Herpes is een dodelijk groot probleem onder jonge olifantjes
Thong Tai en Yindee nemen afscheid van Mumba. Foto met dank aan Artis.

Herpes is een dodelijk groot probleem onder jonge olifantjes

Net als mensen, hebben de meeste olifanten herpes. Alleen is het virus onzettend dodelijk voor jonge olifantjes.
11 januari 2016, 11:05am

Op de ochtend van 7 december 2015 troffen de verzorgers in Artis het Aziatische olifantje Mumba (4) onverwachts in een hoop ellende op de grond aan. Dezelfde middag overleed ze. Een paar dagen nadat alle andere rouwende olifanten gepast afscheid hadden kunnen nemen van hun jonge mede-dierentuindier, werd bij de autopsie al snel het vermoeden versterkt dat Mumba was overleden aan het Elephant Endotheliotropic Herpes Virus (EEHV) – oftewel olifantenherpes – een groot en dodelijk probleem onder jonge olifantjes.

Er zijn afgelopen jaren in totaal negen jonge olifanten in dierentuinen gestorven aan EEHV. Dat klinkt misschien niet als heel veel, maar voor een bedreigde diersoort (wat de Aziatische olifant nog steeds is), is het vrij onhandig dat ze elk jaar in aantallen afnemen door een stom herpesvirus. Volgens Willem Schaftenaar, coördinator van het Europese EEHV-beleid, is jaarlijks wel 60 tot 70 procent van alle sterfgevallen onder jonge olifanten te wijten aan het virus. Bovendien gaan deze cijfers alleen over olifanten in gevangenschap. Er zijn geen cijfers over hoeveel olifanten in het wild overlijden aan het herpesvirus.

"Die olifantjes zitten overal met hun slurfjes"

Net zoals bijna alle mensen herpes hebben, is bijna elke Aziatische olifant drager van EEHV. Hoewel dat mensen misschien een gore bovenlip of een paar ongemakkelijke telefoontjes oplevert, zijn de herpes-consequenties voor jonge olifantjes een stuk heftiger. Zeg maar in-een-paar-uur-van-binnen-doodbloeden-heftiger. Best heftig dus, maar vooral opmerkelijk. Herpesvirussen komen namelijk bij enorm veel diersoorten voor – bijna alle zoogdieren, wat vissen en een enkele oester – maar herpes is eigenlijk nooit dodelijk. Dat is een van de redenen waarom EEHV zo uniek is: veel olifantjes in de leeftijd van één tot acht jaar sterven eraan.

Hoewel er nog geen adequate behandeling is voor de ziekte, wordt al lange tijd gewerkt aan – en vooral gesproken over – een vaccin. In 2008 berichtte het AD al dat "Blijdorp speurt naar een herpestest". Een update kwam in 2011 op een internationaal congres in Diergaarde Blijdorp, waar de Rotterdamse viroloog Ab Oberhaus over het EEHV-vaccin zei: "Daar wordt aan gewerkt." Heldere taal. Alleen de realiteit zat nog in de weg, want anno 2016 weet de wetenschap nog steeds vrij weinig over dit dodelijke olifantenherpesvirus.

Hoewel het inmiddels wel duidelijk is dat alleen jonge olifanten aan het virus sterven, tasten wetenschappers nog in het duister over hoe en waar olifanten de ziekte oplopen, hoe we kunnen meten welke olifant het virus bij zich draagt en waarom de ene olifant er wel aan sterft en de ander niet. Maar daar komt nu langzaam verandering in.

Eind 2015 publiceerde moleculair viroloog Petra van den Doel van het Viroscience Lab in Rotterdam een onderzoek waarin ze een test ontwierp om antistoffen tegen EEHV te meten in olifanten. "Er is heel weinig geld voor dit soort onderzoek; daarom heb ik er maar een jaar fulltime aan kunnen werken, de rest doe ik nu in mijn vrije tijd," vertelt Petra over de telefoon aan Motherboard. Ondertussen wacht ze op het bloed van Mumba, zodat ze kan testen of ook hij slachtoffer werd van EEHV.

Je hebt herpes

Dankzij de test van Van den Doel is het eindelijk mogelijk om vast te stellen of de olifant afweerstoffen tegen het virus draagt. Net zoals bij mensen, is het EEHV bij de meeste olifanten latent. Dat wil zeggen: het virus zelf is niet aantoonbaar, en daardoor ook niet meetbaar. De test van Van den Doel meet de hoogte van de EEHV-antistoffen in het bloed van de olifanten die wel altijd meetbaar zijn.

"We weten nog steeds niet hoe de olifanten het herpesvirus oplopen"

De test is uitgevoerd op bloed van een groot aantal olifanten verspreid over Europese en Amerikaanse dierentuinen. Veel olifanten hebben antistoffen en dat kwam overeen met de metingen van EEHV zelf. Daarbij was opvallend dat sommige olifanten heel veel antistoffen tegen het virus hadden. Deze olifanten waren genetisch gerelateerd aan jonge olifanten die zijn bezweken aan het EEHV-virus.

Naast het feit dat Van den Doel een van de weinigen in Nederland is die actief bezig is met onderzoek naar het olifantenherpesvirus (in haar vrije tijd dus), is het grootste probleem dat het virus haast niet te kweken valt in laboratoria. Daardoor is het lastig om goed onderzoek te doen, en laten zichtbare resultaten op zich wachten. Daarnaast is er nauwelijks aandacht voor olifantenherpes, nauwelijks geld voor adequaat wetenschappelijk onderzoek naar olifanten en is de samenwerking tussen dierentuinen en virologen stroef.

Van den Doel en Schaftenaar zijn nu bezig om alle wetenschappers met specifieke expertise binnen Nederland bij elkaar te brengen om samen de EEHV-puzzel op te lossen. Er is inmiddels een werkgroep opgericht en de eerste resultaten zullen worden besproken op een Europees congres dat in mei in Blijdorp wordt gehouden.

Met elk antwoord wordt er ook weer een kamer vol nieuwe vragen geopend, vertelt Van den Doel. "We weten nog steeds niet hoe de olifanten het herpesvirus oplopen. Aangezien het virus in elke olifant wel eens wordt aangetroffen, denken we dat ze het virus vroeg in hun leven oplopen, wellicht bij de geboorte al. Wat we hebben waargenomen is dat wanneer één dier in de kudde het virus reactiveert (de olifantenvariant van de mensenkoortslip) alle anderen die het virus latent bij zich dragen dan ook reactiveren. Dat is niet verwonderlijk, die olifantjes zitten overal met hun slurfjes."

Olifanten zitten echt overal met hun slurven. Afbeelding via

Volgens Van den Doel is het aannemelijk dat niet het virus zelf, maar een (kleine) genetische afwijking in sommige olifanten er voor zorgt dat de olifantjes eraan sterven. "Fatale EEHV-gevallen zijn meestal genetisch aan elkaar gerelateerd; meestal zijn de gestorven dieren dan broer of zus, of is de een broer of zus van de vader van de ander" Dit zou betekenen dat een via de vader genetisch overdraagbare factor de boosdoener is. Maar volgens Van den Doel is dit wetenschappelijk heel moeilijk te bewijzen.

Willem Schaftenaar stelt dat voor een vaccin er "eerst miljoenen euro's in onderzoek moet worden gepompt." Hoewel Van den Doel een groot voorstander is voor meer geld voor EEHV-onderzoek, weet ze niet of een vaccin een reële oplossing is, omdat het wetenschappelijke testen van de werkzaamheid van een vaccin bij olifanten om duidelijke redenen vrijwel onmogelijk is. Toch is het belangrijk dat er meer aandacht komt voor EEHV. Want niemand wil de volgende generatie vertellen dat we helaas de Aziatische olifanten niet hebben kunnen redden, omdat ze allemaal dodelijk veel last hadden van herpes.