abortus
Abortus

Ik was totaal niet voorbereid op mijn abortus omdat we er niet over praten

Als ik bijvoorbeeld had geweten dat zwangerschapsdepressies ook voorkomen bij mensen die een abortus of miskraam hebben gehad, had ik mijn gevoelens beter kunnen plaatsen.
Djanlissa Pringels
illustraties door Djanlissa Pringels
23.9.21

Het is maart 2020 als ik vol ongeloof kijk naar de twee streepjes op een zwangerschapstest van een euro, die ik ooit eens bij een drogisterij had gekocht. Twee dagen daarvoor kwam mijn relatie tot een einde, ik had net te horen gekregen dat ik samen met mijn huisgenoot uit huis zou worden gezet en vanwege extreem uitstelgedrag had ik nog een maand om mijn scriptie te schrijven. Hoewel ik het zelf niet zag aankomen, deed mijn huisgenoot dat wel. Ik was al weken moe, ik kon alleen maar mango’s eten – en kotste alles dan weer uit – en ik twijfelde aan alles. “Ik denk dat jij eens even een testje moet gaan doen,” waren haar woorden. 

Advertentie

Twee weken later had ik een afspraak bij de abortuskliniek. Door mijn situatie lijkt dat misschien een makkelijke beslissing, maar dat was het absoluut niet.

Ik ben zeker niet de enige die deze beslissing heeft gemaakt: in 2019 werden er in Nederland 32.233 abortussen uitgevoerd. Dat betekent dat voor elke 1000 mensen met een baarmoeder tussen de 15 en 44 jaar ongeveer 9 personen een abortus hebben laten uitvoeren. Volgens de bekende gegevens vinden veruit de meeste zwangerschappen plaats bij personen tussen de 25-30 jaar.

Met mijn toen 25 jaar viel ik precies binnen die doelgroep – maar hoewel ik me in behoorlijk ruimdenkende en openhartige kringen bevind, kende ik op dat moment niemand van wie ik wist dat die een abortus had ondergaan. Mensen vinden het moeilijk om over abortus te praten. Uit onderzoek van bureau Ipsos in opdracht van het Humanistisch Verbond blijkt dat 69 procent van de Nederlanders het vrijwel nooit over abortus heeft gehad (opvallend genoeg vindt 85 procent dat praten over abortus wel altijd moet kunnen). 

Dat abortus nog altijd een moeilijk en omstreden onderwerp is, ook in Nederland, werd onlangs weer pijnlijk duidelijk. Uit documenten die zijn opgevraagd door stichting Clara Wichmann werd duidelijk dat de Nederlandse overheid sinds 2014 miljoenen euro’s aan “verboden staatssteun” heeft gegeven aan Siriz, een organisatie die hulp biedt aan vrouwen die onbedoeld zwanger zijn geraakt, maar ook duidelijke anti-abortuswortels heeft: de organisatie vindt dat het leven vanaf de conceptie begint en werd opgericht door de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, een club die uitgesproken anti-abortus is. 

Advertentie

Ook het nieuws over een nieuwe wet in de staat Texas die het verbiedt om een zwangerschap te beëindigen na zes weken, waarbij geen uitzondering wordt gemaakt voor incest- en verkrachtingsgevallen, benadrukt dat het recht op abortus niet vanzelfsprekend is. De Texas Senate Bill 8 beroept zich op het civiele recht, wat inhoudt dat burgers zelf alle betrokkenen bij een abortus mogen aanklagen. Hierdoor kunnen niet alleen zwangere personen zelf, maar ook klinieken en zelfs taxichauffeurs worden aangeklaagd en een boete van 10.000 euro riskeren. 

Zes weken zwanger zijn betekent dat je menstruatie twee weken te laat is, iets wat regelmatig voorkomt bij vrijwel iedereen met een baarmoeder. Veranderingen in de menstruatiecyclus en hormoonschommelingen komen niet alleen voor bij zwangerschap, maar ook door stress, extreem veel sporten, het gebruik van medicatie, ziekte, of een verstoord dag- en nachtritme. De meeste mensen die menstrueren zullen niet vreemd opkijken als ze twee weken te laat zijn. Ik was zes weken zwanger toen ik erachter kwam dat ik zwanger was. Dat betekent dat als ik in de staat Texas had gewoond, ik verplicht zou zijn geweest om mijn zwangerschap uit te dragen. 

Ik ben heel blij dat ik er zelf over heb kunnen beslissen, maar dat betekent niet dat het makkelijk was. Het had weinig gescheeld of de keuze was voor mij zelfs extreem moeilijk geworden. Drie dagen nadat ik erachter kwam dat ik zwanger was, ging namelijk de eerste lockdown in. Er was nog niet veel over het virus bekend en er werd me verteld dat als ik ook maar een snotneus had, ik helaas niet naar de kliniek – of de huisarts – mocht komen. Abortuspillen mochten daarnaast in deze noodsituatie niet door de huisarts opgestuurd worden. Ik zat daarom noodgedwongen uit voorzorg twee weken in quarantaine in mijn kamer van twintig vierkante meter.  Als ik coronaverschijnselen zou krijgen, zou de abortus uitgesteld moeten worden, en elke dag dat het langer duurde maakte voor mij de keuze moeilijker. Ik weet niet of ik het persoonlijk had gekund om het een paar weken later te laten weghalen. 

Het was een nare periode. Mijn leven was een puinhoop en laten we eerlijk zijn, ik had depressieve gevoelens door de enorme stoot hormonen. Ik snakte naar een knuffel, maar ik durfde zelfs mijn huisgenoten niet aan te raken. Bang dat ik door mijn eigen onvoorzichtigheid de abortus niet zou kunnen doorzetten en het kind bij mijn ouders zou moeten opvoeden. Ongepland zwanger raken is één ding, maar het kind noodgedwongen moeten uitdragen omdat je nog een keer onvoorzichtig bent geweest? Ik telde de dagen tot de abortus af, terwijl ik kampte met schuldgevoelens en schaamte. De behoefte om mijn verhaal te delen met vrienden was sterk, maar het voelde te heftig om deze bom via de telefoon te droppen. Mezelf verdoven met alcohol of wiet was voor mij ook geen optie, want hoewel ik wist dat ik het kind niet wilde houden, voelde het respectloos om mogelijke schade toe te brengen aan iets wat in mij groeide. 

Advertentie

Ik ben altijd uitgesproken geweest over mijn opvatting dat de beslissing enkel en alleen bij de zwangere zelf mag liggen. Maar toen ik zelf zwanger bleek, had ik eigenlijk geen idee wat mijn keus was. Het was altijd mijn grootste droom om moeder te worden, maar ik hield mezelf voor dat ik pas kinderen zou willen krijgen als ik een stabiele basis heb. Dat was, zoals je je kan inbeelden, niet het geval bij mij. Ik had geen huis, geen diploma, geen vriend en ik had ook geen geld, omdat ik mijn freelanceklussen dat jaar op een laag pitje had gezet om aan mijn scriptie te werken. Het was de meest beroerde situatie om zwanger te zijn – toch twijfelde ik erover om het kind te houden. 

Ik zocht op internet naar verhalen van vrouwen die een abortus hadden gehad en die mijn twijfel begrepen, maar ik vond slechts artikelen van vrouwen die het liefst zo snel mogelijk hun zwangerschap wilden afbreken en daarin belemmerd werden, óf vrouwen die spijt hadden van hun abortus. Dat zijn verhalen over abortus die verteld moeten worden, maar het bracht me niet de herkenning waar ik zo naar hunkerde. Ik had het gevoel dat er twee tegenovergestelde standpunten waren die ik binnen mijn situatie kon innemen, maar doordat ik bij allebei geen aanraking vond, voelde ik me eigenlijk alleen maar verward en eenzaam.

Die gevoelens kent Eva de Goeij (30) ook. Zo’n tweeënhalf jaar geleden raakte Eva zwanger en koos ze voor een abortus. Na een vervelende ervaring met een anti-abortusdemonstrant bij de kliniek besloot ze om haar verhaal publiekelijk te delen. Samen met het Humanistisch Verbond, de Bovengrondse en het Nederlands Vennootschap van Abortusartsen richtte ze daarnaast het abortusbuddyproject op, waarbij vrijwilligers meelopen met mensen die onderweg naar de abortuskliniek belaagd worden door anti-abortusdemonstranten. 

Advertentie

Ik spreek met Eva af om koffie te drinken, dat doen we allebei liever dan bellen. Eva vertelt dat hoewel ze uit een progressief gezin komt, ze mijn gevoel van schaamte herkent. “Ik had goed over mijn keuze nagedacht en hield me in de kliniek sterk, maar ik schaamde me ook erg. Ik heb in die periode veel gehuild.” 

Ook ik probeerde me in de kliniek sterk te houden. Toen ik na mijn abortus uit mijn roes ontwaakte, vertelde ik – nog een beetje high – aan de artsen dat ik zelf wel naar mijn bed kon lopen, omdat ik altijd heb gebasketbald. Ik moest eigenlijk een paar uur bijkomen, maar na een kwartier zei ik dat ik naar huis wilde omdat ik thuis nog aan mijn scriptie moest werken. Eenmaal buiten besloot ik dat ik naar huis ging lopen, want ik wilde niemand tot last zijn. Ik vond dat ik me niet zo moest aanstellen. Ik wist dat de abortus niemands schuld was, maar dat voelde wel zo.

Eva herkent ook de hormonale problemen waar ik mee te maken kreeg. “Toen ik zwanger was voelde ik me extreem vermoeid en emotioneel. Ik voelde me niet mezelf,” zegt ze daarover. Er komt steeds meer aandacht voor de effecten die hormonen kunnen hebben, maar we zijn er nog lang niet. Ik had bijvoorbeeld geen idee dat problemen met zwangerschapshormonen al in het begin van de zwangerschap aanwezig kunnen zijn. “Uit de interviews die we voor een onderzoek naar de toegankelijkheid van abortuszorg hebben gedaan, kwam ook naar voren dat de zwangerschapsperiode voor velen erg wazig was. Alsof je hoofd omgeven is met mist,” zegt Eva. 

De gevoelens van onzekerheid, het jezelf overal de schuld van geven en zonder reden in paniek raken – dat zag ik als mijn eigen tekortkomingen. Het voelde alsof de persoon die ik ooit was als mul zand door mijn vingers glipte, tot het laatste zandkorreltje van mijn persoonlijkheid bleef liggen op mijn handpalm. Ik ben na mijn abortus lange tijd bezig geweest met het herstellen van mijn zelfbeeld. Toen ik een jaar na dato besloot om er met een aantal mensen over te spreken, bleek dat veel van hen dezelfde ervaring hadden gehad. Als ik had geweten dat zwangerschapsdepressies ook voorkomen bij mensen die een abortus of miskraam hebben gehad, had ik mijn gevoelens beter kunnen plaatsen en mezelf kunnen toespreken op dezelfde manier waarop ik dat doe in de week voor mijn menstruatie, als ik weet dat ik aan het PMS’en ben. 

Wat me daarnaast verraste was dat, hoewel mijn lichaam aanzienlijk wat extra kilo’s met zich meedroeg, ik mijn lichaam ineens erg mooi vond. Mijn borsten waren nog voller dan normaal en zelfs mijn bolle buik vond ik er charmant uit zien. Het gaf een soort error in mijn hoofd, want hoewel ik me afgrijselijk voelde, voelde ik me ook een soort vruchtbaarheidsgodin. “Dat herken ik absoluut,” zegt Eva. “Mijn borsten waren in die periode gigantisch. Het was een dubbel gevoel, gevoelens van schaamte wisselden zich af met trots. Ik voelde me supervrouwelijk en dacht: kijk mij, ik kan dit gewoon.” 

Advertentie

De tekenen van mijn zwangerschap zijn nog te zien op mijn lichaam. In het begin vond ik dat moeilijk, iedere keer als ik ernaar keek werd ik geconfronteerd met het feit dat ik niet meer zwanger was en ook geen kind had. Inmiddels kan ik zeggen dat ik nog nooit zo zeker in mijn lichaam heb gezeten. Als ik ernaar kijk besef ik hoe sterk mijn lichaam eigenlijk is.

We hadden beiden niet verwacht dat de keuze zo’n impact op ons zou hebben. Eva: “Ik zei nog heel stoer dat ik de echo mee naar huis wilde, maar toen ik hem in mijn handen had dacht ik: nee, toch maar niet.” Zelf heb ik mijn echo niet gezien, bang dat ik het beeld nooit meer van mijn netvlies zou krijgen. Eva vertelt me dat Trudy Dehue, wetenschapsfilosoof en emeritus hoogleraar Theorie en Geschiedenis, onderzoek doet naar hoe onze beeldvorming van abortus is veranderd door de komst van apparatuur. “Vroeger zagen we foetussen vooral als onderdeel van een zwangere, maar sinds we ze alleenstaand kunnen afbeelden is de samenleving ze meer als individu gaan zien. We vergeten soms dat het groeit in een baarmoeder, in iemands lichaam. Daarom is de leus ‘baas in eigen buik’ zo sterk. Het groeit in jouw buik.”

Ik kon me niet voorbereiden op wat me te wachten stond. Maar ook als dat wel was gebeurd, had ik nog steeds voor een abortus gekozen. Mijn besluit was goed doordacht en ik deed uiteindelijk wat voor mijn gevoel en binnen mijn situatie het beste was voor mezelf en het toekomstige kind. Dat het voor mij een zware beslissing was, betekent niet dat dit voor anderen ook zo is. Een abortus is ontzettend persoonlijk en ik vind dat niemand een oordeel kan en mag hebben over het lichaam van een ander. 

Het probleem in Nederland ligt naar mijn idee bij de manier waarop we praten over abortus. Christelijk conservatisme zit ingebed in onze wetten en in ons systeem. Abortus staat in het Wetboek van Strafrecht. We horen heel weinig over de ervaringen van mensen met ongewenste zwangerschappen, en dat staat vooruitgang in de weg. Het willen en kunnen controleren van je vruchtbaarheid is fundamenteel voor emancipatie. Het stigma rondom abortus vormt daarnaast een directe barrière in de toegankelijkheid van de abortuszorg, blijkt uit internationaal en nationaal onderzoek. 

Er wordt eerder gesproken over het aantal dagen verplichte bedenktijd, dan over hoe we mensen zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op de keuze die ze moeten maken. Het belichten van persoonlijke verhalen kan duidelijk maken dat verschillende ervaringen – en verschillende perspectieven – naast elkaar kunnen bestaan. Op die manier kan er ook betere voor- en nazorg komen.

Voor mij hielp het uiteindelijk enorm om open te zijn over mijn ervaring, al moet iedereen dat natuurlijk voor zichzelf beslissen. Ondanks mijn schaamte heb ik er nu voor gekozen om mijn verhaal hier te vertellen. Ik weet namelijk hoe belangrijk het is om te beseffen dat je niet alleen bent.


Tagged:taboe