Sport

Bij deze profvoetballer moet je zijn voor een fris kapsel

“Je haar kan echt niet, man. Hoe lang ben je wel niet naar de kapper geweest?”

door Dave Aalbers; foto's door David Meulenbeld
14 september 2019, 7:00am

Foto's door David Meulenbeld. 

In een flatje in Zwolle op vijftien hoog kijk ik vanaf een bureaustoel in de spiegel. Ik draag een kappersschort en zie dat mijn haar wat aan de lange kant is. Achter mij staat profvoetballer Giovanni Hiwat (25) met een ronkend scheerapparaat in zijn hand, klaar om in actie te komen. Zijn beste vriend Kevin Schmidt, die ook profvoetbal heeft gespeeld, zit op een stoel in de kamer. “Zal ik hem kaal maken?” vraagt Giovanni hem. “Nee man, geef hem een goede coupe,” reageert Kevin. “Ach, het voordeel van haar is dat het weer aangroeit,” spreekt Giovanni me bemoedigend toe.

Giovanni brak als talent door bij PEC Zwolle en speelde later voor clubs als SC Cambuur, Sparta en Helmond Sport. Tegenwoordig gaat het allemaal iets minder met zijn carrière. Zijn eerste buitenlandse avontuur bij het Zweedse Syrianska duurde maar vier maanden en sindsdien zit hij al een aantal maanden clubloos thuis. Hij traint hard met een personal trainer en hoopt snel weer aan de bak te gaan. Op Instagram laat Giovanni regelmatig zien dat hij ook buiten het veld niet stilzit. Hij deelt foto’s van frisse kapsels, die hij zelf heeft gezet. Op donderdag en vrijdag lopen zijn klanten continu goed geknipt de deur uit.

Als ik eerder die avond aan kom lopen bij het appartement van Giovanni, staat de deur al wagenwijd open. “Kom binnen jongen,” zegt hij. Giovanni draagt een trainingsbroek van Atlético Madrid en een felroze shirt van Louis Vuitton met zijn eigen naam achterop. Hij draagt slippers, een bandana en om zijn pols glinstert een mooi horloge. Boven zijn bank in de woonkamer hangt een groot portret van Giovanni in zijn tijd bij PEC Zwolle. Ik ben erg benieuwd naar zijn knipkunsten, zeker nadat hij me vooraf aan de telefoon vertelde dat hij nog niet eerder “blank haar” heeft geknipt. Giovanni ploft op zijn bank en laat me op zijn telefoon een aantal kapsels zien die hij voor me in gedachten heeft. “Komt helemaal goed, maak je niet druk.”

Giovanni Hiwat kapper

Ik loop achter hem naar een ander kamertje in het appartement, dat hij heeft omgebouwd tot kapsalon. In de kamer staat een groot schoenenrek vol sneakers en laarzen. In de hoek staat een karretje met allerlei kappersgereedschap: scharen, scheerapparaten en kammen. Als ik plaatsneem op de stoel voor de spiegel komt ook boezemvriend Kevin het appartement binnengelopen. Hij draagt een trainingsbroek en een zwarte North Face-jas. Kevin knipt ook al jaren als hobby, soms bij een salon, maar op donderdag en vrijdag staat hij vaak naast Giovanni in het kamertje bij te beunen. Kevin windt er geen doekjes om wat hij van mijn haar vindt. “Dit kan echt niet, man,” lacht Kevin. “Wilde je een staartje of zo? Hoe lang ben je wel niet naar de kapper geweest?” Ik moet hem bekennen dat het minstens drie maanden geleden is.

“Daar gaan we dan,” zegt Giovanni, waarna hij meteen het scheerapparaat in mijn haar zet. Terwijl Giovanni zijn ding doet, vertelt hij dat zijn liefde voor het knippen begon toen hij als jonge gast zijn eigen kapsel met een scheerapparaat bewerkte. Toen hij dat een beetje onder de knie kreeg, mocht hij later ook het haar van Kevin doen. Ook dat ging goed. Als Giovanni zelf naar de kapper ging in een salon, vroeg hij om tips om beter te worden. De kapper gaf hem bijvoorbeeld aanwijzingen om droog te scheren met een mesje. “Dat ging ik dan op mezelf proberen,” zegt hij. “Overal sneetjes natuurlijk.”

Giovanni Hiwat.

Giovanni ging thuis steeds meer experimenteren met zijn eigen haar. “Zelf noem ik het stunten,” lacht hij. “Ik had op een gegeven moment een figuurtje van een voetbal over mijn hele hoofd heen. Later weer een luipaardprint. Dan weer helemaal blond, echt van alles man.” Voordat Giovanni het avontuur in Zweden aanging, zat hij ook al een tijdje zonder club. Hij woonde op dat moment bij zijn moeder in huis en besloot het knippen serieus aan te pakken. Klanten kwamen voor een knipbeurt langs bij zijn moeders huis. Inmiddels stromen de verzoeken via Snapchat en Instagram binnen.

Als Giovanni een tijdje bezig is om wat van mijn kapsel te maken, komt er nog een vriend langs. Het is Tireily, Kevins jongere broertje. De broers gaan naast elkaar zitten en kijken samen hoe ik geknipt word. “Hij is van tv,” zegt Giovanni zacht. Hij zegt het net iets te hard, want Tireily begint keihard te lachen: “Niet ouwehoeren!” Tireily blijkt twee jaar geleden als verleider mee te hebben gedaan aan Temptation Island. Tireily moet niks weten van zijn sterrenstatus. “Ik ben gewoon normaal,” zegt hij. “Kijk, ik zit hier gewoon KFC te eten. Wil je een stukje?”

Giovanni Hiwat.
Kevin zit op zijn telefoon. Tireily wilde niet op de foto omdat zijn kapsel nog niet fresh was.

Giovanni gaat ondertussen rustig door met knippen en scheren. In zijn tijd bij PEC Zwolle knipte hij ook al ploeggenoten als Daryll Lachman, Ruben Ligeon en Kingsley Ehizibue, die toevallig een dag eerder nog langs is geweest voor een knipbeurt. Ik vraag Giovanni welke bekende voetballers een betere kapper kunnen gebruiken. “Nou, er zijn genoeg voetballers waarbij ik het idee heb dat ze het zelf doen,” zegt hij. “Ken je Fredrik Ljungberg van Arsenal nog? Die had allerlei hanenkammen of paars haar, dat kon echt niet.” Kevin vult hem aan: “Kasper Dolberg is ook niet best. André Onana moet een keer naar een normale kapper. Het kapsel van Griezmann kan ook niet, die lijkt wel op een poedel. ”

Spelers als Leroy Fer en Luciano Narsingh komen er beter vanaf. Hun kapsels zijn altijd strak, concluderen Giovanni en Kevin. Voor Giovanni maakt het verder niet uit wie er bij hem in zijn kappersstoel komt zitten. “Iedereen is welkom, man,” zegt hij. “Al zou ik het wel vet vinden om Cristiano Ronaldo een keer te knippen. Zijn haarlijn is nooit strak. Ik wil hem gewoon een keer écht fris maken.”

Giovanni vertelt dat hij het heel erg chill vindt om mensen te knippen, maar dat hij het liefst zo snel mogelijk weer lekker op het veld staat. Hij staat open voor Nederlandse en buitenlandse clubs. Zijn laatste avontuur in de Zweedse tweede divisie liep niet helemaal vlekkeloos. “Het was allemaal chaotisch en amateuristisch,” vertelt hij. “Op een dag werd de trainer ontslagen en kreeg ik training van een ploeggenoot.” Nadat hij ook al een paar keer zijn salaris te laat had gekregen, was die training van een medespeler de druppel.

Giovani Hiwat kapper.

Giovanni vertelt dat er genoeg aanbiedingen zijn kant opkomen, maar dat de ervaring in Zweden hem nog kritischer heeft gemaakt. Een stage bij Top Oss leverde niets op, maar hij kon wel aan de slag in België bij ASV Geel. “Mijn gevoel was op het allerlaatste moment niet goed,” zegt hij. In Zweden was zijn gevoel ook niet goed, maar liet hij zich opjagen doordat hij voor zijn gevoel te lang al niet meer op het veld had gestaan. “Dat doe ik geen tweede keer, vanaf nu luister ik naar mijn gevoel.”

Geduldig wachten op de juiste club is niet altijd makkelijk, zegt hij. Zeker niet als je als clubloze speler het voetbal echt begint te missen. “Die kleine dingen, zoals in de kleedkamer met de boys. Elkaar verrot schelden als het even niet loopt op het veld. Zelfs het kapot gaan tijdens een conditietraining mis ik.” Het knippen helpt hem om die gedachten te verzetten. Het zorgt voor ontspanning.

Er ligt inmiddels al een flinke bos met haar naast me op de grond. Als er voor het eerst een korte stilte valt – niet zo’n ongemakkelijke als bij een normale kapper – vult Giovanni die al snel op. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik er op sommige momenten weleens aan denk om er maar gewoon mee te stoppen,” zegt hij. Die gedachten spoken vooral door zijn hoofd als hij zonder club zit. “Alleen deze twee motiveren me elke dag om door te gaan.” Hij knikt naar Kevin en Tireily. “Ze zeggen dan dat ik niet moet stoppen, omdat ik talent van God heb gekregen.” Kevin kijkt op van zijn telefoon: “Precies dat, broer. Stoppen is een dom woord. Het is geen optie. Ze kunnen je buigen, maar niet breken.”

Giovanni Hiwat.

Giovanni wisselt de schaar weer in voor een mesje. “Zal ik je baard ook even doen?” vraagt hij. Ondertussen komen de twee volgende afspraken van de avond alweer binnen. “Donderdag en vrijdag zitten altijd helemaal vol,” zegt hij tevreden. Giovanni föhnt mijn haar en pakt daarna een spiegel en laat me het eindresultaat zien. Hij trekt het schort van me af: “Hopelijk ben je er blij mee.” Dat is zo: ik ben oprecht blij. Het zit beter dan na een peperdure kappersbeurt in een of andere luxe salon.

Ik bedank Giovanni voor zijn gastvrijheid en hij begeleidt me richting de uitgang. De volgende klant zit namelijk alweer klaar in de stoel. Ik hoop dat Giovanni snel weer een nieuwe club vindt en kan schitteren op het veld. “En anders zijn er nog andere leuke dingen in het leven, zoals knippen,” zegt hij bij zijn voordeur. Na zijn carrière staat zijn droom in elk geval al vast. “Een eigen kapperszaak, samen met mijn goede vriend Kevin.”

Giovanni Hiwat kapper.

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.