Sport

Zo vormde Nederland MMA-vechter Siyar Bahadurzada

"Als ik vecht, ben ik een koelbloedige moordenaar."

door Sam van Raalte; foto's door David Meulenbeld
15 februari 2019, 10:54am

Alle foto's door David Meulenbeld.

Siyar Bahadurzada loopt met zijn capuchon op onze redactie binnen. Hij ziet er weer aardig fris uit, na zijn beukpartij van afgelopen 29 december. Toen verloor Siyar in Californië helaas zijn laatste UFC-gevecht. Siyar is een van de weinige Nederlandse vechters in de UFC, de grootste MMA-competitie ter wereld.

Hij woont tegenwoordig in de Verenigde Staten, maar is nu even terug in Nederland. “Ik ben een paar dagen in Amsterdam op vakantie. Het is goed om terug te zijn,” zegt hij, als hij aanschuift aan tafel. Hier vertelt Siyar over de impact die Nederland op hem heeft gehad, nadat hij als puber met zijn familie Afghanistan ontvluchtte. Dit is zijn verhaal.


Siyar Bahadurzada gefotografeerd door David Meulenbeld.

“Als ik in Nederland op vakantie ben, zoek ik vooral vrienden op. Ik heb heel veel goede herinneringen aan Amsterdam. Ik ben in Afghanistan geboren, daar woonde ik tot mijn vijftiende in Kaboel. Maar mijn beste jaren heb ik in Nederland gehad, vooral in Amsterdam. In zowat elke straat hier heb ik wel iets leuks meegemaakt. Als ik hier nu door de straten loop, komen al die herinneringen naar boven. In ben eigenlijk best wel verliefd op Amsterdam.

Ik krijg enorme heimwee naar Nederland als ik lange tijd ver weg ben. Ik heb dat niet echt met Afghanistan. Tuurlijk mis ik Afghanistan als mijn geboorteland, Afghanistan heeft me ook gevormd tot wie ik ben. Maar de leuke herinneringen heb ik hier in Nederland. Lachen, uitgaan met vrienden, dat soort dingen. Ik heb hier altijd een klein groepje vrienden gehad, op twee handen te tellen. Dat is niet veranderd. Ik ken die jongens nu al bijna twintig jaar en zie ze nog steeds als ik hier ben.”

Siyar Bahadurzada gefotografeerd door David Meulenbeld.

“Mijn jeugd in Afghanistan is vanaf het moment dat de oorlog uitbrak klote geweest, en dat is eigenlijk al zo lang ik me kan herinneren. Er vielen de hele tijd bommen in Kaboel. Op een gegeven moment gingen we als kinderen naar buiten terwijl er bommen om ons heen vielen. Dat gaf steeds een soort van kick. Als klein kind was ik gewend aan die kick. Ik leefde er zelfs voor.

Toen ik naar Nederland kwam met mijn familie, miste ik die kick. In Nederland was alles veilig, mijn leven hier was enorm saai en voorspelbaar vergeleken met Afghanistan. Ik ging dus op zoek naar spanning. Als kind was ik altijd gefascineerd door boksen en kickboksen, maar ik had het nog nooit gedaan. Ons gezin woonde eerst in Deventer, waar ik bij sportschool Fit&Fun vroeg of ze ook vechtsport hadden. Ze tipten me MMA, dus ik ben een lesje gaan kijken. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik wist: dit is wat ik wil doen.

Toen ik voor het eerst de ring in stapte, voelde ik voor het eerst weer dezelfde kick als tijdens de oorlog in Afghanistan. Dat heeft me geholpen om hier binnen de lijnen te blijven, om niet buiten de maatschappij te vallen. Het gaf me een doel: ik had de passie gevonden, nu moest ik zorgen dat ik die zoveel mogelijk meemaakte. Gezond blijven, hard trainen, beter worden, hoger komen in de vechtsport.”

Siyar Bahadurzada gefotografeerd door David Meulenbeld.

“Ik heb in Nederland ook International Business and Languages gedaan aan de hogeschool in Nijmegen, waardoor ik zes talen vloeiend spreek en schrijf. Daarbuiten managede ik mijn hele leven zo dat ik veel kon trainen en vechten. Mijn trainer, Martijn de Jong, vond na een maandje trainen dat ik talent had voor MMA, dat ik wereldkampioen kon worden. Een maandje later vocht ik al mijn eerste wedstrijd – zo snel ging het.

Ik heb voor het staande gedeelte van het vechten verder ook met Lucien Carbin, Cor Hemmers en Mike Passenier getraind. Dat zijn toppers, die je helaas niet buiten Nederland kunt vinden. Met de Nederlandse vrienden waar ik het eerder over had, heb ik ook veel getraind. Vriendschappen die je in de sport opbouwt zijn stevig, want je bloed en zweet met elkaar. De Amerikanen zeggen: fighting doesn’t change you, it reveals you. Het laat zien wie je bent, wat jouw karakter is. Je kunt niet eens nadenken wie je wil zijn of kunt zijn.”

“Als ik vecht, ben ik een koelbloedige moordenaar. Ik geef niks om mijn tegenstander. Als ik mijn tegenstander tegenover me zie staan, heb ik dorst naar zijn bloed. Als ik hem met een klap kan neerhalen en daarmee een einde kan maken aan een wedstrijd, doe ik dat. Ik ben niet iemand die mensen slechts toewenst. Maar als ik het in de kooi niet doe, doet diegene het bij mij. Dus in de kooi heb ik geen genade, helemaal niets. Nul. Soms verbaas ik mezelf ook hoe wreed ik kan zijn tijdens een gevecht.

Een keer vocht ik tegen een jongen, die vooraf een beetje een trashtalker was. Ik wilde hem gewoon vermoorden. Hij ging knock-out, daarna bleef ik doorstoten, de scheids moest me er vanaf trekken. Het is apart dat zulke donkere momenten in mij naar boven komen als ik vecht. Die bepalen voor een deel wie ik ben. Daar heb ik geen controle over, en dat wil ik ook niet. Misschien heb ik dat wel nodig als vechter. Dus ik laat mezelf, mezelf zijn als ik vecht. En daarbuiten ook.”

Siyar Bahadurzada gefotografeerd door David Meulenbeld.

“Ik woon nu in Amerika, omdat mijn ouders daar wonen. Maar ik ga niet de rest van mijn leven belasting betalen in Amerika. Dat moet nu alleen even omdat ik bij de UFC zit en werk, maar als dat is afgelopen, kom ik meteen terug naar Amsterdam. Hier heb ik mijn studie gedaan, Nederland heeft veel geld aan mij uitgegeven, dus ik wil hier belasting betalen. Hier wil ik later een klein, rustig leventje hebben, tussen de straten waar ik al die mooie herinneringen heb opgebouwd.

Maar eerst heb ik nog acht tot tien jaar in de sport te gaan. Ik hoop dat de UFC dit jaar weer naar Nederland komt. Het beste moment in mijn carrière was toen ik in 2017 in Ahoy kon vechten voor het Nederlandse publiek, als bedankje voor alles wat dit land voor me heeft betekend. Dat wil ik weer meemaken. De titel in de UFC lijkt nu onmogelijk, na mijn laatste verliespartij. Maar ik zeg je één ding, en onthoud dit: ik ga terugkomen, die hele boel in elkaar slaan en die titel pakken.”