Advertentie
guantanamo bay

Het Amerikaanse leger verbrandt kunst van gevangenen in Guantanamo

Maar het vernietigen van de werken is een wrede vorm van censuur.

door Kara Weisenstein
29 november 2017, 3:37pm

Kunst van Muhammad Ansi en Sabry Mohammad Ibrahim Al Qurashi. Samengesteld door Lia Kantrowitz. Met dank aan Jon Jay College en de kunstenaars.

Ondanks de beruchtheid van de plek weten de meeste Amerikanen toch heel weinig over Guantanamo Bay. Vijftien jaar na 9/11 blijft het complex gehuld in geheimzinnigheid. Dat krijg je een beetje met een afgelegen gevangenis waar de VS haar vermeende terroristen zonder enige vorm van proces heen stuurt om ze daar te laten wegrotten.

Vanaf 2002 hebben er 779 gevangenen gezeten. Negen zijn er in gevangenschap gestorven, vijftien van hen waren minderjarig en slechts negen zijn ooit een misdaad ten laste gelegd. Barack Obama beloofde Guantanamo te zullen sluiten toen hij in 2008 campagne voerde voor het presidentschap. Sindsdien zijn 730 gevangen verhuisd of herplaatst naar andere landen. Maar 41 van hen zijn nog steeds in gevangenschap, en als Donald Trumps dreigement om Guantanamo vol te stoppen met ‘bad dudes’ enigszins steekhoudend is, dan zullen er meer volgen.

Onder Obama gaf de gevangenis wat meer openheid van zaken over geniepige praktijken. Veel aspecten van het complex bleven strikt geheim, maar journalisten kregen toestemming om in het complex te kijken, wat nieuwe inzichten gaf over het leven daar. In 2008, deels als afleiding om de gevangen zoet te houden, begon het leger gedetineerden aan te moedigen om kunst te maken.

Djamel Ameziane, Building Reflected in a Lake, 2010.

“In het begin was er een kunstdocent,” vertelt Erin Thompson, universitair hoofddocent in kunstmisdaad aan het John Jay College of Criminal Justice. Terwijl ze aan de vloer van hun cel geketend waren brachten gevangenen hun tijd door met het natekenen van natuurplaatjes uit onschuldig materiaal uit de gevangenisbibliotheek. “Veel beelden kwamen uit tijdschriften als National Geographic,” vertelt Thompson.

Sommige van die plaatjes zien er amateuristisch uit. De kleuren zijn te fel en de compositie is rommelig. Het is het soort kunst dat een opa of oma die Bob Ross vet vindt zou kunnen maken. Maar sommige van de werken zijn gedetailleerd en genuanceerd. Bijna alle werken tonen plekken waar de gevangenen zelf hoogstwaarschijnlijk nooit geweest zijn. Een strand in New England, de Golden Gate-brug bij zonsondergang. “Het is ietwat ironisch dat deze kunstenaars gebruik maakten van beelden die typische Amerikaanse uitzichten tonen,” vertelt Thompson me.

Veel van de kunst die door de jaren heen in Guantanamo werd gemaakt is vernietigd. In 2013, toen bijna honderd gevangen in hongerstaking gingen, keerde het leger de cellen binnenstebuiten en nam het kunst en juridische documenten in beslag. Een paar jaar terug begonnen familieleden en advocaten stilletjes kunst uit de cellen mee te nemen om het veilig te stellen.

Muhammad Ansi, Hand Holding Red Flowers, 2015 (kleurenkopie van het origineel en de achterkant ervan, waarop stempels te zien zijn die worden gebruikt bij de toestemming om het werk Guantanamo uit te vervoeren).

Zoals alles dat Guantanamo mag verlaten, kreeg de kunst een stempel met ‘APPROVED BY US FORCES’ in zwarte inkt. Voor de eerste keer is deze kunst nu te zien op het John Jay College in New York. De tentoonstelling heet Ode to the Sea .

De tentoonstelling biedt een van de zeldzame mogelijkheden om werken uit Guantanamo te zien, zeker nu het Amerikaanse leger kunst niet langer de gevangenis laat verlaten. Op 15 november liet Defensie weten dat de kunst overheidsbezit was. En volgens een bericht van de ervaren Guantanamo-reporter Carol Rosenberg in de Miami Herald, zijn ze van plan om wat er nog in de gevangenis ligt te verbranden. En daarmee is een van de weinige lijnen van communicatie die gevangenen met de buitenwereld hebben verbroken. Veel Amerikanen zien dit ongetwijfeld als iets goeds. The New York Post sprak meerdere families die hebben geleden onder 9/11: ze zien de kunstenaars die exposeren tijdens Ode to the Sea als terroristen en vinden het een gotspe dat dat werk überhaupt tentoongesteld wordt.

Maar Aliya Hana Hussain, een advocaat voor gevangenen van Guantanamo, tevens gelieerd aan het Center for Constitutional Rights, is het er niet mee eens. “De vernietiging van deze kunst is zinloos beleid dat er enkel toe leidt dat gedetineerden nog verder ontmenselijkt worden. Het is zorgwekkend.”

De groepslessen die wat van de tentoongestelde kunst voortbrachten werden gevolgd door minder streng beveiligde gevangen. Een van hen was Djamel Ameziane. Hij werd in 2002 in Guantanamo opgesloten nadat de Pakistaanse autoriteiten hem doorverkochten aan Amerikaanse troepen, naar verluidt voor een premie. In 2008 werd besloten dat hij vrij zou komen, maar hij moest vervolgens nog eens vijf jaar wachten voor hij eindelijk in 2013 van de vrijheid kon proeven.

“Kunst maken was een manier om uitdrukking te geven aan mijn onzekerheid over de toekomst, aan gevoelens over wat ons onthouden werd, over waar we van droomden,” vertelde Ameziane me via Hussain, die deel uitmaakt van zijn juridische team. “Het hielp tegen de stress, het hielp tegen agressie, en het mooie was dat je dingen in je omgeving met een kunstenaarsoog ging bekijken. Dat biedt een soort spirituele ontwijking van het gevangenisleven.”

Ameziane is een vaardig schilder. De curatoren van Ode to the Sea vertelden me dat hij er trots op is een van de beste kunstenaars te zijn onder de Guantanamo-gedetineerden. Na zijn vrijlating werd hij gedwongen om in Algerije een nieuw leven op te bouwen. Kunst maken was voor hem een eerste stap om zijn nieuwe identiteit als niet-gevangene vorm te geven.

Djamel Ameziane, Shipwreck, 2011.

Als je de kunst ziet, snap je de kwellingen van de gevangenen beter. In een onlangs gepubliceerd essay in de New York Times, omschreef de voormalige gedetineerde Mansoor Adayfi het gevoel van dichtbij het water te zijn, maar het nooit kunnen zien. Totdat in 2014 een orkaan langsraasde en het leger gedwongen werd om uit veiligheidsredenen de doeken die het zicht op de oceaan blokkeerden weg te halen.

“We keken allemaal een kant op: richting de oceaan. Ik hoorde een Afghaanse vent schreeuwen: ‘Allahu akbar’. Hij dankte god voor het wonder van de zee,” schreef Adayfi. “De doeken bleven een paar dagen weg en de gedetineerden begonnen kunst te maken van de zee. Sommige schreven er gedichten over. En iedereen die kon tekenen, tekende de zee. De zee staat voor een vrijheid die niemand kan beheersen of bezitten, vrijheid voor iedereen.”

Muhammad Ansi, Drowned Syrian Refugee Child (getekend van beelden van tv), 2016.

Niet alle gevangenen schilderden landschapjes en bloemen. Muhammad Ansi maakte bijvoorbeeld veel politieker werk, door het verdronken jongetje Alan Kurdi te portretteren. Dit driejarige kind uit Syrië stierf tijdens de overtocht over de Middellandse zee in 2015. Slechts weinig van dit soort politiek geladen kunst is Guantanamo uitgesmokkeld.

Als deze gasten schilderden wat henzelf was overkomen, als ze praktijken als dwangvoeding in beeld brachten, kwam het zo goed als zeker niet naar buiten,” zegt Alka Pradhan, mensenrechtenadviseur bij de Guantanamo Bay Military Commissions. Ze voegde eraan toe dat veel kunstenaars hun eigen werk censureerden. “Een deel is escapisme. Als ze iets schilderen, willen ze er blij van worden.”

Kunst is ook een manier om met de gevolgen van marteling om te gaan. Ammar Al-Baluchi is een van de vijf mannen die 9/11 ten laste is gelegd. Hij zou grote sommen geld hebben overgemaakt aan de vliegtuigkapers en vluchttrainingsvideo’s voor ze hebben besteld. Al-Baluchi zit al meer dan tien jaar in Guantanamo, na eerst 3,5 jaar in een geheime CIA-gevangenis te hebben gezeten.

“Toen hij daar zat, werd hij gruwelijk gemarteld,” vertelde Pradhan. “Hij heeft hersenschade opgelopen omdat hij tegen betonnen muren werd gesmeten. Hij werd ondergedompeld in water, wat ongeveer hetzelfde is als waterboarding. Ook hebben ze hem de hele tijd van slaap onthouden, zo’n drie jaar lang. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat hij niet krankzinnig is geworden.”

Ammar Al-Baluchi, Vertigo at Guantanamo.

In tegenstelling tot de andere kunstenaars wiens werk te zien is op Ode to the Sea zit Al-Baluchi nog steeds in eenzame opsluiting in kamp 7, waar de ‘high value’-gevangenen zitten. “Dat is eigenlijk een eufemisme voor ‘gevangenen die ooit door de CIA gemarteld zijn,” zegt Pradhan. Al-Baluchi mocht nooit bij de kunstklasjes aanwezig zijn en heeft geen uitzicht op een proces. Toch produceert hij flink veel kunst. Zijn stuk, Vertigo at Guantanamo, toont een wervelwind van stippen in primaire kleuren. Die vertegenwoordigen de sluimerende fysieke effecten van zijn marteling. Als hij duizelig is en zijn ogen sluit is dit wat hij ziet, vertelde hij aan Pradhan.

Het tonen van kunst zoals dat van Al-Baluchi is niet bedoeld om schuld toe te kennen of mensen aan welke kant ook onschuldig te verklaren. Het punt is dat het Amerikaanse – en internationale – publiek eraan herinnerd moet worden dat deze mensen nog steeds dat zijn: mensen. “Anmar weet dat iedereen, inclusief het Amerikaanse volk, denkt dat hij en de anderen monsters zijn, minder dan mensen,” zei Pradhan. “De overheid heeft er effectief voor gezorgd dat iedereen ze ziet als tweedimensionale figuren, kwaadaardige karikaturen. Van het principe dat mensen onschuldig zijn tot het tegendeel is bewezen is hier geen sprake.”

Sabry Mohammad Ibrahim Al Qurashi, geen titel.

Zestien jaar geleden, toen Amerika zich probeerde te herpakken van 9/11, begon het land een gehaaste campagne in Afghanistan om de verantwoordelijke terroristen te pakken te krijgen. Guantanamo is een van de gevolgen van de traumatiserende gebeurtenissen op elf september 2001, maar het is een wond die buiten het zicht van het grote publiek blijft etteren. De plek werd een gevangenis voor bloeddorstige moordenaars, maar veranderde in een warenhuis waar mensen zitten die net zo goed onschuldig kunnen zijn.

Het feit dat er mensen zonder proces zijn gedetineerd toont de kromme logica van de ‘War on Terror’. De kunst uit Guantanamo vormt een stille herinnering aan het menselijk lijden dat volgt op impulsieve wraakacties.

“Ik mag hopen dat de mensen die niks van Guantanamo afweten de tentoonstelling uitkomen met oncomfortabele gedachten over hoe lang deze gasten hier al zitten,” zegt Pradhan. “En concreet hoop ik voor de jongens van wie is vastgesteld dat ze onterecht vastzitten maar die nog niet zijn vrijgelaten, dat mensen zoiets hebben van: ‘Wat? Ze zijn nooit berecht, en we houden ze gewoon gevangen? Gebaseerd op niets?’”

Volg Kara Weisenstein op Twitter.