Motherboard

Wat de EU kan doen om klimaatverandering tegen te gaan

We spraken met Bas Eickhout (de grootste koolstofjager van Europa) over zijn lijsttrekkerschap voor de Groenen en wat de EU kan doen om klimaatverandering te stoppen.

door Wester van Gaal
21 mei 2019, 1:45pm

Bruinkoolmijn in Duitsland. Foto: Getty images. 

Donderdag 23 mei mogen we in Nederland stemmen voor de Europese parlementsverkiezingen. In 2014 ging 37 procent van de stemgerechtigden naar de stembus, en bij de jongeren (18 tot 24) zelfs maar 18 procent. Niet echt klinkende cijfers waaruit een overtuigend Europees gevoel blijkt.

Het is lastig om te duiden waar dat precies door komt. Uit een recente peiling van I&O-research bleek dat bijna de de helft (47 procent) van de ondervraagden ontevreden is over de prestaties van de EU, maar tegelijkertijd driekwart wel wil dat Nederland erin blijft. Ook vindt 64 procent dat de EU van alle overheden het meest geschikt is om klimaatverandering tegen te gaan – meer dus dan de nationale overheid.

Als je naar de politieke campagnes kijkt, zou je zeggen dat dat vertrouwen een stuk kleiner is. Veel partijen pleiten voor een kleinere rol voor de EU, minder geld of waarschuwen (op een bizarre manier) voor de Europese superstaat.

Communicatiewetenschapper Jan Kleinnijenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam, lichtte deze cijfers van de week toe in Trouw. “Mensen herinneren zich bij het stemmen de meningen waarop ze zijn aangesproken in de campagnes. In dit geval zullen het voornamelijk negatieve zaken zijn,” zei hij. “De manier waarop Europa problemen kan aanpakken, wordt sterk onderbelicht. Alle aandacht gaat naar het debat tussen Rutte en Baudet.”

Als mensen alleen maar horen wat de EU niet goed doet, dan weten ze ook niet wat ze wél kan. De Europese-verkiezingscampagnes worden zo inhoudsloos gevoerd (met de complimenten van Nederlandse televisiemedia) dat mensen niet weten waar ze voor kunnen zijn.

Om het “wiel te breken” moet er simpelweg meer aandacht zijn voor de inhoud. En omdat klimaat door veel mensen als centraal thema wordt gezien bij deze verkiezingen, leek het ons goed om te praten met Bas Eickhout, lijsttrekker van de Groenen in het Europarlement. Hij loopt al tien jaar in Brussel mee en heeft in die tijd grote overwinningen behaald. De Financial Times noemde hem onlangs de “Kingmaker” van Europa, omdat hij in ruil voor politieke steun flinke concessies op het gebied van klimaat kan eisen bij de andere partijen.

Hij loodste de EU naar een akkoord over superbroeikasgassen, wat tot een bezuiniging van 55 megaton broeikasgas leidde – een kwart van de hele Nederlandse jaarlijkse uitstoot. En toch weet maar 7 procent van alle kiezers wie hij is. Vorige week publiceerde hij zijn Klimaatmanifest. Wat zijn de plannen van deze kalme Europarlementariër? Wat kunnen we van hem leren, en gelooft hij er nog echt in?

VICE: Het hoofdstuk van je eerste boek heet ‘Europa kan klimaatverandering stoppen.’ Hoe?Bas Eickhout: Europa kan een vuist maken, als het dat wil. Europa is een belangrijk continent, dat nu bovendien een gat te vullen heeft. Het klimaatakkoord van 2015 was een enorm belangrijk moment, maar het is er alleen gekomen vanwege de goede relatie tussen het Amerika van Obama en China. Nu de VS het wereldtoneel op dit gebied heeft verlaten, is het de vraag hoe Europa kan samenwerken met China om het klimaatprobleem op te lossen.

En, hoe dan?
Door geloofwaardig te zijn en zelf het goede voorbeeld te geven. China is een cruciale speler waarmee we om de tafel moeten, nu de VS zijn verantwoordelijkheden niet nakomt.

Maar de VS is een land en de EU niet. Is klimaatagenda niet meer een nationaal ding? De EU is zo ongelooflijk langzaam.
Wat denk ik de beste manier is om dat versnipperde EU-beleid van de grond te krijgen, is om een minimum vast te leggen waar elk land in de EU aan moet voldoen. Harde doelen stellen voor uitstoot. Dat zie je nu ook gebeuren.

Waarom kan dat niet gewoon landelijk gedaan worden?
Als Nederland bijvoorbeeld een CO2-belasting invoert, dan kunnen bedrijven naar de EU om te vragen of die wet ook in de rest van de EU kan worden ingevoerd. Als Tata-steel een hogere belasting moet betalen, hebben ze meteen ook een case dat andere staalbedrijven in de EU die belasting moeten betalen. Dat is het spel dat je moet spelen.

Ik zag je laatst in debatprogramma Buitenhof debatteren met Derk Jan Eppink, lijsttrekker van Forum voor Democratie. Je pleitte voor een belasting op vliegen en zei dat mensen beter met de trein kunnen gaan. Vervolgens zegt Eppink: “Vliegen voor een paar tientjes mag van ons gewoon en van Groenlinks niet. Wij willen ook dat arme mensen op vakantie kunnen.” Nou, discussie gewonnen.
Daarom is het belangrijk dat we een alternatief kunnen bieden. Wat deze discussie lastig maakt, is dat we moeten investeren in betere treinverbindingen, maar het geld nu nog grotendeels ergens anders belandt, en de luchtvaart het tot nu toe voor elkaar krijgt om de aantrekkelijke optie te zijn.

Wat is er nodig om een effectief Europees netwerk van hogesnelheidslijnen op te zetten à la China?
Het belangrijkste is dat er een fonds voor infrastructuur is, en dat is er.

Hoeveel zit daarin?
Een paar miljard.

Dat is weinig.
Nou, het grootste deel gaat nu nog naar wegen, maar dat zou naar treinen moeten gaan.

Vooralsnog lukt het niet echt om mensen minder te laten vliegen. Waarom niet?
Het was bijna gelukt om een CO2-prijs op vliegen te krijgen, maar dat is toen op het laatste moment geblokkeerd door de Amerikanen, die Amerikaanse vliegtuigmaatschappijen verboden om eraan mee te doen. Het gevolg was dat Europese beleidsmakers bang werden en een stapje terugnamen.

Bang? Waarom dan?
Lobby’s! Die zijn enorm effectief op het gebied van vliegen. Als een lobbyist kan schermen met nationale trots en banen, weten ze veel nationale politici voor zich te winnen. In Duitsland zie je dat met de auto-industrie: er zijn veel banen in die sector en het is verbonden aan een nationaal gevoel van trots. Datzelfde zie je in Nederland met de KLM.

Nationale overheden, Nederland voorop , blokkeren een groter budget voor de Eurozone, wat het lastig maakt om daadkrachtig te zijn. Wat kan het Europarlement de komende vijf jaar concreet doen voor het klimaat?
We kunnen ons inzetten voor een CO2-beprijzing voor bedrijven, een CO2-belasting voor de luchtvaart en, vooral belangrijk: landbouw. Een substantieel deel van het Europese budget gaat naar de landbouw, en een van de eerste besluiten die moeten worden genomen is waar het subsidiegeld naartoe gaat. Onlangs verscheen een rapport over biodiversiteit, waaruit blijkt dat talloze soorten gevaar lopen. Landbouw is een van de grootste drijvende krachten achter het habitatverlies van dieren, en het parlement heeft een grote invloed op hoe we deze agenda de komende jaren gaan invullen.

Lees hier: een miljoen soorten worden met uitsterven bedreigd.

Volgens peilingen zal er nu voor het eerst geen parlementaire meerderheid zijn voor de sociaaldemocraten en de christendemocraten. Wat gaat dit veranderen? Komt dat het klimaatbeleid ten goede?
Dat is inderdaad zeer waarschijnlijk, en zou betekenen dat er geen automatische meerderheid meer bestaat voor onderwerpen zoals luchtvaart, en landbouw. De sociaaldemocraten en christendemocraten bepaalden altijd de politieke agenda, waardoor veel veranderingen niet door konden gaan. Dat zal nu makkelijker worden. We kunnen opnieuw ter discussie stellen waar subsidies naartoe gaan, of welke subsidies we bijvoorbeeld niet zomaar meer geven.

Zoals?
We zouden bijvoorbeeld alleen nog subsidie kunnen geven aan boeren die daar een milieuprestatie voor leveren. Dus dat ze bijvoorbeeld hun waterhuishouding op orde hebben, of zich aan de regels rondom methaan- en CO2-uitstoot houden.

Ben je dan ergens niet ook een beetje blij dat mensen zoals Epping, die de EU het liefst willen opblazen, ook helpen om de traditionele meerderheid te verstoren?
Ik ben er minder zenuwachtig om dan anderen. Ik word niet blij van hun oplossingen, maar zij zullen alleen vanaf de zijlijn kritiek uiten, en daar worden wij juist machtiger van. Als die grote meerderheid weg is, kunnen de Groenen een grotere rol spelen.

Je bent al tien jaar Europarlementariër. Hoe heeft de machtsverhouding tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie en de lidstaten zich ontwikkeld?
Nationale regeringsleiders en ministers hebben de macht naar zich toe getrokken, en aan de andere kant zie je dat het Parlement zelfverzekerder is geworden. Vroeger was het zo dat wat de Commissie deed, werd aangenomen door het Parlement. Nu zie je dat we veel controlerender optreden, en dat gaat alleen nog maar meer gebeuren nu de kleffe relatie tussen de sociaaldemocraten en de christendemocraten minder wordt. Het Parlement wordt onvoorspelbaarder. Dat is denk ik gezond.

Steeds meer mensen zeggen dat de EU er alleen voor de bedrijven is. Wat kunnen de EU en de lidstaten doen om de macht van de industrie te breken?
Belastingen heffen, maar dat is nu juist het ding: de EU kan weinig doen op het gebied van belastingen, want dat willen alle landen zelf regelen. Lidstaten concurreren met elkaar, en de winstbelastingen gaan overal in Europa naar beneden. Rutte heeft dat onlangs weer gedaan. Dat is een continue trend die voor bedrijven een hemel op aarde creëert.

En een sterkere EU zou bedrijven dus juist aan banden kunnen leggen? Hier in Nederland hoor je toch vooral dat Europa van de kapitalisten is. De tendens is juist meer nationale zeggenschap over belastingen.
Ja. Maar ondertussen zie je dat steeds meer mensen zien en begrijpen dat bedrijven nationale overheden tegen elkaar uitspelen. Rutte probeerde de dividendbelasting door te voeren en kreeg daar veel kritiek op. Mensen zijn boos. De gele hesjes belichamen dat ongelijkheid een thema is, en die ongelijkheid wordt voor een deel mogelijk gemaakt door de beperkingen van Europa om krachtiger op te treden tegen bedrijven en een eensgezind belastingbeleid te voeren.

Ik denk niet dat veel mensen deze verbanden zo gemakkelijk leggen. Europa is een steen om tegen te trappen. De campagne van Eppink vind ik wat dat betreft wel effectiever: hij benadert de EU vanuit een Nederlands perspectief. U heeft het over dingen die je hier nauwelijks hoort. Zou u niet ook in Nederland veel zichtbaarder moeten zijn als klimaat- en politiek leider? Zelfs onder uw eigen achterban van Groenlinks-stemmers weet maar 20 procent wie u bent.
Natuurlijk wel, en ik ga het ook niet uit de weg. Maar de meeste mensen hebben het idee dat de politiek leiders in Den Haag zitten, en dat kunnen we niet zomaar even veranderen. Ik denk wel dat ik het actief nastreef om in de media te komen en zichtbaar te zijn, maar blijkbaar nog niet genoeg, gezien mijn bekendheid. Het is lastig, want media willen liever een Tweede Kamerlid uitnodigen.

Misschien toch maar meer schokkende dingen zeggen. Dan komt u nog eens op tv.
Ik weet het, ik weet het, maar dan denk ik toch: nee, dat ga ik niet doen.

In de VS is er de Green New Deal, een plan dat staat voor grote overheidsuitgaven in de energietransitie en sociale zaken zoals baangaranties en minimumlonen. Er zijn mensen die zeggen dat de EU ook zo’n plan nodig heeft er is zelfs een kleine club die er campagne voor voert. Hoe staat u daartegenover?
Ik omarm het wel, maar het is moeilijk om het van de grond te krijgen. Het is eigenlijk een beetje campagnepraat, want er is helemaal geen budget voor. Lidstaten voeren nog steeds bezuinigingspolitiek, dus er is superweinig ruimte voor investeringen. Vooral Nederland en Duitsland blijven maar denken dat bezuinigingen goed zijn, ik snap daar ook niks van. Zolang we daar niet vanaf komen, gaat er ook niets veranderen.

Wordt u daar niet sceptisch van?
Het klinkt cynisch, maar uiteindelijk komt er weer een crisis aan en zullen dezelfde problemen zich voordoen als de vorige keer. Dan komt de discussie over investeringen en het budget vanzelf weer op tafel.