Identiteit

Hoe het is om overgewicht én anorexia te hebben

Niet alle anorexiapatiënten zijn graatmager: ook als zwaarlijvige kun je aan anorexia nervosa lijden. Op een behandeling kun je alleen minder snel rekenen.

door Amelia Tait
11 december 2015, 10:02am

Illustratie door Laura Callaghan 

Toen Jacqui Valdez zestien was noteerde ze iedere calorie die haar lichaam binnenkwam. Ze nam twintig laxeermiddelen per dag en at vaak dagenlang niets anders dan groente en fruit. In twee jaar verloor ze 37 kilo. Dit zijn duidelijk symptomen van een eetstoornis, maar officieel gezien heeft Valdez geen anorexia. Waarom? Omdat Valdez nooit ondergewicht heeft gehad. In tegendeel.

Volgens de vijfde editie van het DSM-5 handboek moet iemand een aantoonbaar laag lichaamsgewicht hebben om gediagnosticeerd te worden met anorexia nervosa. Simpel gezegd betekent dit dus dat de dokter een patiënt eerst moet wegen om te bepalen of hij of zij aan de aandoening lijdt. Een patient is alleen ondervoed – en heeft dus aan anorexia – als ze een BMI lager dan 18,5 heeft. De behandeling van de ziekte hangt dus af van deze criteria.

"Het zwaarst wat ik heb gewogen zal rond de 84 kilo zijn, en toen ik op m'n lichtst was woog ik 48 kilo," vertelt Valdez. Ze is nu 27 jaar en werkt als administratief medewerker. Met haar 1 meter 60 moet ze minder dan 47 kilo wegen om officieel ondergewicht te hebben.

Omdat Valdez als tiener zwaarlijvig was, heeft haar enorme gewichtsverlies nooit geleid tot ondergewicht. Maar dat betekent niet dat ze het niet moeilijk heeft gehad. Valdez had niet meer last van de stoornis als 18-jarig meisje dat 48 kilo woog, dan als 16-jarig meisje, met 68 kilo op de weegschaal. In beide levensjaren ging ze onderdoor aan een geestelijke ziekte die haar dwong om calorieën te tellen, haar eetgedrag te beperken en zichzelf en haar lichaam te haten.

Valdez op haar 17e, toen ze nog steeds een eetstoornis had. Ze woog 53 kilo. Foto met dank aan Jacqui Valdez

"M'n tanden zijn verrot, ik heb over de jaren heen veertig kilo verloren en ik heb een chronisch lage bloeddruk," vertelt ze. "Hoe hard ik m'n best ook deed, hoeveel dagen ik ook zonder eten doorgebracht of hoeveel laxeermiddelen ik ook nam, het was allemaal voor niks. Ik bereikte nooit m'n doel."

Haar streefgewicht was 47 kilo, hetzelfde gewicht om als ondervoed gediagnosticeerd te worden. De gewichtscriteria voor anorexia zorgden niet alleen voor fysieke en psychische stoornis, maar werkte ook als 'thinspiration' voor Valdez.

Valdez is een voorbeeld van wat de DMS-5 een "atypische anorexiapatiënt" noemt. In 2013 is er een nieuwe eetstoornis, OSFED (Other Specified Feeding or Eating Disorder), opgenomen in eerder genoemde handboek. Iemand lijdt aan OSFED als hij of zij niet aan de criteria van anorexia of boulimia voldoet. Een van de vijf types van OSFED is atypische anorexia, waarbij mensen zoals Valdez wel een eetstoornis hebben, maar het gewicht niet ongewoon laag is.

Hoewel deze nieuwe definitie een stap in de goede richting is, helpt het in de praktijk vooralsnog niet erg veel. Er zijn momenteel geen OSFED-specialisten in het Verenigd Koninkrijk en om behandeld te worden voor anorexia moet je een uitzonderlijk laag BMI hebben. Beat, de belangenorganisatie voor eetstoornissen, concludeerde in 2013 dat meer dan vijfhonderd patiënten (veertig procent) een te lage BMI hadden om voor een behandeling in aanmerking te komen.

"Ziek genoeg zijn om opgenomen te worden in het ziekenhuis was een van mijn doelen."

Dit betekent dat dokters bewust moeten wachten tot de conditie van een patiënt zodanig verslechterd is – in sommige gevallen zelfs levensbedreigend – voordat ze een behandeling aan kunnen bieden.

Beat is zich heel bewust van deze problemen. "Het is erg cru als een lage BMI het enige criterium is om in aanmerking met een behandeling te komen, of het nou om het fysieke of het mentale aspect van een eetstoornis draait," zegt Lorna Garner, uitvoerend directeur van Beat.

"Vanwege een gebrek aan een betere maatstaf is de BMI het enige wat doktoren kunnen gebruiken om aan te tonen of iemand boven of onder het juiste gewicht zit. We pleiten er niet voor om te stoppen met deze manier, maar willen wel aangeven dat er niet te veel nadruk op gelegd moet worden."

Het is nu duidelijk dat een gezonde BMI niet gebruikt moet worden als bewijs van goede gezondheid. Laura*, een 29-jarige vrouw, had van 2006 tot 2013 anorexia. Ondanks dat ze van zeven uur 's ochtends tot acht uur 's avonds vaak niks at en een uur per dag sportte, probeerde ze er alles aan te doen om niet ondervoed te raken.

"Met mijn 1 meter 57 mocht ik niet onder de 45 kilo komen," vertelt ze. "Ik was bang dat de dokter mijn Adderall-dosis zou verlagen of zelfs zou stopzetten als ik te dun zou worden."

Nadat Laura gediagnosticeerd werd met ADHD kreeg ze het medicijn voorgeschreven. "Adderall was de sleutel tot mijn eetstoornis, ik kon zelf bepalen wanneer ik honger kreeg. Een paar dagen voor ik m'n afspraak met de dokter, rookte ik veel wiet en vrat ik mezelf vol met pizza's. Na de afspraak met de dokter zorgde ik voor een nieuwe dosis Adderall en at ik dagen niks."

Laura's verhaal bewijst maar weer dat iedere zaak anders is en individueel bekeken moet worden. Helaas is ze een van de velen met normaal gewicht of overgewicht die aan anorexia lijden en niet in aanmerking komen voor behandeling, of zelfs maar erkenning van hun dokter.

Tot 2013 werd je alleen gediagnosticeerd met anorexia als je aan amenorroe (ten minste drie maanden lang niet menstrueren) leed. Niet alleen sloot dit mensen die niet zwaar ondervoed waren uit, ook mannen zoals de 17-jarige Luke* vielen buiten de boot. Ook al is het amenorroecritium niet meer geldig, het BMI-criterium verhindert nog steeds dat een hoop mannen voor behandeling in aanmerking komen. Mannen hebben namelijk een grotere spiermassa dan vrouwen, waardoor de BMI-resultaten vaak onbetrouwbaar zijn.

"De huisarts erkende de ernst van mijn stoornis niet, omdat ik technisch gezien nog binnen een gezonde BMI viel," vertelt de Canadese student. "Ik heb veel spiermassa en ben langer dan de gemiddelde mens, dus een controle op mijn BMI heeft weinig zin in mijn geval."

Net zoals Valdez liet ook Luke zich leiden door het gewichtscriterium van de artsen. "Ziek genoeg zijn om opgenomen te worden in het ziekenhuis was een van mijn doelen," zegt hij. "Het verlangen om zo ziek te zijn kwam omdat ik de 'beste' anorexiapatiënt ooit wilde zijn."

"Mensen maakten zich geen zorgen om me, ze prezen me alleen maar."

Toch zijn het niet alleen artsen en hulpverleners die hun manier van denken moeten veranderen. Luke vertelt dat zijn familie en vrienden niet doorhadden hoe ernstig zijn aandoening was. Hoewel de maatschappij langzamerhand meer begrip krijgt voor mannelijke anorexiapatiënten, is het concept van een zwaarlijvige anorexiapatiënt voor veel mensen totaal onbekend.

Dat heeft er ook voor gezorgd dat Alex*, een negentienjarige transgender, terughoudend is om hulp te zoeken. "Ik probeer op een appel per dag te leven," vertelt ze. Als ze genoeg energie heeft gaat ze fietsen om in beweging te blijven. Desondanks weegt ze 119 kilo. Met haar 1.72 meter lengte heeft ze een BMI van 39.5, wat haar in de categorie 'obees' plaatst.

"Ik heb nog nooit geprobeerd om hulp te krijgen," zegt ze. "Ik ben bang dat ze me niet serieus zullen nemen. En het is soms lastig om het echt als een probleem te zien. Ik bedoel, ik val wel af. Het is moeilijk om mezelf te motiveren om beter te worden, omdat ik wel resultaat boek hiermee."

De uitspraken van Alex laten zien dat de maatschappij niet gezond omgaat met afvallen. Als een zwaarlijvig persoon gewicht verliest, hebben we alleen oog voor het eindresultaat. De manier waarop ze zijn afgevallen doet er niet toe. Toen de Engelse realityster Lauren Goodger vertelde dat ze vijf dagen per week sport en dagelijks slechts een halve appel en een gekookt ei eet, werd ze geprezen voor haar "goddelijke lichaam" in de glossy Closer.

"Mensen maakten zich geen zorgen om me, ze prezen me alleen maar," vertelt Valdez. "Mensen hadden zich misschien zorgen gemaakt als ik een normaal lichaamsgewicht had en ondervoed was geraakt. Maar ik was dik."

Valdez in 2015. Nadat ze herstelde van haar eetstoornis woog ze 73 kilo. Foto is eigendom van Jacqui Valdez

Het vervelendste aan de diagnostische criteria voor anorexia is niet hoe artsen en de samenleving de patiënten zien, maar hoe de patiënten zichzelf gaan zien. Mensen die zwaarlijvig zijn en anorexia hebben overtuigen zichzelf er al snel van dat ze geen probleem hebben omdat ze niet in het plaatje van anorexia passen.

"Het was moeilijk voor me om toe te geven dat ik een eetstoornis had," vertelt Valdez. "Mag ik wel zeggen dat ik een eetstoornis had? Rationeel gezien wel. Maar ergens geloof ik dat nog steeds niet."

Feit blijft dat Valdez heeft geleden en haar verhaal bewijst maar weer dat onze kijk op eetstoornissen moet veranderen. Iedereen kan anorexia hebben, ongeacht hun gewicht. "Hopelijk leest iemand mijn verhaal, en herkent er iemand waarvan ze houden in," zegt Valdez. "Iemand die dezelfde strijd en pijn doormaakt. En hopelijk steunen ze hen dan tijdens het herstel, voor het te laat is."

*Namen zijn gefingeerd

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.