inkomensongelijkheid en een lagere sociale status allemaal risicofactoren die specifiek voor vrouwen gelden. De disproportioneel hoge cijfers van seksueel geweld tegen vrouwen – en de bijbehorende hoge PTSS-cijfers die voortvloeien uit dit soort geweld – zorgen ervoor dat vrouwen de grootste groep vormen die last krijgt van een angststoornis.

Deze risicofactoren vertellen ons niet dat vrouwen per definitie vaker aan angststoornissen lijden dan mannen – het verklaart alleen waarom vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de statistieken, en wat onze risicofactoren zijn.

Neem bijvoorbeeld vrouwelijke hormonen en de verwoestende impact die ze kunnen hebben op onze geestelijke gesteldheid. Als je bedenkt dat ongeveer de helft van de wereldbevolking op een bepaald punt ongesteld wordt, is het best bizar dat premenstruele syndromen zo slecht begrepen worden en, in sommige gevallen, slecht behandeld. Er zijn meer dan 150 symptomen die aan PMS gelinkt worden, maar de exacte oorzaak van PMS is onbekend, wat ervoor kan zorgen dat een vrouw zich compleet verloren voelt in haar eigen Rode Zee wanneer ze eens per maand de rode draad kwijt is.

Er wordt momenteel wel onderzoek gedaan naar de overlapping tussen reproductieve en geestelijke gezondheid, maar dat heeft nog geen eenduidige conclusies opgeleverd. Een veel aangehaalde theorie stelt dat de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het reguleren van emoties en gedrag vol met receptoren zitten voor die wapens van massafrustratie: sekshormonen (oestrogeen, progesteron en andere), die op hun beurt weer een effect hebben op het functioneren van de neurotransmittersystemen. Deze systemen kunnen het humeur en de denkwijze van een vrouw veranderen. Als ze op een andere manier functioneren, voelen we ons ook anders. Het is niet duidelijk waarom sommige vrouwen hier gevoeliger voor zijn dan anderen, maar dat is wel zo.

Een aanleg hebben voor angststoornissen en depressie lijkt ook een impact te hebben op hoe onze hormonen ons elke maand beïnvloeden. Over het algemeen is het vaak zo dat als je al psychische problemen hebt, die problemen erger kunnen worden tussen je eisprong en je ongesteldheid. Ook bestaat er een link tussen genen en gevoeligheid voor lichamelijke veranderingen, waar ook veranderingen door hormonen onder zouden vallen.

Volgens de National Association for Premenstrual Syndrome treffen de symptomen van PMDD – een serieuzere vorm van PMS, die ernstige psychische problemen bij vrouwen kan veroorzaken – zo'n 5 tot 8 procent van de vrouwelijke bevolking. En dat zijn toch behoorlijk veel vrouwen. Als je kijkt naar de macht die vrouwelijke hormonen hebben op onze geest, lijkt het erop dat als vrouw geboren worden een overduidelijke risicofactor is voor psychische problemen. Toch is risico het sleutelwoord. Vrouw zijn leidt niet automatisch tot een angststoornis of depressie. Dat kan je ook gewoon aan de cijfers zien.

Niet iedere vrouw ondervindt elke maand mentale problemen, dus het kan niet alleen met hormonen te maken hebben. Iets anders cruciaals om in overweging te nemen is het feit dat mannen en vrouwen op andere manieren met hun problemen omgaan. Volgens onderzoek dat werd uitgevoerd door Mind zegt maar 23 procent van de mannelijke bevolking dat ze de huisarts zouden bezoeken wanneer ze zich langer dan twee weken down voelen. Bij vrouwen is dat 33 procent. Mannen grijpen statisch gezien eerder naar middelen die de symptomen maskeren, zoals alcohol en drugs. In ontwikkelde landen ontwikkelt een op de vijf mannen in meerdere of mindere mate een alcoholverslaving, tegenover een op de twaalf vrouwen. Vrouwen zijn beter in het herkennen van emotionele problemen en vragen eerder om hulp. Daarom zijn vrouwen oververtegenwoordigd in de statistieken.

Simplistische berichtgeving over onderzoeken, zoals het onderzoek van de Universiteit van Cambridge, kan leiden tot simplistische conclusies. En alhoewel dit onderzoek in Brain and Behaviour het identificeren van risicogroepen voor geestelijke problemen zoals angststoornissen aanmoedigt, is het cruciaal dat er in de richting van een meer genuanceerde discussie wordt gestuurd. Verschillen in geestelijke gezondheid op basis van geslacht vormen een complex probleem, en wanneer men beweert dat vrouwen gewoon wat angstiger ingesteld zijn dan mannen, is dat een belediging voor de wetenschap.

Het boek van Eleanor Morgan, Anxiety for Beginners,
is nu te koop.