FYI.

This story is over 5 years old.

Onderzoekers publiceren een manifesto over nieuwe neuropsychologie

De neurowetenschappen, psychologie en psychiatrie zouden de handen ineen moeten slaan om zo verder vooruit te komen.
21.7.14

Afbeelding: Acdx/Wiki

Binnen de behandeling van de geestelijke gezondheid - en het onderzoek dat het ondersteunt - bestaat een b ijzondere kloof. Aan de ene kant heb je de therapeuten en psychologen die fantastische dingen doen met cognitie- en gedragstherapieën: het gaat hier voornamelijk om praten. Eén cruciaal voorbeeld van dit succes is blootstellingstherapie waarbij angsten en fobieën geneutraliseerd worden door stapsgewijs te laten zien dat de angsten van het subject niet gegrond zijn in de realiteit. Of ten minste dat deze angsten onrealistisch groot worden gemaakt in iemands hoofd. Aan de andere kant van de kloof bevinden zich de neurowetenschappen, de psychiatrie hangt er als een zwakke brug tussen.

Als jijzelf ooit een patiënt bent geweest binnen een conventionele structuur van geestelijke gezondheidsbehandeling dan heb je deze scheiding aan der lijve ondervonden. In één kamer is een dokter, deze dokter schrijft medicijnen voor die op de chemische huishouding van je brein gericht zijn. In een andere kamer, waarschijnlijk eentje die wat vriendelijker aanvoelt, misschien wel met wat speelgoed en krijtjes, is een therapeut of een psycholoog. Hier wordt alles een stuk kwalitatiever. Problemen vallen in deze kamer in het domein van gesprekken in plaats van neuronen en neurotransmitters. Een oplossing of een deeloplossing zou in dit geval kunnen zijn dat je vroeger moet opstaan, of meer moet bewegen or meer open moet staan voor dit of dat, en zo voorts. De hoeveelheid problemen waarmee omgegaan moet worden groeit tot het oneindige in deze kamer, maar dit zorgt voor een proportionele toename in vaagheid en subjectiviteit. Desalniettemin zou deze behandeling ook erg effectief kunnen zijn.

De kloof die hierboven wordt beschreven, een "cultuurkloof" tussen disciplines, moet snel overwonnen worden volgens een publiekelijk beschikbaar manifesto dat vorige week is gepubliceerd in Nature. Het is geschreven door een team van onderzoekers afkomstig van MIT, Cambridge University en UCLA. Samen representeren ze diverse gebieden binnen de psychologie, psychiatrie en de neurowetenschappen. Psychologische behandelingen worden vaak in een zwarte doos gedumpt, terwijl hun neurologische onderbouwingen niet verder verkend worden. Klinische behandelingen worden geëvalueerd door schijnbare veranderingen in gedrag in plaats van wat ze eigenlijk doen, fysiek gezien. Dat klinkt misschien prima - als het werkt, werkt het - maar wat als er binnen de corresponderende neurowetenschappen bepaalde clues te vinden zijn over hoe die behandeling effectiever zou kunnen zijn? Of dat neurowetenschappen op een bepaalde manier effectiever zou kunnen zijn bij aandoeningen die minder goed te behandelen zijn met psychologische methodes?

Het is dat laatste gedeelte waar het om draait. De onderzoekers noteerden bijvoorbeeld dat bipolaire stoornissen in het bijzonder voor een groot deel buiten de grenzen van de psychologie valt, tot dusver is de pyschologie namelijk relatief ineffectief geweest in het behandelen van deze aandoening. Wanneer men verder kijkt naar nieuwe gebieden in de geestelijke gezondheid, waarbij aspecten van de psychologie worden gecombineerd met neurowetenschappen, dan kan er een nieuwe toegang naar de conditie onthuld worden. Wellicht dat er dan een behandeling ontwikkeld kan worden die voorbij gaat, of ten minste toevoegt, aan bestaande medicatie en behandeling.

"Bewijs-gebaseerde psychologische behandelingen zijn aan verbetering toe," schrijven de onderzoekers. "Hoewel het grootste gedeelte van de patiënten er baat bij hebben, ervaart alleen de helft een klinisch betekenisvolle vermindering in symptomen of volledige remissie. Ten minste voor de meest gangbare aandoeningen. Bijvoorbeeld: ondanks dat reactie-aantallen variëren tussen studies vertoont ongeveer 60 procent van de individuen aantoonbare verbetering na [cognietieve gedragstherapie] voor OCD. Maar bijna 30 procent van diegenen die aan therapie beginnen maken het niet af. Gemiddeld gezien is er meer dan 10 procent terugval onder die mensen die verbetering hadden."

De snelle ontwikkeling van neurowetenschappen belooft over het algemeen totaal nieuwe psychologische behandelingen, maar door de structuur van de huidige disciplines is er bijna geen mechanisme die psychologische inzichten verschaft aan neurowetenschappers. En als die inzichten niet gedeeld worden is er helemaal geen mechanisme voor neurowetenschappers om tot de neuro-wortel te komen van psychologische behandelingen. (Er is een wortel.) Een deel van het probleem, volgens de paper, is de aanhoudende claim dat psychologie pseudowetenschap is, ondanks dat er een berg aan bewijzen is. Misschien dat het komt door het aanhoudende beeld van "sofa's en quasi-mystieke ervaringen." Geef Freud de schuld? Was het maar zo makkelijk.

In de paper staat dat klinische onderzoekers en neurowetenschappers "onregelmatig samenkomen, bijna nooit samenwerken, verschillende journals lezen en relatief weinig weten van elkaars benodigdheden en ontdekkingen." Dus in plaats van dat deze gerelateerde gebieden met elkaar samenwerken, schrijden ze naast elkaar voort. "De neurowetenschap werpt een licht op de manier waarop we emotie en geheugen kunnen moduleren (…) maar psychologisch begrip en behandelingen hebben, tot nog toe, te weinig geprofiteerd van zulke ontwikkelingen."

"Het wordt tijd om wetenschap te gebruiken om de psychologische, niet alleen de farmaceutische, behandeling van die geestelijke gezondheidsproblemen verder te ontwikkelen," vatten de onderzoekers samen. "Grote stappen kunnen en moeten worden gemaakt, door te focussen op zaken die gedeeld worden door psychologie, psychiatrie, farmacologie, genetica, moleculaire biologie, neurologie, neurowetenschappen, cognitieve, sociale wetenschappen, computerwetenschappen en mathematica. Moleculaire en theoretische wetenschappers moeten de strijd aangaan met de uitdagingen waar klinische wetenschappers tegen aan lopen wanneer ze psychologische behandelingen ontwikkelen en leveren en die hun uitkomsten evalueren. En clinische behandelaars moeten betrokken raken bij experimentele wetenschappen."