Ik stopte met roken, maar m’n smaakpapillen zijn nog steeds ruk

Iedereen beloofde me een mond vol smaakexplosies, maar ik wacht nu al veertig dagen.
11.5.18
Foto via Flickr-gebruiker artgoeshere

Veertig dagen verder en een appel smaakt nog steeds naar appel. Sinds ik ben gestopt met roken, zijn mijn smaakpapillen nog steeds niet volledig en triomfantelijk teruggekeerd – en dat is buitengewoon frustrerend.

Ik verdien mijn geld met schrijven over eten. Dat betekent dat mensen me jarenlang hebben afgezeken over dat ik rook, omdat het zogenaamd “mijn smaakvermogen zou vernietigen.” Collega’s zeiden het tegen me als ik even uit een restaurant liep om buiten te paffen (“Oh… jij rookt?”); mijn vader gaf me commentaar tijdens Kerstmis (“Schandelijk van je om een sigaret te roken nadat je deze Mouton Rothschild uit ’89 hebt geproefd”); om nog maar te zwijgen van ex-rokers – de neo-ayatollahs van het gezonde leven – die schijnbaar niet meer weten hoe ze zich redelijk moeten gedragen sinds ze hun laatste afbak hebben leeggegooid. Kortom, mensen worden al heel lang boos op me op het moment dat ik een pakje sigaretten op tafel leg. Omdat ik misschien wel koppig ben, maar geen complete idioot, vroeg ik me uiteindelijk toch af of ik niet echt een smaakervaring miste door mijn nicotineverslaving.

Het begon allemaal vijftien dagen voordat ik stopte, toen ik wakker werd met tijdelijke ageusie. Je leest het goed: ageusie. Ik kende het woord ook niet; het is lelijk en beangstigend, net als wat het beschrijft: het verlies van het vermogen van de tong om dingen te proeven. Hoewel het uiterst zeldzaam is, was het waarschijnlijk het gevolg van de maaginfectie die ik de dag ervoor had opgelopen.

Naast dat ik schrijf over eten, kook ik ook voor een tv-programma. Opeens moest ik mijn assistent alles laten proeven, want ik was niet meer in staat om enige nuance te ontdekken in wat ik aan het maken was. Ik beet zelfs in een ui om te zien wat er zou gebeuren, maar er gebeurde niets. En omdat ellende van gezelschap houdt, was het natuurlijk de dag dat we een sterrenchef te gast hadden in de show, zo’n type dat 25 ingrediënten met zich meebrengt die je ab-so-luut moet proeven. Bij elke hap die hij me aanbood, uitte ik zo geloofwaardig als ik kon “mmmm” en “fantastisch”. Ik had niet de moed om hem te vertellen dat als hij me net zo goed stront had kunnen laten eten, omdat het geen verschil had gemaakt.

Elke dag die ik niet rookte zou me dichter bij het uiteindelijke doel brengen: de echte smaak van dingen ervaren.

De dag erna nam mijn ageusie wat af. Ik wist het zodra ik een sigaret opstak. Het was afschuwelijk – ik dacht dat ik een asbak had ingeslikt. Het was alsof mijn smaakpapillen schreeuwend wakker waren geworden: “We hebben het jaren voor ons gehouden, maar nu? Sorry, maar dit is te goor!” Ik moest inderdaad de feiten onder ogen zien: dit afschuwelijke gevoel op mijn tong had wel degelijk invloed op hoe ik dingen proefde. En dus besloot ik dat ik moest en zou stoppen.

Elke dag die ik niet rookte zou me dichter bij mijn uiteindelijke doel brengen: de echte smaak van dingen ervaren. Alle websites deden dezelfde belofte: “Na 2-3 dagen krijgen ex-rokers hun volledige smaakvermogen terug.” Ik voelde me als een kind vlak voor Kerstmis. Ik dacht dat ik oncontroleerbaar zou huilen als ik na dag 3 in een tomaat zou bijten. Twee dagen gingen voorbij. Toen drie. Vijf. Nog steeds niets. Toen, op een ochtend, voelde ik het verschil: een mengsel van pis, sigarettenrook en uitlaatgassen viel mijn neusgaten aan toen ik door rue Marcadet liep. Ik woonde al vijf jaar in Parijs en had me nog nooit gerealiseerd hoezeer de stad naar de dood stonk. En nu had ik de reukzin van een sint-bernard. Hoera.

De verklaring was eenvoudig: als ik geen smaakexplosie had gehad, was dat omdat mijn smaakpapillen niet zoveel hadden geleden onder mijn tabakterreur.

Na een maand zonder roken begon ik me bedrogen te voelen. Iedereen om me heen had zijn eigen theorieën: “Je moet minstens drie maanden/zes maanden/drie jaar wachten”; “Het komt omdat je in zo’n vervuilde stad woont”; of mijn persoonlijke favoriet: “Borstel je je tong?”

In werkelijkheid was de verklaring eenvoudig: als ik geen smaakexplosie had ervaren, kwam dat omdat mijn smaakpapillen niet zoveel hadden geleden onder mijn tabakterreur. Ik was niet degene die met die verklaring kwam; dat was Anne Borgne, een verslavingsdeskundige van het Victor Ségalen Center in Clichy. Ik vertelde mijn verhaal aan haar zoals een onwennige tiener zou doen in de Tina, en ik denk dat het haar een beetje amuseerde.

Uiteindelijk vroeg ze me: “Maar voordat je stopte met roken, dacht je toen dat je geen dingen proefde?” Ik moet toegeven dat ik die vraag niet had zien aankomen. De waarheid was dat het nooit een probleem was geweest, maar omdat iedereen het ermee eens is dat roken de aartsvijand van de échte smaakbeleving is, en aangezien ik twaalf jaar had gerookt, was ik er uiteindelijk in gaan geloven en vertrouwde ik niet meer op wat ik voelde.

“Rokers eten zouter en vetter, omdat ze een grotere behoefte hebben aan smaakversterkers. Stoppen met roken betekent dus ook dat je de manier waarop je eet zult veranderen.”

Borgne – een aardige dokter, maar toch een dokter – bevestigde dat tabak (en specifiek het verbranden ervan) smaakpapillen vernietigd. Maar ten eerste heb je er ongeveer 8000 van in je mond, dus je hebt een beetje speelruimte. En ten tweede is het belangrijk om op te merken dat smaakpapillen kunnen regenereren zodra je enkele dagen bent gestopt met roken.

Dus als je een hardcore roker bent, dan ja, zijn je smaakpapillen waarschijnlijk naar de klote, maar in veel gevallen is het veel genuanceerder. “Als je rookt wordt je fijne onderscheidingsvermogen veel minder. Je zult minder onderscheid kunnen maken tussen zoet en zout, of tussen verschillende aroma’s,” zegt Borgne. De roker kan dus wel proeven, maar het is moeilijker om erachter te komen wat nou precies wat is. Maar wat ze daarna zei, bleef het meeste bij me hangen: “Rokers eten zouter en vetter, omdat ze een grotere behoefte hebben aan smaakversterkers. Stoppen met roken betekent dus ook dat je de manier waarop je eet zult veranderen.”

En daar was-ie dan: de openbaring. Niet degene die ik verwachtte, maar evengoed een openbaring. Ik was zo geobsedeerd door het idee dat ik een heel nieuw smakenpalet zou ontdekken, dat de kleine details die waren veranderd sinds ik gestopt was me helemaal niet waren opgevallen. Veertig dagen lang had ik geen extra zout aan mijn eten toegevoegd. Ik genoot van toetjes die me eerder koud lieten. Ik at minder vette dingen, zonder het gevoel te krijgen dat er iets ontbrak. En misschien wel het belangrijkst: ik kan nu op een bierbroeverijmarathon gaan (42 op één middag, echt waar!) zonder dat m’n smaakpapillen uitgeput raken. En dat, mijn vrienden, is al een verdomd goede reden om het roken af te zweren.

Elise heeft nog steeds geen sigaret aangeraakt en zet nog steeds veel online over eten op Instagram .

Volg MUNCHIES op Facebook en Instagram .