pjimage (12)
Beeld van links naar rechts: Annemarie Grewel, foto door Hennie Henriet. Poster Act Up, Collectie IHLIA LGBTI Heritage. Edgar Cairo, foto door Hans van Dijk, Nationaal Archief/Anefo.
Identiteit

Vijf ontzettend belangrijke verhalen uit de Nederlandse lhbti-geschiedenis

De geschiedenis van de Nederlandse lhbti-beweging is diverser en roeriger dan veel mensen weten. “Het is van belang dat we deze verhalen doorgeven aan de volgende generatie, want lang niet iedereen krijgt ze mee vanuit thuis of op school.”
27.5.21

Wie zich er niet actief in verdiept, kan zomaar het idee hebben dat de geschiedenis van de lhbti-beweging in Nederland vrij kort en een beetje dunnetjes is - een halve eeuw aan gestaag toenemende acceptatie, die culmineerde in de gezellige beelden van glunderende mannen- en vrouwenstellen die elkaar op 1 april 2001 in het gemeentehuis van Amsterdam het jawoord geven. 

Advertentie

Niets is natuurlijk minder waar: de Nederlandse queer-gemeenschap is altijd ontzettend divers geweest, en heeft zich door de jaren heen op talloze manieren verenigd, georganiseerd, verzet, geëmancipeerd of juist verscholen. Om die geschiedenis beter toegankelijk te maken, lanceert IHLIA samen met publiekhistorisch bureau Van Gisteren op 1 juni het verhalenplatform With Pride: een online database met (om te beginnen) honderd verhalen over personen, organisaties en gebeurtenissen uit de roerige geschiedenis van de Nederlandse lhbti+beweging. 

“Het is belangrijk dat we deze geschiedenis doorgeven aan de volgende generaties”, zegt Lonneke van den Hoonaard, directeur van IHLIA. “Onze samenleving is heteronormatief, dus lang niet iedereen krijgt deze verhalen mee vanuit thuis of school.”  

VICE vroeg aan vijf samenstellers van With Pride om voor ons een bijzonder verhaal uit de collectie op te diepen, en te vertellen waarom deze voor hen belangrijk is. 

rene klijn act up yellow button keith haring aids activism.jpg

Links: Button Act Up, Collectie IHLIA LGBTI Heritage. Rechts: screenshot van René Klijn in De Schreeuw van de Leeuw.

René Klijn & ACT UP

Mark Bergsma en Agnes Cremers zijn publiekshistorici en oprichters van bureau Van Gisteren. Zij kozen voor ACT UP (Aids Coalition Unleash the Power), een van oorsprong Amerikaanse actiegroep die vanaf eind jaren tachtig uit alle macht probeerde om aandacht te krijgen voor de aids-pandemie, en voor zanger René Klijn (1969-1993), die in 1992 op nationale televisie verscheen om over aids te praten - de ziekte waar hij minder dan een jaar later aan zou overlijden. 

Bergsma: “Tijdens een tentoonstelling van IHLIA zagen we een heel mooie poster van ACT UP, waarop twee jonge mannen stonden met een dode zwaan en daarbij de tekst ‘heaven can wait’. Ik raakte erdoor geïntrigeerd en wilde meer over hen te weten komen. Die mannen bleken de oprichters van de Nederlandse afdeling van Act Up te zijn: André Bongers en Eric Hamwijk. 

Advertentie

Ik ben bij de moeder van Eric Hamwijk op bezoek geweest, waar ik zijn oude fotoboeken mocht bekijken. Hamwijk was in de twintig toen hij overleed, ik was op dat moment dezelfde leeftijd. Het was net of ik mijn eigen leven zat door te bladeren, maar dan dertig jaar eerder. Ik zag hem op de camping, in Amsterdamse cafeetjes, in de Trut. Alleen hield zijn leven ineens op. Toen ik terug op de fiets naar huis zat vond ik dat zo’n gek idee - ik was natuurlijk wel op de hoogte van de aidscrisis, maar wat dat betekent had was nog nooit zo tot me doorgedrongen. Het was bijna beklemmend. Ik voelde erg de noodzaak om dat verhaal door te vertellen.”

heaven can wait act up amsterdam poster aids activism.jpg


Cremers: “René Klijn heb ik nog gezien op tv, toen hij gast was in het programma De Schreeuw van de Leeuw. Ik was toen jong, maar ik kan het me wel herinneren. Klijn was toen zichtbaar ziek, dat maakte grote indruk. Het lied dat hij zong in de aflevering, Mister Blue, heeft weken op nummer 1 gestaan. Toen we voor dit project onderzoek gingen doen naar de aidscrisis in Nederland, kwam de herinnering daaraan weer naar boven. Als je bezig bent met zo’n historisch onderzoek, voelt zoiets al snel als verre geschiedenis. Maar door René Klijn besefte ik: dit heb ik zelf gewoon nog meegemaakt. Dat was een bijzondere gewaarwording. 

Het is niet alsof er niets over die tijd verteld is, maar toch lijkt het of het niet helemaal is doorgedrongen tot de algemene geschiedenis. Het blijft daardoor een abstract idee.” 

Bergsma: “We vonden het wel mooi om deze twee naast elkaar te zetten. ACT UP was een heel activistische bottom-up beweging: ze hadden genoeg van al het praten en wilden actie, omdat hun leven daar letterlijk vanaf hing. Silence is death was dan ook hun slogan. Het idee was: we moeten de straat op om het beleid te veranderen, want er zijn mensen aan het sterven.”

act up buttons slogans silence = death horen zien en schreeuwen

Buttons met slogans van Act Up. Collectie IHLIA LGBTI Heritage.

Cremers: “In die tijd was aids in Nederland bij het grote publiek helemaal niet zo bekend, het werd meer als een Amerikaans probleem gezien. Dat veranderde toen René Klijn op televisie kwam, dat was een keerpunt. Hij gaf de crisis een gezicht, dat is erg belangrijk geweest.”

Advertentie

“Voor veel mensen bleef het overigens een ver-van-het-bed-show. Tegelijkertijd was er voor de lhbti-gemeenschap juist geen ontkomen aan - iedereen kende op zijn minst wel iemand die aids had. “

Bergsma: “In 1990 organiseerde ACT UP het Seropositievenbal in Paradiso, samen met de Hiv Vereniging. Er werd op datzelfde moment een groot aidscongres in San Francisco gehouden, maar seropositieve mensen konden daar niet heen. Ook al was toen al wetenschappelijk aangetoond dat hiv niet zomaar van de ene persoon naar de andere kan overspringen, golden er nog steeds reisrestricties. Het bal was dus een soort schaduwconferentie, onder andere de bekende feminist en politicus Hedy d’Ancona kwam er spreken. Heel bijzonder is dat toen ook het HIV-netwerk werd opgezet, een vroeg gebruik van internet waar wereldwijd informatie over aids gedeeld kon worden, en lotgenoten met elkaar in contact konden komen. 

Cremers: “Groepen als ACT UP zorgden voor verbinding binnen de gemeenschap, wat erg belangrijk was voor voorlichting over hiv en aids. Dankzij hen niet alleen over mensen met hiv en aids gepraat, maar werd er ook met hen gepraat. Dat is cruciaal geweest voor effectief beleid om de ziekte tegen te gaan.” 

EDGAR CAIRO PORTRET (1).jpg

Schrijver en kunstenaar Edgar Cairo. Foto: Hans van Dijk, Nationaal Archief / Anefo

Edgar Cairo  

Wigbertson Julian Isenia is theaterwetenschapper en PhD-kandidaat aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast richtte hij samen met kunstenaar en activist Naomie Pieter de actiegroep Black Queer en Trans Resistance Netherlands op. Hij koos voor de Surinaamse schrijver en kunstenaar Edgar Cairo (1948-2000), die in de lhbti-gemeenschap vooral bekend was vanwege Het Boelgedicht.

“Bij een tentoonstelling in de OBA van IHLIA hing een enorm uitvergrote foto van de eerste openbare demonstratie voor homorechten in Nederland, die plaatsvond op het Binnenhof in januari 1969. Ik was daar met Naomie Pieter, en wij zagen dat er een zwarte man op die foto stond. Dat vond ik fascinerend, dat er bij dat allereerste Nederlandse protest een zwarte man aanwezig was. Maar niemand wist wie dat was. 

Advertentie

Toen we zelf de tentoonstelling Nos Tei gingen maken, ben ik toevallig over Edgar Cairo en zijn werk gaan lezen. Via archieven kwam ik steeds meer over hem te weten. Bij mijn onderzoek voor dit project kwam ik erachter dat Cairo als student lid was van de Amsterdamse Jongeren Aktiegroepen Homoseksualiteit (AJAH) en op die manier betrokken was bij de organisatie van het protest op het Binnenhof in 1969, tegen het discriminerende artikel 248bis. Hij was het dus die we op die foto hadden gezien. 

Cairo was een zwarte theatermaker, schrijver, kunstenaar en taalwetenschapper. Wat ik interessant aan hem vindt is dat hij aan de ene kant unapologetic queer was, maar dat zijn seksualiteit aan de andere kant niet noodzakelijk een rol speelde in zijn werk. Hij heeft veel theaterstukken, romans en columns geschreven, daarin schreef hij veel over Suriname, over de nasleep van de slavernij en kolonialisme en over de moeilijke relatie met zijn vader. In zijn teksten gebruikte hij verschillende talen door elkaar heen - Sranantongo, Nederlands en Surinaams-Nederlands. 

Cairo noemde zichzelf liever boeler dan homo, want het woord homo vond hij ‘zo’n typisch westerse term.’ Het woord boeler was niet alleen typisch Surinaams, het was ook schokkend en provocerend - want dat was een woord met een negatieve ‘bijsmaak’, zoals hij dat zelf zou zeggen. Hij reclaimt het woord, en erkent tegelijkertijd dat het geen positieve term is. Hij uitte zich op een manier die misschien niet altijd helemaal paste binnen de witte mainstream-beweging. 

Advertentie

Als zwart queer persoon had Cairo veel lagen: hij was niet alleen bezig met zijn seksualiteit, hij was ook een zoon en een erfgenaam van het kolonialisme en de onderwerping van mensen in slavernij. Hij was iemand die binnen de Nederlandse samenleving racisme ervaarde, maar hij was ook bezig met het vieren van bepaalde Surinaamse culturele aspecten, zoals winti, die hij tegelijkertijd ook bevroeg. Het is goed als we hem en zijn werk in al die complexiteit kunnen bekijken.”

T&T programma travestie en transseksualiteit.jpg

Beeld met dank aan Alex Bakker


T&T

Alex Bakker is historicus en schrijver van het boek Transgender in Nederland. Een buitengewone geschiedenis. Hij koos voor T&T (Travestie en Transseksualiteit), een zelfhulpgroep voor mensen met transgendergevoelens die in 1970 werd opgericht in Amsterdam, en die later ook in andere steden plaatsvond. 

“Mensen vertelden me dat ze met een koffertje vol vrouwenkleren in de hand naar zo’n T&T-avond toe gingen, en zich dan daar ter plekke in een kamertje konden omkleden. Dan konden ze een avondje zichzelf zijn, in de veiligheid van de eigen club. Maar voordat ze dan weer naar buiten gingen, deden ze hun andere kleren weer aan. 

Je moet je bedenken dat er in die tijd vrijwel geen informatie beschikbaar was over transgender zijn of het verlangen om vrouwenkleding te dragen. Er was heel weinig bekend. Voor veel mensen die dit soort gevoelens hadden was, voelde dat als een soort zwart gat. “Ben ik homo, is er iets mis met me, ben ik zondig?” vroegen ze zich dan af. 

Ik vind het bijzonder dat in Nederland al in 1970 een groep is ontstaan om die gevoelens uit te pluizen. Ik heb mensen gesproken die in die eerste tijd naar T&T kwamen, en zij vertelden hoeveel schaamte ze hadden en hoe bang ze waren dat anderen erachter zouden komen dat ze graag vrouwenkleding droegen. Het hebben van die gevoelens was een groot en kwetsbaar geheim. In eerste instantie was die groep vooral gericht op veiligheid. Het was een soort therapiegroep, waar mensen hun identiteit konden uitzoeken. 

TenT informatie kontaktblad travestie en transsexualiteit.jpg

De eerste jaren vonden de bijeenkomsten dan ook plaats in een huiskamer, in het huis van een psycholoog. Later komt er een kantoortje in een pand aan de Blauwburgwal - toen werd het meer een open avond, een kroegavond zelfs. Het was een safe space, zoals je dat nu noemt, waar je een avondje per maand vrouw kon zijn en plezier kon hebben. Voor veel mensen was dat de enige plek waar dat kon. 

T&T heeft vooral een belangrijke rol gespeeld voor trans vrouwen. Er kwamen aanvankelijk ook wel een paar trans mannen, maar die hebben begin jaren tachtig hun eigen groep opgericht.  

Advertentie

De verhouding tussen die twee T’s, travestie en transseksualiteit, was wel eens gespannen. In het begin was dat zo’n wirwar, toen moest überhaupt nog worden uitgezocht wat travestie precies was, en wat transseksualiteit. Dat was voor mensen individueel ook nog een zoektocht. Na een tijdje gingen die werelden een beetje uit elkaar lopen. Vanaf de jaren tachtig trokken transgender mensen mensen meer naar de praatgroepen van Humanitas in plaats van de kroegavonden van T&T. De open avonden waren meer een plek om te experimenteren en gevoelens te ontdekken, voor mensen die in al in transitie waren gegaan was dat vaak minder interessant. 

De grote meerwaarde van een groep als T&T is inmiddels een stuk minder, er zijn nu veel andere plekken waar je je identiteit kan beleven. Ook online en via de media is er veel meer aandacht gekomen voor verschillende genderidentiteiten. Tegelijkertijd kan je het belang van een groep als T&T eigenlijk niet onderschatten. Voor hele generaties was dit de enige plek waar ze op een veilige manier konden uitzoeken wie ze waren. 

Ik heb de indruk dat T&T inmiddels wel eens over het hoofd wordt gezien als het gaat over de geschiedenis van de lhbti-beweging. Maar het is voor erg veel mensen ontzettend belangrijk geweest, misschien zelfs van levensbelang. Daarnaast denk ik ook dat het verhaal van T&T ons veel vertelt over die tijd: het laat vooral zien hoe onveilig de samenleving toen nog was voor transgender mensen, hoe groot het taboe was.” 

Advertentie

annemarie grewel 1977 toespraak demonstratie.jpg

Annemarie Grewel in 1977 als spreker tijdens een landelijke demonstratie tegen uitspraken van antihomoactivist Anita Bryant. Naast haar formele functies was Grewel betrokken ondersteuner van de homo-en vrouwenrechtenbeweging. Foto: Hennie Henriet.


Annemarie Grewel

Lonneke van den Hoonaard is sinds 2009 directeur van IHLIA. Ze koos voor Annemarie Grewel (1935-1998), de openlijk lesbische voorzitter van de Universiteitsraad die bekend stond om haar uitgesprokenheid en haar stem die klonk “als een hommel in een gieter.”

“Er zijn eigenlijk twee redenen waarom ik Annemarie Grewel wilde uitlichten. In de tijd dat ik zelf bezig begon te zijn met de zichtbaarheid van lesbische vrouwen, in mijn jonge jaren, was zij heel erg aanwezig. Bijzonder daaraan was dat zij voor mij een andere generatie vertegenwoordigde, die wij meestal associeerden met mainstream heteroseksuele vrouwen. De lesbische vrouwen die ik kende uit mijn eigen omgeving waren jong en stonden voor een heel andere groep, die zaten meer aan de randen van de samenleving. In de jaren tachtig kon je in de alternatieve scene wel uitgesproken lesbisch zijn, maar als je carrière ging maken werd er wel verwacht dat je je een beetje aanpaste aan de heteronorm. 

Grewel was een duidelijk lesbische vrouw, die tegelijkertijd een plek had binnen de gevestigde orde. Dat was ongebruikelijk, dat maakte haar een rolmodel. Ze deed het ook op haar eigen manier: ze viel op, was zelfstandig en eigengereid, ze had veel humor. Ze durfde er te zijn, je kon eigenlijk niet om haar heen. 

De andere reden dat ik haar koos is dat Grewel erg belangrijk is geweest voor onze eigen organisatie. IHLIA is begonnen in 1978. In die tijd ontwikkelde zich veel nieuwe initiatieven aan de Universiteit, waaronder vrouwen- en homostudies. Grewel was daarvan een actieve ondersteuner. En in het verlengde daarvan heeft zij zich erg ingezet voor Homodok, een homodocumentatiecentrum aan de Universiteit van Amsterdam, de voorloper van IHLIA. Een archief van de lhbti-geschiedenis was er daarvoor niet. Om zoiets op te richten, was de steun van invloedrijke figuren als Grewel noodzakelijk. Ze was daarin ook erg praktisch, ze zette bijvoorbeeld werkgroepen op voor studenten die zich met homostudies wilden bezighouden. 

Ze was een publiek figuur, eerst binnen de universiteit, en later ook als politicus en Eerste Kamerlid voor de PvdA. Het maakte indruk dat zo’n markante figuur zich zo dwars door alle instituties bewoog. Grewel was joods, openlijk lesbisch en ook nog eens socialist - dat zag je echt niet zo vaak. Voor ons was een voorbeeld: ze liet zien dat je non-conformistisch lesbisch en tegelijkertijd een politieke functie kon hebben, of gerespecteerd voorzitter kon zijn.”  


Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond vermeld dat Edgar Cairo theaterwetenschapper was. Dat is op 29 mei aangepast naar taalwetenschapper.