naakt liggend camping
Beeld: Reclinging Nude by Luis Ricardo Falero, Motherboard
geschiedenis

Een korte geschiedenis van het Nederlandse naaktlopen

Vroeger was de paus er fel op tegen, nu vormen telefoons een bedreiging: "Topless zonnen is uit beeld verdwenen, terwijl veel jonge vrouwen aangeven dat ze dat best graag zouden willen doen."
24 juni 2020, 10:49am

Het was de afgelopen tijd enorm druk op de Nederlandse naaktstranden, meldt belangenorganisatie NFN Open & Bloot. Door corona-maatregelen zijn sauna’s gesloten en ook veel naturistencampings nog dicht, maar de behoefte om naakt te recreëren is duidelijk niet verdwenen.

Christine Kouman, directeur van de NFN, kan zich wel voorstellen dat het juist nu fijn is om je zonder kleren in de zon te koesteren. “Door de lockdown zijn mensen toch meer gaan nadenken over wat vrijheid eigenlijk betekent,” zegt ze.

Zo lang als het concept ‘kleding’ bestaat, zijn er ongetwijfeld al mensen geweest die er schik in hebben om alles uit te trekken en bloot in de buitenlucht te zijn. Maar het naaktlopen als gemeenschappelijke hobby en levensovertuiging ontstond in de negentiende eeuw, toen rijke maar gevoelige mensen zich afkeerden van de oprukkende industrialisatie en hun toevlucht zochten in een zo natuurlijk mogelijke levensstijl.

In Nederland duurde het relatief lang voordat naaktrecreatie daadwerkelijk voet aan de grond kreeg. Eind jaren twintig werd er af en toe over bericht in de krant, maar dan vooral als buitenlandse modegril, waar op een verlekkerde manier schande van werd gesproken. Een brievenschrijver in Twents dagblad Tubantia in 1929 meldt: “Een 20-tal jaren geleden woonden we in Zwitserland en op een wandeling in de omgeving van Zürich troffen we in een bosch ook reeds een gansche kolonie van die nudisme menschen aan. Nog herinneren we ons den schrik van onze echtgenoote. Ze meenden wilden te zien en mensch-apen, want ze zaten zelfs in de boomen.” Nudisme werd een 'Duitse besmetting' genoemd, waar lichtzinnige figuren in goddeloze grote steden aan bezweken.

De eerste Nederlandse naaktrecreanten beoefenden hun hobby buiten het zicht van het publiek: ze kwamen samen in verenigingen en kochten zo stukjes land, waar ze onbekommerd bloot konden recreëren. Het naaktlopen was deel van een ideologische levensbeschouwing, die bestond uit gezond leven, geen alcohol drinken, gelijkwaardigheid en pacifisme. Veel naturisten hadden degelijke beroepen, als ambtenaar of leraar. Toch riep hun bestaan de nodige afschuw op. Naakt werd gezien als absoluut onbeschaafd en onzedelijk, en een teloorgang van de menselijke moraal. De toenmalige paus Pius XI meende dat naaktrecreatie moest worden bestreden. “Naturisme was natuurlijk iets misdadigs, dat was zoiets ondenkbaars,” herinnert een lid van een nudistenvereniging zich in een radiodocumentaire uit 1986. “Die lieden moeten achter slot en grendel, schreven ze in de krant.”

Na de oorlog begon naaktrecreatie langzaam maar zeker aan zichtbaarheid te winnen. De beweging werd minder elitair: er kwamen steeds meer mensen zonder hoogdravende idealen, die het gewoon prettig vonden om een biertje te drinken met hun blote billen in het gras.

De weerstand bleef ondertussen flink. Piet Vos, een bejaarde strandtentuitbater uit Callantsoog, maakte begin jaren zeventig naam als anti-naaktstrandactivist. Op alle mogelijke manieren demonstreerde hij tegen de “blote griezels” die graag naar een stukje strand bij Callantsoog kwamen om daar naakt in de zon te liggen. Hij speelde zelfs hardop met het idee om met een bus zwarte verf langs het strand te patrouilleren en naakte badgasten daarmee in hun kruis te spuiten, om ze op die manier toch “een broekje” aan te trekken. “Naakt is vies,” vond hij, en niemand kon die gedachte uit zijn hoofd praten.

Het protest van Piet haalde uiteindelijk weinig uit – het strandje aan Callantsoog werd in 1973 het eerste legale naaktstrand van Nederland. Het betekende een omslag in hoe wetgevers en gemeenten met naaktloperij omgingen. Het werd niet langer als overtreding van de zedelijkheid gezien, maar als een kwestie van de openbare orde. In 1986 werd naaktrecreatie overal toegestaan “waar het geschikt is” – een opzettelijk vage formulering, zodat de wet kan meebewegen met veranderlijke opvattingen binnen de maatschappij.

Tegenwoordig staan er geen verbolgen bejaarden met protestborden meer langs het naaktstrand, maar zijn er andere zaken die het bestaan van de vrijetijdsnaaktloper bedreigen. De permanente aanwezigheid van smartphones, bijvoorbeeld: vroeger waren beeldopnames nog vrij zeldzaam en bovendien van een korrelige sepia-kwaliteit waarin iedereen er goed uitzag. Nu heeft iedere opgeschoten tiener een telefoon met hd-camera paraat om sensationele content vast te leggen. Christine Kouman denkt dat die permanente zichtbaarheid er vooral bij vrouwen voor kan zorgen dat ze minder makkelijk in het openbaar bloot zijn. “Je ziet dat mensen door de komst van sociale media en smartphones toch even kijken hoe ze zich daar tegenover moeten verhouden. Topless zonnen is bijvoorbeeld bijna helemaal uit beeld verdwenen, terwijl een groot deel van jonge vrouwen in een onderzoek aangeeft dat ze dat best graag zouden willen doen.” Jonge vrouwen zijn veel kritischer geworden over hoe ze er naakt uitzien, denkt Kouman, omdat er in de media bijna uitsluitend 'perfecte' lichamen te zien zijn.

Dan is er nog iets wat een meer praktische oorzaak heeft: Rijkswaterstaat heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het wegsnoeien van het dichte struikgewas rondom parkeerplaatsen langs de snelweg, omdat ze merkten dat die bosjes erg in trek waren als decor voor verholen vrijpartijen. Door het verdwijnen van die dichtbegroeide ontmoetingsplekken moeten liefhebbers van buitenseks op zoek naar andere afgelegen natuurgebiedjes, en daarbij komen ze vaak bij naaktstranden terecht. Voor de doorsnee naaktrecreant kan dat vervelend zijn, blijkt ook uit recensies die worden achtergelaten op BlootKompas! (een overzicht van naaktstranden, sauna’s en andere ‘blootlocaties’ in Nederland en in het buitenland). “Wel jammer dat er ‘jagende mannen’ rondlopen,” schrijft iemand. “De bosjes worden af en toe gebruikt voor ‘privédingen’,” schrijft een ander. “Daar wegblijven dus.”

Je zou bijna denken dat het naaktstrand in de verdrukking is geraakt, dat de glorietijd van het onbekommerde nudisme voorbij is, tegelijk met andere hippie-idealen verbleekt in het blauwe licht van telefoonschermpjes en verdrongen door ambtelijke preutsheid. Maar volgens Kouman valt dat wel mee. “Wij merken daar zeker niets van,” zegt ze. Om de zoveel tijd zoekt NFN Open & Bloot in samenwerking met onderzoeksbureau Motivaction uit hoeveel Nederlanders soms bloot in de buitenlucht verkeren: in 2010 waren dat er twee miljoen, inmiddels is dat aantal met een half miljoen gestegen. “Dat betekent dat één op de acht Nederlanders wel eens naakt recreëert,” zegt Kouman. “Ook het aantal naaktstranden blijft al heel lang stabiel, er zijn er ongeveer honderd. Er wordt er wel eens eentje gesloten, maar dan komt er ook altijd wel weer een bij.”

Naaktlopers zijn er nog altijd van alle leeftijden. “Natuurlijk is er bij onze vereniging een vaste groep die er al vanaf het begin bij is, die nog in de jaren zestig en zeventig hebben meegevochten voor de acceptatie van naaktrecreatie,” legt ze uit. “Maar de laatste jaren zien we juist ook veel jonge gezinnen die zich bij ons aansluiten. Juist omdat we tegenwoordig altijd zo druk zijn, dag en nacht bereikbaar op onze telefoons, vinden mensen het denk ik extra prettig om alles van zich af te kunnen leggen, om even uit de 24-uurs-economie te stappen. En het is ook nog eens superhandig met kleine kinderen, als die gewoon bloot rond kunnen rennen scheelt dat een hoop gedoe.”

Die nieuwe instroom van jonge gezinnen gedraagt zich wel enigszins anders, zegt Kouman. “Ze zijn vaak minder betrokken bij de vereniging, ze betalen liever wat meer dan dat ze als vrijwilliger bardiensten komen draaien of een wc schoonmaken. Dat zie je ook bij andere verenigingen, overigens.” Dat komt ook omdat de nieuwe naaktrecreanten over het algemeen minder door grootse ideologieën over natuur en lichaam worden gedreven, maar veel eerder door comfort en gemak. “Die vinden het gewoon fijn om bloot te zijn, het is praktisch, je wordt streeploos bruin. Er zitten niet dezelfde drijfveren achter als bij echte naturisten, die het veel meer als een manier van leven zien en graag met gelijkgestemden optrekken.”

Met het verstrijken van de tijd is de naaktrecreant allerminst verdwenen, ze gaan onopgemerkt hun blote gang. “Die praktische naaktrecreanten vertellen veel minder over hun activiteiten dan overtuigde naturisten”, vertelt Kouman, “en voor media zijn ze veel minder interessant. Iemand die naakt op de tractor zit met kaplaarzen aan, uit principe, dat is natuurlijk een heel goed beeld. Maar daardoor overheerst er een bepaald idee van naaktrecreatie, wat niet helemaal strookt met de werkelijkheid. De werkelijkheid is namelijk nogal saai. Wie duikt er nou niet graag bloot een zwembad in als ‘ie de kans krijgt?”