Muhab Al Alami op zijn land

De Palestijnen die met oude landbouwmethodes protesteren tegen de bezetting

“Als wij Palestijnen ons eigen eten niet kunnen verbouwen, ons eigen onderdak niet kunnen bouwen, onze eigen energie niet hebben – hoe komen we dan ooit van deze bezetting af?”

|
16 juli 2018, 10:44am

Muhab Al Alami op zijn land

Om Sleiman lijkt absoluut niet op het beeld dat de meeste mensen van een biologische boerderij hebben. De onverharde weg naar het terrein loopt langs de Israëlische Muur, die in 2004 dwars door het dorp Bil’in op de bezette Westelijke Jordaanoever werd gebouwd. De acht meter hoge betonnen blokken torenen boven de boerderij uit – zo dichtbij dat je ze bijna kunt aanraken, ware het niet dat er eindeloze hekken van prikkeldraad in de weg staan. Vanaf de boerderij kijk je rechtstreeks uit op Modi’in Illit, een van de grootste nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever, waarvan de uitbreiding en de bebouwing niet is gestopt sinds de oprichting in 1994. De biologische producten van Om Sleiman worden elke dag met het schokkende gezoem van bulldozers begroet. Ondanks al deze lelijke herinneringen aan de gewelddadige bezetting is er toch hoop.

Muhab Al Alami en Mohammad Aba Jayyab begonnen in januari 2016 met hun boerderij. Hun visie was tweeledig: ze wilden de Palestijnen verbinden met de producten die ze eten, maar ook de vervagende landbouwidentiteit in het gebied versterken. De boerderij is gebaseerd op het gemeenschapslandbouwmodel (CSA) en is de eerste in zijn soort in Palestina. “Het gaat om het verbinden van boeren en consumenten met het land,” zegt Al Alami. “De gezinnen die we voeden zijn geen klanten, maar leden van de boerderij.” Het model is simpel: de leden vertrouwen op de visie van Om Sleiman, door aan het begin van elk seizoen voor hun deel van de producten te betalen. Dat zorgt ervoor dat de voedselproductie veilig, milieuvriendelijk en eerlijk voor zowel de consument als de producent is. Om Sleiman heeft in hun tweejarig bestaan hun capaciteit verdubbeld en voedt nu elke week achttien gezinnen met verse en biologische producten.

Het oude land heeft een diepe spirituele betekenis voor Palestijnen, maar na vijftig jaar wrede militaire bezetting heeft bijna een kwart van de Palestijnse bevolking niet de middelen om elke dag te kunnen eten. Daarnaast dreigt de eens levendige collectieve kennis van hoe je in harmonie met het land om moet gaan te verdwijnen.

Al Alami staat onder een olijfboom en legt uit dat de boomgaarden, die zo kenmerkend zijn voor het landschap, het bewijs zijn van zelfvoorzienende landbouwmethodes, die in duizenden jaren verfijnd zijn. Hij zegt dat het opnieuw gebruiken van oude landbouwmethodes veel voordelen heeft: “Je beschermt het land, je krijgt je identiteit terug, je creëert werkgelegenheid en je bent onafhankelijk. Dat is het vreedzaamste wat je kunt zijn.”

De grond waarop de producten groeien is symbolisch. “Het lag vroeger achter de muur,” zegt Muhab, terwijl hij naar zijn tomatenranken kijkt. De muur is ver achter de ‘groene lijn’ gebouwd, die de internationaal geaccepteerde grens van Israël aangeeft. Daardoor is meer dan de helft van Bil’in overgenomen. De constructie van de muur ontnam de Palestijnse boeren de toegang tot het land waar hun families al generaties lang op werken.

Maar Bil’in werd al snel een van de belangrijkste iconen van de Palestijnse geweldloze verzetsbeweging, toen The Elders, een groep wereldleiders waaronder Richard Branson en Jimmy Carter, de situatie internationaal onder de aandacht bracht. In 2007 gaf de hoogste rechtbank van Israël het leger opdracht om de muur terug richting Israël te verplaatsen, waardoor ongeveer de helft van de verloren landbouwgrond weer bij de rechtmatige eigenaren terechtkwam. Een bewoner van Bil’in kreeg zijn land weer terug en doneerde het voor de oprichting van Om Sleiman.

Yara Duwani is een 25-jarige Palestijnse vrouw, die nu twee maanden meehelpt bij het management van Om Sleiman. Ze gelooft dat zelfvoorziening de eerste stap naar vrijheid is. “We zijn zo afhankelijk van de bezetter: voor elektriciteit, water, huisvesting, eten, beweging, zelfs haast voor de lucht. Als wij Palestijnen ons eigen eten niet kunnen verbouwen, ons eigen onderdak niet kunnen bouwen, onze eigen energie niet hebben – hoe komen we dan ooit van deze bezetting af?”

Zij koos ervoor om onderwijs als vorm van vreedzaam, niet-gewelddadig verzet na te streven. Duwani is gepassioneerd over voedselonafhankelijkheid en duurzame landbouw en droomt ervan om Om Sleiman verder te ontwikkelen dan alleen de biologische groenten. Ze wil dat het een centrum wordt, waar mensen kunnen leren, lesgeven en ideeën kunnen uitwisselen.

Er zijn overduidelijke uitdagingen als je wilt werken op een land dat overal bewijs van de bezetting vertoont. De onverharde weg naar Om Sleiman is bezaaid met traangaspatronen. De parkeerplaats is ontsierd door het zwarte residu van rubberbanden, die tijdens het wekelijkse vrijdagprotest van de inwoners van Bil’in verbrand worden om een rookgordijn te maken als bescherming tegen Israëlische sluipschutters. De boerenkool strekt zich uit naar de zon, die langzaam verdwijnt achter de Muur.

“Elke dag dat we op de boerderij werken, zien we dat ze nederzettingen bouwen op ons eigen land, met onze eigen middelen,” zegt Duwani. “Wat hieraan interessant is, is dat het je de motivatie geeft om een zelfvoorzienende, onafhankelijke en productieve gemeenschap te creëren.”

De biologische landbouw in Palestina is van de grond gekomen sinds het in 2004 voor het eerst werd geïntroduceerd op de Westelijke Jordaanoever. Tegenwoordig wordt elk jaar minstens vier miljoen euro aan biologische olijfolie uit de bezette gebieden geëxporteerd. Maar de realiteit van de lokale economie betekent dat de bedrijven, die verantwoordelijk zijn voor de verkoop van de Palestijnse, fairtrade, biologische producten aan distributeurs, zich alleen richten op de internationale markt.

Volgens het Wereldvoedselprogramma heeft net iets minder van een kwart van de bevolking niet de middelen om voedzaam eten te kopen. Voor de Palestijnen die op de bezette Westelijke Jordaanoever wonen, betekent dat over het algemeen dat zij niet kunnen profiteren van de opleving van de biologische landbouw. Omdat ze weinig geld hebben, kopen Palestijnen hun eten van fruit- en groentemarkten (die hisbeh heten). Een deel ervan is seizoensgebonden, maar veel niet, en een deel ervan wordt niet geschikt geacht voor menselijke consumptie. “Mensen hier denken dat wat ze eten van de hisbeh van de beste kwaliteit is,” zegt Duwani. “Ze begrijpen niet dat Israël ons producten geeft van de slechtste kwaliteit, het spul dat ze niet op de Israëlische markten kunnen verkopen.”

Dat Israëlische producten zo oververtegenwoordigd zijn komt door het Parijs-protocol van 1994. Hierdoor kregen Israëlische goederen een voorkeursstatus, werden de Palestijnen afhankelijker, werd het onmogelijk om Israëlische producten op de Westelijke Jordaanoever te boycotten en werd de markt van de bezette Palestijnse gebieden een gesloten markt. “Dit was een van de catastrofaalste gebeurtenissen in de Palestijnse geschiedenis. Alleen de Israëlische producten worden beschermd en Palestijnen worden gedwongen om ze te kopen. Het is gewoon nog een manier waarop we slaven van Israël zijn,” legt Al Alami uit, terwijl hij voor de aardbeien in z’n kas zorgt.

“Israël wil niet dat je productief bent,” zegt Al Alami. “Ze willen een consumptiemaatschappij van Palestina maken, die afhankelijk is van de Israëlische economie.” En afhankelijk zijn ze: economen van de Verenigde Naties schatten dat de economie twee keer zo groot als nu zou zijn, als de Palestijnse gebieden niet waren bezet.

Daarin schuilt ook het probleem: de economie van Palestina is onlosmakelijk verbonden met Israël, maar de ontwikkeling van een landbouwmodel dat niet gebaseerd is op geïmporteerde Israëlische groenten en fruit is cruciaal voor Palestijnse boeren. Om Sleiman biedt een uitkomst.

De boerderij is veel sneller gegroeid dan Al Alami had verwacht. In nauwelijks tweeënhalf jaar tijd hebben ze hun capaciteit verdubbeld en hebben ze nu vijftig verhoogde tuinbedden. Rijen van elke groente die je je maar kunt voorstellen bedekken elk hoekje van de boerderij. Zowel de leidinggevenden als de leden zijn blij. Het succes van Om Sleiman heeft twintig andere boerderijen op de Westelijke Jordaanoever aangemoedigd om hun voorbeeld te volgen en het CSA-model te gebruiken.

Denk alleen niet dat dit betekent dat ze immuun zijn voor de gevolgen van de militaire bezetting. Terwijl hij de courgettes van deze week oogst, zegt Al Alami dat “leven op je eigen land een van de belangrijkste manieren is om je te verzetten tegen de bezetting.” Zes maanden nadat ze de boerderij hadden opgericht, waarschuwde het Israëlische leger ze dat moesten stoppen met de bouw van hun kas en omheining. Dat was een van de 14.000 uitstaande slooporders op de Westelijke Jordaanoever. Hoewel zijn boerderij nog steeds rechtop staat, is Al Alami in de afgelopen twee jaar al getuige geweest van de sloop van vijf andere boerderijen binnen een straal van vijfhonderd meter.

Waarom? Gewoon omdat hij op de verkeerde plek woont. Omdat de broccoli en spruitjes van de Om Sleiman-boerderij in zone C worden verbouwd, wordt de ontwikkeling volledig beperkt. Dit land staat onder volledige Israëlische militaire controle en beslaat ongeveer 61 procent van de Westelijke Jordaanoever. Volgens het bureau voor coördinatie van humanitaire zaken van de VN is het bijna onmogelijk om in dit gebied te wonen, wegens het beleid dat Palestijnen beperkt in hun gebruik van het land en andere hulpbronnen.

Hierdoor leven de Palestijnen in zone C in een constante staat van onzekerheid. “Israël onlangs heeft aangekondigd dat ze In Bil’in gaan beginnen met het uitvoeren van slooporders,” zegt Al Alami. Omdat hij al een waarschuwing heeft gekregen, betekent dit dat hij op elk moment kan ontdekken dat alles op zijn boerderij kapot is gemaakt: de planten ontworteld, de kas afgebroken en het irrigatiesysteem doorgesneden.

Ondanks deze harde realiteit blijft Al Alami optimistisch: “Als ze een gebouw neerhalen, herbouwen we het,” zegt hij.

Eén ding is zeker in een leven vol chaos: hoeveel obstakels Al Alami ook tegenkomt, hij zal altijd op Om Sleiman blijven werken aan een zelfvoorzienende toekomst. Hij zal eten blijven verbouwen, zoeken naar een diepere verbinding met het land en boeren in heel Palestina blijven inspireren om landbouw als een vreedzame vorm van protest te gebruiken. Dat geeft hem een doel. Gebouwen kunnen worden verwoest, maar de zaadjes van hoop die bij Om Sleiman geplant zijn niet.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.