Paul van Loon voor VICE
foto via Tuffcat Media
Literatuur

Griezelvader Paul van Loon gaat pas met pensioen als zijn verhalen uitsterven

We spraken de man die hele generaties leerde lezen en griezelen over de angsten van vandaag de dag en geluk zoeken in alles wat je doet.
Wouter van Dijk
Amsterdam, NL
28.5.21

Dolfje Weerwolfje is dit jaar 25 geworden. Dat betekent dat hij in principe oud genoeg is om te drinken, auto te rijden, in te zien dat hij waarschijnlijk nooit een huis voor zichzelf kan kopen en te beslissen dat het afronden van die scriptie nog een extra semestertje uitgesteld kan worden - ware het niet dat de vriendelijke wolf met witte haren uit de kinderboeken van Paul van Loon altijd jong zal blijven. 

Advertentie

Al bijna veertig jaar leert de kinderboekenschrijver hele generaties lezen en, nog belangrijker, griezelen. 2021 is een feestelijk jaar – ook zijn hitserie De Griezelbus bereikt de illustere leeftijd van dertig jaar – maar Van Loon lijkt weinig bezig met wat de wereld beweegt. Stug schrijft hij door, en dat zal hij waarschijnlijk de rest van zijn leven blijven doen. 

Er verschenen ruim meer dan honderd boeken van zijn hand. In een tijd vol vrees en verdampte concentratievermogens lijkt dit een buitenaardse prestatie, zeker voor mensen in onze generatie. Een uitgelezen kans om de man die ons jarenlang slapeloze nachten heeft bezorgd te bellen om ons gerust te stellen. Volgens hem is er maar een antwoord op de vraag ‘hoe moet het allemaal?’, namelijk: in alles wat je doet zit magie, als je maar goed genoeg zoekt. 

VICE: Hoe is het afgelopen jaar voor u geweest? Uw uitgever vertelde me dat u liever geen mensen ontmoet op dit moment. Heeft u veel angst voor het virus ervaren? 
Paul van Loon:
Nee, dat valt wel mee. Ik leef in een soort bubbel met mijn vrouw. En mijn dochter en haar vriend wonen naast ons, ze hebben net een kleine gekregen. Ik kan ze elke dag even zien. Dat is het eigenlijk. Dit jaar is voor mij weinig anders geweest dan andere jaren. Het enige verschil is dat ik niet optreed en niet signeer. Ik zat altijd al in m’n eentje te schrijven in mijn werkkamer. Ik heb me niet mentaal aangeslagen gevoeld, en het virus weerhoudt me er niet van om gewoon m’n werk te doen. Dat heb ik gedaan zoals altijd. 

Advertentie

Daarover gesproken: u staat bekend om het werken in de nachtelijke uren. Is dit ook deels om het fantasieloze van het alledaagse leven te ontwijken? 
Nee joh. 

Oh. 
Het is een manier die ik zo’n dertig jaar geleden heb ontdekt. Toen mijn dochtertje geboren werd ben ik ‘s nachts gaan schrijven. Mijn vrouw werkte overdag, en schrijven terwijl je op een baby past kan gewoon niet. Vanaf dat moment ben ik het in de nacht gaan doen. Dan sluit je de wereld buiten, en kun je je in een verhaal storten. 

Heeft u een routine, vlak voor u begint?
Ik eet meestal vrij laat. Rond acht uur, half negen ben ik daar mee klaar. Dan ruim ik de boel een beetje op, natuurlijk, en drink ik nog thee met m’n vrouw. Dan begin ik meestal te schrijven. Met een grote fles Spa bij me. Spa Blauw. En dan begint eigenlijk het leukste, omdat ik van te voren nooit weet wat er gaat gebeuren. Ik stop de dag ervoor meestal met schrijven op een spannend moment, zodat het verhaal zich onderbewust blijft ontwikkelen. Ik schrijf dus zoals de meeste mensen lezen – zonder te weten wat er gaat gebeuren. 

Dus u stopt op het hoogtepunt, zodat er altijd zin is om door te gaan?
Ja. Zo blijft het mijn nieuwsgierigheid prikkelen. Ik moet verder willen, spanning is heel belangrijk. 

U schrijft al bijna veertig jaar. Zijn er periodes geweest waarin het schrijven u minder makkelijk afging?
Zo’n moment komt altijd, bij elk boek opnieuw. Er komt een moment waarop ik de essentie van mijn eigen verhaal niet meer begrijp, en soms ben ik dan al op een derde. Dan komt er een soort openbaring, meestal vlak voor ik in slaap val, waarna ik het verhaal pas echt ga begrijpen. Maar ik weet dat dit altijd gaat komen, dus van een writersblock heb ik geen last. 

Advertentie

Dat moet zorgen voor een heel fijne hoeveelheid zelfvertrouwen. 
Ja. Ik weet niet eens hoeveel boeken ik heb geschreven – meer dan honderd, laten we zeggen: honderdtwintig, honderddertig – ja, kom nou, de vorige honderddertig keer is het ook gelukt, dan moet het nu toch ook wel lukken? Maar wat ik nog fijner vind is dat het geen routine is voor mij, het is altijd net iets anders. 

Ik neem aan dat dit komt met de jaren. Hoe was het voor u als jonge schrijver? 
Ik heb eigenlijk altijd geschreven alsof er zich een film afspeelde in mijn hoofd. Ik zie beelden, en dat probeer ik op te schrijven. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. 

Weet u wat de term ‘woke’ betekent? 
Ik heb het een paar keer voorbij zien komen. Het heeft iets met politieke correctheid te maken, toch? 

Nou, ik denk dat Dolfje Weerwolfje een mega woke boek was. Vooral omdat het draait om ontdekken dat je afwijkt van de norm, en mensen accepteren zoals ze zijn. 
Ik heb dat nooit met voorbedachte rade zo geschreven. Ik wilde gewoon een goed boek schrijven over een lieve weerwolf, omdat ik net met een verhaal bezig was geweest over weerwolven zoals mensen die kennen – een woest verscheurend beest dat mensen opvreet. Kort daarna zag ik opeens een klein mannetje met wit haar en een brilletje voor me, en toen dacht ik: dit is ook een weerwolf. Zo is dat langzaam gegroeid. Ik dacht eerst dat hij Ralfje heette. Pas later werd het Dolfje. 

Advertentie

Ik denk dat het in deze tijd, waarin kinderen vanaf heel vroeg sociale media hebben waar ze met ideale plaatjes worden geconfronteerd, belangrijk is om boeken te hebben waarin wordt verteld dat het oké is om anders te zijn. 
Het is erg belangrijk om jezelf te mogen zijn, en dat ook te willen zijn. Als ik lees over apps waarmee jonge mensen zichzelf kunnen verfraaien, vind ik dat heel erg. Je bent mooi zoals je bent, en daar moet je trots op zijn. Ik hoor gelukkig van dat ze veel steun aan de boeken hebben gehad, vijfentwintig jaar geleden al. Ik verstop sowieso niet veel technologie in m’n verhalen. Het maakt het minder tijdloos, en wat is een griezelverhaal waard als iedereen de hele tijd kan bellen om hulp? Dat moet je niet hebben. 

Had de kleine Paul van Loon ook acceptatie nodig, bijvoorbeeld uit een boek? 
Nee, ik heb dat gevoel nooit gehad. Ik heb nooit problemen gehad met wie ik was, of met wie anderen waren. Mijn lievelingsboek was Paulus de Boskabouter. Op de eerste plaats vanwege het avontuur en het prachtige bos, maar ook omdat hij mijn naam droeg. Ik vermaakte me wel als kind, ik kon ook goed alleen zijn. Waar wij woonden waren veel sloten, waar ik kikkers kon vangen en kon dromen. Ik hoefde geen groepen om me heen. 

Later ook niet? Waren er geen subculturen waar u zich in begaf? 
Ik zat op de kunstacademie in Den Bosch, waar ik veel oudere vrienden had. Muzikanten, kunstenaars, dat soort figuren. Ze noemden dat langharig tuig, en dat waren we ook wel. We stonden een beetje buiten de maatschappij. Ik kan me nog goed herinneren dat ik soms na een les twee uur op een stoepje kon zitten om te overdenken wat er nu weer verteld was. Ik heb het ook niet afgemaakt. In het vierde jaar ben ik er mee gestopt, omdat ik er niets meer aan vond. Zo lang duurde het ook om te beseffen dat ik toch niets met dat diploma kon. 

Advertentie

Ik had op dit moment nog geen letter geschreven. Ik was alleen maar aan het tekenen. Maar het plezier wat ik daarin had was me afgenomen op de academie, ik vond er niets meer aan. Dus ik was een beetje gitaar aan het spelen en met vrienden aan het hangen. Dit heb ik een jaar volgehouden – ik was 20, of 21 – tot ik op een gegeven moment een tekening maakte waar een verhaal bij hoorde. Ik kende geen schrijvers, dus toen heb ik het zelf maar gedaan. En dat vond ik leuk. Een verhaal, met een kop en een staart, misschien wilde iemand het wel hebben? Het Brabants Dagblad had elke zaterdag een kinderpagina op de achterkant, waar altijd een verhaal opstond. Dus ik heb mijn verhaal opgestuurd naar de krant, en dat vonden ze prima. Ik kreeg er zelfs 150 gulden voor, destijds. Na een paar weken kreeg ik de vraag waar mijn volgende verhalen bleven. Zo ben ik per ongeluk schrijver geworden, omdat ik wilde weten wat mijn tekening betekende. 

Het klinkt eerlijk gezegd als een heerlijke periode. Een kunstacademie-dropout die de hele dag een beetje gitaar speelt. 
Ja, het was prettig. Ik was doodsbang om de rest van m’n leven iets te moeten doen waar dwang achter zat. Maar het zou wel kunnen zijn dat het in die tijd makkelijker was om niet te werken. Sociale dienst kreeg ik. Een soort bijstand, dat heb ik een jaar of twee gehad. Tot ik zelf iets begon te verdienen. 

Ach, de linkse kabinetten!
Een heel andere tijd. Maar goed: zo is het ontstaan, het schrijven. 

Ik heb als kind heel veel boeken gelezen, maar niets is zo blijven hangen als De Griezelbus. Hoe komt dat toch? Is er een recept voor? 
Ik denk het niet, en ik wil het ook niet weten. Die verhalen zitten in me, en ik schrijf ze op. Toen ik begon bestonden er niet veel griezelboeken voor kinderen. Maar toen ik succes kreeg gingen langzaamaan wel meer mensen het doen. Die van mij zijn gebleven, op de een of andere manier. 

Advertentie

Vroeger schreven kinderen mij brieven, met de hand. Ik heb meer dan 20.000 brieven ontvangen, waar ik een deel van heb weggeven aan het Kinderboekenmuseum. Maar veel kinderen schreven me dat ze het gevoel kregen alsof ze zelf in de Griezelbus zaten als ze het lazen. Die beleving. Misschien zit het daar in. 

Ik merk dat er in mijn generatie veel mensen zijn die zenuwachtig worden als ze drie jaar lang hetzelfde doen. Hoe blijft het leuk? 
Elk boek is nieuw. Mijn eerste boek kwam uit in 1983, dus ik doe het werk nu 38 jaar. En het blijft elke dag even leuk en even bijzonder. Schrijven is tovenarij. Iets wat niet tastbaar is en alleen bestaat in mijn hoofd, verandert in een jaar in iets wat iedereen kan lezen. Ik denk dat je echt goed moet zoeken naar de magie in alles wat je doet. En als je na een jaar of drie niets hebt kunnen vinden is het wel de hoogste tijd om te vertrekken.

Als er een wereld is die leunt op ego en erkenning, is het de literaire wereld wel. Kinderboekenschrijvers horen er nooit echt bij, heb ik het idee. Heeft u ooit het gevoel gehad dat u niet serieus werd genomen?
Nou, kinderboekenschrijvers worden wel altijd serieus genomen door hun lezers. Ik schrijf niet om serieus genomen te worden door wat volwassenen. Ik heb niets met literaire… dingen. Ik zag onlangs een onderzoek waarin stond dat 44% van de Nederlandse jongeren nooit leest. Bijna de helft van de jongeren leest niets. Dat vind ik echt verschrikkelijk. En ik denk dat dit veel te maken heeft met de verplichte literatuur die ze moeten lezen zodra ze naar de middelbare school gaan. 

Dus zodra de schrijver zichzelf serieus begint te nemen…
Haakt in ieder geval de jongere af. En dat is doodzonde, maar wel begrijpelijk. Stel je voor dat je een jaar of veertien bent en ineens moet lezen wat wordt beschouwd als de grote Nederlandse literatuur. Dat zijn nou niet echt de vrolijkste of meest opbeurende boeken, vol met gereformeerde problemen en weet ik veel wat allemaal. Hoe pak je met plezier een volgend boek op als je zoveel ellende over je uitgestort krijgt? Literatuur en leesplezier zijn niet per definitie broer en zus. 

Misschien bent u ook gewoon te vermogend om u nog druk te maken over erkenning.
Ik heb wel het geluk dat ik geen extra baan hoef te hebben naast het schrijven, ja. Ik kan fijn leven van wat ik doe. Dat is belangrijk. 

Weet u nog wat u heeft gekocht toen u voor het eerst echt commercieel succesvol werd?
Een mooie gitaar. Maar het duurde lang voor ik er van kon leven, hoor, bijna vijftien jaar. Mijn vrouw werkte in de bibliotheek, en op een dag kreeg ik een afrekening van de uitgeverij en kon ze daarmee stoppen. Die vrijheid was een grote beloning. Al denk ik niet dat ik zelf ooit ga stoppen, of met pensioen ga. Tenzij er geen verhalen meer in me opkomen. Dat is het moment dat alles stopt.